Kietelrobot

Ik ben een kietelrobot. Toen ik dit enkele weken geleden toevallig ontdekte omdat ik tijdens het scheren op onderdelen van het mechaniek stuitte, maakte zich een begrijpelijke verbazing van mij meester. Natuurlijk, de fysieke scharnieren, hydraulische leidingen en elektrisch gestuurde kietelvingers hebben altijd deel uitgemaakt van mijn lichaam, maar ik heb deze nooit eerder als autonoom systeem beschouwd. Sinds ik dit wel ben gaan doen zijn me veel dingen, die voorheen in een sfeer van raadselachtigheid waren gehuld, een stuk duidelijker geworden.

Wat een suikerspin van een zin was dat, dada is het aan zichzelf verplicht om er flaporen op te tekenen.

Het heeft mijn zelfbewustzijn veranderd. Ik ben nu veel meer mijn eigen handlanger en dus geduldiger in de omgang. Ik heb een oprecht interesse in kietelrobotica opgevat, een discipline die gelukkig door zo weinig mensen serieus wordt genomen dat er nooit een gewichtige bureaucratie zal worden opgericht om de machtquanta die ermee gemoeid gaan te reorganiseren op een manier die wordt gedicteerd door ons primordiale rechtvaardigheidsbegrip. Wat een suikerspin van een zin was dat, dada is het aan zichzelf verplicht om er flaporen op te tekenen.

Ik heb mijn twijfels bij de laagpolige stream of consciousness die ik deel met lettervreter en vriend A. van der Heijden, omdat ik de aanschijn van gebrek aan substantie moeilijk kan verdragen, een eigenschap die verband houdt met mijn gutbürgerliche opvoeding. I want to spell out the world, of om het eerlijker en vollediger te maken: I want to spell out the world if I can’t cast a spell on the world.. Omgang met “de wereld”: invloed of begrip. Om het kort en bondig te formuleren: waar we in het leven allemaal mee bezig zijn is de spelling the world.

De kietelrobot die alleen kietelrobots kietelt die zichzelf niet kietelen. Zo zal ik Miru ooit Russell’s paradox uitleggen, de belangrijkste observatie van de Principia Mathematica, dat 2000 pagina’s tellende boek dat hij samen met Alfred North Whitehead schreef in het begin van de 20e eeuw en dat ondanks het feit dat geen hond het uitlas, een alles bepalende invloed zou hebben op de analytische filosofie. Russell’s eigen voorbeeld gaat over kappers die alleen kappers scheren die zichzelf niet scheren, maar de kietelrobot maakt het ontologisch interessanter, aangezien je op kietelen niet níet kunt reageren.

Kietelrobot zijn is iets dat ik als mijn vaste baan beschouw. Mijn dochter vindt het prachtig. Zo wil ik herinnerd worden – niet als de nagenoeg nutteloze mens die ik vanuit het perspectief van het economische systeem ben en vermoedelijk tot aan mijn dood zal blijven. Als ik mijn ogen voor het laatst zal sluiten zal ik in mijn laatste, tijdloze droom samenvallen met een rol die ik nooit ambieerde maar die mij heeft uitverkoren: de rol van kietelrobot.

Kietelrobot werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Panorama 2 (Rotterdam)

Wat doe je tegen straatterreur je stuurt een paar lokboa’s die hun lekkere kont in strakke Levi’s op het netvlies van de cultuurbezoedelende haatbaarden plempt om ze uit hun woestijntent te lokken dat hun kanis eruit ziet alsof ze een maand hebben lopen ramadannen en elk moment een hypoglycemische terreuraanslag kunnen plegen in een overvol voetbalstadion waar legioenen supporters plichtbewust hun vaandels zwaaien voor een overwinning en het eeuwig uitgestelde landskampioenschap maar dat boeit niet zolang er koud bier is en geinponems met genoeg lef in hun donder om geweerd te worden door de publieke treurbuis, waar polletje piekhaar met een vorstelijk salaris het talkshow-evangelie blijft verkondigen, zolang er om drie uur ‘s nachts nog een shoarmazaak open is waar je met goed fatsoen als chassid in vol ornaat kunt komen bijbunkeren na een nacht doorhossen op Bar Mitzvah, zolang er geen haat ventende teringlijers met door de maden aangevreten religieuze kankergewetens vrij rondlopen die in naam van Allah godverdomme concertzalen met ingewanden komen decoreren, zolang de mussen niet dood van het dak vallen op het half gesmolten asfalt en de zeespiegel zich weigert te houden aan de voorspellingen van de klimaatwetenschap, is alles chill je ziet een agent die een jointje rookt en een homostel pijpt elkaar teder in de schaduw van de erectie die in de volksmond minaret heet, er is dansbare oerwoudmuziek op alle straten, springende Groen Linkers die hun tieten weer moeten laten zien om mee te tellen, je ziet varkens spetteren in provisorische modderpoelen want de binnenstad is een soort orgiastisch Woodstock in de droom van de gedehydrateerde nachtburgemeester die te laat komt opdagen om in de microfoon te hijgen dat kabouter buttplug een monument is voor Pim Fortuyn omdat die lekkere Marokkaanse jongens in de sauna besprong toen in die goeie oude tijd toen de kale nog fucking leefde en bacillen als Melkert en Marcel van Dam op hoogst vermakelijke wijze in het stof deed bijten, toen de eeuw nog vers was en Peter de Vries nog niet zo’n grote bek had maar na dromen komt de dageraad en we moeten verder, we moeten blijven ‘doorknokken’ voor een open samenleving waarin vrijgevochten individuen van het meest denkbaar uiteenlopend pluimage zo hard de longen uit hun lijf zoenen voor de Erasmusbrug dat Desiderius er spontaan een lakoniek lofdicht over zou schrijven, voor een stad als een Jackson Pollock schilderij van geventileerde vrije meningen die door die sussende tolerantie zo saai zijn geworden dat men maar met elkaar gaat discussiëren om nog wat leven in de brouwerij te krijgen en leven zal het deze zomer waar fossiele feministen zich in een modieuze burka hijsen om over de Vrijheid met een hoofdletter V te gaan preken voor eigen kerk terwijl de genitaal ongemutileerde kleindochter van Achmed de fabrieksarbeider met haar zandkleurige boezem Paroolcolumnisten naar adem doet happen, waar fietsen in de stationsstalling de liefde bedrijven als hun bezitters hand in hand naar een concert in de Doelen luisteren terwijl buiten de meeuwen aan een stuk door de stad bombarderen, want zo is het met de openheid: zelfs overzeese timide woordbrakers die geen flikker van Rotterdam afweten mogen een ode pennen aan de metropool

Panorama 2 (Rotterdam) werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

De heilzame bronnen van Oita, Japan

De muren draaiden dubbel op de morgen dat ik met het vliegtuig naar Japan moest voor een nieuwe verblijfsstempel hier in Zuid-Korea. Ik kroop naar de badkamer om me over te geven aan anti-peristaltiek en verwensingen van mijn penibele situatie, die was veroorzaakt door dehydratatie tengevolge van overmatige avondlijke koffieconsumptie en in het zweet gebade dromen over het vermoede aanstaande heenscheiden van mijn nemesis, de kiespijn. Maar met een lege maag viel er niets te kotsen. Er zat dus niets anders op dan mezelf met lauwe kopjes water met wat natriumchloride en honing, een recept waarmee zoveel levens zijn gered in talrijke ontwikkelingslanden, weer bij mijn positieven te brengen.

Ik slaagde daarin op tijd voor mijn vertrek. Met een slaapzak en een tandenborstel aanvaardde ik de metrorit naar ons hypermoderne vliegveld in Incheon, een saaie vlucht en dito landing. Bij de controle aan Japanse zijde was het oppassen geblazen omdat ze er genoeg quarantainefaciliteiten hebben om iedereen met een raar kuchje drie dagen te interneren. Mijn lichaam had kennelijk besloten de eer aan zichzelf te houden want ik liep ongeschonden kaarsrecht langs de fiere detectoren die de Jappanners op de arrivés hadden gericht. Ik schreef het adres van een peperduur hotel over van een toerist om niet de verdenking op me te laden dat ik van Japan zou gaan genieten op een onconventionele manier.

Op mijn manier. De bus naar de steden Oita en Beppu was veel te duur en dat gold natuurlijk ook voor de hotels. Ik had geen zin om met geld te smijten dus schakelde over op mijn vertrouwde sick dog-modus. Wandelde naar een restaurant een paar kilometer verderop, ontving daar de informatie dat ik alleen cash kon betalen, marcheerde heen en weer naar het vliegveld, en arriveerde op tijd bij hetzelfde restaurant om bij een zichtelijk verbaasde serveerster een stuk tartaar te bestellen, want een beetje goed leven doet een mens geen kwaad en ik voelde me intussen weer tamelijk fit. Slurpend aan een glas ijswater voelde ik me kortstondig zo gelukkig dat het een Proustiaanse beschrijving verdient.

“In welk hotel overnacht u?” vroeg de Japanse dame toen ze mijn lege bord wegnam. Ik had Blossom-hotel op de registratiekaart geschreven. “Duur”, hadden de jongens van de douane gegrinnikt. Hier in de buurt, gebaarde ik vaag, blij de taal niet in het geringst machtig te zijn. Ik verdween in de duisternis, wandelde een half uur, nuttigde mijn dessert onder fruitbomen, uitziend naar wat verlate bloesem die mijn declaratie op de registratiekaart voor mezelf de aanschijn van waarheid had kunnen geven. Uiteindelijk vond ik de ventweg waarlangs ik op een begroeid talud mijn slaapzak uitrolde en bleef liggen tot de volgende ochtend, als een zieke, oude hond.

Ik had water en brood gekocht bij de Seven-Eleven, dat ik met smaak wilde nuttigen. Helaas kwamen de duizelingen terug en bracht ik deze vijftiende juni, de ene volle dag van dat leuke Japan-reisje waar ik zo naar uit had gekeken, langs de weg strompelend, in de berm kotsend, dagdromend. Ik was blij genoeg met de kleine dingen, zoals de vormen van het bladerdek onder de zon als je er zonder bril naar kijkt en het geluid van de vogels die zich ophielden in de struiken. Zo betaamt het de minimalist. ‘s Nachts een plek onder de sterren, overdag onder de wolkenlucht.

Na nog een nacht langs de kant van de weg keerde ik naar het vliegveld terug voor mijn retourvlucht. De zon was ontzettend vroeg opgegaan dus ik inspecteerde de hele parkeerplaats die vol stond met vrolijk gekleurde Japanse poppenautotjes in brede parkeervakken voordat de vertrekhal opende voor het publiek. Meer saai wachten. De misselijkheid en duizelingen namen af in het vliegtuig en ik bereidde me voor op mateloze zelffelicitaties en een ongekende productiviteit van opulent absurdistisch proza, die eenmaal terug in mijn grootstedelijke hol slechts werden gedwarsboomd door de terugkeer van mijn aardsvijand: kiespijn.

De heilzame bronnen van Oita, Japan werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Basisinkomen

Ik realiseerde me gisteren terloops dat ik in dit leven nooit meer echt gelukkig productief zal kunnen zijn. Zo’n boude bewering vereist natuurlijk een indringende en sluitende onderbouwing, daar het de toekomst betreft en wie weet win ik ooit nog de lotto of implanteert men in 2049 een apparaatje tegen mijn amygdala dat mijn geluk voor me regelt. Toch is het juist deze stelling die ik wens te verdedigen. Ik heb er, onder ons gezegd, niks mee te verliezen.

De pijn in mijn bek verdwijnt niet, ook niet na een dozijn tandartsen en alle denkbare behandelingen. Ik kan nu ook niet meer over iets anders schrijven maar wil tenminste mijn column in niemandsland blijven volhouden dus dwing mezelf tot reflecties over mijn droeve lot, een lot waar ik me in niet geringe mate voor schaam omdat het geen kanker of multiple sclerose betreft. Het bewustzijn dat geluk onmogelijk is, verschuift het perspectief in de richting van andere voorheen verwaarloosde, meer vruchtbare mogelijkheden. Ik ben eindelijk geen gelukszoeker meer.

Uiteraard vertelden sommige artsen me op voorzichtige wijze dat de oorzaak psychisch zou kunnen zijn. Nu heeft een aantal jaren terug iemand wiens privacy het verdient beschermt te worden mijn zelfontwerp als mens, mijn enige moment van zelfbeschikking over geld (geld is het enige van waarde in de kapitalistische dystopie en geld heeft voor mij alles kapot gemaakt), mijn investering in mijn eigen toekomst, als leugenachtig en vals betiteld omdat ik “mijn geld aan de negertjes gaf”. Het zou kunnen zijn dat dit me toen al mentaal heeft vernield en de reden waarom ik ondanks enige resterende intelligentie en scholing mezelf liever door het leven jaag als een zombie – met ingebeelde kiespijn.

Ik geloof niet zo zeer in deze hypothese, hoe poëtisch ze ook is. Ik geloof in een basisinkomen. Over dat onderwerp heb ik van alles gelezen en ik ken alle argumenten voor en tegen. Er wordt hevig over gediscussieerd; het dondert niet of je econoom bent of de sociologische experimenten hebt bestudeerd. Iedereen heeft het recht op zijn mening, die natuurlijk altijd in ultima ratio gaat over ons ‘mensbeeld’ en iedereen heeft recht op zijn eigen mensbeeld. Het zijn oeverloze discussies, gezeik over cijfers en feasibility, saaie stromanverbrandingen en ongenuanceerd napraten. Ik heb sowieso niet de kracht om op de details in te gaan; ik wil vertellen waarom ik zelf blij zou zijn met een basisinkomen.

Hoe langer ik mijn geld verdien (en ik ben een trouwe hondelul wat werken betreft) met volstrekt overbodige kutbaantjes die ik in creatievere tijden in navolging van David Graeber als bullshit jobs beschreef, terwijl mijn mond zweert en ik gespeend ben van iedere inspiratie, hoe minderwaardiger ik me voel. Nu is mijn bestaan en mijn bijdrage objectief gezien ook niet echt wat je noemt een aanwinst voor de mensheid, maar echt waardeloos is niemand. Ik ben een subjectieve zenuwbundel die de wereld ervaart, en dat lijkt me een goede basis van waarde (een betere dan het waardebegrip dat het kapitalisme impliciet en expliciet hanteert). Geef mij een basisinkomen; die kutbaantjes worden over tien jaar door een computer gedaan zoals al het ongeïnspireerde werk. Let op dat het belangrijke onderscheid geïnspireerd versus ongeïnspireerd werk is, en niet complex versus eenvoudig. Geef mij een basisinkomen en ik zal mijn gevoel van minderwaardigheid niet langer ontlenen aan zinloze bezigheden. Ik zal ook niet ineens ‘innovatief’ worden en me met frisse moed op zinvolle en ‘coole’ projecten storten, zoals de voorstanders het graag doen voorkomen. Ik zal in het gras gaan liggen, slechte gedichten schrijven, mijmeren – zodat ik op artistiek omkrullende wijze mijn inferioriteit kan aanvaarden.

Yuval Noah Harari denkt in zijn boek homo deus na over de nutteloze mensen van de toekomst, die met computerspellen en drugs een draaglijk bestaan moet worden beschoren. Laat voor mij de drugs en de computers achterwege. Ik zal blijven schrijven, juist ook zonder lezers omdat dit de absurditeit van de menselijke conditie deste beter benadert. Iets heel graag en veel doen zonder er goed in te zijn of dat ooit te worden: ik houd van die ironie. Ik wil lange, gitzwarte en schier onbegrijpelijke aanklachten schrijven tegen de prestatiemaatschappij. Begrijp me niet verkeerd: ik ben oneindig dankbaar dat ik er heb mogen zijn, dat ik een dochtertje heb mogen hebben, dat ik heb mogen kunnen schrijven, dat ik tot het einde mijn column in niemandsland mag bijhouden, zo goed als dat in verband met mijn langzaam afnemende intellectuele vermogens nog mogelijk is.

De gedachte dat bijna niemand dit leest, dat deze unieke stem ten onder gaat in een vloed van veel beter geschreven teksten op het diepe internet, schenkt een excentrieke vorm van troost. Het bewustzijn, bijna niemand te zijn en bijna niemand hoeven zijn. Is dat niet precies wat we met onvoorwaardelijkheid bedoelen? Is een onvoorwaardelijk basisinkomen dat ook voor depressievelingen geldt die zich er niet eens voor hoeven laten testen, niet de ultieme vorm van seculiere religie, tenminste vanuit het perspectief van de pauper? Niet bij de gratie gods, of welwillende donateurs, maar bij de gratie van de wet, leeft de kerkrat. Ik heb er natuurlijk niks van begrepen want de wet voorziet al lang dat je van armoede niet overlijdt. Wat me verblindt is mijn eigen bureaucratieallergie. Voorwaarden betekenen formulieren, ambtenaren, controle. De afwijking van de norm wordt gedocumenteerd, de pauper krijgt te maken met maatregelen, hij moet terug in het systeem worden gedwongen. Rechtvaardigheid betekent dat ‘in beginsel’ iedereen moet werken om te mogen eten. Ik gooi sinds meer dan tien jaar instinctief mijn rechter arm omhoog bij het horen van het begrip ‘werk’ en roep ‘Arbeit macht frei’. Het is daarom misschien ook maar beter dat ik niet ‘werk’ maar in de schaduwen overleef, waar de professionele klasse er geen last van heeft. Ik verzet me tegen dat truttige beginsel, dat helaas nog steeds de alternatiefloze morele ruggegraat van onze samenleving vormt. Zelfs een mens die op zijn rug in het gras ligt voegt waarde toe aan het bizarre kosmische circus waarin we zijn geboren.

Ik ben zo opgevoed dat ik nooit iets zal verlangen alleen maar ‘omdat je er recht op hebt’. Daarom zal ik doorgaan met zinloos werk om mijn kind te kunnen voeden. Liever eet ik uit een vuilbak dan dat ik in de bijstand ga. Ik haat het ‘systeem’ met een nauwelijks voorstelbare intensiteit, maar zweer er nooit geweld tegen te gebruiken. De vaststelling, dat geluk niet meer tot de mogelijkheden behoort, zal van mij geen activist maken voor het basisinkomen of een beter milieu of wat ook. Het zal me een melancholische, dommige, ironische, oneindig droeve dichter maken die zichzelf heeft afgeschreven maar blijft schrijven voor zijn eigen navel.

Basisinkomen werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Bergwandeling

Gisteren maakte ik een flinke bergwandeling in de sprookjesachtige bergen ten noorden van Seoul. Het zonnetje scheen, de fijnstofconcentratie was iets minder dodelijk dan normaal, er woei een frisse wind dus ik tippelde gelukkig over de zandsteenrotsen omhoog. Helaas werd ik de hele weg begeleid door dezelfde zeikende pijn in mijn godverdomde bek die me al meer dan een half jaar van mijn leven gijzelt en me uit mijn concentratie houdt. Ik kan mijn neuronen er niet toe dwingen zich eventjes anders en gunstiger te verstrengelen, en het symptoom daarvan is dat ik aan niets anders kan denken. Prachtige vista’s met ruige steenformaties; in spiksplinternieuwe goretex gehulde Koreaanse wandelaars met wandelstokken en smartphones; het uitzicht over de afzichtelijke moderne probleemstad Seoul; de rust terzijde van de paadjes waar de koffie uit een thermosbeker het beste smaakt. Graag had ik er met de volledige presentie van mijn geest van genoten. Maar mijn gedachten verwijlen sinds maanden bijna onafgebroken bij dat ene vervloekte tandje en het probleem dat geen tandarts heeft kunnen vinden, omdat het uiteraard ‘psychisch isch mijnheer’.

Ik ben als ingebeelde columnist tamelijk belangrijk in mijn eigen wereld

Nu ben ik geen suïcidaal type dus u bent nog niet van me af. Ik ben als ingebeelde columnist tamelijk belangrijk in mijn eigen wereld, al schrijf ik vanwege mijn godskoleretyfuskankerkutklote dentale gesteldheid niet dagelijks.

Bovenop de berg probeerde ik even het internet. Er was warempel weer een aanslag in Londen en ik las de reacties die precies hetzelfde waren als na Manchester, Parijs, Nice, Brussel en als ik Arabisch zou kunnen lezen waarschijnlijk ook hetzelfde als na Baghdad, Baghdad, Aleppo, Aleppo en nog 123 keer Aleppo enz. Ik was murw. Tijdens de rest van mijn wandeling langs de 18e eeuwse vestingmuren die in deze bergen zijn gebouwd hoefde ik gelukkig niet aan de verse aanslag en de neergestoken meisjes te denken want mijn aandacht werd opgeëist door het zeurende element in mijn bovenkaak dat mij heeft verhinderd om ondanks het liefste dochtertje ter wereld het afgelopen jaar echt gelukkig te zijn.

Ik val u niet verder lastig met mijn first world white male problem. Het is wat het is. De reden waarom ik er melding van maak (iets dergelijks wordt niet van columnisten verwacht, tenzij ze een speciale pre mortem rubriek over kanker mogen volschrijven) is dat leedvermaak altijd goed verkoopt. Laten we het daarop houden.

In deze chaotische tijden merkt u, vind ik het passend om stukken zonder kop en staart te schrijven. De zomer van 2017 wordt een hete zomer en een bepalende net als de Summer of Love precies 50 jaar geleden. Voorspellingen doe ik liever niet.

Na het bergwandelen ging ik met de metro (het Nationale Park is gewoon met de metro bereikbaar) terug naar mijn eigen wijk om daar wat te eten. Voor één persoon staken ze de barbeque niet aan, dus werd het tofusoep met een krabbepootje erin en een halve liter bier. Er was een meisje op een roze stepje in het restaurant dat zich te pletter verveelde. Op een oud televisietoestel speelde het horrornieuws uit Londen en de flarden Koreaans die ik ervan verstond bleven door mijn hoofd spoken. Het meisje was verdwenen; ik pakte een tandenstoker om mijn fijngevoelige elementen te maltraiteren. Ik kon betalen met de creditcard die ik van mijn vrouw mag lenen (ik zeg: een goed huwelijk); papieren bekertje gratis zoete koffie uit een automaat, een oude traditie. Het was donker geworden toen ik naar huis begon te lopen. Iedere stap is waardevol (in technische termen: net zo waardeloos als al het andere wat mensen uitvoeren) en iedere observatie is het waard om te worden vastgelegd. Ook het vuilnis, dat in deze stad in plastic zakken op straathoeken wordt gepleurd; de ene kleine gele vlinder die ik gisteren in de bergen zag

Bergwandeling werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Treinreis door Europa

Europa en de stier. Wikipedia

Ik droomde van een treinreis door Europa, zoals ik ze vroeger maakte: iedere dag een andere stad en slapen in de nachttrein. Omdat de naam Manchester overdag door mijn geest had gedwaald, passeerde ik die stad op weg naar de Schotse Hooglanden. Ik bezocht steden waar ik nog nooit was geweest zoals Liverpool en Edinburgh, raasde door ijzingwekkend mooie landschappen zuidwaarts, naar Dover, Calais, Bordeaux, Santander, Porto, Sevilla en oostwaarts naar Reims, Straatsburg, München, Bratislava, Boedapest.

In het midden van mijn droom werd ik me ervan bewust dat ik niet alleen op reis was. Naast me zat mijn vrouw en mijn dochter Miru, met haar neusje tegen de ruit glunderend naar de voorbij trekkende landschappen van de Noorse Fjorden tot de Toscaanse heuvels en de kust van Kroatië. Ik vertelde haar verhalen van vroeger, maar het meeste ontdekten we samen voor het eerst. In Dubrovnik nam ze overal foto’s van. Ze leerde sneller Kroatisch dan ik dus bestelde ze de lunch. In Barcelona was ze de hele dag Gaudí-achtige gebouwen aan het tekenen. Ze poseerde voor een Bretonse vuurtoren met zilte wind in het haar. Op de Spaanse trappen in Rome deed ze een of andere actrice na; in Wenen en Stockholm bleef ze urenlang naar straatartiesten kijken. Ze moest gapen om de verhalen van haar vader over Praag, Brussel, Zagreb, Venetië en Lissabon, waar ze als kind was geweest. De musea van Florence maakte veel indruk op haar, en ze was betoverd door Athene en Belgrado.

Ze bleef vragen stellen over Europa die ik niet kon beantwoorden zonder in een soort idolaat gezwijmel te vervallen dus ik zweeg liever. Het verhaal van de de Fenicische prinses Europa en de stier had ze al tien keer gehoord. De gedachte dat Europa een kernidentiteit heeft en dat er een vaste oost- of zuidgrens is waarachter barbaarse horden woonden heb ik nooit aantrekkelijk gevonden. Europa was mijn eerste speelvijver om pragmatische redenen: je hoefde geen bureaucratische grenzen over te steken en de infrastructuur is er goed ontwikkeld.

Wat Europa is zien we vandaag niet meer aan haar centrale steden die door commercie en betutteling steeds karakterlozer worden, maar aan de periferie. Tanger, Lviv, Istanbul, Sint Petersburg, Beiroet. Dat is Europa. Daar waar de artiesten, schrijvers, architecten uit het oude Europa altijd graag verbleven, culturele parels op de grens van het avondland, zonder te worden meegezogen door de centrifugale kracht van de kernlanden, die er na twee vernietigende oorlogen verdoemd waren voor eeuwig bondgenoten te zijn. Deze plaatsen, net buiten het moderne Europa, vertellen het verhaal van ons continent, dacht ik in de slaapcoupé die ons van Pisa naar Palermo zou brengen.

Dat dit mogelijk is, niet alleen in een droom maar dat kleine mensen in het echt zonder zich om grenzen te bekommeren door twee dozijn landen kunnen reizen die eeuwenlang afschuwelijke oorlogen tegen elkaar hebben gevoerd, mag een wonder heten. Mijn dochter heeft het nooit anders gekend; voor haar is oorlog theorie, een spannend verhaal over gekleurde vlakken op een landkaart.
“Papa, wakker worden!” Ze tikt tegen mijn hoofd. We bevonden ons in Sicilië en een conducteur wilde onze kaartjes zien. Ik pijnigde mijn hersenen maar wist niks stichtelijks te zeggen. Met een zo breed mogelijke glimlach overhandigde ik de Interrail-kaartjes. Dat is nog het mooiste, dacht ik. Je mag erover zwijgen.

Treinreis door Europa werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Ortografodontist

Afbeelding Wikipedia

Een poging tot gevatheid op Twitter was afgelopen week aanleiding tot een nieuw woordspel waarbij een bewuste spelfout wordt gemaakt die verder in de zin wordt gesignaleerd en daardoor als het ware gecorrigeerd. Meestal gaat het om d/t-fouten, ij/ei-fouten, au/ou-fouten en dergelijke. De eerste gemaakte spelfout levert wel een correct gespeld woord op dus de spellingcontrole geeft geen waarschuwing, terwijl de tweede (corrigerende) spelfout de verbeelding tart. Bovendien voegt de spelfout betekenis aan de zin toe. De regels zijn nog niet afgebakend en we staan open voor suggesties. De tweet in kwestie:

Ondertussen bijt hij zich vast in de materie en zijn tijdt.

Het onzinwoord ‘tijdt’ geeft aan dat de auteur zich bewust was van de spelfout (bijt…zijn tijd) en verbetert deze achteraf, in de flow van dezelfde zin.

Een aantal andere voorbeelden:

Je hebt de basmati laten overkoken! Het reist de pan uijt.

Ik doe mijn mening over haar billen kondt.

Die dauw kwam hard aan: ou!

Hij werkte niet meer zo hart na zijn infarcdt

Dit maakt de speling van de zinnen veel lleuker.

Een andere motivatie achter dit woordspel is dat Twitter het bewerken van tweeds onmogelijk maakt, nadat ze eenmaal zijn getweedt.

Ortografodontist werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Acupunctuur

Wanneer je met een etterig gevoel op een hele specifieke plek in je mond een traditionele Koreaanse geneesheer bezoekt, gaat hij niet in je mond friemelen maar zegt droogjes dat je iets te mager bent. Je mag op een onderzoeksbank gaan liggen waar een mooie assistente even aan je polsen voelt nadat je je sokken hebt uitgetrokken. De arts verklaart de procedure en waarschuwt dat er een beetje pijn mee gemoeid gaat. Je knikt. Dan draait hij een voor een zijn naalden in je tenen en een in je arm aan de tegenovergestelde lichaamshelft. De assistente plaatst vervolgens twee elektroden op de naalden, die ze aan een futuristisch apparaat aansluit. Ze draait aan de knoppen en stuurt een elektrische opkikker door je lijf. Je bevestigt dat het tintelt. Dan richten ze een infraroodlamp op de plek waar de acupunctuurnaalden in je vlees steken. Je mag je vijftien minuten alleen ontspannen.

Je voelt je als een batterij in een oplader. Je denkt aan al het dubbelblinde peer-reviewed wetenschappelijk onderzoek dat voor deze procedure nooit is verricht en aan het legioen ratten en cavia’s die hier niet voor zijn gestorven. Je vraagt je af wat je naderhand zult moeten afrekenen (het komt niet in je hoofd op het te declareren bij je ziektekostenverzekering). Zou het enig effect hebben? Wellicht kun je profiteren van een placebo-effect omdat de geur van Chinese kruiden en de in een vitrine opgestelde hertengeweien indruk op je hebben gemaakt. En wanneer ook dat placebo-effect uitblijft, is het een interessante multiculturele ervaring waar je nog eens een column over kunt schrijven. Dus probeer je je maar te ontspannen. Misschien kun je je nog iets herinneren van de bladzijde Camus die je die ochtend op je Kindle hebt gelezen (al het werk van Camus kun je legaal downloaden wanneer je even naar Canada surft, het land waar hij al lang genoeg dood is).

Wanneer het kwartier voorbij is verschijnt de verlegen glimlach opnieuw om de naalden te verwijderen. Je veert overeind en schudt de slaap van je af. Je dept een druppel bloed van je grote teen af voordat je je sokken weer aantrekt. Vervolgens begeef je je naar de balie, waar je je creditcard overhandigt. Je krijgt een bonnetje en de mededeling dat je over twee dagen mag terugkomen. De kliniek is dagelijs geopend van negen tot negen: hier wordt hard gewerkt.

Je grinnikt in de lift naar beneden. De kliniek bevindt zich op de vierde verdieping in hetzelfde gebouw als een apotheker die enorme dozen met vitamine C-pillen verkoopt. Je bent een ervaring rijker. Je denkt aan voorbije jaren, toen je nog dagelijks verse ervaringen had en er maakt zich een bepaalde gretigheid van je meester. Je wil het volledige assortiment kruidensmeersels van Weleda inslaan. Homeopathie kun je ook best even meepakken, en reiki, klankschalen, tantrische healings, urinetherapie, modderbaden, mindfulness, cannabisolie en Lourdeswater. Door je gulzigheid ga je sneller lopen. De naalden hebben resultaat afgeworpen.

Een paar dagen later ettert en zweert het weer als vanouds in je mond. Je bedenkt dat de grootste waarde van de procedure niet in het placebo-effect, noch in de economische of culturele verrijking ligt, maar in het feit dat het je even aan de absurditeit van ons bestaan herinnert.

Dan roept je columnistenplicht en je denkt “asielzoekers!”

Acupunctuur werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Verstaander

Ik werp me graag op als verstaander. In mijn vriendenlijsten staan antisemitische linksextremisten met een eng gebrek aan zelfkritiek (“ik ben vredelievend en PVV’ers moet je doodmeppen”), alsook pompoenhoofden die routinematig karikaturen publiceren van de islamitische profeet M., liggend op de grond met zijn benen omhoog terwijl hij een paraboolvormige straal amberkleurige spetterpoep precies in zijn eigen mond spuit.

Extremen heb ik altijd opgezocht omdat er iets van te leren viel, of eerlijker, omdat het einfach geil was. De wetenschap kan veel leren van organismen als tardigrades (waterbeertjes), die 6000 keer de atmosferische druk, temperaturen van bijna het absolute nulpunt (-273 Celsius), kosmische straling, een vacuüm en Mattie en Wietze kunnen overleven. Ik luisterde als adolescent naar snoeiharde metaalmuziek, het soort bands dat onverholen dood en verdoemenis in de microfoon braakt en zich wel eens wil wagen aan suïcide op de bühne. Maar ik luisterde ook naar solo-partita’s voor barokviool, uitgevoerd op traditionele 17e-eeuwse instrumenten door Sigiswald Kuyken. Op het gebied van beeldende kunst was het gebruik van slachtafval en excrementen een zekere indicatie dat de kunstenaar zijn concept in extremis had proberen te implementeren.

Als ik maar het uiterste van het spectrum te pakken had, want dan maakte ik kans op een overzicht over alle lichtere en gecompromitteerde vormen. Voorspelbaar genoeg verloor ik echter alle interesse in het maken van dat overzicht, zodat ik alleen achterblijf met de vage herinnering van het aldus nutteloos geworden extreem. Maar deze puberale hobby kan in 2017 wellicht van pas komen. Doordat ik bij iedere aanstootgevende opmerking meteen de sadistische overdrijving hoch drei erbij denk, kan ik het hoofd koel houden.

Ik kies mijn woorden zorgvuldig om de sentimenten van zowel links als rechts te bespelen. Het blijft koorddansen want zodra je de schijn van authenticiteit verliest of men denkt dat je aan het paaien bent, flikker je van het touw af. Maar deze Seiltanz (de metafoor is van Nietzsche) heeft een doel. Ginds aan de overkant zijn de linkse en rechtse sentimenten geïntellectualiseerd en bevinden ze zich in zinstichtende debatten vol ironie, kwinkslagen en grondigheid.

Yeah right. Wat doet een verstaander concreet? Hoe beoefen je de kunst om zodanig te formuleren dat “links” en “rechts” zich laten verleiden tot intellectuele (niet: intellectualistische) zelfkritiek, die ze vervolgens aan elkaar kunnen uitbesteden?

Exempli gratia:

Als we (en als rechtgeaarde linkse burger mag u zich nu met een vlakke hand op het voorhoofd slaan) meer van de Islam willen begrijpen kunnen we het beste naar het meest ranzige Salafistentuig kijken, het soort dat als door de duivel bezeten ‘Allah akbar’ roept nádat ze in een aantal stukken zijn gereten door de mislukte plofkraak van hun eigen darmen.

Als we (en als linke rechtse rakker mag u zich nu met een vlakke hand op het voorhoofd slaan) meer van nationalisme willen begrijpen kunnen we het beste naar het ranzige Noord-Korea kijken, waar de ultranationalistische doctrine heeft geleid tot wereldwijde sancties, ongekende hongersnood en een gebrek aan individuele vrijheid dat bijna net zo erg is als in een betuttelende sociaal-democratie.

Geen idee of het vruchten gaat afwerpen. Ik kom er vooralsnog op social media mee weg want ik verdien likes (die blauwe duimpjes waar je in de toekomst nog eens je hypotheek mee kunt afbetalen) uit beide geloofsrichtingen.

Verstaander werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org