Het Groot Dictee 2.0

Lees hier de tekst van het dictee en vind zelf de spelfouten.

Advertenties

Negerpopje

Geloofsbroeder Arthur van Amerongen schreef over kinderboeken en hoe een bepaalde groep handineigenboezemers ons dienaangaande een verloren onschuld aan wil praten. Vanmorgen las ik mijn dochtertje van drie voor uit het onschuldigste aller kinderboeken, Jip en Janneke. Ze is gek op de poeslieve tekeningetjes van Fiep Westendorp. En het ging over een waterpistool. Dolle pret.

Maar toen stond daar ineens negerpopje en fotografeerde ik, indachtig de woorden van voornoemde schrijfguru, de pagina als bewijsmateriaal. De meedogenloze Annie M.G. Schmidt heerst nog vanuit haar graf over de onschuldige zieltjes van onze kindskinderen, die ze in een onbewaakt ogenblik pekzwart weet te kleuren met haar negerpopjes.

Al mijn opvoedingspogingen zijn vanaf nu ijdel. Met lede ogen moet ik aanzien hoe mijn dochtertje zal opgroeien tot een racistische, homofobe neonazi, en het is allemaal de schuld van Annie en haar negerpopjes. Ik ben op zoek naar lotgenoten, want samen staan we in onze kracht. Samen kunnen onze aanklachten bundelen en als enorme Stapel indienen bij een politiebureau in de grachtengordel, wanneer men daar even een bakje doet tussen het uitschrijven van bonnen aan foutgeparkeerde jihadisten door.

Bij deze dus mijn oproep. Stuurt u mij een bericht wanneer u ook een wit kindje heeft, wiens tedere ziel voor alle eeuwigheid in diepe duisternis is gedrenkt door de racistische derogatieven van onze nietsontziende kinderboekauteurs.

Origineel op komrijm.creativechoice.org

Nikos en zijn schulden

Nikos wilde graag ingenieur worden, maar het ontbrak hem aan geld. Zijn rijke oom zei weet je wat ik leen dat wel even. Dat is goed voor je ontwikkeling, dat maakt de familie blij. Nikos was dolbij dat hij kon gaan studeren. Helaas had hij grote moeite met de abstracte wiskunde en kon hij zich vanwege de hitte niet goed concentreren. Het lukte hem niet om ingenieur te worden maar hij wilde niet opgeven en was vastbesloten om zijn schuld terug te betalen. Hij ving een studie diergeneeskunde aan want dat leek hem wel mooi werk. Hij vroeg zijn oom om een nieuwe lening en die zei natuurlijk jongen ik geloof ik je. Kom we drinken er een ouzo op en jij gaat het helemaal maken, over een paar jaar stroomt het geld binnen en kun jij me terugbetalen.

Nikos was blij en dook met hernieuwd enthousiasme in de boeken. Helaas bleek dat hij geen maag had voor de snijzaal en weldra begon het besef tot hem door te dringen dat hij nooit dierenarts kon worden en dat zijn oom de lening waarschijnlijk op zijn buik kon schrijven. Met tranen in zijn ogen verkondigde hij dat hij zal doen wat hij kon om de lening terug te betalen. Hij zou schoonmaakwerk gaan doen en op een zolderkamer leven zodat hij kon sparen. Zijn kinderen en kleinkinderen waren hetzelfde lot beschoren maar schuld is schuld wist Nikos, het was zijn heilige plicht om deze af te lossen, of dit nu mogelijk was of niet.

Toen las Nikos een boekje dat zijn oom hem verboden had. Het bracht hem op nieuwe ideeën, die hij vol enthousiasme aan zijn oom voordroeg. Het spijt me dat ik mijn studies niet heb kunnen afronden maar ik kan loodgieter worden. Dat ligt binnen mijn vermogens en eerlijk gezegd heb ik er zin in, eindelijk op eigen benen te staan. En op die manier kan ik uiteindelijk meer van uw schuld terugbetalen. Zijn oom schudde van nee. Je hebt twee keer gefaald knul. Het kan me niet schelen hoe je het doet, maar je hoeft van mij niet te verwachten dat we nog meer in je investeren. De brutaliteit waarmee je ons eisen stelt is stuitend. Ik zorg er hooguit voor dat je kunt overleven. Hoe je je schulden terugbetaalt zoek je zelf maar uit. Bovendien: ik moet duidelijke grenzen stellen. Ik heb echt wel gezien hoe je neefjes Pedro en João zaten te kijken.

Origineel op komrijm.creativechoice.org

Harde grappen

Toen ik in de jaren negentig op school zat maakten we harde grappen, en dat kon gewoon. “Er zit een Marokkaan, een Antilliaan en een Turk in een auto. Wie rijdt er? – De politieagent.” Of: “Hoe feliciteren Marokkanen elkaar? Profietsgejat.” Waarom werd er om deze moppen gelachen? Is het omdat er sentimenten worden uitgesproken die eigenlijk niet door de beugel kunnen? Misschien. Wanneer we deze moppen politiek correct herformuleren, krijgen we: “Er zitten drie mensen die tot als crimineel gestigmatiseerde bevolkingsgroepen behoren. Wie rijdt er? – De politieagent.” en “Hoe feliciteren dieven elkaar? Profietsgejat.” Dat werkt niet.

Deze harde grappen hadden een functie. We identificeerden ons ex negativo met een groep door dat soort platvloerse humor. Door randgroepen en iedereen die onmiskenbaar “anders” was belachelijk te maken compenseerden we het feit dat onze eigen groepsidentiteit een lege huls was. Misschien moeten we deze rol van meedogenloze humor niet onderschatten. Natuurlijk wordt hij uit plichtbesef en zelfbehoud overstemd onder volwassenen, maar hij rolt door in de onderbuik van de samenleving. De vraag is hoe we die functie kunnen behouden zonder een bevolkingsgroep onnodig te kwetsen.

Ik stel voor om harde grappen uitsluitend te reserveren voor groepen met een duidelijk politiek statuut, een partijprogramma. De leden hebben zich volledig uit vrije wil bij die groepering aangesloten, dus de harde grap kan hen niet in hun diepste wezen treffen. Het kan ten hoogste op een vulgaire, smakeloze manier hun keuze compleet belachelijk maken.

Grappen moeten hard en kwetsend zijn, en politiek incorrect, maar alleen tegen politieke groeperingen.

“Waarom stemmen hoeren niet op de PVV?
– Ze willen dat er meer buitenlanders kómen”

“Wat levert een ABN-Amro extra bankier op die van tien hoog springt?”
– 10.000 euro per verdieping.”

Werkt dat of is het te braaf? Heeft de onderbuik het gevoel nodig, écht iets “fouts” te zeggen, en juist mensen te kwetsen vanwege dingen waar ze helemaal niets aan kunnen doen? Om ons af te reageren en compensatie te zoeken voor het feit dat we er zelf ook niets aan kunnen doen dat we in dit tranendal zijn geworpen en ons met onze rol van hufter hebben vereenzelvigd.

Origineel op komrijm.creativechoice.org

Haat

Liefde komt in vele gedaanten. Er is moederliefde voor de weerloze zuigeling, er is de ziekelijke liefde voor een pijniger, er is de autoerotische liefde, er is de drie- of meerhoeksverhouding, er is de kunstliefde, de hoofse liefde, de liefde voor huisdieren, poëzie, of een goed merk gootsteenontstopper. Er bestaat geen relatie tussen mensen met elkaar of we kunnen onze deze als liefdesrelatie voorstellen. Liefde heeft weinig nodig. Ze kan teren op schaarse complimenten of liefdesbrieven die een half leven in een schoenendoos hebben gelegen.

De haat is altijd iets intergalactisch. Iemand haten is zijn hele entourage, van zijn goudvis tot zijn auto, zijn nageslacht tot zeven generaties, zijn hele wereld verachten. Waar gehaat wordt brullen twee stemmen in elkaars richting, vanuit twee sterrenstelsels in tegenoverstelde uithoeken van het universum. Voor de haat staat alles op het spel. Het object van onze haat moet vernietigd worden. Er is geen compromis mogelijk, alleen uitstel (zie het boek Zorn und Zeit van Peter Sloterdijk).

Daarin is de haat veel oprechter dan de liefde. De liefde is niet het tegenovergestelde van de haat. Zij hoeft haar object niet te repareren. Zij kan haar geliefde ontzien of belasten, voorliegen of juist dodelijk oprecht zijn, belonen of straffen – alles uit liefde. De haat kent maar een modus operandi: het streven naar de totale vernietiging.

Toch is de haat minder oprecht dan het lijkt. Het object dat hij meent duidelijk te hebben afgebakend, is ingewikkelder dan hem lief is. Zijn intergalactische schreeuw echoot in zijn eigen inborst. De vernietigingsdrang richt zich ook naar binnen. De haat moet deze heldere kant van de haat onderdrukken uit zelfbescherming. De liefde, onderwijl, houdt eerlijk van zichzelf, en ervaart dat als bron van zijn liefde jegens anderen.

Origineel op komrijm.creativechoice.org

22 February, 2015 10:37

Sinds ik in 2002 uit Nederland ben vertrokken, heeft er zich een opvallend associatiepatroon ontwikkeld. Iedere keer dat ik in de media een bericht las over Nederland ging dit over terreur, geweld, pijnlijke toestanden, gevallen regeringen, moorden op klaarlichte dag, open racisme, onbenulligheden, pornografie, zwarte pieten, huizen die onder water staan, een mislukt koningslied, moskeeën die in brand stonden, Afghanen die werden uitgezet, de NAM die Groningers en hun huizen liet barsten, de afwezigheid van een constitutioneel hof, verduistering van miljoenen door banken, schandalen over een geldverslindend koningshuis, failliete detailhandelaars, opgerolde wietplantages, exorbitant hoge verkeersboetes, disfunctionerende ziektekostenverzekeringen, en klachten over het weer. En vandaag zijn het de voetbalfans die in Rome een fontijn vernielen:

Zo graag word ik geloochenstraft! Zo graag word ik genezen van deze selectieve amnesie! Zo graag laat ik mij een andere waarheid inzwepen. Tot nog toe kom ik op enkele uitstekende kunstwerken, theaterproducties en natuurfilms. Wie kan mij een uitgesproken positief bericht uit de periode na 2002 over Nederland sturen?

Origineel op komrijm.creativechoice.org

Triviale poëzie

Het probleem is niet dat wij vinden dat sommige rijmen geen poëzie zijn, en de criteria die we daar dan met veel égards voor aanvoeren, maar of het mogelijk is dat achter die rijmen een poëtische ervaring steekt. Neem een vers dat we voor de gelegenheid in vijf seconden uit de mouw schudden, zoals <blockquote>Het blauw van de lucht weerspiegelt de dromen in je ogen / en ik zucht / want je hebt me bedrogen.</blockquote>
De zinnen rijmen dwangmatig. Dat kan een eerste aanwijzing zijn. Het rijm komt vóór de gedachte, het is kortsluiting van taal, het blokkeert de “echte” poëzie.

Maar dat was juist het probleem: kán er wel een echte poëtische inzet zijn wanneer er zoiets uitkomt? Kan er achter die gesprongen stoppen een poëtische beleving schuilgaan? Kan liefkozen op een bed van rode rozen getuigen van wat wij graag als poëtische ervaring willen voorbehouden aan Hölderlin en Keats? Is haten omdat je me hebt verlaten en ik had niks in de gaten minder authentiek dan literair haten? En waarom zou dat een probleem zijn?

Omdat we nooit kunnen weten wat een schrijver “in een gedicht heeft willen leggen”. We zien alleen wat eruit komt, vergelijken dat met wat we al kennen, en hebben ons oordeel al klaar voordat de echo’s van de woorden zijn weggestorven.

En als we, heel democratisch, als enige criterium nemen de hoeveelheid tijd die een poëet in zijn verzen heeft gestoken? Laten we aannemen dat hij die tijd ook echt aan poëzie heeft besteedt, en niet in zijn hoofd de belastingaangifte van het vorige kwartaal nog eens heeft doorgenomen. Nog kunnen we de intensiteit niet meten waarmee hij worstelt met de taal. Neemt hij ieder rijm dat in hem opkomt, ieder associatiepatroon dat zijn innerlijke dichtwoordenboek hem opdringt klakkeloos over, of onstaat er een inwendige strijd, met judogrepen, buitelingen, stevige rechtsen, kopstoten, en bloedneuzen? En kunnen we die hevigheid meten door een stel elektrodes op iemands schedel te plakken?

We snuiven bij de gedachte, en hollen gillend terug naar de beoordeling van het Werk an sich.
<blockquote>De geest van goede verzen / woont in een overjarige wijn / woorden die we lang geleden lieten persen / moeten haast wel lyrisch zijn.</blockquote>
<blockquote>De dichtkunst is geheel overbodig / dichten is niet denken / geen hond heeft ooit gedichten nodig / je kunt beter bier inschenken.</blockquote>
Het is zinloos. Het werk valt zo niet te beoordelen. Het zijn verbale geraamtes, die straks worden kaalgevreten door de aasgieren, of onze cultuur moet op onvoorstelbare wijze voor het nageslacht als “klassiek” worden herkauwd. Al die briljante associaties, het blijven momentopnames en het briljante is een toevallige overeenstemming van auteur, cultuur, en lezer. Daar wil ik niet van laten afhangen of iemand een poëtische beleving heeft gehad.

We kunnen niet aantonen dat we een poëtische beleving hebben, ookal zijn we daar nog zo van overtuigd. Er zit niks anders op dan dit rustig toe te geven, en de poëtische beleving te bevrijden van het hardnekkige stigma dat ze alleen Hogere Cultuur schept.

Origineel op komrijm.creativechoice.org

Open sollicitatie aan Greenpeace

Voor wie er oren naar heeft,

Onlangs stuitte ik in een online-tijdschrift voor reclamevakmensen op een advertentie waarin u op zoek bent naar een creatieve ‘aanpakker’ die Greenpeace Nederland komt helpen met het werven van supporters en donateurs.
Ik ben een veelzijdige zzp’er en juich het werk van Greenpeace meestal toe. Het lijkt mij een heel mooie uitdaging, de gevestigde NGO te gaan ondersteunen met het ontwikkelen, testen en uitvoeren van online en mobiele campagnes, het werken aan nieuwe innovatieve wervingstechnieken, een bijdrage leveren aan optimalisering van de huidige e-mailtrajecten, en meedenken over de strategie en helpen met AdWords-campagnes.

Ik ben digital minded, zie overzie waar de online-wereld naartoe gaat. Ik heb een Master filosofie en Technische Informatica, en heb een proefschrift geschreven met het onderwerp “Vrijheid en verantwoordelijkheid“. Ik heb geruime ervaring als tekstschrijver/vertaler in de reclamewereld, alsmede kennis van SEO en SEA, Web Design, sociale media, en zoals boven vermeld een sterke affiniteit met Greenpeace. Ik ben communicatief vaardig, initiatiefrijk, resultaat- en klantgericht, en beheers de Nederlandse, Engelse en Duitse taal in woord en geschrift.

Er is echter een probleem. Het gaat om een baan op locatie, en ik kan om familiaire redenen niet in Amsterdam wonen. Ik ben als zzp’er vorig jaar naar centraal Portugal verhuisd en werk daar tot volle tevredenheid van mijn klanten.

Deze klanten zijn meestal commerciële instellingen, en die besparen graag op vaste contracten wanneer een zzp’er het werk net zo goed kan doen. Ik kan me niet goed met deze organisaties (banken, chemiereuzen, hotelketens) identificeren, en verlang zodoende naar zinvoller werk.

Ik heb de functie-eisen doorgenomen en deze zijn allemaal van achter een computerscherm – dat zich waar ook ter wereld bevind – uit te voeren. Ik woon in een handige tijdzone en zit nooit op de weg – dus ik ben beter bereikbaar dan een forens die in de file staat (of in het vliegtuig naar Luxemburg zit grapje moetkunnen CharlieHebdo).

Ik zou dolgraag willen meedenken, teksten willen schrijven, SEO en online-campagnes willen vlottrekken, een App willen ontwikkelen, willen meedenken over de IT-infrastructuur; in eerste instantie zelfs voor de eer iets voor Greenpeace te mogen doen, totdat u hopelijk besluit, vaker van mijn brein gebruik te willen maken. Wat de betaling betreft doe ik dan ook niet moeilijk (ik heb voldoende andere cliënten).

Het inhuren van een zzp’er zoals mijzelf heeft bijkomende voordelen:
1) Greenpeace kan zo haar kosten beter rechtvaardigen naar haar donateurs toe. Deze weten dat er iemand wordt betaald voor wat hij daadwerkelijk levert, en niet om op kantoor te zitten.
2) Ik woon en werk in Portugal in een duurzame omgeving: off-the-grid middels zonnepanelen, permacultuur, vegetarisch, hergebruik van grondstoffen, en delen van “bezit”.

In feite ben ik dus al begonnen met meedenken, en zou Greenpeace willen adviseren gebruik te maken van een dynamische pool zzp’ers, die door hun enthousiaste participatie in locale ecologische projecten bovendien het gezicht van de organisatie kunnen zijn wanneer het gaat om het werken aan een duurzame toekomst.

Met hartelijke groeten teken ik,

Kamiel M. Choi

services. creativechoice.org
c.v.

Delen:

Origineel op komrijm.creativechoice.org

Zonder filosofie kunnen

Vandaag las ik een column in Trouw van Bert Keizer, filosoof en verpleeghuisarts. Hij zet zich, terecht, in tegen het kleineren en verkleinen van de filosofiefaculteiten van enige Nederlandse universiteiten. Maar vervolgens veegt hij in zijn stuk de vloer aan met de standaardapologie van de filosofie sinds Aristoteles, en met Martha Nussbaum, die zonder enige empirische onderbouwing beweert dat filosofie belangrijk is “omdat het de burger vormt”. Maar het overgrote merendeel van de burgers weet niet wie Kant, Hegel, of Wittgenstein nou precies waren, of “wat Nietzsche bedoelt wanneer hij zegt dat het Christendom Plato voor het volk is”. Uit het gegeven dat slechts een zeer kleine minderheid over “filosofische” feitenkennis beschikt, leidt Keizer af dat de maatschappij best wel zonder filosofie kan. Hij zegt erbij, dat er natuurlijk wél gedacht moet worden, maar dat je ook niet-filosofisch pienter genoeg kunt zijn. De reden waarom we de filosofiefaculteiten toch niet moeten opheffen is dan iets kneuterigs: ze helpen ons mooie gedachten, het liefst in twitterformaat, in ere te houden en door te geven.

Wat mij vooral opvalt is het beperkte begrip van filosofie. Het wordt gereduceerd tot feitenkennis. Vraag aan Wittgenstein of Carnap wat Nietzsche nu precies bedoelde, en het is nog maar de vraag of ze dat weten. Natuurlijk gaat het in de filosofie niet om name dropping (hoewel het juist daar het vaakst voorkomt). Het gaat om zelfstandig kritisch leren denken, om de cultuur van in-vraag-stellen, van het nadenken over Grundlagen die noodzakelijk voor iedere wetenschap, van wiskunde tot biologie tot economie tot geneeskunde. Wanneer we denken dat die grondlagen er al zijn (in de vorm van bijvoorbeeld Darwinisme, vrije markteconomie, of quantummechanica) en dat de disciplines er niets aan hebben wanneer oude debatten over hun fundament worden opgerakeld tot aan het einde der tijden, vergeten we iets.

We vergeten het kinderlijk-naïeve vragen, de gezonde achterdocht bij ieder dogma, de kritisch-filosofische houding, terwijl juist die zo ontzettend belangrijk is. Daar zou de columnist het vermoedelijk wel mee eens zijn. Maar betekent het niet ook dat de filosofiefaculteit een concreter doel heeft dan het levend houden van kippenvelinzichten, “dat we om ons heen kunnen kijken”? Ik vrees namelijk dat wanneer we haar zo begrijpen, dat we haar dan alsnog moeten opdoeken wanneer blijkt dat een cineast dat schitterende “filosofische gevoel” beter kan overbrengen. De filosofie moet niet vervallen in feelgood aforismen, maar de allerfundamenteelste dingen blijven bevragen, eindeloos door blijven debatteren en haar opponenten een glaasje water inschenken wanneer deze dreigen te verdrogen.

En wanneer iemand dan toch liever kiest voor een studie natuurkunde, geschiedenis, of medicijnen, heeft ze tenminste een helder begrip van wat ze níet studeert.

Delen:

Origineel op komrijm.creativechoice.org

#JeSuisCharlie

Vanuit mijn hier zelf aangemeten rol als soms liederlijk en soms satirisch po-eet richt ik het woord tot – ja tot wie? We hebben allemaal de spontane demonstraties gezien in Parijs, Nantes en de niet mis te verstane bewoordingen van onze politici klinken nog na in onze trommelvliezen als we moeten beslissen of we teneergeslagen moeten zijn, met elkaar handjes moeten vasthouden, of de profeet (die met die ongewassen baard) nog eens goed grafisch belachelijk moeten maken.

Er is weer eens een aanslag gepleegd. Een laffe, gore, professionele aanslag – een mini-oorlog midden in het hart van Europa. En dat hart slaat al zo gevaarlijk rechts.

De daders leken eerst te zijn ontsnapt, en dat maakt het extra griezelig. Ze kunnen zo weer ergens anders opduiken met hun automatische wapens. Er zijn 1001 manieren om de Qu’Ran te lezen, en dan kunnen de verzen ook nog worden verdraaid. Ieder bordeel, kerk, synagoge, rente verlangend instituut, drankhandel, of badmodezaak moet dan vrezen dat er ieder moment zwaar gewapende kerels met bivakmutsen op naar binnen stormen om zoveel mogelijk mensen af te slachten.

En dat willen we graag voorkomen. Door massaal de straat op te gaan. Door te roepen wat we het liefst roepen. Ziejenuwel of Pasopvoorracisme of Klotemoslims of wat dan ook. Deze verse gruwelijke aanslag zal onze fundamentele mening waarschijnlijk niet veranderen. Maar zoiets werkt wel als een catalysator, het zorgt dat we voor onze sentimenten uitkomen.

Gelukkig is het overheersende sentiment tijdens de spontane protestacties solidariteit. Moslimorganisaties hebben geschokt gereageerd, journalisten maken massaal selfies met “Je suis Charlie”, er is niemand die iets voor censuur lijkt te voelen. De geest van Voltaire is springlevend. En wat zei die ook alweer?

« je ne suis pas d’accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu’au bout pour que vous puissiez le dire »

(Natuurlijk zei hij dat niet echt, maar werd het hem in de mond gelegd. We blijven kritisch.)

Tot de dood vechten voor de vrijheid van meningsuiting. En wat gaan wij doen? Met een bomgordel om haal je niets uit tegen de onderdrukking van die vrijheid. Het vrije woord verliest altijd wanneer er tongen worden afgesneden. Nee, wij gaan door met goede satire. Dus ga nou niet Allah tekenen met een hele dikke piemel en een hele jonge bruid, maar maak dáár juist een cartoon over. Teken iemand die over de schouder van zo’n simplistische tekenaar kijkt en zegt “Als we die vrijheid van meningsuiting eens niet hadden.”

Delen:

Origineel op komrijm.creativechoice.org