Op de valreep

Wat is dat toch lieve mensen, ons energieniveau? De ene dag slaap je door je ochtenderectie heen en lig je tot het middaguur in je nest, de volgende morgen spring je klaarwakker je bed uit onder de koude douche om de ambitieuze plannen voor de nieuwe dag door te lopen. Ik breng dit vaag en Aziatisch aandoende concept van het energieniveau bij dezen onder uw aandacht, omdat zulks mij heden overkwam.

Het voelt als een vrolijk ontwaken. De vertroebeling en de hypochondrie verdwijnt. Je vertrouwt je lichaam weer, gaat helemaal door je knieën als je je moet bukken, je doorspekt je dag met series van twintig keer opdrukken, je hebt een actievere zit. Je eetlust neemt toe. Je concentratievermogen lijkt terug te keren met aandachtsspannes van meer dan tien minuten. Je draait keihard lijpe muziek op de stereo.

Je wordt weer een sociaal wezen en lult op Facebook tegen iedereen aan. Je maakt links en rechts scherpe opmerkingen en hebt over alles weer een vitale mening. Je wil volgende week even naar New York. Je schenkt een glas wijn in voor jezelf, dat je voor de grap verwisselt met het limonadeglas van je vijfjarige dochter. Je kookt een voedzaam avondmaal en laat de afwas niet staan. Je hebt aan een kop koffie genoeg. Je kruipt achter je laptop om op de valreep je maandagcolumn te tikken.

Energie is pas echt waardevol wanneer zij herwonnen is.

Sinds ik mij er zelf aan heb weten te ontworstelen, respecteer ik het gezag van de futloosheid. Ik veroordeel zelfs niet meer de lamlendige, die fysiek niets markeert maar simpelweg doel en interesse in het leven loos is. De samenleving laat deze paradijsvogels peperdure trajecten doorlopen, omdat mensen fut behoren te hebben. Het niet hebben van fut is een belediging voor de rest.

Energie is pas echt waardevol wanneer zij herwonnen is. Ik besef dat ik de vitale drive slechts een moment lang van de eeuwigheid te leen heb, om er iets mee te doen dat mezelf en hopelijk ook enige anderen aan paar ademteugen lang kan vervullen met ironische tevredenheid.

Op de valreep werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Lekker zomers masochisme

COL Zomers masochisme
Er is een tijd om te ijveren, en er is een tijd voor nostalgie. Vorige week mijmerde ik over een poëzieboekje dat ik enkele jaren geleden tijdens ons verblijf in Portugal schreef. Ik herinner me dat ik bij alle tweeënzeventig verzen het gevoel had dat het dingen betrof die gezegd moesten worden. Toen ik de tekstjes daarop herlas, schrok ik en schaamde me diep. Het ergst is niet de ontdekking dat je ooit, of zelfs vrij recent, rommel hebt geproduceerd, maar dat je oordeelsvermogen het soms volledig laat afweten.

Het doorlezen van het boekje “Tongriem” was een zelfkwelling, waaraan ik mezelf bij stralend blauwe lucht overgaf. De confrontatie met eigen onvermogen pleegt de gemoedsrust te verstoren, maar ik kon de nodige gelatenheid opbrengen.

In het digitale boekje stonden middelmatige puberverzen, zoals dit:

Tijdens zijn leven gaat een broekdrager
tienduizenden keren naar de wc.

Tienduizenden keren opent
hij zijn gulp. Dat is in totaal, aangezien het een strook van
tien centimeter betreft, een kilometer gulp.

Een kilometer gulp wordt opengeritst in honderden toiletten
en vaak ook nog voor de seks.

De hoogste toren ter wereld is ternauwernood een kilometer
hoog.

Waarin de kleine man groot kan zijn.

Het was leuk geweest op ontgroeningskamp van een studentensociëteit, maar ik schreef het op gevorderde leeftijd. Hoe is dat gebrek aan zelfcensuur te verklaren? Soms wordt het ontbreken van die kleine conservatief ook opgevoerd als bron van creativiteit. Maar ben ik hem echt liever kwijt dan rijk? Er waren ook zinnen waar ik me op dit moment pijnlijk voor schaam. Ik zit ermee, omdat ik zo kort geleden nog oprecht dacht dat het merites had. What was I thinking?

Over homoseksualiteit werd deze ondoordachte onzin geschreven:

wij lieve kinderen van oude geslachten
fietsen hand in hand met onze beeltenissen
de paden voeren ons weg van de kut
de wond in jullie middelpunt

wij lieve kinderen van oude liefdes
zullen ons herinneren wanneer we zingen
wanneer we tot de oorsprong komen maar
niet metafysisch worden van extase

Over seksualiteit, een willekeurige opsomming zonder zeggingskracht:

Je wipt altijd zo overdreven
alsof je een verklaring af moet geven

aan een instantie, je liefde is een protocol
een spreadsheet op je laptop, een slogan,
een krantekop.

Over mediacultuur, rijmdwang van een amateurdominee:

de presentator van de televisie knikt steeds sneller
zijn voorhoofd lijkt wel op een geigerteller
zijn tanden vormen de kantelen van een borstwering
en zijn stem wipt, wipt ons vrolijk naar de tering

Over muziek, een door de kitsch slecht verteerbare observatie:

Ik wil Beethoven achterop de fiets.
Ik rijd hem door een steeg de stilte in, ik ben erbij
wanneer hij eeuwig gaat doen.

Over seksueel gefrustreerd absurdisme, maar dan lelijk:

zien jullie het dan niet, schreeuwt hij
cheerleaders die hun armen de lucht in
gooien en zwaaien met hun poms nemen
bijkans de vorm aan van ovaria

Genoeg. Het is in deze rommelige tijd van node om zelf je eigen scherpste criticus te zijn, zoals Nietzsche en Wittgenstein. Maar de scherpste kritiek verzandt in een jolige roast wanneer álles met de grond gelijk wordt gemaakt. Er moet een ruïne overblijven, een monument voor de redenen waarom wij hem verwoestten. Daarom dien ik ter afsluitig enige frasen uit het boekje op te dissen die niet onaardig zijn volgens mijn huidige oordeelsvermogen (maar wie zegt dat dat minder gebrekkig is). Het betreft fragmenten als:

een kleurplaat ontworpen door de grote architect
en Pombal – dit is een stad die zich blijft verfijnen
door haar verleden, dat haar steeds tot leven wekt
als een peuter die zingt, en kleurt buiten de lijnen

De mens is een koord
gespannen tussen prijssignalen
een rafeling van verhalen over verhalen

Loflied
Het is perfect. De diplomatie tussen illusie en realiteit
is geen geheime uitwisseling van spionnen
op lange bruggen of afgelegen militaire vliegvelden
maar vrolijk luchthappen, alles volgens het script

we zijn volmaakt geboren wanneer de tijd begon
en toen hadden dwergen de wereld afgesloten van de bron

een goed afgewerkte navel
is een privilegium, zegt het dansende meisje

en ze ontwapent een legioen eeuwigheidsverslaafden
zij leggen hun kolder af, en staren naar het middelpunt
van haar buik.

het is perfect. De morgen begint met een haan
die ons muisklikt uit de slaap.

Hij doodt af en toe een insect dat uit is op zijn bloed
gewoon met zijn handen, dat de pen een machtig wapen is
dat is je reinste propaganda

IJdelheid der ijdelheden: waarom zou het mij nu bezighouden, wat hun halfwaardetijd is? Bestaat het leed van de dichter uit dat ijzige besef, dat hij er geen vat op heeft, in welke fase van erosie zijn betekenissen zich bevinden op het moment dat hij ze de wereld in helpt? En mocht ik trots zijn op die laatste zin, mocht ik hem als fresh aan u willen presenteren, ach…

Lekker zomers masochisme werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Strand en palmbomen

Deze hete julimaand trakteerden we onszelf op een reisje naar Jeju, het vakantiepreteiland ten zuiden van het Koreaanse schiereiland, om ons op een maatschappelijk geaccepteerde wijze te ontspannen. We arriveerden met de veerboot in de kleine haven aan de noordzijde van het vulkanische paradijs.

Op deze plek verwacht men een beschrijving van onze activiteiten. De bezienswaardigheden die we afgewerkt hebben, en vooral het onvoorziene kleine leed dat zo’n vakantie herinneringswaardig maakt. Een ongelukje met een installatie in een museum voor moderne kunst, een pijnlijk verbrande huid, een onbeschofte taxichauffeur, een te duur visrestaurant.

De optimale vakantieduur is negen dagen, las ik ergens. Dat is genoeg om jezelf weer ‘helemaal op te laden’, zodat je verder kunt met je eigenlijke leven. Voor mij ligt dat anders. Deze vierdaagse vakantie was geen pauze van een eigenlijk bestaan, dat geduldig thuis op me wacht. Ik “werk” gewoon door, als je betaalde toetsaanslagen werk noemt. Eigenlijkheid ligt op de loer, om me op onverwachte momenten te besluipen. Op zulke momenten is de wereld helemaal in orde, en die eigenlijkheid probeer ik in mijn teksten te begraven. Het is bescheiden, maar het is een knipoog meer dan het niets.

We hebben gebruik gemaakt van de bus, omdat een huurauto te duur was. We zijn bij een schitterende waterval met drie niveaus geweest nabij het dorpje Seokwipo, waar we meer tijd doorbrachten dan de gemiddelde toeristen, die slechts snel een foto maakten en terugliepen naar de parkeerplaats. In de koele bries van de denderende watermassa’s, met onze benen over de rand van het platform tussen de balustrade, keken we een kleine eeuwigheid naar het watergordijn.

Op een andere vakantiedag vermaakten we ons aan het strand, waar ik mijn handen wond groef om een zandtunnel te maken waardoor je elkaar een hand kon geven. Dit lukte en Miru vond het geweldig. De korstjes op mijn knokkels herinneren me er tijdens het schrijven aan, hoe fijn het is om simpel te zijn. Mijn dochter dobberde in het ondiepe kustwater in een geleende roze opblaasband. We dronken koele limonade en aten vier zakken chips voor de prijs van drie.

We hebben ook het heiligdom van mijn dochter bezocht, het Hello Kitty-museum, en haar daar te zien dansen op Hello Kitty-aerobicsmuziek. Het was de meest religieuze ervaring van dit jaar tot nu toe.

Terwijl ik dit beknopte vakantierelaas opschrijf, bedrukt me de vraag waar die obsessie met de letteren vandaan komt. Ik blijf hier zinnen schrappen, en schud mijn hoofd over wat er overblijft. Het is te beknopt allemaal, het moet uitbundiger, de details moeten sappiger, sexier, Proustiaanser.

Op Jeju staan palmbomen. Ik heb het woord palmboom aan m’n dochter geleerd en ze zei tijdens een wandeling aldoor “kijk papa, een palmboom.” Dat was mij genoeg.

Hier schrijft een geest die rust wil, en verdierlijking. Misschien moet ik het daar bij deze hitte voorlopig ook bij laten. Maar je retournai.

Flattr this!

Strand en palmbomen werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Polshoogte

Over ruim een week begeef ik me met mijn dochter van vijf op glad ijs. Ze is hier in Zuid-Korea beschermd opgegroeid in een van de meest homogene samenlevingen ter wereld. Volgens de nu door het stof kruipende minister Stef Blok is hier bijna geen criminaliteit en gaan de mensen alom begripvol met elkaar om. Ze dragen dezelfde kleding, drinken hetzelfde bier, afwijkende seksuele oriëntaties bestaan niet en men weet precies wat men aan elkaar heeft. Het is de Blokse idylle, die qua ethnische zuiverheid alleen nog overtroffen wordt door de zorgvuldig bij elkaar gefokte Europese koningshuizen.

We gaan naar Nederland om polshoogte te nemen en de situatie in de polder in de zomer van 2018 op te tekenen. Om quasi-wetenschappelijk (dat betekent anekdotisch, maar dan met een flink aantal anekdotes) te onderzoeken of dat land leefbaar is voor mensen met een andere culturele achtergrond. De uitspraak van de minister was onhandig en dom, maar ik schrok vooral van de akelige echo door het sociale media-riool. Blok zou, in tegenstelling tot zijn voorganger datsja-Zijlstra, de waarheid hebben gesproken. De onbenul had het over Rassentheorie, verdomme.

Enfin, ik ga het land met een open geest bezoeken. Met de mensen in de provincie praten. Turven hoe vaak mijn dochtertje vanwege haar lieflijke, Aziatische oogopslag op ‘tsjing tsjeng tsjong sambal bij’ wordt getrakteerd. Kijken hoe andere kinderen op haar reageren. Informeren of instituten haar vrolijke nonchalante drietaligheid omdopen tot een milde taalachterstand, waarvoor ze dan ‘op cursus moet’. Ons laten voorlichten over het aantal bureaucraten met wie we ‘te maken krijgen’ als we het snode plan mochten opvatten, om zomaar in Nederland te komen wonen.

Polshoogte dus. Ik zie ons al over de polderweggetjes zoeven, frank en vrij, gelukszoekers met het juiste paspoort. Mensen die weliswaar geen woning ‘krijgen toegewezen’ van de staat, maar die hier tenminste mogen blijven. Mensen die ‘gewoon Nederlander’ zijn en net als Stef Bolk met mes en vork eten, met blote benen zwemmen en van hagelslag houden. Hoewel ik toch een beetje nerveus word omdat ik mijn schoenen uittrek voor het betreden van mijn woonkamer en in hurkzit op de toiletbril plaatsneem. Ik ben geïnfecteerd met een vreemde cultuur, en zou dus een belemmering kunnen vormen voor de Nederlandse samenleving, als ik de minister van buitenlandse zaken goed begrijp.

Of het wat gaat worden met Nederland? Of remigratie, het typisch Nederlandse gezanik over hoe zwaar dat is ten spijt, geluksbevorderend is? Of mij ooit de droombaan als columniste van de Gooi- en Smijtbode of een andere plaatselijke courant voor de voeten geworpen zal worden? We gaan het ontdekken. Als ik maar niet op inburgeringscursus moet, want ik weet niet hoe je Johan van Oldenbarneveldt spelt.

Flattr this!

Polshoogte werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Ideologie

Op de terugweg van een vermakelijk onderonsje met mijn Koreaanse zwager in een historische wijk van Seoul waar het nu wemelt van delicatessen en bijoux, stapte ik in volle overtuiging in de metrotrein in de verkeerde richting.

Uw kniereflex is bekend: dat overkomt iedereen wel eens. Maar ik bleef zitten en verbaasde me er station na station over dat de namen niet overeenkwamen met de namen in de trein – of in mijn hoofd, want dit was lijn 6, mijn commute.

Overkomt ook iedereen wel eens? Ik bleef sterke verhalen verzinnen om mijn wereldbeeld te bevestigen: de namen waren veranderd, ik had het niet goed gehoord, enzovoort. Na twintig minuten besefte ik mijn fout en wisselde naar het andere spoor, dat wel huiswaarts leidde.

Wat bleef, naast een bevestiging van mijn verstrooidheid en trots op het feit dat ik niet nijdig was geworden, was begrip. Begrip voor mensen die diep in een ideologie gevangen zitten die ze te waardevol achten om op te geven. Je registreert waarnemingen nauwelijks, en als ze tot je doordringen worden ze ergens onderweg van je amygdala naar je neocortex of daaromtrent ongenadig bekogeld door die ideologie, die weet dat een enkel exemplaar haar te gronde kan richten. In je bewustzijn arriveert tenslotte hooguit een vermakelijkheid, een droog feitje zonder relevantie.

Zo zagen Trump-liefhebbers zijn lompe gedrag tegenover de 92-jarige Queen.

Zo zagen EU-liefhebbers Junckers bezopen gestuntel.

Zo zag ik de namen van de gepasseerde stations.

Flattr this!

Ideologie werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Gezellig potje Twitter gespeeld

Vandaag gunde ik mezelf wat puberaal vermaak met het verguisde gezelschapsspel “Twitter”, niet te verwarren met Twister dat we vroeger op kinderverjaardagen speelden, toen je als tienjarige nog niet hoefde te vrezen voor een aanklacht van je negenjarige speelkameraadje vanwege ongewenste intimiteiten. Twitter wordt liefkozend het open riool of de kloaka van opinieland genoemd, en wie zich eraan waagt zij gewaarschuwd: bij een meningsverschil vallen je vuilspuiterij en grove beledigingen ten deel. En soms gaat een zg. “reaguurder” zo ver om iemand fysiek te bedreigen, of voor ‘fascist’ uit te maken.

Ik stapte vandaag dus in het spel toen voornoemde onwelriekendheid net was geschied. Toen ik zag dat een oudere man, ene DJ van Baar, gelijk een heel roedel rechtslullende publieke personen fascisten ‘met trollenlegers’ noemde omdat ze elkaar een hand boven het hoofd hielden, vond ik dat indruisen tegen de goede smaak. En over smaak valt goed te twitteren, zoals mijn oma altijd zei.

… over smaak valt goed te twitteren, zoals mijn oma altijd zei.

Ik activeerde dus mijn onderbuik en opinieerde er naar hartelust op los. Ik vond het saai om met het ‘trollenleger’ mee te schreeuwen en deze meneer er eens flink van langs te geven. Ik wilde nuance, dus ik begon met het aanbrengen van intern onderscheid in het voorgestelde uniforme rechtse wespennest, door in modo pedante te zeggen welke rechtse mensen er wel kunnen en welke niet door de beugel kunnen (ik vond van Amerongen, Ellian, Hoogland, Karskens en Voet ok, maar noemde Duk, Niemoller, en de Winter “gevaarlijk”). Oops. Ik veranderde het “gevaarlijk” in “ongenuanceerd” (wat ik natuurlijk bedoelde), maar het kwaad was al geschied. Ik was een laffe sukkel, een kleuter die er niks van had begrepen.

Terwijl ik gewoon het open debat op gang wil houden. Ik wil mensen en hun bezorgdheid (is dat woord trouwens gecontamineerd?) begrijpen. Wat de aanleiding was van de hele discussie tijdens het Twitter-spel vandaag, is me ontgaan. Het zal wel weer met ‘de vluchtelingen’ te maken hebben gehad (het lijkt me niet dat mensen zo in de beerput gaan banjeren om hun standpunt te verkondigen over de masturbatie van de dividendbelasting of columnisten die onuitsprekelijk flauwe grappen maken).

Lieve mensen, het zijn de opwindendste tijden, het zijn de treurigste tijden. De wereld kijkt in spanning toe hoe twaalf voetballertjes in een grot in Thailand worden gered – terwijl de knulletjes rechts en links worden gepoliticeerd. Rechts heeft het over de prachtige Israëlische techniek die tot inzet is gekomen. Links trekt de vergelijking met Afrikanen die een verschrikkelijke dood sterven in de Middellandse Zee.

Ik zit hier zelf in een comfortabele kamer om deze flauwekul op te schrijven, en neem me voor om wat liever voor anderen te zijn. En voor alle heethoofden die per se gelijk willen hebben heeft mijn oma een spreekwoord: we zijn Jezus niet hè, we kunnen best water bij de wijn doen zonder dat de hele kroeg dronken wordt.

Gezellig potje Twitter gespeeld werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Kijkraam

Toen ik mijn dochter afgelopen donderdag naar haar balletles begeleidde, ontdekte ik dat er op verzoek van een aantal Koreaanse ouders een kijkraampje in de deur van de gymzaal was gecreëerd, waar deze plaatsvindt. Tijdens de les gaat de deur dicht zodat de kinderen zich kunnen concentreren, en deze oplossing was elegant, out of the box, zoals een snelle jongen zou zeggen. Raampjes in deuren maken, hoeveel formulieren zouden daarvoor nodig zijn in Nederland, dacht ik.

Glimlachend wierp ik een blik in het heiligdom, waar mijn dochter en andere vijfjarige meisjes enthousiast op de maat van de klassieke muziek sprong, die uit de luidspreker schalde. Het was adembenemend om te zien.

Lang bleef ik niet kijken. Niet omdat ik me als enige kerel tussen keuvelende moeders geneerde of bang was om de verdenking van onfris gluurdersschap op me te laden, maar omdat ik aan tien seconden balletles genoeg heb om een mierzoete herinnering te scheppen, waar ik een week op kan teren. Met het beeld van de kleine ballerina’s op mijn netvlies begaf ik me dus zoals altijd naar het dak van het sportcomplex, waar ik de vijftig minuten van de balletles afwachtte met het alleraardigste boekje ‘status anxiety’ van de Britse filosofische essayist Alain de Botton.

De volgende dag bracht ik mijn dochter mee naar een couchsurfingbijeenkomst in een rookvrije kroeg in het uitgaansgebied van Hongdae. Terwijl ze zich vermaakte met een Amerikaanse Koreaan die haar en passant leerde schaken, vertelde een jonge vrouw me dat ze op het damestoilet een microcamera met een stukje wc-papier had verduisterd. De oren van een vriendelijke Duitse student klapperden van ongeloof. Wat? Ja, je vindt ze alleen bij de vrouwen. Helaas telt Zuid-Korea erg veel innovatieve viezeriken. Maar dat is toch verschrikkelijk. Het betekent dat je als vrouw niet meer zorgeloos naar het toilet kan. Inderdaad. Er valt weinig tegen te doen wanneer we de ongedwongen sfeer die we in het uitgaansleven zo op prijs stellen willen behouden. Ik schudde mijn hoofd over deze schunnige en treurige wetenswaardigheid, en gaf me over aan overpeinzingen over het kanaliseren van geiligheid, en hoe dat een goede graadmeter is voor het niveau van een beschaving.

Mijn dochter had intussen de opstelling van de schaakstukken geleerd en bekwaamde zich op de tegelvloer in de paardensprong. Toen de man die haar vriendelijk onder zijn hoede had genomen me vertelde dat ze al flink had gegeeuwd, besloot ik dat het tijd was om naar huis te gaan. Onderweg zwierden we nog even langs een salsabar, maar omdat mijn dochter niet drinkt dropen we af toen een dame met potsierlijke epauletten ons erop wees dat alcoholconsumptie verplicht was. Het was laat genoeg, en we hadden genoeg gezien.

Flattr this!

Kijkraam werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Het rottend ooft

Een van de gevleugelde uitspraken van wijlen mijn moeder was “het rottend ooft wordt mij in de schoot geworpen”. Wanneer er in mijn ouderlijk huis fruit over was werd dit altijd opgegeten, en belandde op mijn moeders bord, die het schoorvoetend verorberde. Ik ben dankbaar zo grondig geconditioneerd hebben om nooit eten weg te gooien. Hier in Zuid-Korea gooit men ook geen eten weg, tenminste niet om het signaal af te geven dat men het zich kan permitteren, zoals ik dat uit Hollywoodfilms ken.

Mijn supermarkt hier biedt mild rottend fruit aan met kortingen waar ik van watertand. Zo ben ik in staat om met de bescheiden inkomsten uit mijn volstrekt zinloze werkzaamheden af en toe een rijpe avocado, een glas ananassap, of verse tomatensaus met knoflook en spinazie te kopen. Ja, we hebben het goed. Ik houd van die levensmiddelen, die zonder ons in een afgesloten container achter de supermarkt ten prooi zouden vallen aan gisten en schimmels.

Deze week hadden we weer Couchsurfing-gasten, een boomlange man uit Asturias en een vriendelijke Brusselaar. Twee heerlijke ontdekkingsreizigers in de onbekommerde jaren van hun jeugdigheid. De lange had het klaargespeeld om zonder te betalen van Canada via Rusland, Kazachstan, Kyrgyzstan en China op ons schiereiland te raken. Hij vertelde dat ‘dumpster diving’ in Spanje vaak moeilijk is omdat de supermarkten afwasmiddel over de verlopen levensmiddelen spuiten. Het revolutionaire keffertje in me ontwaakte, en ik lulde honderduit over antikapitalisme, verzet, permacultuur, gift economy en anarchisme. Een wereld met meer respect voor geld dan voor voeding is een wereld die veranderen moet.

Ik eet mijn rottend ooft in de marge. Ik dacht er van de week aan om in de politiek te gaan, voor de Partij voor de Dieren dus, maar vermoed dat men mij daar niet als een culturele verrijking zou zien. Toen ik las dat ze tegen de motie van Wilders voor een verbod op ritueel slachten hadden gestemd, leek het me beter dat ze het woord ‘dier’ uit hun naam schrappen, zoals andere partijen over de letter ‘D’ in hun naam in conclaaf moeten. Enfin, ik ga bij mijn volgende bezoek aan Nederland bij de PvdD op bezoek. Ik spreek graag met kritische jongeren over hun consumptiepatroon en verbruik van ‘resources’, over duurzaamheid en landbouw op ecologische grondslag. Misschien kan ik er een paar verleiden om voor de Dierenpartij te stemmen.

Maar een campagneschreeuwer zal ik nooit worden, daarvoor ben ik zelf veel te verward. Geef mij maar een leven in de marge, waarin dikke vliegen zwermen rond het overrijpe fruit, waarin ik melancholische overpeinzingen kan schrijven over ons eigen leven, dat slechts een uitgesteld rottingsproces is.

Het rottend ooft werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Pols

Welk voordeel kunt u doen met de droge mededeling dat ik vrouwelijke polsen aantrekkelijk vind? Het viel me een paar weken geleden ineens op tijdens een lange busrit hier in Seoul. Een vrouwlijke passagier hield zich naast me vast aan de rubberen lus, zodat haar slanke pols zich vlak naast mijn gezicht bevond. Ik observeerde de slagaders, de handwortelbeentjes scaphoid, lunatum en triquetrum, en begon het sierlijke gewricht geleidelijk aan te erotiseren.

Een paar maanden geleden was de metoo-beweging in volle gang en reageerde het internet geschokt op mannen die vrouwen lastig vielen met erotisch beladen opmerkingen of vleeskeurend gestaar. Bijna iedere vrouw had wel een verhaal en fijnbesnaarde mannen schaamden zich voor hun grovere seksegenoten. Bij de collectief geërotiseerde lichaamsdelen buik, benen, billen en borsten is de onoirbare lading van een hangende blik onmiddellijk duidelijk en voor de bekeken dame onaangenaam. Wanneer de bekijker de erotisering zelf in zijn privésfeer uitvoert, mits deze niet in andere fysiologische symptomen tot uiting komt, hebben we te maken met een fundamenteel verschil. Er is wellicht sprake van eenzijdige intimiteit, maar zij is niet ongewenst te noemen, daar ze ongemerkt blijft.

Mag je in het openbaar vervoer polsen gadeslaan wanneer je er geil van wordt? Onze traditie vertelt ons dat het zondig is, ons verstand ziet niet in waarom het niet zou mogen. Toch zijn er goede redenen om de traditie niet zomaar onder de bus te gooien.

Ik ben kwijt waar ik met deze tekst naartoe wilde. Zo’n totale blokkade van de geest kan heel onaangenaam zijn. Is het reeds dementie, vraag ik me in mijn hypocondrie af. Ligt het beste reeds achter me, terwijl ik nauwelijks begonnen ben? O gruwel der gruwelen! O absurditeit! O muziek, verlicht mij deze uren. O schoonheid, wieg mijn vermoeide geest in slaap.

Ik wens mijn lezers een gezonde en vrolijke week toe. Mijn excuses dat het vandaag even niet gaat.

Flattr this!

Pols werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Spraakherkenning

Op een mooie donderdag begaf ik mij naar de zakenwijk Gangnam voor het opnemen van mijn stemgeluid. In de metro overwon ik het cynisme dat de kop opstak, over het feit dat ik na ‘al die jaren’ mijn geld verdien met mijn Bataafse tongval in plaats van mijn academische vaardigheden. De zon scheen en ik was enthousiast over de 50.000 won die ik in contanten toegestopt zou krijgen.

Een lange Nederlandse stagiair die in het kader van zijn Working Holiday in Korea verblijft, gaf me instructies en ik mocht een bekertje water pakken. Ik moest in een klein kamertje een driehonderdtal zinnen voor de microfoon oplezen, die gebruikt zouden worden voor het trainen van een spraakherkenningssysteem van een Koreaanse personenauto. Met mijn mond heel dicht bij de microfoon begon ik luid en duidelijk van het scherm te lezen. Ga naar Randweg 42, Nieuwegein. Bel Esther op. Zoek tankstation in de buurt. Zet radio aan. Doe het schuifdak open.

Ik had er verdorie lol in en vroeg me af wat er met me aan de hand is. Waar was m’n intellectuele ambitie gebleven? Lag de pientere filosoof met zijn scherpe beschouwingen, begraven onder lagen onbenul? Ik heb altijd gehuiverd wanneer oudere mannen onbenullig repetitief werk doen om hun huur te betalen, en nu lijk ik zelf hard op weg op z’n oudere man te worden. Ik wil niet voor een organisatie werken, want dan moet ik me bekennen tot een politiek signatuur, en dat gaat niet lang goed. Is dat de prijs van absolute ‘intellectuele’ vrijheid? Of is het mijn neurotische natuur, die vreest oprecht te zijn wanneer ze ervoor betaald wordt?

Na de stemopname at ik een heerlijke Koreaanse maaltijd en voelde me uitstekend. Het briefje van 50.000 won zat in mijn portemonnee. Die avond zou ik een bekende les geven in business English, gewoon over coffee. Weer ging het over de taal zelf. Mijn bekende lispelde, dus mijn les kreeg à l’improviste ook een logopedisch aspect. Ik genoot van de waardering voor mijn onorthodoxe aanpak. De taal als artefakt om her en der geld mee te verdienen, niet als vehikel van wat ik ‘eigenlijk’ te zeggen heb. Die stellige overtuiging, dat ik een boodschap heb voor de wereld, stamt overigens uit de tijd dat ik een introverte schooljongen was met een lelijke bril, en laten we wel wezen, ze wordt langzamerhand een beetje potsierlijk.

Ik ga mijn leven gezellig uitleven. Zolang het ‘systeem’ kruimels en klusjes heeft red ik me wel. En wat die intellectuele ambitie betreft: daar kom ik nog op terug. Zet het raam open. Versnel naar 140 kilometer per uur. Speel muziek van The Doors af.

Flattr this!

Spraakherkenning werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org