Racisme

Een man zei in een talkshow: Ik zou graag een neger willen zijn.
Ik vind hun chocoladebruine huid zo mooi. Vervolgens
begon hij over donkere chocola te vertellen en dat hij
niet van wit hield.

De handen gingen voor de monden van de bleekgezichten
in de ronde.

De man meende het echt, zoals andere mensen Japanners
benijden om hun zwarte sprookjeshaar, of Daniel Craig
om zijn smaragdblauwe ogen.

Deze man kwam uit een toekomst die vrij was
van racisme

Racisme werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

VSB metapoëzie

Met de lijst van gedichtbundeltitels die zijn ingezonden voor de VSB-prijs 2018 kun je leuk spelen.

Erbarme dich Röntgenfotomodel
Vanwaar kom je beeld, meervoudig afwezig
Zonder is het licht niet zacht genoeg:
Ooghoek, wildcamera, monniksoog vonkt
Draagvlak en vizier
Radeloos en betoverd een steen openvouwen
Tegen het scheuren
Dagen, dat het blijft duren

 

Oden voor komende nacht
Good bye tot ziens, de dagen zijn beschadigd
Tweelingstrijd: de boom valt op mij
Koudijs’ hellevaart
Wat helpt is een wonder, nachtroer
Grond. Een kogelvrije zomer
Ergens slapen de anderen
De levenden De doden
m.n.m”l

 

Stabat filius
Hoe ik een bos begon in mijn badkamer
Status: het is ingewikkeld. Wax Hollandais
Tsunami in de Amstel, bokalen, vrije uitloop
Zwembad de verbeelding: Nachtefteling
Onder mijn matras de erwt

 

Stad van liefde: woon ik hier?
Om en nabij de loeiende tier. Liever niet
Alles, behalve nooit. Elke dag een zoen
Ja Nee Waanzin went niet
De tere bloemen van het verstand
Geen ander antwoord: het moet nog ergens liggen
Herfsttijloos

 

Anagrammen van een blote keizer
Brief aan wie niet bestaat in die tijd die
Wassende stad Nice. Mooi leven. Splendor. Dansen in het zonlicht
Leger toen het moest. Steencirkels – de wereld onleesbaar
Arme Rijk. Het einde van de roltrap.

VSB metapoëzie werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

De frustratie van links

Ik las vandaag een uitstekend artikel over het fenomeen deugen van Joris van Os, dat inhoudelijk en taalkundig met kop en schouders uitstak boven de vunzige riooljournalistiek waarin het op TPO was ingebed.
Onze auteur reageerde op de volgende idiote stelling van een activiste “Als een blanke een zwarte iets aandoet is het racisme. Omgekeerd is het gerechtigheid” met de terechte opmerking, dat het ook best iets minder zwart-wit zou mogen. Zelfs temidden van de ondraaglijke putlucht van ‘s lands meest abominabele nieuwsvod, slaagde het eloquente epistel erin, een wasem van frisheid en zelfs een geste van intellectueel engagement te verspreiden. En dat helemaal gratis en voor niks. Chapeau, chapeau voor de “Post Online”!

Afbeelding tpo.nl

Uit de biografie van van Os blijkt onmiddellijk waar de man zijn expertise vandaan heeft gehaald. Zijn relaas over de oorsprong van Links en Rechts, de markies de Sade die veroordeeld werd wegens gematigdheid omdat hij de guillotine te ver vond gaan leest als een trein. Cherrypicking natuurlijk, en geen historische wetenschap, maar dat is hier allemaal te rechtvaardigen. Men kan de internettrollen, die de heer van Os op afgrijselijke wijze door het slijk hebben gehaald alleen met gelijke munt terugbetalen.

Van Os citeerde na een geslaagde excursie naar de Franse Revolutie en de Sade een psychologische borreltafelwijsheid, opgetekend in Psychology Today: elke deugd draagt de kiem van zijn eigen vernietiging in zich.” Een inzicht dat we natuurlijk al van Aristoteles kennen, dat hier wordt toegepast op de deugd van het Grote Gelijk: “als de Franse revolutie ons iets geleerd heeft, dan is het dat niets zo smerig, verwoestend en despotisch kan zijn als het Grote Gelijk.”

Het klinkt allemaal heel logisch: de linkse extremisten op het internet, in Hamburg of waar dan ook moeten zich matigen, om zichzelf leren lachen en gevoelens van gezonde zelftwijfel niet onderdrukken. Driewerf ja!

Toch denk ik dat de oorzaak van de linkse frustratie niet zozeer de wereld betreft, waarin ze leven, maar het bewustzijn dat ze een schijngevecht leveren. Dat ze niet écht radicaal kunnen zijn, zoals de Joden tijdens de Opstand van Warschau. Dat hun geweten het nooit zal toelaten dat ze echt oorlog voeren tegen de bankiers op de Zuidas. De ware frustratie van links is dat ze niet echt radicaal kunnen zijn. En dan krijg je dit soort geschreeuw:

Waarom dan al dat geweld in Hamburg en Charlottesville, om maar te zwijgen over het internet? Wel: ze laten zich meeslepen, het zijn ook gewoon mensen. Ze geven zich over aan een vernietigingsroes en maken Starbucksen en Mercedessen kapot of slaan op iemand in die een rechtse leus scandeert. Er zit geen systeem achter. Ze staan mijlenver af van de radicale jihadi, de jongens en meisjes van de RAF, de ETA, de IRA, of andere fundamentalisten. Hoe weet ik dat? Als ze echt in hun linkse oorlog zouden geloven, zou het straatbeeld er anders uitzien: meer uitgebrande auto’s.

Dat ze diep in hun hart weten dat het geen oorlog is, daar zit de ware frustratie van extreem links. De gematigdheid zit in hun botten en ze zijn stiekem heel erg onzeker. Het probleem is alleen dat ze door al die frustratie buitengewoon onplezierige gesprekspartners zijn.

De frustratie van links werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Nabije lezing: Heugenis van Adriaan Krabbendam

in eindeloze rijen, dicht opeen
en in verwondering te staan:
_________________we zijn alleen,
de heuvels zijn van steen.
en hard en onvermijdelijk
de duizend ogen, paar bij paar
waarin een oud licht hangt gewogen:
_______________________dit is gevaar.
het schaduwspel herhaalt zich, bleek
en tastbaar, totdat het in de verte
____________________________sterft
en in de harde steen is ingekerfd.
als dit een moeras is, in de mist
als hier herinnering gist, waarheen
________________wijst de grashalm,
dun en streng en in zichzelve opgericht?

Het gedicht is in 1982 geschreven en in 2017 via Facebook gedeeld. De laatste zin imponeerde met zijn archaïsche taal en heldere beeld. Kunnen we weten waarheen de grashalm wijst, of moet ons dat noodzakelijkerwijs ontgaan? Is het mogelijk om uit de herinnering, die in de waas steeds zoeter wordt,  steeds meer in wijn verandert (mist – gist) een richting voor de toekomst af te leiden?

De eindeloze rijen roepen eerst een beeld van bomen op, maar het gaat hier waarschijnlijk om een groot publiek dat massaal ergens naar staart / en zo de eenzaamheid ervaart. De stenen heuvels met de duizend onheilspellende ogen, dat is het beeld van ‘heugenis’. Onze handelingen zijn een ‘bleek en tastbaar schaduwspel’ dat zich net zolang herhaalt totdat het sterft, om daarna in harde steen te worden ingekerfd. Het doet mij denken aan Horatio’s Exegi monumentum aere perennius ook al gaat het hier om steen in plaats van brons. Wat blijft is het monument in harde steen.

Hoe verhoudt zich dat monument tot de moerassige, gistende, vergissende herinnering? De objectieve stenen heuvels met hun vijfhonderd paar manende ogen staan tegenover de collectieve, subjectieve herinnering die niet in steen is vastgelegd. De strenge grashalm wijst naar een toekomst die aan zichzelf voldoende heeft. De stenen heuvels kunnen het gras niet beïnvloeden, en de vage collectieve herinnering ziet de richting niet. Dat brengt ons terug bij de verwondering aan het begin. We zijn alleen en als we geluk hebben, zien we een grashalm die we niet kunnen reduceren tot heugenis.

Nabije lezing: Heugenis van Adriaan Krabbendam werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Panorama 2 (Rotterdam)

Wat doe je tegen straatterreur je stuurt een paar lokboa’s die hun lekkere kont in strakke Levi’s op het netvlies van de cultuurbezoedelende haatbaarden plempt om ze uit hun woestijntent te lokken dat hun kanis eruit ziet alsof ze een maand hebben lopen ramadannen en elk moment een hypoglycemische terreuraanslag kunnen plegen in een overvol voetbalstadion waar legioenen supporters plichtbewust hun vaandels zwaaien voor een overwinning en het eeuwig uitgestelde landskampioenschap maar dat boeit niet zolang er koud bier is en geinponems met genoeg lef in hun donder om geweerd te worden door de publieke treurbuis, waar polletje piekhaar met een vorstelijk salaris het talkshow-evangelie blijft verkondigen, zolang er om drie uur ‘s nachts nog een shoarmazaak open is waar je met goed fatsoen als chassid in vol ornaat kunt komen bijbunkeren na een nacht doorhossen op Bar Mitzvah, zolang er geen haat ventende teringlijers met door de maden aangevreten religieuze kankergewetens vrij rondlopen die in naam van Allah godverdomme concertzalen met ingewanden komen decoreren, zolang de mussen niet dood van het dak vallen op het half gesmolten asfalt en de zeespiegel zich weigert te houden aan de voorspellingen van de klimaatwetenschap, is alles chill je ziet een agent die een jointje rookt en een homostel pijpt elkaar teder in de schaduw van de erectie die in de volksmond minaret heet, er is dansbare oerwoudmuziek op alle straten, springende Groen Linkers die hun tieten weer moeten laten zien om mee te tellen, je ziet varkens spetteren in provisorische modderpoelen want de binnenstad is een soort orgiastisch Woodstock in de droom van de gedehydrateerde nachtburgemeester die te laat komt opdagen om in de microfoon te hijgen dat kabouter buttplug een monument is voor Pim Fortuyn omdat die lekkere Marokkaanse jongens in de sauna besprong toen in die goeie oude tijd toen de kale nog fucking leefde en bacillen als Melkert en Marcel van Dam op hoogst vermakelijke wijze in het stof deed bijten, toen de eeuw nog vers was en Peter de Vries nog niet zo’n grote bek had maar na dromen komt de dageraad en we moeten verder, we moeten blijven ‘doorknokken’ voor een open samenleving waarin vrijgevochten individuen van het meest denkbaar uiteenlopend pluimage zo hard de longen uit hun lijf zoenen voor de Erasmusbrug dat Desiderius er spontaan een lakoniek lofdicht over zou schrijven, voor een stad als een Jackson Pollock schilderij van geventileerde vrije meningen die door die sussende tolerantie zo saai zijn geworden dat men maar met elkaar gaat discussiëren om nog wat leven in de brouwerij te krijgen en leven zal het deze zomer waar fossiele feministen zich in een modieuze burka hijsen om over de Vrijheid met een hoofdletter V te gaan preken voor eigen kerk terwijl de genitaal ongemutileerde kleindochter van Achmed de fabrieksarbeider met haar zandkleurige boezem Paroolcolumnisten naar adem doet happen, waar fietsen in de stationsstalling de liefde bedrijven als hun bezitters hand in hand naar een concert in de Doelen luisteren terwijl buiten de meeuwen aan een stuk door de stad bombarderen, want zo is het met de openheid: zelfs overzeese timide woordbrakers die geen flikker van Rotterdam afweten mogen een ode pennen aan de metropool

Panorama 2 (Rotterdam) werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Ik wil ook in de dikke P.

Vandaag kwamen inspiratie en de wind van voren
Ik had een lekke band, het zat allemaal niet mee
maar na thuiskomst werd dit krachtig rijm geboren
zijn eerste woordjes: ik wil ook in de dikke P.

De kleine dwingeland accepteert geen nee
U ziet: er is geen land met hem te bezeilen
Alleen tussen de harde kaften van de dikke P.
wil het voor altijd in gelukzaligheid verwijlen

Dit vers kwam onder niet geringe druk tot stand
daarom eist het terecht zijn plek op in de dikke P.
‘het stinkt’ roept het, wat is die P. toch onderhands
dat hij poëzie weert wanneer ze is ontstaan op de wc.

Ik wil ook in de dikke P. werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Met dichtende woorden kon ik ooit mezelf verleiden

Met dichtende woorden kon ik ooit mezelf verleiden
op hun klanken danste ik mijn zelfvertrouwen voor
“alles wat zoet en zacht is”, “mooi gelijk smaragd is”
geloof me, de woorden hebben geleefd, ze hebben het zweet
in mijn klieren doen opwellen. Ik wilde er een meisje mee
veroveren, mijn regels zouden haar geest naar me openen,
en wie weet haar benen. Het waren codewoorden, toverwoorden
en nooit meer dan dat. Nu vele jaren later heeft de onttovering
al behoorlijk huisgehouden. Iedereen kent dat: je hebt alles
al een keer gezien, je hoeft niemand meer te versieren, je
schreden worden trager en het pissen gaat iets minder lekker
Maar laat ik de moed niet opgeven. Ik zet het gepsychologiseer
en gemetafysiseer bij het oud vuil en zaai de zaden in
van ongefutselde paraboolbloemen, die zilte dauw huisvesten
in hun magenta concaven, waar blote nimfen laveloos hun lust
weerkaatsen en jullie namen betoveren met hun gezang

Met dichtende woorden kon ik ooit mezelf verleiden werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Licht

het licht botert mijn kamer in
vormloos, geestloos. lumineuze snot.
apatisch licht, dat vermoeid reikt
tot in de hoeken van mijn werkvertrek

toch is het licht dat van buiten komt
Platonisch licht: licht genoeg om alles
te moeten zien maar niet om gezien te worden

melkig tralielicht dat walmt van inertie
licht van een oud kantoor. tijdloos,
anemisch licht, zwijgend licht

wolkenlicht, ongeschikt om in te vrijen
redactiekamertjeslicht, plastic licht
in een service-apartement, doodslicht
dat verveeld bij ons naar binnen gluurt

Afbeelding Wikipedia

Licht werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

toen ik ouder werd

tot al mijn werk onbeduidend was, en zinloosheid mijn ritueel
heb ik geloofd in een soort accumulatie van betekenis, we
waren allemaal aan het zoeken naar een punt in ons leven
bij voorkeur te vinden nog voor het intreden van de dood
waar alles samenvalt, en we de tijd opgeheven ervaren
dat hele romantische gesodemieter dus, die zoektocht
naar een oneindige bron die voor ons klapt en klatert

ooit was ik haar begonnen, omstreeks de ontketening
van mijn jeugdige overmoed, het ging toen nog
om het moment dat ik mijn handen sluitend zou houden
om prachtige warme borsten die ik kende van de plaatjes
later toen het besef was ingetreden dat zulke
omronding tot de nietszeggende ijdelheden behoort,
waar het een volwassen mens om te doen behoort te zijn,
zou ik dus aan substitutie moeten zijn gaan doen.
ik zou het summum hebben moeten transfigureren
in een beklommen bergtop, een dichtersprijs,
of vijfhonderdduizend euro. Maar ik heb verzuimd
en ben nihilist geworden.

En het zijn gouden tijden voor nihilisten!
iedereen is altijd druk en werkt ergens naartoe
maar vraag eens een paar iteraties door naar hun waarom
en vergeefs zul je wachten op een ootmoedige glimlach
ze slaan je als verrader aan de martelpaal
maar genoeg daarover, nihilisten hebben het zoals gezegd
beter dan ooit. Op iedere straathoek staat wel iemand
iets te verkondigen dat zo grotesk is dat hij er zelf gewoon
niet in kan geloven. Zijn boodschap wordt dus hoe fanatieker
hoe nihilistischer. En dat stemt mijn nihilistenhart tevreden.

Om een misverstand uit de weg te ruimen: ik ben niet vies
van betekenis. Om mee te kunnen doen stoot ik ook klanken uit
en men weet dat je de betekenis daarvan niet zo gemakkelijk wegmoffelt.
Hoe meer betekenis, hoe beter het is voor de nihilist, die scherper ziet
dat die betekenissen corresponderen met niets. Dus ben ik ook actief
begonnen met het creëren van betekenissen. Het zijn schaduwloze
gevels in een koude stad, waar kleine kinderen langs omhoog kijken
om de pijn te voelen in hun nek. En de nihilist heeft het voordeel
dat ze dodelijk vermoeid in zijn schoot vallen terwijl de anderen
met een vlindernetje op ze jagen.

Al dat zijn onzinnige beelden waar de nihilist hard om moet lachen.
Soms wil ik zelf mijn straathoek opeisen en daar, net als de anderen,
ook iets met tekst gaan doen. Maar ik zou dan tenminste de waarheid
kennen en ‘s avonds verliefd op mezelf zijn in een poel van voldoening.
Soms wil ik ook de mooiste sopraan horen zingen dat er geen hoogste waarde is
en daar later met haar op drinken, haar verleiden tot de identiteit van de nacht.

O muze, o minst betekenisloze, o laatste stem die sterft in dit beeld

toen ik ouder werd werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Herinnering aan Peter van Straaten

Foto via FlickrFoto via Flickr

Geen mens kan zeggen dat hij heeft geleefd
als hij niet door jou werd op de hak genomen
van de mevrouw in ‘t mantelpak, waar zaad aan kleeft
tot de puistenjongen, die maar niet klaar wou komen

Zat ik weer eens op de pot te denken ja ik ben d’r
viel mijn oog op jouw impressies van het kleine leed
en barstte ik in lachen uit terwijl ik mijn behoefte deed
want niets was opbeurender dan jouw zeurkalender

Vaarwel, koning van het zoet venijn
je was de chroniqueur van onze sentimenten
de ironische grootmeester van de snelle lijn
half Nederland woont ergens in jouw prenten

Adieu, tot ziens, mijnheer van Straaten
geen woorden zijn zo gevat als jouw arcering
geen redenaar kan zo vlot als jouw pen praten
rust zacht – en vrees niet voor persoonsverering

Origineel op komrijm.creativechoice.org