De grot van Lod

Wanneer je in Noord-Thailand op pad bent, doe je zoals iedereen en huurt een motorscooter voor 100 Baht (omgerekend een euro of 3) per dag. Zo ook wij, in het lieftallige maar door hordes gretige toeristen beknaagde dorpje Pai, drie uur haarspeldbochten ten noorden van Chiang Mai, de tweede stad in het Land van de Lach. We probeerden onze Honda uit in de paradijslijke vallei, die gecreëerd lijkt om bezoekers het gevoel van nooitmeerwegwillen in te prenten. We suisden langs palmbomen, papayaplantages, gemartelde olifanten met zware kettingen om de rechter achterpoot, pittoreske huisjes en kabbelende bruine riviertjes.

Het besturen van zo’n licht gemotoriseerd vehikel is voor mij een feestje, omdat ik het niet associeer met de naargeestige weg naar school toen ik zestien was. Ik bestuur deze dingen uitsluitend in tropische landen waar de helmplicht alleen op papier bestaat en men het leven niet zo serieus neemt. Zo besloten we om naar de grot van Lod te brommeren, een natuurwonder op vijftig kilometer afstand van ons vakantieoord. Welgemoed begaven we ons op weg en krulden de berg op tot aan een uitzichtspunt, dat in nevel was gehuld. Een slavisch stel vertelde ons dat het nog een half uurtje rijden was naar begeerde spelonken, en vervolgde dapper zijn weg. Het was begonnen te motregenen, en ik waande me in Zuid-Engeland op een slechte dag.

Het was koud en nat, de weg was lang. In mijn achterhoofd klonk een stem van vroeger, die me er met de beste bedoelingen voor wilde behoeden, mijn plannen op te geven. Al je hier omkeert ben je een loser. De loser die de grot van Lod niet heeft gehaald. Voor altijd zal deze afgang je heugen en wanneer je je aan deze dag herinnert zul je met een onaangenaam bitter gevoel denken hoe je hebt gefaald. Ja, je zult jezelf aanpraten dat je de schimmige Man van Lod bent, de man voor wie de afstand te groot was en die omkeerde halverwege de grot.

We maakten gelaten rechtsomkeerd. Met de kramp in de vingers en zonder om te zien daalden we af, de motregen tikte spottend op onze rode helmen. Gaandewegs maakte zich het gevoel van mij meester, dat we door deze voorzichtigheid een waardevollere overwinning hadden geboekt dan de saaie aaneenrijging van ‘zelfoverwinning’ en het verleggen van je ‘persoonlijke grenzen’. We hadden de glimlach van de ironie in de bol toen we in het regenachtige dorp terugkeerden.

De grot van Lod was vanaf die dag meer dan een aanvinkvakje op een bucket list.

De grot van Lod werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Meneer Boeddha heeft een dikke kont

We waren omhoog geklommen op de hemeltrappen met aan weerszijden de twaalf astrologische nutsdieren in fonkelwit gips, en bevonden ons op een keurig betegeld plateau, samen met een huizenhoge witte Boeddha. Mijn dochter van vier was onder de indruk van zijn grote oren en dikke buik, dus ik stelde haar, om haar onderzoekersgeest te stimuleren, voor om ook de achterkant van het gevaarte te bekijken. We liepen over de hete tegels naar de achterzijde van het beeld, waar we in de koele schaduw neervlijden en onze blikken richtten op het hoofd van de Verhevene.

In stilte aanschouwden we Zijn Heilige Witheid. Mijn meisje vroeg zich af waarom het aan de onderkant zo dik was.
“Meneer Boeddha heeft een dikke kont!” riep ze. Ik dacht wat Gautama zaliger er zelf van gevonden zou hebben. Miru heeft tijdens deze vakantiereis reeds langs meerdere vergulde collega’s van de Grote Witte gedanst, waarschijnlijk haar voeten niet zelden in Zijn richting strekkend, wat een faux-pas is in de Boeddhaverering. Maar ze mag ‘m wel. ‘Die meneer Boeddha’ maakt, wanneer zijn beeltenis voor ons opduikt, haar kindertong los en ze begint over haar kennis van het Boeddhisme, waarvan tot dusver de dikke kont van zijn oprichter het kroonstuk vormt.

We begonnen onze reis in Bangkok, waar de voorbereidingen werden getroffen voor de crematieplechtigheid van Koning Bhumibol, waarover ik op dit moment nog geen grappen kan maken aangezien ik me nog in Zijn land bevind en dus de mogelijkheid bestaat dat, wanneer men de woorden ‘bloembol’ of ‘bamibal’, voorzien van enige uitleg, in het Thais vertaalt, ik bij de douane mag overgaan tot het betalen van een sappige boete dan wel het bijwonen van voornoemde plechtigheid vanuit een zweterige politiecel zonder airconditioning.

Enfin, vanwege de uitvaart van monsieur le Roi draait het uitgaansleven op halve kracht en kan men in de anders zo riante Thaise glimlach iets van melancholie bespeuren. Hier in onze bubbel in Noord-Thailand, waar we vanuit de hoofdstad met een bus heen zijn gekard, merken we er weinig van, omdat het hier stikt van mensen die ook niet Thai zijn en dus niet recent een vader des vaderlands hebben verloren. Het zijn prachtige dagen: ‘s ochtends schijnt de zon en nodigt ons uit voor een tochtje naar een waterval, grot of uitzichtspunt op onze scooter. ‘s Middags krijg je een oplawaai van een wolkbreuk als je dom genoeg bent je te laten verrassen, maar de lucht is daarna zo heerlijk fris. En ‘s avonds wordt er voor een zacht prijsje héérlijk eten geserveerd in talloze lieftallig gedecoreerde restaurants. En dan zijn daar nog de natural hot springs en de hoofd-, voet-, rug- en full body massages. En de delicatessen. En de smoothies.

De jaloerse lezer heeft natuurlijk allang door dat ik hier naar iets leuks probeer toe te werken. Maar er komt niets lieve mensen, niets dan het Nirvana. Waar het zo heerlijk leeg is maar als je goed kijkt kun je die meneer Boeddha zien zitten. Met z’n dikke kont.

Meneer Boeddha heeft een dikke kont werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Dan komen de miertjes!

Hoe en wanneer moet je je kind voorlichten over de tijdelijkheid van ons bestaan? Zolang je voor het ouderschap nog geen diploma nodig hebt en er geen verplichte handboeken zijn moet iedere ouder dat voor zichzelf uitmaken. Nog staat er geen straf op wanneer we ons kroost te vroeg bekend maken met de verschijnselen van onze vergankelijkheid, of dit omgekeerd geheel verzuimen. Is dit niet opmerkelijk, aangezien het wijsheid, een ultieme vorm van allerindividueelste wijsheid vergt, om het juiste moment van vertellen te bepalen, en de wijze waarop?

Miru en ik zagen een dood vogeltje. Het beestje bevond zich in het eerste stadium van ontbinding, aan het stijve grauwe lijfje was op de roerloosheid na niets vreemds te zien. Mijn dochter is nu vier en ik heb haar al eerder over de dood verteld, bij wijze van voorzorgsmaatregel voor haar deelname aan het verkeer. Wanneer er een grote groene bus aankomt en je onder de wielen valt ben je ‘helemaal dood’. Kun je ook een beetje dood zijn? vraag ik. Nee, dat kan niet. Dat is een oxymoron, antwoordt ze. Dood betekent onder de pragmatische omstandigheden van het vermijden van een verkeersongeval vooral: plat. Maar nieuwsgierigheid houdt voor platheid niet halt.

Wat gebeurt er met alle dode dieren en mensen? Die worden, zei ik, genietend van de weldadige vereenvoudiging, opgegeten door de miertjes. Als je maar lang genoeg dood blijft liggen, zoals ons vogeltje hier, komen de miertjes eraan. Kijk maar! Een miertje wandelde naar het lijkje. Miru wees met haar vingertje en begreep. En de miertjes eten alles op: snavel, pootjes, veren. Ook de ogen? Ja, zelfs de ogen. En dan is de vogel helemaal weg?

Nee. Hij is in de buik van de miertjes hoor! En wat gebeurt er als een miertje doodgaat? Beetje moeilijk.

Voor het naar bed gaan spelen we dood: terwijl een van ons levenloos gaat liggen, de tong schuins uit een mondhoek gestoken, wandelt de ander met tien vingers een groep hongerige miertjes over torso en ledematen. Mjam mjam mjam. Leuk is het niet, dat doodgaan, maar er is tenminste een verhaal. Wanneer je lichaam het op een dag niet meer doet, denk dan niet aan het gulzige nihilisme dat mijmert van het einde van ons zonnestelsel en de hartverscheurende tijdelijkheid zelfs van Michelangelo Buenarotti. Denk aan de vrolijke wetenschap dat alles doorgaat. Als je dood gaat, dan komen de miertjes.

Dan komen de miertjes! werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Belasting

Met de fiscus heb ik een relatie die door avontuurlijke theologen interessant genoemd zou kunnen worden. Ziet u: ik betaal graag belasting. Duizend euro meer op een jaar is voor mij geen enkel probleem, mits de mij toegezonden documentatie een bijsluiter bevat in normale grotemensentaal die uitlegt “waar ik aan toe ben.” De communicatie met de Duitse fiscus verloopt via een idioot computerprogramma en via e-mail, aangezien ik fysiek niet in Duitsland ben. Omdat men zich echter niet zomaar in een ander land naar keuze kan inschrijven, ben ik officieel woonachtig in het prachtige Berlijn, waarvan het oostelijke deel, als we de kranten mogelijk geloven, recentelijk is genazificeerd.

Bon. Af en toe komt er een e-mail terug. Daar reageer ik dan binnen een minuut up, met voorstellen om direct mee te werken aan bijvoorbeeld het innen van btw of het automatiseren van mijn vooruitbetalingen. Ja, ik wil het zo makkelijk en zo leuk mogelijk voor het maken. Ik trek niets af: mijn opgaaf is steevast onbevlekt. Toen de belastingdienst mij de mededeling deed dat op mijn Einkommenssteuererklärung voor 2016 het bedrag ontbrak, gaf ik mij over aan een lichte paniek. Zou ik worden veroordeeld tot honderdduizend Euro boete en een gevangenisstraf, zoals het een Duitse voetbalmanager overkwam? Goed, die sluisde miljoenen aan de fiscus voorbij, maar rechtvaardigheid is toch een principekwestie?

Gisteren onder de douche begreep ik ineens waar de behoefte aan die paniek vandaan kwam. Ik ben uiteraard geen theïst, dus moet er in mijn psychische huishouding iets anders dan Onze lieve Heer zijn dat correspondeert met de existentiële angst. Nu moet de seculiere samenleving niet veel hebben van existentiële angsten, en met psychologen heb ik lullige ervaringen. Priesters hebben geen macht over mij. Wie dat wel heeft, zijn ambtenaren in het algemeen en de belastingambtenaren in het bijzonder. Belasting is de religie die je niet kunt opzeggen, en de Aanslag het jaarlijkse offerfeest. Vertel mij niet dat het noodzaak is: met technologie en een beetje goede wil kan de belastinginning geautomatiseerd worden en plaatsvinden tijdens het drukken van contant geld én bij kapitaaltransacties.

Nee, belasting vervult nog een heel andere functie dan inkomstenbron van de staat. Het manifesteert de Staat als de absolute autoriteit, de patriarch die absolute macht over ons heeft. Ik heb dat echt alleen met belastingambtenaren. Als men op andere ambtenaren stopt te reageren, is er geen man overboord. Maar de fiscus zal vroeg of laat overgaan tot vervolging. Ze vervult daarmee voor mij een psychische functie van het invullen van de leegte na de dood van god. In die zin ben ik de fiscus gematigd dankbaar.

Update: Ik las dat het kabinet Rutte III (de naam alleen al klinkt als een slechte grap) het minimumtarief voor de btw van 6% naar 9% gaat verhogen. Het zal allemaal wel ‘doorgerekend zijn’ denkt de Hollandse koopman dan. Dat de rijken erop vooruitgaan terwijl het de armen, die proportioneel meer geld uitgeven aan aardappelen en koolsoep à 6% btw, hard treft, doet mijn socialistenhart pijn. Rutte, als je dit leest, f*ck you! Belasting moet je bij elkaar schrapen op de Zuidas en bij ondernemingen uit Dubai, niet door de kosten van de eerste levensbehoeften te verhogen alleen omdat de arme sloebers kunnen worden ‘doorberekend’ en niet met hun kapitaal zullen vluchten.

Belasting werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Oh Catalonië

Een paar jaar geleden reden we met onze in Duitsland gekochte Franse auto rond in Catalonië. De auto had, zo moesten we later vaststellen, enkele gebreken met de brandstofleiding en het was een snikhete dag en het voertuig vloog dan ook in brand. We konden onze waardevolste bezittingen, waaronder enkele computers, 1 fototoestel, 3 paar schoenen, 2 paspoorten, 2 rugzakken en 1 baby redden voordat de vlammen uitsloegen en de auto voor onze ogen in een vlammenzee veranderde. De Catalaanse brandweer en politie, alsmede enkele omstanders, waren buitengewoon vriendelijk met de afhandeling van de aangelegenheid.

Gisteren werden de Catalanen zelf geteisterd door geweld. Niet bij de brandstofleiding, maar de leiding in Madrid zat een steekje los. Rajoy heeft voorgoed zijn geloofwaardigheid verloren en meer dan 500 gewonden en de beelden die de wereld over gingen van oude vrouwtjes die uit een stemlokaal worden gesleept en Guardia Civil-agenten die op reeds gewonde vreedzame demonstranten inslaan en Catalaanse brandweermannen die een cordon vormen om hun stemmende, maar ontstemde regiogenoten te beschermen bij de gang naar de illegale stembus –

Door het geweld van de nationale politiemacht werd de illegaliteit een voetnoot. Wat valt er na gisteren nog te redden van de vredelievende Spaanse eenheid? Hoeveel Catalanen zijn Madrid na gisteren spugerzat dan ze het voor gisteren waren?

Wat betekent Catalaanse onafhankelijkheid eigenlijk? Dat Barcelona’s belastinggeld niet meer verdwijnt in het zwarte gat van het Spaanse achterland, waar men nog op windmolens jaagt. Er zijn mensen die menen, dat een onafhankelijk Catalonië onmiddellijk uit de EU stapt en een soort Rojava-achtig socialistisch experiment begint waarbij men het met de democratie niet zo nou neemt. Ik weet het niet. Hoe sterk is de eenheid van het Catalaanse volk? Wordt bij de onafhankelijkheid ook de suggestie gedaan dat de Catalanen in het zuiden van Frankrijk erbij moeten worden betrokken, dat het Catalaanse Rijk zich dus aan weerszijde van de Pyreneeën zal uitstrekken? De vraag naar legitimiteit is buitengewoon complex en kan niet worden beantwoord door gewoon ‘de kranten te lezen’, of een geschiedenisboek, of Orwell.

 

Oh Catalonië werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

VSB metapoëzie

Met de lijst van gedichtbundeltitels die zijn ingezonden voor de VSB-prijs 2018 kun je leuk spelen.

Erbarme dich Röntgenfotomodel
Vanwaar kom je beeld, meervoudig afwezig
Zonder is het licht niet zacht genoeg:
Ooghoek, wildcamera, monniksoog vonkt
Draagvlak en vizier
Radeloos en betoverd een steen openvouwen
Tegen het scheuren
Dagen, dat het blijft duren

 

Oden voor komende nacht
Good bye tot ziens, de dagen zijn beschadigd
Tweelingstrijd: de boom valt op mij
Koudijs’ hellevaart
Wat helpt is een wonder, nachtroer
Grond. Een kogelvrije zomer
Ergens slapen de anderen
De levenden De doden
m.n.m”l

 

Stabat filius
Hoe ik een bos begon in mijn badkamer
Status: het is ingewikkeld. Wax Hollandais
Tsunami in de Amstel, bokalen, vrije uitloop
Zwembad de verbeelding: Nachtefteling
Onder mijn matras de erwt

 

Stad van liefde: woon ik hier?
Om en nabij de loeiende tier. Liever niet
Alles, behalve nooit. Elke dag een zoen
Ja Nee Waanzin went niet
De tere bloemen van het verstand
Geen ander antwoord: het moet nog ergens liggen
Herfsttijloos

 

Anagrammen van een blote keizer
Brief aan wie niet bestaat in die tijd die
Wassende stad Nice. Mooi leven. Splendor. Dansen in het zonlicht
Leger toen het moest. Steencirkels – de wereld onleesbaar
Arme Rijk. Het einde van de roltrap.

VSB metapoëzie werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

De frustratie van links

Ik las vandaag een uitstekend artikel over het fenomeen deugen van Joris van Os, dat inhoudelijk en taalkundig met kop en schouders uitstak boven de vunzige riooljournalistiek waarin het op TPO was ingebed.
Onze auteur reageerde op de volgende idiote stelling van een activiste “Als een blanke een zwarte iets aandoet is het racisme. Omgekeerd is het gerechtigheid” met de terechte opmerking, dat het ook best iets minder zwart-wit zou mogen. Zelfs temidden van de ondraaglijke putlucht van ‘s lands meest abominabele nieuwsvod, slaagde het eloquente epistel erin, een wasem van frisheid en zelfs een geste van intellectueel engagement te verspreiden. En dat helemaal gratis en voor niks. Chapeau, chapeau voor de “Post Online”!

Afbeelding tpo.nl

Uit de biografie van van Os blijkt onmiddellijk waar de man zijn expertise vandaan heeft gehaald. Zijn relaas over de oorsprong van Links en Rechts, de markies de Sade die veroordeeld werd wegens gematigdheid omdat hij de guillotine te ver vond gaan leest als een trein. Cherrypicking natuurlijk, en geen historische wetenschap, maar dat is hier allemaal te rechtvaardigen. Men kan de internettrollen, die de heer van Os op afgrijselijke wijze door het slijk hebben gehaald alleen met gelijke munt terugbetalen.

Van Os citeerde na een geslaagde excursie naar de Franse Revolutie en de Sade een psychologische borreltafelwijsheid, opgetekend in Psychology Today: elke deugd draagt de kiem van zijn eigen vernietiging in zich.” Een inzicht dat we natuurlijk al van Aristoteles kennen, dat hier wordt toegepast op de deugd van het Grote Gelijk: “als de Franse revolutie ons iets geleerd heeft, dan is het dat niets zo smerig, verwoestend en despotisch kan zijn als het Grote Gelijk.”

Het klinkt allemaal heel logisch: de linkse extremisten op het internet, in Hamburg of waar dan ook moeten zich matigen, om zichzelf leren lachen en gevoelens van gezonde zelftwijfel niet onderdrukken. Driewerf ja!

Toch denk ik dat de oorzaak van de linkse frustratie niet zozeer de wereld betreft, waarin ze leven, maar het bewustzijn dat ze een schijngevecht leveren. Dat ze niet écht radicaal kunnen zijn, zoals de Joden tijdens de Opstand van Warschau. Dat hun geweten het nooit zal toelaten dat ze echt oorlog voeren tegen de bankiers op de Zuidas. De ware frustratie van links is dat ze niet echt radicaal kunnen zijn. En dan krijg je dit soort geschreeuw:

Waarom dan al dat geweld in Hamburg en Charlottesville, om maar te zwijgen over het internet? Wel: ze laten zich meeslepen, het zijn ook gewoon mensen. Ze geven zich over aan een vernietigingsroes en maken Starbucksen en Mercedessen kapot of slaan op iemand in die een rechtse leus scandeert. Er zit geen systeem achter. Ze staan mijlenver af van de radicale jihadi, de jongens en meisjes van de RAF, de ETA, de IRA, of andere fundamentalisten. Hoe weet ik dat? Als ze echt in hun linkse oorlog zouden geloven, zou het straatbeeld er anders uitzien: meer uitgebrande auto’s.

Dat ze diep in hun hart weten dat het geen oorlog is, daar zit de ware frustratie van extreem links. De gematigdheid zit in hun botten en ze zijn stiekem heel erg onzeker. Het probleem is alleen dat ze door al die frustratie buitengewoon onplezierige gesprekspartners zijn.

De frustratie van links werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Nabije lezing: Heugenis van Adriaan Krabbendam

in eindeloze rijen, dicht opeen
en in verwondering te staan:
_________________we zijn alleen,
de heuvels zijn van steen.
en hard en onvermijdelijk
de duizend ogen, paar bij paar
waarin een oud licht hangt gewogen:
_______________________dit is gevaar.
het schaduwspel herhaalt zich, bleek
en tastbaar, totdat het in de verte
____________________________sterft
en in de harde steen is ingekerfd.
als dit een moeras is, in de mist
als hier herinnering gist, waarheen
________________wijst de grashalm,
dun en streng en in zichzelve opgericht?

Het gedicht is in 1982 geschreven en in 2017 via Facebook gedeeld. De laatste zin imponeerde met zijn archaïsche taal en heldere beeld. Kunnen we weten waarheen de grashalm wijst, of moet ons dat noodzakelijkerwijs ontgaan? Is het mogelijk om uit de herinnering, die in de waas steeds zoeter wordt,  steeds meer in wijn verandert (mist – gist) een richting voor de toekomst af te leiden?

De eindeloze rijen roepen eerst een beeld van bomen op, maar het gaat hier waarschijnlijk om een groot publiek dat massaal ergens naar staart / en zo de eenzaamheid ervaart. De stenen heuvels met de duizend onheilspellende ogen, dat is het beeld van ‘heugenis’. Onze handelingen zijn een ‘bleek en tastbaar schaduwspel’ dat zich net zolang herhaalt totdat het sterft, om daarna in harde steen te worden ingekerfd. Het doet mij denken aan Horatio’s Exegi monumentum aere perennius ook al gaat het hier om steen in plaats van brons. Wat blijft is het monument in harde steen.

Hoe verhoudt zich dat monument tot de moerassige, gistende, vergissende herinnering? De objectieve stenen heuvels met hun vijfhonderd paar manende ogen staan tegenover de collectieve, subjectieve herinnering die niet in steen is vastgelegd. De strenge grashalm wijst naar een toekomst die aan zichzelf voldoende heeft. De stenen heuvels kunnen het gras niet beïnvloeden, en de vage collectieve herinnering ziet de richting niet. Dat brengt ons terug bij de verwondering aan het begin. We zijn alleen en als we geluk hebben, zien we een grashalm die we niet kunnen reduceren tot heugenis.

Nabije lezing: Heugenis van Adriaan Krabbendam werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Cultuurkapitalisme

Met cultuurmarxisme bedoelen de Baudets en alt-rechtse pseudo-intellectuelen een soort samenzwering van de overheid en ‘het systeem’ om middels culturele indoctrinatie een aversie te creëren tegen de ‘vrije markt’ en alles wat niet de gezellige geest ademt van egalitair socialisme. Historisch gezien zouden zulke debaters voor eigen parochie een naam als Antonio Gramsci kunnen noemen, die schreef over een ‘march through the institutions’, gedesillusioneerd na de mislukte Duitse revolutie van 1918-1919. Ze denken natuurlijk vooral aan de Frankfurter Schule die, in mijn oneindige versimpeling, heeft geprobeerd om Marx door middel van Freud verteerbaar te maken voor de massa.

De samenzwering zou onze hele maatschappij geïnfecteerd hebben: de publieke omroep natuurlijk met de programmering van de talkshows als DWDD, Pauw of Zomergasten; de nationale kranten die de maatschappij moeten voorbereiden op de socialistische revolutie en waarin ieder rechts geluid slechts doorklinkt bij de gratie van linkse tolerantie, die natuurlijk wordt afgeschaft zodra het grote Doel is bereikt en men rechtse mensen naar een goelagarchipel in Noordoost-Groningen stuurt. In de fantasie van sommige gefrusreerde tijdgenoten is ons land overspannen door een netwerk van extreemlinkse samenzweerders, die er vanuit hun universitaire functies op toezien dat de cultuur afstevent op totale Gelijkheid (equal outcome, geen kansengelijkheid), en dat betekent voor hen de Hel.

In werkelijkheid, en het is verbazingwekkend dat ik dat in 2017 nog expliciet moet vertellen, is het die andere ideologie, het neoliberale kapitalisme, die door middel van culturele ‘maatregelen’ tot alleenheerschappij wordt gedwongen. Want onze cultuur is een handjevol ambtenaren die betaald krijgen om beursaanvragen af te werken of wat openbare instellingen in hun beleidsplannen laten doorschemeren. Het is de totaliteit van indrukken, beelden en geluiden waar we dagelijks mee worden geconfronteerd. Onder deze indrukken is reclame het meest prominent. Daar moet je maar eens op letten. En het meest aantrekkelijke product waarvoor reclame wordt gemaakt, het meest potente, is het product waarmee je álles kan doen. Dat product is geld zelf.

Tijdens de Koude Oorlog was cultuurkapitalisme aan de orde van de dag en werkte het ook omdat het een tegenmiddel was tegen het Rode Gevaar. Maar na de val van de muur ging men er vrolijk mee door. Een van de kenmerken van kapitalisme is dat kapitaal structureel winstgevender is dan arbeid (arbeidskracht is er altijd in overvloed en kapitaal is altijd krap uit angst voor inflatie). Het kapitaal van morgen is niet meer tevreden met de winst van vandaag: het moet blijven groeien. Jadda jadda, dat verhaal kennen we nu wel. Maar die eindeloze groei betekent ook dat het ieder aspect van de cultuur, dat voorheen gevrijwaard was van het ‘vrije marktdenken’ (een eufemisme voor de logica van het meeste geld) moet worden klaargestoomd voor het kapitalisme. Ik heb het natuurlijk over privatisering, reclame in de klas, het wegbezuinigen van alle mooie dingen omdat ze niet profitabel zijn, want het volk interesseert zich alleen nog maar voor precies datgene, waar het kapitaal het, onder auspiciën van de imploderende verzorgingsstaat, op heeft gedresseerd: shopping.

Die ‘march through the institutions’ is al veel langer aan de gang, maar is sinds de austerity measures in reactie op de grote crisis van 2007-2008 alleen maar intensiever geworden. Denk aan privatisering in de gezondheidszorg, de posterijen, het openbaar vervoer. Kapitalisme wordt bewust gepresenteerd als antwoord op alles, met als gevolg dat de jonge mensen die nu opgroeien zich geen voorstelling meer kunnen maken van iets, waarop kapitalisme niet het antwoord is.

Cultuurkapitalisme werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Macao: where East meets West, best

Iedere drie maanden maak ik een reisje naar het buitenland en dit keer was dat Macao SAR, in 1999 door de Portugezen, na meer dan vier eeuwen van koloniaal bestuur, teruggegeven aan China. Ik verwachtte een high tech casinoparadijs met fonkelende neonlichten en belachelijke hoteltorens, oesterslurpende familieleden van roekeloze dictators die in gepantserde limousines worden afgeleverd aan de blackjacktafels, een allochtone arbeidersklasse die in de schaduw leefde van de superrijken. Werkvolk dat de straten schoon hield en de wolkenkrabbers in de hoogte hielp, zoals dat in een oord als Dubai gebeurt.

De fonkelende neonlichten waren er. Iconische en uitbundig verlichte hotels ook (aan groene stroom doen ze niet, het is Chinese import, nucleair of kolen dus, of dieselgeneratoren). Ik zag een kitschige kopie van de Eiffeltoren en van Venetië, precies zoals in Las Vegas. Er stond ergens een Lamborghini geparkeerd tussen de hotels waar ik door mijn couchsurfing host werd opgepikt en gedropt in het oude koloniale centrum, voordat hij zelf naar acupunctuurles ging. Daar werd ik verrast door het oorspronkelijke Macao, waar de Portugese invloed heel goed zichtbaar is. Het plaveisel is Portugees: men heeft de beste experts over laten komen om de binnenstad te betegelen. De oude kerken, de ruïnes, de vuurtoren, het fort. De koloniale gevels. Er werd pasteis de nata verkocht door mensen die geen Portugees spreken en het woord ‘egg tart’ met een lelijk Chinees accent uitspraken. Bacalhau en Portugese vinho waren nooit ver weg. Op het knusse Praça Lilau, in het hart van het oude Macao, dacht ik verdomd, er is niets in dit plaatje dat verraadt dat we in China zijn. Ik had in de folder gelezen dat het contact tussen Oost en West in Macao het meest intensief was geweest, met een vitale mix van culturen als resultaat. Ik verzon een slogan, “where East meets West – best” en die ga ik te koop aanbieden aan het orgaan dat de scepter zwaait in Macao.

Aldus wandelde ik naar hartelust door de compacte binnenstad, samen met hordes Chinese toeristen uit Shenzen en omstreken, die ijverig poseerden voor het UNESCO-cultuurerfgoed. Ik hielp er een aantal met het maken van een foto, een hoffelijkheid die men sinds de uitvinding van de selfiestick steeds minder vaak aantreft. Omdat ik ‘s nachts was gevlogen en had vergeten, te slapen, werd ik ‘s middags door slaperigheid overvallen. Ik strekte me uit in de schaduw van een speeltoestel. Er waren een paar kinderen aan het spelen.
“Monster!” riep een Portugees jongetje, mij bedoelende, terwijl hij zijn vriendje achternazat op het klimrek. Ik vroeg hem hoe hij heette. João. Het was het enige Portugese gesprek dat ik had. Rond negentig procent van de bevolking van Macao is etnisch Chinees en spreekt geen Portugees, hoewel het nog steeds een officiële taal is in het territorium. Het monster hervatte zijn wandeling en besloot zich te ontspannen in café Falala, waar hij een uitstekende kop Portugese koffie geserveerd kreeg. Het voelde allemaal als een bezoek aan Europa, maar dan met subtropische luchtvochtigheid (80%) en iets meer Chinese toeristen.

Mijn Couchsurfing gastheer was een elektrotechnisch ingenieur die op het zuideiland woonde, in een reusachtige flat met marmeren vloeren, twee koelkasten en een bovenmaatse televisie. Er was een documentaire over ‘september 11’ en een over het uploaden van je geest en wat daar zoal bij komt kijken. Het ontbijt de volgende morgen bestond uit passievruchten.

Op mijn tweede en laatste dag wilde ik de vuurtoren en het praça Camões bezoeken, maar beide attracties waren ‘fechado’ vanwege de afgewaaide en afgezaagde takken als gevolg van een cycloon die enkele dagen daarvoor op het eiland had huisgehouden. In het park van Luís Camões, dat ook typisch Portugees aandoet, staat een gedicht gegraveerd dat ik wilde aanraken, maar dat mocht dus niet. Ik overwoog even om over de afzetting heen te stappen maar besloot dat ik het kleine poëtische heiligdom net zo goed kon googelen.

Macao: where East meets West, best werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org