Pols

Welk voordeel kunt u doen met de droge mededeling dat ik vrouwelijke polsen aantrekkelijk vind? Het viel me een paar weken geleden ineens op tijdens een lange busrit hier in Seoul. Een vrouwlijke passagier hield zich naast me vast aan de rubberen lus, zodat haar slanke pols zich vlak naast mijn gezicht bevond. Ik observeerde de slagaders, de handwortelbeentjes scaphoid, lunatum en triquetrum, en begon het sierlijke gewricht geleidelijk aan te erotiseren.

Een paar maanden geleden was de metoo-beweging in volle gang en reageerde het internet geschokt op mannen die vrouwen lastig vielen met erotisch beladen opmerkingen of vleeskeurend gestaar. Bijna iedere vrouw had wel een verhaal en fijnbesnaarde mannen schaamden zich voor hun grovere seksegenoten. Bij de collectief geërotiseerde lichaamsdelen buik, benen, billen en borsten is de onoirbare lading van een hangende blik onmiddellijk duidelijk en voor de bekeken dame onaangenaam. Wanneer de bekijker de erotisering zelf in zijn privésfeer uitvoert, mits deze niet in andere fysiologische symptomen tot uiting komt, hebben we te maken met een fundamenteel verschil. Er is wellicht sprake van eenzijdige intimiteit, maar zij is niet ongewenst te noemen, daar ze ongemerkt blijft.

Mag je in het openbaar vervoer polsen gadeslaan wanneer je er geil van wordt? Onze traditie vertelt ons dat het zondig is, ons verstand ziet niet in waarom het niet zou mogen. Toch zijn er goede redenen om de traditie niet zomaar onder de bus te gooien.

Ik ben kwijt waar ik met deze tekst naartoe wilde. Zo’n totale blokkade van de geest kan heel onaangenaam zijn. Is het reeds dementie, vraag ik me in mijn hypocondrie af. Ligt het beste reeds achter me, terwijl ik nauwelijks begonnen ben? O gruwel der gruwelen! O absurditeit! O muziek, verlicht mij deze uren. O schoonheid, wieg mijn vermoeide geest in slaap.

Ik wens mijn lezers een gezonde en vrolijke week toe. Mijn excuses dat het vandaag even niet gaat.

Flattr this!

Pols werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Spraakherkenning

Op een mooie donderdag begaf ik mij naar de zakenwijk Gangnam voor het opnemen van mijn stemgeluid. In de metro overwon ik het cynisme dat de kop opstak, over het feit dat ik na ‘al die jaren’ mijn geld verdien met mijn Bataafse tongval in plaats van mijn academische vaardigheden. De zon scheen en ik was enthousiast over de 50.000 won die ik in contanten toegestopt zou krijgen.

Een lange Nederlandse stagiair die in het kader van zijn Working Holiday in Korea verblijft, gaf me instructies en ik mocht een bekertje water pakken. Ik moest in een klein kamertje een driehonderdtal zinnen voor de microfoon oplezen, die gebruikt zouden worden voor het trainen van een spraakherkenningssysteem van een Koreaanse personenauto. Met mijn mond heel dicht bij de microfoon begon ik luid en duidelijk van het scherm te lezen. Ga naar Randweg 42, Nieuwegein. Bel Esther op. Zoek tankstation in de buurt. Zet radio aan. Doe het schuifdak open.

Ik had er verdorie lol in en vroeg me af wat er met me aan de hand is. Waar was m’n intellectuele ambitie gebleven? Lag de pientere filosoof met zijn scherpe beschouwingen, begraven onder lagen onbenul? Ik heb altijd gehuiverd wanneer oudere mannen onbenullig repetitief werk doen om hun huur te betalen, en nu lijk ik zelf hard op weg op z’n oudere man te worden. Ik wil niet voor een organisatie werken, want dan moet ik me bekennen tot een politiek signatuur, en dat gaat niet lang goed. Is dat de prijs van absolute ‘intellectuele’ vrijheid? Of is het mijn neurotische natuur, die vreest oprecht te zijn wanneer ze ervoor betaald wordt?

Na de stemopname at ik een heerlijke Koreaanse maaltijd en voelde me uitstekend. Het briefje van 50.000 won zat in mijn portemonnee. Die avond zou ik een bekende les geven in business English, gewoon over coffee. Weer ging het over de taal zelf. Mijn bekende lispelde, dus mijn les kreeg à l’improviste ook een logopedisch aspect. Ik genoot van de waardering voor mijn onorthodoxe aanpak. De taal als artefakt om her en der geld mee te verdienen, niet als vehikel van wat ik ‘eigenlijk’ te zeggen heb. Die stellige overtuiging, dat ik een boodschap heb voor de wereld, stamt overigens uit de tijd dat ik een introverte schooljongen was met een lelijke bril, en laten we wel wezen, ze wordt langzamerhand een beetje potsierlijk.

Ik ga mijn leven gezellig uitleven. Zolang het ‘systeem’ kruimels en klusjes heeft red ik me wel. En wat die intellectuele ambitie betreft: daar kom ik nog op terug. Zet het raam open. Versnel naar 140 kilometer per uur. Speel muziek van The Doors af.

Flattr this!

Spraakherkenning werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Wildpoepen

In Zuid-Korea is net als overal op het noordelijk halfrond de lente uitgebroken. Een paar dagen geleden ging ik met mijn dochter van vijf naar het park. Ik speelde een deuntje op mijn viool en zij danste. We deden een wals, iets mozartachtigs, afgewisseld met ruige, onzuivere klezmer. Zie dit eenvoudige gegeven: park, dochter, muziek, dans. Heb medelijden met hen die daarvan niet in een roes van gelukzaligheid raken.

Ik bewerkte de snaren van mijn kraskist (zo noemden mijn jongere broers het instrument in mijn jeugd, toen daar alle aanleiding toe bestond) in driekwartsmaat en het kind zwierde vrolijk om me heen. We bevonden ons in een soort amfitheater boven op de berg Songmisan, een groene bult tussen het asfalt en de woontorens. Er waren enkele kranige bejaarden in trainingspakken, die op deze berg hun oefeningen komen doen om in vorm te blijven. Ze stoorden zich niet aan ons. Plotseling zei mijn dochter dat ze moest poepen.

Bij de scouting had ik geleerd bladeren te gebruiken in plaats van toiletpapier dus ik griste een handvol loof van de struiken. Onder de beschutting van het struikgewas ontlastte mijn kroost zich. Ik reinigde haar billen met het bladgroen en begroef met een paar snelle bewegingen de hoop met wat los zand. Er was in geen velden of wegen een ambtenaar te bekennen en wanneer er een Koreaanse pet zou zijn opgedoken, betwijfel ik of die ons beboet zou hebben.

Maar stel dat de Koreaanse samenleving zou geilen op emigranten-gerelateerde ophef. Hoe zouden Koreaanse media het verhaal zo sensationeel mogelijk kunnen brengen? “Enge buitenlander laat zijn kind in het park poepen.” “Witte man lapt alle hygiënevoorschriften aan zijn laars.” “Weer kindermisbruik door vage migrant in het park.” “Strontziek: Europeaan heeft schijt aan ons land.” “Nederlandse statushouder schijt op onze cultuur.” “De barbaren bevinden zich reeds onder ons.”

De rollen lekker omdraaien: het is al veel vaker gedaan (zie bijvoorbeeld Africa Paradis van de Beninse regisseur Sylvestre Amoussou) en het werkt natuurlijk voor geen meter, behalve dat het sommige Gutmenschen een tevreden glimlach ontlokt. Aangedikte berichten over het wangedrag van vluchtelingen met een volksmennende ondertoon doen het in rechtse kringen net zo goed als op links het reddingsverhaal van de illegale Malinees in Parijs, die Fransman mocht worden omdat hij een kleuter van een balkon redde. De beste jongen werd door Macron uitgenodigd in het Elysée-paleis. Het was tenenkrommende symboolpolitiek en de Zuid-Afrikaanse talkshowhost Trevor Noah stelde terecht dat dit soort anekdotische berichtgeving meer kwaad dan goed doet. Je hoort het de Fransen zeggen: “Vluchtelingen zijn gevaarlijk, maar de Malinesen zijn zo kwaad nog niet.” Het publiek gaat steeds meer in groepen denken en individuen zijn overgeleverd aan de reputatie van hun landgenoten – een situatie die niet thuishoort in een democratische rechtsstaat.

We keerden terug naar het amphitheatertje en we speelden en dansten tot de zon bijna onderging.

Flattr this!

Wildpoepen werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Over het falen

Het is een drogredenering: omdat je weet dat iedere impuls tot vitaliteit uiteindelijk zal falen omdat het leven eindigt in het graf, het falen zelf verheffen tot hoogste principe. Nochtans is het voor perfectionisten een logische operatie, omdat zij een eeuwigheidswaarde hechten aan de geldigheid van hun doen en laten. Zij falen in hun studie, in de liefde, op het werk, als burger, als schrijver, als ouder en tenslotte als bejaarde, omdat ze er geen genoeg van kunnen krijgen.

Het falen is natuurlijk afhankelijk van interpretaties, en die maken de falers zich gretig eigen. In hun studie behoren ze tot de groep die het slechtst presteerde op tentamens. Als puber schrijven ze een oeuvre bij elkaar aan onbeantwoorde liefdesbrieven om hun inferioriteit te bewijzen. Op het werk verdienen of presteerden ze ondergemiddeld, of allebei. Hun burgerplicht bij de stembus verzaken ze moedwillig omdat de waardigheid van burgerschap bedreigend is voor hun faalverhaal. Ze produceren ironische teksten die hun eigen afwijzing als voldongen feit vieren. En wanneer ze hun falen hebben uitgeleefd, presenteren ze het als hoogste goed aan de volgende generaties.

De natuurlijke faler tekent bezwaar aan bij de algemeen geaccepteerde wijsheid, dat in elk falen een kiem van verbetering schuilt. Vooruitgang is voor hun niet ieder proces van vallen en opstaan. Dat is de heersende illusie, de fijne golfbeweging van de verhalen die uit zullen monden in succes. De natuurlijke faler wil zich niet met die verhalen identificeren. Hij observeert liever vanaf de zijlijn, mijmerend over het kunstwerk van zijn eigen leven dat zo heerlijk aan het mislukken is.

Het falen is, in tegenstelling tot wat de volksmond beweert, niet eens onaangenaam. De gewiekste faler schept een zeker genoegen in de afwijzingen die hij van potentiële werkgevers of uitgevers mag ontvangen. Het past prima bij zijn verhaal, en ach, dit overleeft hij ook wel weer. Omdat hij niet het gevoel heeft dat hij voor zijn vijfenzestigste eigenlijk iets moet presteren, heeft de faler ook geen haast. Hij werkt gestaag door aan het subject van zijn falen, uit gewoonte, niet uit hoop op een apotheose van succes en erkenning.

Is de faler lui? Werkt hij minder hard dan anderen? Nee! Dat is het grootste misverstand dat er over zijn soort bestaat. Het zou geen echt falen zijn wanneer hij er met de pet naar had gegooid. Zijn falen telt, omdat hij het met de beste wil van de wereld niet beter zou kunnen hebben gedaan. “Mijn falen heeft existentieel gewicht” legt hij zelf uit. Het geeft zijn levensverhaal een structuur en een betekenis die voor de buitenwereld altijd excentriek zal blijven. Maar wanneer we nauwkeuriger kijken kunnen we troost putten uit de esthetiek van zijn falen.

Afbeelding by Ianbourgeot.com

Over het falen werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

La la Laos

Waarom infiltreert een 39-jarige man het Laotische partyhostel “Nana backpackers” aan het begin van het regenseizoen? Wat doet hij temidden van blonde Zweedse meiden die zich van zeven tot negen uur ‘s avonds volgieten met gratis aangelengde wodka en whisky, alvorens in een schuur te springen op de dreunen van megahits als Havana, Despacito en Gasolina?

Het gaat hier, waarde lezer, hoogstwaarschijnlijk om een verwarde man. De man hangt vermoedelijk een geradicaliseerde vorm aan van geloof in vrijheid en zelfverwerkelijking. Het zou me niks verbazen dat hij ‘s ochtends het feestgedruis ontvlucht en door de velden gaat banjeren op zoek naar een plek om in alle rust te mediteren, of dat hij de verkoeling opzoekt van een kleine grot waarin hij kan pootjebaden.

De figuur, die volgens de medegebruikers van de bacchantische herberg op vierentwintig jaar werd geschat, had daags voor zijn vertrek naar Laos een satirische vertelling voltooid en bezocht het verstilde tropische land om ideeën op te doen voor een nieuw verhaal. Iets met kunstmatige intelligentie en de liefde, iets met komedie ook en een misdaad, een afgesneden vinger misschien, of een lijk dat verborgen moet worden gehouden. Een Orwelliaanse vertelling die heel bescheiden begint maar uitmondt in een compleet verrückte wereld van dodelijk verwarde maar aandoenlijke soortgenoten.

Zo’n man huurt een mountainbike om door de velden te fietsen waar hij koeien kan fotograferen die hem herinneren naar Nederlandse meesterschilders uit de Gouden Eeuw. Hij schuift aan bij een verlaten restaurantje langs de weg waar hij een kop noedelsoep bestelt en de toeristen observeert die met scooters en quads op weg zijn naar lagunes, ziplines en spektakel. Bedaard verwerkt hij de indrukken van de tropische omgeving, die hem zo vertrouwd voorkomt van eerdere reizen. Veel in zijn leven zal een herhaling zijn, ja, maar hij juicht die Nietzscheaanse herhaling toe. Zo’n man maakt daar een aantekening over in zijn notitieboekje terwijl hij nog steeds bij dat restaurantje zit met een lege soepkop voor zijn neus.

Na tien dagen houdt zo’n man het in de tropen voor gezien en vliegt hij met een fris gemoed terug naar zijn gezin in Zuid-Korea, waar het overleven gemakkelijk en het leven prachtig is.

Flattr this!

La la Laos werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Good riddance: Arnons voetnoten

Vriend en vijand zijn het erover eens: Arnon Grunbergs laatste voetnoot op de voorpagina van de Volkskrant is een heuglijk feit. Als wat hij achterlaat een zwart gat is, ben ik met liefde nihilist. Dat de tweeëneenhalf duizend schrijfsels die hij de afgelopen jaren produceerde taalkundig om te janken zo belabberd en intellectueel onhoudbaar zijn, is alom bekend. Feilloos vermochten de ‘voetnoten’ van de over het paard getilde literator bij mij irritatie op te wekken vanwege de opgeleukte domineestoon en het gebrek aan substantie.

Voetnootenarnon had zijn schrijversmaniertje, een soort kokette vrijmoedigheid en onbevangenheid met een politiek oersaai betweterig signatuur verpakt in geestdodend proza. Hevige diarree en dan schijten met de deur open, dat is het. Omdat je denkt dat je alles mag als je in New York woont. Arnon is vermoedelijk de slechtste karikatuur van Woody Allen, een uitbehandelde narcist die zich in zijn eigen neuroses heeft laten embedden. Hij schrijft niet vanuit het gruwelijk mooie, magische vantage point van de vernietigende ironie, maar vanuit de middelmaat van zijn waanzin zelf.

Ter afscheid riep Onan-Arnon de lezertjes in zijn oneindige goedheid op om de Meester na te doen en zelf ook een voetnoot te produceren, en voor die imitatio arni heeft hij waarachtig zeven regels opgesteld. Aan ons, zelfironisch tollende intelluelen, de taak om Zijn stenen tafelen eens door elkaar te schudden.

1. Vrijheid maakt het schrijven moeilijk. Beperkingen helpen de schrijver. De eerste beperking hebt u al binnen. De Voetnoot mag niet langer zijn dan 149 woorden. Nu wordt alles makkelijk.

Vrijheid is niet het ontbreken van een willekeurige beperking. Dat is gewoon vaag gelul. En wat Arnon in 149 woorden zegt is in volwassen proza bijna nooit een bijzin waardig.

2. Wees eerlijk. Het particuliere is geen te veel aan eerlijkheid maar juist een gebrek eraan. Niets ontziende eerlijkheid is altijd universeel.

Doktor in de filosofie Grunberg arnoneert er lustig op los. Merken ze toch niet. In dit heel particuliere geval bezigt hij universele flauwekul. Natuurlijk schrijven we over het particuliere, wat zullen we nou krijgen.

3. Denk niet: wat zullen mijn ouders, kinderen, buren, collega’s, vrienden, minnaressen en minnaars denken. Schrijf alsof u verloren bent. U bent ook verloren. Dat is een opluchting.

Natuurlijk beelden we ons een lezer in voor wie we schrijven. Arnon weert zich tegen die gedachte met als resultaat dat alle ‘voetnoten’ speciaal geschreven zijn voor Arnon zelf. En dat, waarde lezer, heeft desastreuze gevolgen.

4. Schrijf, zelfs al schrijft u hierna nooit meer, alsof uw leven er vanaf hangt. Dat doet het namelijk. Als niet, waarom schrijven?

Vervang het woordje schrijven nou eens met neuken, meneer de seksrabbijn. Waarom hè? Omdat we het lekker vinden. En omdat we graag iets van onszelf de wereld inslingeren. Iets waar verder niks vanaf hangt, want zo belangrijk is het nou ook allemaal weer niet.

5. Verwar de dood niet met ernst. De belangrijkste reden om te lachen is de nabijheid van de dood.

En de belangrijkste reden om te huilen? Wat zeg je nou eigenlijk? En wat heeft dit met stukjes hersendiarree op de voorpagina van de volksbode te maken?

6. Neem de relativering serieus.

Absolut wodka. Neem niets serieus, en zelfs dat niet, om een Hollandse schrijver te parafraseren die wel wat ruggegraat had.

7. Houd rekening met onverschilligheid en afwijzing, verwacht haat, hoop op liefde. Klaag niet. Schrijf verder.

Haat verwachten en op liefde hopen? Dat is precies wat religieuze extremisten doen. En regel 3 was dat je je geen flikker aan moet trekken van wat anderen denken. Je schrijft in het luchtledige en hoopt stiekem op erkenning. Het klinkt als een hysterisch en narcistisch spel zonder inzet.

Heerlijk, dat zeuren, maar genoeg voor vandaag. Ik wens jullie allemaal een creatieve en zonnige week. Volgende keer weer een normale column. Met meer dan 149 woorden.

Flattr this!

Good riddance: Arnons voetnoten werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Joan Cornellà

Gisteren bracht ik met mijn vrouw en dochter een bezoek aan een kleine kunstgalerij hier in Seoul, want er was een tentoonstelling van de Spaanse kunstenaar Joan Cornellà die ik bewonder om zijn sardonische genie. Het was een zonnige dag en de galerij was bomvol ijverig fotograferende Koreaanse bezoekers en een enkele buitenlander die in het Amerikaans iets over de grensoverschrijdende afbeeldingen mompelde.

Onze dochter Miru van vijf keek haar ogen uit en was vooral gefascineerd van de beenloze terrorist die als surfboard werd gebruikt, de smeltende kauwgomgezichten en de moordenaar die eerst een oude vrouw doodschiet, vervolgens haar gezicht bruin verft en vriendelijk bedankt wordt door de politie die denkt dat de dode wel een crimineel geweest zou zijn. Die laatste begreep mijn dochter nog niet, maar wij wel. En dat is het hele punt bij Cornellà. Het feit dat wij bij de gruwelijkheden op zijn doek direct begrijpen wat er aan de hand is geeft ons te denken. Het is een artistiek concept dat perfect werkt in onze tijd, want het is kort en het schokkeert. Punt.

In de metro terug naar huis zag ik iemand met een krant. Er stond een paginagrote advertentie in over Expo 2030 te Busan. Hoe zou de wereld er tegen die tijd uitzien? Ik verwacht dat er in de komende twaalf jaar meer verandert dan in de afgelopen twaalf jaar. In het afgelopen dodecennium is het internet tot rijpheid gekomen door de ontwikkeling van sociale netwerken en de blockchain. De jaren die nu gaan volgen zullen draaien om de consequenties van het internet voor de samenleving en de techniek. Steeds snellere manieren om kapitaal te concentreren op steeds excentriekere projecten en een ‘terugkoppeling’ van sociale media naar de ‘echte’ wereld, die anno 2018 nog onafhankelijk van elkaar te lijken bestaan. Hoe de Expo 2030 eruit gaat zien in de havenstad Busan? Geen idee. Misschien staat de stad tegen die tijd half onder water, misschien worden we geserveerd door robots, misschien heeft de nanotechnologie de wereld fundamenteel veranderd.

Verbeelding. Wat moet ik er nog over zeggen. Sorry, ik lig er even uit. Ik ben even niet helder. En het is allemaal een spel hoor, laten we dat niet vergeten. Puur blijven en authentiek, dat is beter dan je er met schoonschrijverij gemakkelijk vanaf maken. Authentiek: ik schrijf dit liggend op mijn bed, luisterend naar opzwepende jazz en koffie drinkend. Het is zondagavond, maandagochtend wordt deze column gepubliceerd. Hij gaat over verbeelding. Absurde geweldsfantasieën en toekomstfantasieën kunnen betere mensen van ons maken. Of misschien ook niet. Laten we daar niet over moraliseren.

Flattr this!

Joan Cornellà werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Rijkdom

Op een steenworp afstand van mijn residentie bevindt zich een eethuisje, waar mijn zes kokkinnen 24 uur per dag eenvoudige, doch voedzame maaltijden voor mij, mijn gezin en mijn gasten toebereiden. Ik beschik over meerdere gezellige woonkamers waar mijn personeel op ieder uur van de dag koffie en taart serveert. Naar mijn badhuis is het ongeveer een kwartier lopen en ook daar kan ik onafgebroken terecht. Het is open wanneer ik dat wil, ik kan er altijd gebruik van maken wanneer ik mijn creditcard aan een vriendelijke medewerker overhandig. Als het ergens geregistreerd zou staan als mijn eigendom, zou dat voor mijn gevoel weinig verschil maken. Met andere woorden: ik ben de koning te rijk!

Ja maar, gelukkig denkt niet iedereen er zo over, hoor ik de kritiek uit realpolitische gelederen al opzwellen. Gelukkig zijn er nog mensen die gewoon ergens de volledige controle over willen hebben, want dat betekent dat ze er ook de verantwoordelijkheid voor nemen. Stel je voor dat iedereen er maar op los fantaseert en voelt alsof de wereld van hem is. Het zou tot idiote conflicten leiden, mensen die met elkaar op de vuist gaan omdat anderen hun eigendom betreden. Jouw rare fantasietje, mijnheer Choi, gaat alleen op in de bubbel van overvloed waarin jij leeft. Zodra de eerste tekenen der schaarste zichtbaar worden, moeten er broodrijen worden gevormd en met een hongerige maag fantaseert het niet zo lekker dat de “bakkerij van jou is”. Kijk maar naar Cuba, waar mensen niets dan weg willen, juist nu onder de nieuwe president Miguel Díaz-Canel Bermúdez. Dat staat zelfs in de linkse New York Times.

En om de vraag gewoon te stellen: Is het ethisch verantwoord om je steenrijk te voelen, zonder het te zijn?

Waarom dan toch deze onzin? Omdat die subjectieve overvloed fijn is. Ze hoeft niet direct met ja-maren in het narratief van de schaarste te worden vertaald. Als je je rijk kunt voelen zonder het te zijn dan is daar helemaal niks mis mee. Ja, het is ‘revolutionair’ want neemt je motivatie weg om echt materieel rijk te worden, dat de overheersende ambitie moet zijn voor een werkend kapitalisme. Het schetst een heel ander beeld van succes en van het goede leven. Maar laten we daar tenminste over praten. PVVD’ers vinden het slappe hap en langharig gewauwel dat met wortel en tak moet worden uitgeroeid, maar zullen nooit toegeven dat ze tegen de vrijheid van verbeelding zijn.

En om de vraag gewoon te stellen: Is het ethisch verantwoord om je steenrijk te voelen, zonder het te zijn?

Flattr this!

Rijkdom werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Dinsdagcolumn

Voor het eerst sinds een jaar heb ik, volgens mijn eigen berekeningen, gisteren mijn maandagcolumn gemist. Vanmorgen leek het er even op dat onze rakettenman Kim Jong-Un dat ter ore is gekomen, want we werden wakker van het oorverdovende geluid van overvliegende straaljagers, langer dan gewoonlijk in deze contreien. What is that noise, zei mijn dochter Miru, die het gewend is in dit soort situaties in het Engels te reageren. Een paar Koreanen keken pal omhoog, telefoon aan het oor. Maar ik had al lang door dat er niets aan de hand was want het luchtalarm bleef uit. Wat had ik me ook ingebeeld! Natuurlijk vergaat de wereld niet wanneer ik mijn wekelijkse boutade op dinsdag in plaats van maandag aan het internet toevertrouw.

Columnistengrootheid Arthur van Amerongen, in wiens gunst ik mij hier op opzichtige wijze tracht te manoevreren, heeft de overstap ook gemaakt. Zijn Algarviaanse appèl bezorgt de lezertjes in de polder in plaats van manic mondays nu vette dinsdagen.

Nog even over die straaljagers. Als Stormy Don nou eens had besloten ook de chemische wapens en aanverwante kwalijkheden van het communistiese regime du nord te bombarderen, zou dat niet, nadat de rookpluimen van verontwaardigde experts internationaal recht (oftewel: krantenlezers) zijn opgetrokken, good riddance zijn? Trump als voorspelbare olifant in de ‘china shop’. Zoals je vroeger MAD had, mutually assured destruction, zo kun je er anno 2018 vergif op innemen dat je chemische wapenarsenaal door de oranje pee-pee-man op een riedel tomahawks wordt getrakteerd.

Natuurlijk is dat naïef. Het is allemaal ingecalculeerd, vooropgezet en doorwrocht en er hangt een walm van hypocriet opportunisme omheen. Voormalige FBI-baas Comey noemde Trump moreel ongeschikt voor het presidentschap. Vanwege het liegen. Ik weet het niet. Saringas wordt door de waarheid niet onschadelijk en in absurde tijden gelden absurde zeden.

Ik blijf in ieder geval gewoon op de maandag schrijven. Dan weten mijn beide lezers tenminste, waar ze aan toe zijn.

Dinsdagcolumn werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Verhalenvertellers

De observatie dat wij mensen verhalenvertellers zijn, filosofisch aangedikt of uitgedrukt in briljant proza, is een weergaloze gemeenplaats. De wereldberoemde historicus Harari met z’n Sapiens en Homo deus heeft er een goede boterham mee verdiend en het internet is een grote marktplaats van stories geworden. Heb je een goed verhaal? Mensen zullen ze je video’s liken of investeren in jouw cryptomunt.

Ik leerde van mijn collega Bronja Prázdny dat ‘urgentie’ geen vies woord is dat we uitsluitend gebruiken voor noodlijdende asielzoekers of onderbetaalde poëzierecensenten. Het is mogelijk dat een schrijver een verhaal te vertellen heeft en dat als zo dringend ervaart dat hij vergeet tussen het schrijven door naar bed te gaan. Ik benijd zulke schrijvers zeer, want mij ontbreekt het aan zo’n verhaal.

Toch gaat deze column niet over dat gebrek. Ik probeer gewoon met abstract gelul te verbloemen dat ik de afgelopen week weer niks heb meegemaakt dat de moeite van het vertellen waard is. En veel zin om het nieuws door te nemen heb ik ook niet. De doden van de gruwelijke gifgasaanval in het Syrische Douma, de doodgeschoten Palestijnse demonstranten en de slachtoffers van de Caucasische terrasrijder in Münster waren gepolitiseerd nog voor hun lijken koud waren. De verhalen worden oud, ik heb er geen zin meer in.

De overijverige komediant Lubach riep televisieminnend Nederland op om toch van Facebook af te gaan nu de privacyschandalen elkaar opvolgen en het medium zelf een pregnanter verhaal begint te worden dan wat erop wordt besproken. Mensen sturen elkaar uitnodigingen voor MeWe dat belooft het beter te doen. Maar het is een illusie dat meer ‘fun’ en betere privacy ons kunnen behoeden voor de verveling. We weten nu dat sociale media ons in staat stellen ons eigen verhaal eindeloos te herhalen, en we hebben dit gedaan tot het punt waarop het zo saai is geworden dat we verlangen naar een geheel ander verhaal. En omdat we liever niet onze eigen vooroordelen corrigeren komt het goed uit wanneer dit verhaal over het medium van Facebook zelf gaat. Marshal McLuhan lässt grüßen.

Ik kan niet anders dan verhalen vertellen. Wanneer het die verhalen aan onderlinge consistentie en onderliggende motivatie ontbreekt leidt dat tot gratuite, zinledige maandagmiddagobservaties. Maar dat heb ik liever dan alles wat ik lees in te passen in het linkse of rechtse verhaal, zoals de zeloten op Twitter dat doen. Ziezo, weer een paar honderd woorden geschreven zonder iets te zeggen. Tot de volgende week!

Verhalenvertellers werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org