Sneeuwpoppop

Ik maak Miru graag met voorbeelden uit haar eigen belevingswereld vertrouwd met abstracte concepten. Toen ze van een vriendinnetje een knuffel kreeg van een sneeuwpop, zag ik mijn kans schoon.
“Hé Miru”, zei ik, “dat is een sneeuwpoppop.”
-“Een wat?”
“Het is geen sneeuwpop, toch? Want die is van sneeuw.”
-“Oh ja.”
“Dan is het dus een sneeuwpoppop.”
-“Haha! Sneeuwpoppop.”

Ze vond het leuk. Papa had haar aan het lachen gemaakt en was even sneeuwpoppoppopov. Of ze de betekenis van een ‘second level concept’ doorgrond weet ik niet, maar ze heeft er ieder geval al positieve associaties bij. Een pop van een pop, een tekening van een tekening, een verzameling van een verzameling, een dochter van een dochter.

Een pop is normaal gesproken een imitaat van een origineel, denk aan een barbiepop of een knuffelbeer. Bij een sneeuwpop bestaat er geen origineel dat niet van sneeuw is: de sneeuwpop komt in de plaats van het ding zelf. Daarom is het second level concept ‘sneeuwpoppop’ zinvol in het geval van de sneeuwpop maar niet in het geval van de barbiepop. De sneeuwpop symboliseert dat een bepaald type origineel altijd reeds imitaat is, dus een pop van de sneeuwpop is logisch eerder, maar chronologisch later dan de sneeuwpop. Een sneeuwpop is geen imitaat van iets dat eraan voorafgaat, maar gewoon een sneeuwpoppop van sneeuw. De mogelijkheid van een sneeuwpoppop geeft de sneeuwpop haar status als pop. Deze ontologische situatie is interessant omdat het illustreert dat het zijn van een ding niet altijd kan worden gereduceerd tot de tijdshorizon van zijn ontogenese.

Miru’s intuïtie heeft deze knullige woorden niet nodig.

Flattr this!

Sneeuwpoppop werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Zo kennen we elkaar: tien facebookvrienden in het echt

Het volgende artikel was niet interessant genoeg voor de traditionele media. Het is op deze plek gepubliceerd omdat ik het eventueel geïnteresseerde lezers niet wil onthouden.

We weten allemaal hoe er in de traditionele media over social media wordt geschreven. Er kleeft een stigma van oppervlakkigheid aan. Het gangbare idee is dat we ons online mooier doen voorkomen dan we zijn en we elkaar gek en depressief maken door de eindeloze stroom aan positieve berichten. Onlineactiviteit wordt geassocieerd met dierlijke en puberale instincten. Er werd met geen woord gerept over zelfreflectie, poëtische observaties, politiek-filosofische beschouwingen, wetenschappelijke vragen – dingen die ik dagelijks op Facebook tegenkom.

Onderzoek naar het gebruik van sociale media gaat meestal uit van de vraag hoe het iets toevoegt aan bestaande vriendschappen, omdat dit het scenario is waarvoor Facebook is gecreëerd. Het is iets heel anders om mensen die je anders nooit zou tegenkomen via Facebook te leren kennen. En vervolgens op basis van de interacties online een vriendschap op te bouwen.

Facebook is voor mij, woonachtig te Seoel, Zuid-Korea, het belangrijkste venster op de Nederlandse samenleving waarin ik ben opgegroeid. Ik behoor tot een zeer kleine groep (3% volgens onderzoek in de VS) die de meerderheid van zijn facebookvrienden niet ‘in het echt’ kent. Ik heb 5000 connecties op het platform, maar beschouw hooguit een paar honderd daarvan als betekenisvolle vriendschappen en rond de twintig als ‘goede vrienden’. Omdat ik het gevoel had dat die negatieve artikelen over sociale media niet het hele verhaal vertellen, besloot ik om zelf een persoonlijk experiment te doen.

Ik was deze winter een maand in Nederland om de eerste verjaardag te vieren van een neefje dat ik nog nooit in het echt had gezien (hij zit ook niet op Facebook). Omdat ik nieuwsgierig was naar het ‘echte’ leven van mijn beste online-vrienden besloot ik om een fiets te lenen en een tiental van hen op te zoeken. Ik wilde aantonen dat de wederzijdse intuïtie over elkaars persoon juist was. Het werden tien prachtige gesprekken. Tien bijzondere verhalen. Tien bevestigingen van de persoonlijkheden die ik me had voorgesteld. Dit bleek, toen ik het later vanuit mijn ‘veilige’ online ‘bubble’ aan hen vroeg, in alle gevallen ook wederzijds.

 

Eerste indrukken

In het sociale verkeer zijn eerste indrukken belangrijk. We zenden elkaar een rijkdom aan signalen op basis waarvan we elkaar categoriseren. Kleding, houding, oogopslag, geur, stemgeluid. Al deze informatie ontbrak toen ik mijn tien online-vrienden heb leren kennen. Betekent dat, dat we op Facebook minder vooringenomen zijn wanneer we iemand leren kennen, of juist niet, omdat we iemand noodgedwongen afrekenen op onbenullige criteria zoals een profielfoto of een gekke formulering? Mijn idee is dat we op social media veel gemakkelijker met elkaar over complexe onderwerpen communiceren. En door die complexe communicatie slaan we eerste indrukken over en ontdekken we direct meer relevante kenmerken. De online ‘eerste indruk’ geeft direct relevante informatie over iemands karakter.

Ik had in Amsterdam met een schrijfster afgesproken omdat onze schrijfstijl bijzonder veel op elkaar leek. We zouden elkaar beslist veel te vertellen hebben. Toen de ontbrekende details zoals stemgeluid waren ingevuld spraken we op dezelfde manier met elkaar als we dat online deden. We spraken over lullige commentaren van uitgevers en het streven naar erkenning, over kinderen opvoeden, sociale ongemakkelijkheid, schrijfdiscipline. In mijn beleving waren haar humor en haar temperament hetzelfde als online, hoewel het natuurlijk ‘echter’ aanvoelt wanneer je tegenover elkaar zit. Of wanneer er een paar glazen bier op tafel staan.
In Utrecht ontmoette ik na een nacht doorfietsen een man van mijn leeftijd. Ik had geen idee van zijn omstandigheden. Wat ik wel wist was dat hij een goed gevoel voor humor had, pienter was en niet zo snel op z’n pik getrapt, en dat werd bevestigd. Uitrustend op een matras in zijn rommelige stulpje zei ik dat het fascinerend was, hoe goed we elkaar kenden van een serie gesprekken op het internet.

 

Eenzaamheid

Social media kan voor mensen die niet vaak anderen fysiek ontmoeten ontzettend veel betekenen. Op mijn tocht ontmoette ik een man met pleinvrees, die je dus niet zo makkelijk op straat zou tegenkomen. Ik kende hem als excentrieke dichter wiens experimentele poëzie ik zeer waardeer maar kon me nauwelijks een voorstelling maken van zijn leefsituatie. Zijn hartelijke begroeting in een heerlijke zolderwoning in Den Bosch was hartverwarmend. We spraken onder het genot van bier en borrelnoten over filosofie en poëzie. Ik bewonderde zijn uitgebreide boekenkast vol Celan, Lyotard, Heidegger, en Pound. Het klikte zo goed dat ik me opnieuw afvroeg hoe die intuïtie tot stand komt, die ons heeft doen besluiten om elkaar in het echt te ontmoeten.

Een andere keer logeerde ik bij een vriendin die een zware vorm van COPD heeft en om die reden slecht mobiel is. Ik had haar leren kennen omdat ze al jarenlang een van mijn trouwste lezers is. Ik had me een volslagen andere voorstelling gemaakt bij haar fysieke verschijning. Nadat we een kwartiertje bij haar thuis aan de keukentafel hadden zitten praten was de nieuwe informatie (zuurstoftank, tragische geschiedenissen waar je op Facebook niet mee te koop loopt) geïntegreerd in het beeld dat ik van haar had en zag ik nog steeds de persoon voor me die ik online had leren kennen. Net zo slim, dezelfde humor en hetzelfde temperament.

 

Hokjesgeest

Wanneer je de uiterlijke kenmerken hebt van een minderheidsgroep, is dat voor vluchtige waarnemers de kern van je identiteit. In de ‘echte’ wereld leren mensen daar doorheen te kijken en komen erachter dat iemand bijvoorbeeld helemaal geen ‘typische lesbiënne’ is. Online werkt dit mechanisme heel anders omdat je exact zoveel van je uiterlijk (je ‘avatar’) kan prijsgeven als je zelf wilt. Je identiteit krijg je toegeschreven aan de hand van indrukken, en die heb je online helemaal zelf in de hand. Dit zorgt voor radicale gelijkheid, een fenomeen dat zo vreemd is dat we ons er niet van bewust zijn.
Een voorbeeld van een online persoonlijkheid die ik niet eerst associeerde met de minderheidsgroep waartoe ze behoort is een geweldige transvrouw in de buurt van Rotterdam. Ik had met haar onder het genot van een goede joint en maaltijdsoep een fantastisch gesprek over Joyce, Heidegger, Wittgenstein, boeddhisme en kabbalistiek. In mijn normale bestaan zou ik haar nooit zijn tegengekomen, maar online was er na een tijdje over en weer reageren, grappen maken, dezelfde intuïtie ontstaan als met mijn andere online vrienden.

Een week daarvoor zat ik bij iemand in een keurig huis aan een keurige keukentafel terwijl ik eigenlijk een soort rommelig zolderatelier had verwacht vanwege de persoonsverwarring met een excentrieke schilderes die ik ook op Facebook ken. De leefsituatie, die volgens de heersende overtuiging in mijn jeugd “toch wel iets zegt” maakt geen donder meer uit. Op sociale media leren we elkaar met een beetje moeite echt kennen, zonder afgeleid te worden door de associaties die we hebben bij iemands omstandigheden. Zoals een van mijn vrienden zei, we kunnen vaak sneller in iemands ziel kijken dan bij de meeste vrienden uit het ‘echte’ leven (ik zet het tussen aanhalingstekens omdat het zou kunnen dat hele onderscheid over een jaar of tien is achterhaald).

Politiek

Sociale media hebben de reputatie dat ze hokjesdenken en ‘bubbels’ in de hand werken. Dit is gemakkelijk te illustreren aan de hand van de politieke tweedelingen die zo kenmerkend zijn voor onze tijd. In een Amerikaanse enquête gaf eenderde van de ondervraagden aan het op Facebook weleens over politiek te hebben. Mijn ervaring op het Nederlandse Facebook is dat er online heftig en verbitterd wordt gestreden. Wat merk je daarvan in het echt? Hoewel er altijd kleine meningsverschillen zijn, hadden twee van de vrienden die ik bezocht vermoedelijk een politieke voorkeur die zich niet met de mijne liet verenigen. We hadden daar online nooit over gesproken (daar ging het over de dichtkunst). In het echt deerde dit ook niet want we wisten het handig en elegant te omzeilen. We spraken over poëzie en muziek, cultuurgeschiedenis en kunstprojecten. Natuurlijk waren we oud en wijs genoeg om onze wederzijdse genegenheid van de borreltafel te vegen en te verzanden in politieke bekvechterij. We dronken bier of witte wijn en hadden elkaar meer dan genoeg te vertellen.
Wanneer de politieke gezindheid wel op elkaar aansluit, zoals tijdens mijn ontmoetingen met mede-auteurs van een website waar ik af en toe voor schrijf, waren de gesprekken in het echt openhartiger en vollediger dan online, die zich meestal ontvouwen in de commentaren op opiniemakers (de meeste Nederlandse opiniemakers zitten natuurlijk ook op Facebook). Ik heb goede en leerzame gesprekken gehad over uiteenlopende en controversiële thema’s zoals de Europese Unie of de Armeense genocide. Alles was bespreekbaar en onze conversaties waren van het begin tot het eind respectvol. Zijn er dan helemaal geen structurele problemen, zolang je allebei maar een feilloze intuïtie hebt?

 

Door één deur

Waar ik onvermijdelijk tegenaan liep was een ontmoeting met iemand die een hekel had aan een ándere bekende van me. Ik had daar vanuit mijn flat in Zuid-Korea geen idee van. Ik noemde de naam van die vriend, waarop ik lijdend het oordeel moest incasseren dat het ‘ontzettende lul’ was en overging op een ander onderwerp. Dit hou je op het internet natuurlijk langer vol dan in het echt, waar de dramatische ontknoping op z’n laatst komt op feestjes waarop beide bekenden aanwezig zijn. Situaties dus waar negeren of ‘blocken’ niet werken, en die ik inderdaad niet vaak hoop mee te maken.
Ik kende ooit twee filosofieprofessoren die letterlijk niet met elkaar door een deur konden, maar wel moesten. De een stond dan knorrig met z’n handen over elkaar naast de deurpost van een collegezaal te wachten terwijl de ander naar binnen trad. Op het internet kunnen dit soort pijnlijke momenten geheel worden vermeden. De generatie van ‘digital natives’ zal zich er geen voorstelling meer van kunnen maken hoe het is om in een ruimte te verkeren met iemand die ze een klootzak vinden. Wanneer dat dan toch gebeurt zouden ze gewoon neutraal glimlachen alsof het een pizzabezorger betreft. Tenminste, dat is vermoedelijk wat ik zelf zal doen als de Facebookers die mij geblokkeerd hebben plotseling voor mijn neus zouden staan. Op den duur zal de moraal van Facebook ook doordringen tot ons gedrag in het ‘echte’ leven.

Terug thuis en weer online

Ik vroeg me natuurlijk ook af of de online interactie anders is nadat we elkaar in levende lijve hebben gezien. Toen ik weer goed en wel was teruggekeerd naar mijn stulpje in Seoul, werd het contact niet intensiever. Het waren tien goede vrienden en dat zijn ze nog steeds. Ik ervaar wel een intiemer contact en reageer anders omdat ik nu een beter beeld heb van wie ze in ‘het echt’ zijn. Hoewel een vriendschap pas echt groeit als je samen iets meemaakt, het liefst een gevaar overwint, hebben de gesprekken onder vier ogen ook iets toegevoegd.

Van de vrienden die ik in het echt heb ontmoet had ik een vrij nauwkeurige indruk van 1) hun humor (vooral aan de hand van grappige reacties op dingen die andere delen), 2) hun temperament (regelmatige aanwezigheid, hoe snel iemand kwaad wordt in een discussie, bereidheid mee te denken, tonen van solidariteit), 3) hun intelligentie (dit ligt natuurlijk gevoelig, maar naar mijn ervaring kun je redelijk goed inschatten hoe intelligent iemand is aan de hand van interacties op sociale media), 4) hun politieke overtuigingen (dit is het punt waar verschillen het minste problemen gaven, omdat ze zonder al te veel moeite genegeerd konden worden). We kunnen elkaars persoonlijkheid dus goed leren kennen via sociale media. Wanneer de wederzijdse intuïtie er is dat het in het echt ook zal klikken, is het altijd een goed idee om bij elkaar op de koffie te gaan.

Zo kennen we elkaar: tien facebookvrienden in het echt werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Pluktime!

Het lievelingsboek van mijn jeugd was Pluk van de Petteflet. Ik had vanwege mijn bizar slechte geheugen voor verhalen vergeten waar het eigenlijk om ging in het boek. Voor mij is het na dertig jaar dus ook spannend om het voor te lezen aan mijn vijfjarige dochter Miru.

Iedere dag roept ze “Pluktime!” na het eten en dat maakt haar vader gelukkig. We lazen eergisteren over de Heen- en weerwolf, de scène die ik me het levendigst kon herinneren. De wolf was eenzaam omdat de mensen hem negeerden. In tien jaar was Pluk de eerste die met zijn pondje meevoer, dus de wolf huilde van verdriet en wilde niets liever dan met Pluk de rivier oversteken.

Ik deel dit omdat ik niets intellectualistisch wil zeggen vandaag. Ik wil alleen wijzen op het verhaal van Pluk.

Pluktime! werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Nachtfietserij

De geest van de oude Kamiel leeft nog, lieve mensen. Vandaag bood de interactie tussen mij en de wereld deze geest de gelegenheid om zichzelf te manifesteren zoals hij het vroeger deed, maar dit keer met het volste bewustzijn dat mijn gedrag licht autistisch is. Mijn lieve couchsurfing host Anja, met wie ik de vorige avond goede gesprekken voerde over ontwikkelingshulp en cultureel relativisme, liet me tot het middaguur alleen aan de keukentafel schrijven en mijmeren met een kop bittere percolatorkoffie. Ik bladerde wat in de Volkskrant waar jongetjesmeisje Marijke Lucas Rijneveld op de voorkant prijkte omdat ze een perfectionistische roman heeft geschreven over haar gezinsleed.

Om 13:00 uur ontmoette ik Leon, mijn 6e vriendschap die aan het Duimenblauwe Monster is ontsproten. Het werd een lange zit waarin we vegetarische croques aten, en onderwerpen de revue lieten passeren variërend van principieel veganisme, de EU, Polen en Hongaren, scepticisme, Wikipedia, feministische golven (waar de ontwakende Kamiel zich afvroeg of de verspreking staande ovulatie leuk mag worden gevonden), de great Christopher Hitchens, Lawrence Krauss, de taal Engels, de Rechten van de Mens, polyamorie, samenzweringen, Groen Links, deathbed confessions en het politieke genie van Macron. We hadden elkaar veel te vertellen. Ik voelde me tien jaar jonger, woonachtig in Berlijn en constructief, accumulerend, terwijl Kamiel helemaal niet accumulerend kan zijn in verband met zijn machtallergie.

Het feit dat een Couchsurfer niet reageerde hielp me om deze avond vorübergehend te worden wie ik ben. Lieve vrienden mijn vrienden, hier zit ik in een kroeg in Nijmegen met een glas kabouterbier voor me en geen mensen naast me, gedompeld in de melancholieken die de muziek van vervlogen decennia in me wakker maakt. En ik ben aan het schrijven. Ik kijk glimlachend naar mijn rechter wijsvinger die over het touchscreen van mijn Samsung springt. Lieve vrienden, ik zou jullie licht huilend in de armen willen vallen want wat doen we in godsnaam met onze eindigheid? Ik denk aan de dode dichter Menno Wigman bij wiens openbare begravenis op 8 februari ik misschien aanwezig zal zijn. Komrij’s kroonprins verdomme, ook al dood.

Kamiel heeft een manier om met de wereld om te gaan die weinig mensen begrijpen maar zij die dat wel doen ben ik zo vreselijk dankbaar. Het was niet gelukt met die slaapplek in Arnhem dus hij ging aan een toog zitten tot het middernachtelijk uur om vervolgens een meditatieve fietstocht te ondernemen in westelijke richting. Dat was zijn Plan. Omdat zijn zadel te laag stond en ik een hekel heb aan de spierbelasting van de bovenbenen ging ik op aanraden van twee oudere jongeren bij kroegen langs om een imbussleutel te lenen. Deze kroegentocht leverde niks op, tot ik het bij een donerzaak probeerde, waar de eigenaar vriendelijk naar me glimlachte. Hij had het juiste gereedschap en ik justeerde mijn velo, stralend van dankbaarheid. Om hem mijn erkentelijkheid te tonen bestelde ik een bekertje ayran. Hij vroeg me wat ik deed. Ik werk online. Ben je ook bekend met Facebook. Ja. Hij liet me de pagina van zijn restaurant, Istar, zien en vertelde me dat hij Irakees was, gevlucht voor de oorlog en katholiek. In drie jaar had hij tamelijk goed Nederlands geleerd en zijn oude beroep van timmerman (!) ingeruild voor een bestaan als horeca-ondernemer. Hij was slim. Natuurlijk begon mijn hulpcomplex direct tips te geven over het online vindbaar maken van zijn onderneming. De man liet zijn zoon goed gesuikerde thee brengen, die mij aan mijn kortstondige verblijf in de Arabische wereld herinnerde, en stelde zich voor als Adison. Ik vroeg of de Gelderlander over hem had geschreven en dat hij zeker iets aan carnaval moest doen. Hij zou leuke video’s online kunnen zetten waarin hij in 60 seconden een pizza maakt, en dat hij werk moest maken van die tapvergunning, opdat men hem niet langer voor een islamiet zou houden (hoewel de PVV in Nijmegen niet aantreedt bij de gemeenteraadsverkiezingen). Hij was gecharmeerd van mijn aandrang om mee te denken. In mij ontwaakte het iets, een onbekommerd vieren van ons fragiele mensdom, een onverschrokken hoogmoed die danst boven de afgrond van het nihilisme. De muziek speelt Sweet Home Alabama. Een vent naast me laat me een stoere whisky met rooksmaak proeven. Ik ruik de mensen hier in de Tempelier, waar ik na het hartelijke afscheid van Adison ben gaan zitten. Stairway to Heaven. Ik voel weer hoe de compromisloze verliefdheid op het leven, kitsch of niet, zich ingraaft in mijn borst.

Ik blijf hier schrijven tot het middernachtelijk uur, daarna zal Kamiel vertrekken om in de nacht noordwestwaarts te fietsen. Bang was hij, lang geleden, dat vrienden niets meer met hem te maken wilden hebben omdat dit gedrag lijkt op de voorbode van een psychose en aansluitende periode van naargeestigheid, in plaats van een zorgvuldig gecalculeerde exercitie. Johnny Cash speelt op de achtergrond. Ik zal schrijven. Nina Simone. I love you life. I love you crazy, stupid life.

Heart of Gold. Ik hou van jullie allemaal. Das muß man doch noch sagen dürfen. Het is de angst, die kneedt ons onmerkbaar tot de lelijke onwezens die ons op ons sterfbed zo meedogenloos aanstaren. Denk daaraan wanneer u uw stem gaat uitbrengen bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen.

Stand by me. Misschien is al die emotie veroorzaakt door het feit ik plotseling weer echte gesprekken heb in ma langue maternelle, na een lang leven in den vreemde – en de frictie die dat geeft met het treurige vermoeden dat ik met mijn Koreaanse vrouw en kindje niet echt thuishoor in Nederland.

Take me down to Paradise City. Het speelt echt. Heb elkaar en dit leven lief en als je eens levensdronken wordt, wees niet bang maar schrijf. Schrijf elkaar, bewonder elkaar, maak elkaar mooi en bewonderbaar.

Bob Marley. Amy Winehouse. Ik zit tussen allemaal lachende pratende mensen in het inmiddels volgestroomde café. Het is tien uur. Ik denk aan de kranten. Het AD meldt dat Facebookverslaving ernstige vormen aanneemt. Ik denk aan Adison en de Facebookpagina van zijn restaurant Istar. Aan gebroeder- of gezusterlijkheid, de absurditeit van alle door mensen veroorzaakte wereldproblemen, de dood die ons op het eind ook komt halen, en aan de verhalen waarin we vervluchtigen voor elkaar, met elkaar.

Dat is Kamiel. Dat ben ik. Schaamteloos, of, nauwkeuriger, de schaamte bewarend voor een toekomst die wij niet meer zullen delen. Ik drink op Menno Wigman die ik niet kende, in bewondering voor de tentakels van zijn taligheid. Ik drink op jullie en op mezelf.

Flattr this!

Nachtfietserij werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Negerpopje

Geloofsbroeder Arthur van Amerongen schreef over kinderboeken en hoe een bepaalde groep handineigenboezemers ons dienaangaande een verloren onschuld aan wil praten. Vanmorgen las ik mijn dochtertje van drie voor uit het onschuldigste aller kinderboeken, Jip en Janneke. Ze is gek op de poeslieve tekeningetjes van Fiep Westendorp. En het ging over een waterpistool. Dolle pret.

Maar toen stond daar ineens negerpopje en fotografeerde ik, indachtig de woorden van voornoemde schrijfguru, de pagina als bewijsmateriaal. De meedogenloze Annie M.G. Schmidt heerst nog vanuit haar graf over de onschuldige zieltjes van onze kindskinderen, die ze in een onbewaakt ogenblik pekzwart weet te kleuren met haar negerpopjes.

Al mijn opvoedingspogingen zijn vanaf nu ijdel. Met lede ogen moet ik aanzien hoe mijn dochtertje zal opgroeien tot een racistische, homofobe neonazi, en het is allemaal de schuld van Annie en haar negerpopjes. Ik ben op zoek naar lotgenoten, want samen staan we in onze kracht. Samen kunnen onze aanklachten bundelen en als enorme Stapel indienen bij een politiebureau in de grachtengordel, wanneer men daar even een bakje doet tussen het uitschrijven van bonnen aan foutgeparkeerde jihadisten door.

Bij deze dus mijn oproep. Stuurt u mij een bericht wanneer u ook een wit kindje heeft, wiens tedere ziel voor alle eeuwigheid in diepe duisternis is gedrenkt door de racistische derogatieven van onze nietsontziende kinderboekauteurs.

Origineel op komrijm.creativechoice.org

Nikos en zijn schulden

Nikos wilde graag ingenieur worden, maar het ontbrak hem aan geld. Zijn rijke oom zei weet je wat ik leen dat wel even. Dat is goed voor je ontwikkeling, dat maakt de familie blij. Nikos was dolbij dat hij kon gaan studeren. Helaas had hij grote moeite met de abstracte wiskunde en kon hij zich vanwege de hitte niet goed concentreren. Het lukte hem niet om ingenieur te worden maar hij wilde niet opgeven en was vastbesloten om zijn schuld terug te betalen. Hij ving een studie diergeneeskunde aan want dat leek hem wel mooi werk. Hij vroeg zijn oom om een nieuwe lening en die zei natuurlijk jongen ik geloof ik je. Kom we drinken er een ouzo op en jij gaat het helemaal maken, over een paar jaar stroomt het geld binnen en kun jij me terugbetalen.

Nikos was blij en dook met hernieuwd enthousiasme in de boeken. Helaas bleek dat hij geen maag had voor de snijzaal en weldra begon het besef tot hem door te dringen dat hij nooit dierenarts kon worden en dat zijn oom de lening waarschijnlijk op zijn buik kon schrijven. Met tranen in zijn ogen verkondigde hij dat hij zal doen wat hij kon om de lening terug te betalen. Hij zou schoonmaakwerk gaan doen en op een zolderkamer leven zodat hij kon sparen. Zijn kinderen en kleinkinderen waren hetzelfde lot beschoren maar schuld is schuld wist Nikos, het was zijn heilige plicht om deze af te lossen, of dit nu mogelijk was of niet.

Toen las Nikos een boekje dat zijn oom hem verboden had. Het bracht hem op nieuwe ideeën, die hij vol enthousiasme aan zijn oom voordroeg. Het spijt me dat ik mijn studies niet heb kunnen afronden maar ik kan loodgieter worden. Dat ligt binnen mijn vermogens en eerlijk gezegd heb ik er zin in, eindelijk op eigen benen te staan. En op die manier kan ik uiteindelijk meer van uw schuld terugbetalen. Zijn oom schudde van nee. Je hebt twee keer gefaald knul. Het kan me niet schelen hoe je het doet, maar je hoeft van mij niet te verwachten dat we nog meer in je investeren. De brutaliteit waarmee je ons eisen stelt is stuitend. Ik zorg er hooguit voor dat je kunt overleven. Hoe je je schulden terugbetaalt zoek je zelf maar uit. Bovendien: ik moet duidelijke grenzen stellen. Ik heb echt wel gezien hoe je neefjes Pedro en João zaten te kijken.

Origineel op komrijm.creativechoice.org

Harde grappen

Toen ik in de jaren negentig op school zat maakten we harde grappen, en dat kon gewoon. “Er zit een Marokkaan, een Antilliaan en een Turk in een auto. Wie rijdt er? – De politieagent.” Of: “Hoe feliciteren Marokkanen elkaar? Profietsgejat.” Waarom werd er om deze moppen gelachen? Is het omdat er sentimenten worden uitgesproken die eigenlijk niet door de beugel kunnen? Misschien. Wanneer we deze moppen politiek correct herformuleren, krijgen we: “Er zitten drie mensen die tot als crimineel gestigmatiseerde bevolkingsgroepen behoren. Wie rijdt er? – De politieagent.” en “Hoe feliciteren dieven elkaar? Profietsgejat.” Dat werkt niet.

Deze harde grappen hadden een functie. We identificeerden ons ex negativo met een groep door dat soort platvloerse humor. Door randgroepen en iedereen die onmiskenbaar “anders” was belachelijk te maken compenseerden we het feit dat onze eigen groepsidentiteit een lege huls was. Misschien moeten we deze rol van meedogenloze humor niet onderschatten. Natuurlijk wordt hij uit plichtbesef en zelfbehoud overstemd onder volwassenen, maar hij rolt door in de onderbuik van de samenleving. De vraag is hoe we die functie kunnen behouden zonder een bevolkingsgroep onnodig te kwetsen.

Ik stel voor om harde grappen uitsluitend te reserveren voor groepen met een duidelijk politiek statuut, een partijprogramma. De leden hebben zich volledig uit vrije wil bij die groepering aangesloten, dus de harde grap kan hen niet in hun diepste wezen treffen. Het kan ten hoogste op een vulgaire, smakeloze manier hun keuze compleet belachelijk maken.

Grappen moeten hard en kwetsend zijn, en politiek incorrect, maar alleen tegen politieke groeperingen.

“Waarom stemmen hoeren niet op de PVV?
– Ze willen dat er meer buitenlanders kómen”

“Wat levert een ABN-Amro extra bankier op die van tien hoog springt?”
– 10.000 euro per verdieping.”

Werkt dat of is het te braaf? Heeft de onderbuik het gevoel nodig, écht iets “fouts” te zeggen, en juist mensen te kwetsen vanwege dingen waar ze helemaal niets aan kunnen doen? Om ons af te reageren en compensatie te zoeken voor het feit dat we er zelf ook niets aan kunnen doen dat we in dit tranendal zijn geworpen en ons met onze rol van hufter hebben vereenzelvigd.

Origineel op komrijm.creativechoice.org

Haat

Liefde komt in vele gedaanten. Er is moederliefde voor de weerloze zuigeling, er is de ziekelijke liefde voor een pijniger, er is de autoerotische liefde, er is de drie- of meerhoeksverhouding, er is de kunstliefde, de hoofse liefde, de liefde voor huisdieren, poëzie, of een goed merk gootsteenontstopper. Er bestaat geen relatie tussen mensen met elkaar of we kunnen onze deze als liefdesrelatie voorstellen. Liefde heeft weinig nodig. Ze kan teren op schaarse complimenten of liefdesbrieven die een half leven in een schoenendoos hebben gelegen.

De haat is altijd iets intergalactisch. Iemand haten is zijn hele entourage, van zijn goudvis tot zijn auto, zijn nageslacht tot zeven generaties, zijn hele wereld verachten. Waar gehaat wordt brullen twee stemmen in elkaars richting, vanuit twee sterrenstelsels in tegenoverstelde uithoeken van het universum. Voor de haat staat alles op het spel. Het object van onze haat moet vernietigd worden. Er is geen compromis mogelijk, alleen uitstel (zie het boek Zorn und Zeit van Peter Sloterdijk).

Daarin is de haat veel oprechter dan de liefde. De liefde is niet het tegenovergestelde van de haat. Zij hoeft haar object niet te repareren. Zij kan haar geliefde ontzien of belasten, voorliegen of juist dodelijk oprecht zijn, belonen of straffen – alles uit liefde. De haat kent maar een modus operandi: het streven naar de totale vernietiging.

Toch is de haat minder oprecht dan het lijkt. Het object dat hij meent duidelijk te hebben afgebakend, is ingewikkelder dan hem lief is. Zijn intergalactische schreeuw echoot in zijn eigen inborst. De vernietigingsdrang richt zich ook naar binnen. De haat moet deze heldere kant van de haat onderdrukken uit zelfbescherming. De liefde, onderwijl, houdt eerlijk van zichzelf, en ervaart dat als bron van zijn liefde jegens anderen.

Origineel op komrijm.creativechoice.org

22 February, 2015 10:37

Sinds ik in 2002 uit Nederland ben vertrokken, heeft er zich een opvallend associatiepatroon ontwikkeld. Iedere keer dat ik in de media een bericht las over Nederland ging dit over terreur, geweld, pijnlijke toestanden, gevallen regeringen, moorden op klaarlichte dag, open racisme, onbenulligheden, pornografie, zwarte pieten, huizen die onder water staan, een mislukt koningslied, moskeeën die in brand stonden, Afghanen die werden uitgezet, de NAM die Groningers en hun huizen liet barsten, de afwezigheid van een constitutioneel hof, verduistering van miljoenen door banken, schandalen over een geldverslindend koningshuis, failliete detailhandelaars, opgerolde wietplantages, exorbitant hoge verkeersboetes, disfunctionerende ziektekostenverzekeringen, en klachten over het weer. En vandaag zijn het de voetbalfans die in Rome een fontijn vernielen:

Zo graag word ik geloochenstraft! Zo graag word ik genezen van deze selectieve amnesie! Zo graag laat ik mij een andere waarheid inzwepen. Tot nog toe kom ik op enkele uitstekende kunstwerken, theaterproducties en natuurfilms. Wie kan mij een uitgesproken positief bericht uit de periode na 2002 over Nederland sturen?

Origineel op komrijm.creativechoice.org