Narcistische krenking

De vrouw die naast mij zat speelde elke noot in het juiste ritme. Ik zwalkte krakend en vals naast het ritme, miste keer op keer de hoge a, vergat steevast een herstellingsteken, streek op wanneer zij afstreek en omgekeerd, maakte van de allegretto triolen een lompe eierdans en speelde forte waar mezzo piano stond. O heer, wat een frustratie! Had ik niet tien jaar lang, in het verre verleden toen ik nog in de provincie woonde en de provincie in mij, vioolles gehad, terwijl de vrouw die naast mij zat slechts vier jaar les had? Zou men niet van mij mogen verwachten dat ik tenminste het simpele walsje van Shostakovitsch en de tango uit die film met Al Pacino op tempo en zonder al te veel fouten kan spelen?

Ik schreef onlangs een obscuur vertaalbureau in Letland aan dat vertalers nodig had voor teksten over cryptovaluta zoals Bitcoin. Ze vroegen of ik een testvertaling zou kunnen maken van een paar honderd woorden. Enkele dagen later kwam de uitslag: “Comments and evaluation: this really isn’t serious, a fourth grader in secondary school would do better… Spelling errors, wrong grammar, terminology errors, clumsy style.” En ze hadden helemaal gelijk: ik had idiote spelling (“honderen”), grammaticale (“de dagelijks volumes […] overtreft”), stilitische (“wordt het overschaduwd”) en terminologische (“opslag van waarde”, “fiat valuta”) fouten gemaakt en ik zag het écht niet. En het tragische is natuurlijk dat niemand dit gelooft. Ik ben er niet (meer) goed in, ik haat het als de pest, ik ben ervan overtuigd dat het de wereld in geen enkele zin beter maakt – maar ik doe het voor het geld (ja, ik weet dat ik niet de enige ben, ik vermeld het voor anderen die ook weten dat ze niet de enige zijn).

En filosofie? Na het schrijven een waardeloos promotiewerkstuk over ethiek in Berlijn, dat niet eens in aanmerking kwam om te worden verdedigd, had ik toch meerdere jaren de tijd gehad om over filosofische vraagstukken na te denken. Deze week bleek, dat het niveau waarop ik dat pleeg te doen zich niet onderscheidt van kinderlogica. https://dezwijger.nl/programma/kinderlogica Onder het mom van je hoeft niks uit het hoofd te leren ben ik blijven steken bij de scherpzinnigheid van een twaalfjarige.

Maar dan tenminste de dichtkunst? Niet publicabel.

Zo’n narcistische krenking is op het eerste gezicht een onaangenaam gevoel. Het is een olievlek op de ziel, die zich snel uitbreidt naar andere terreinen. Alle kennis en kunde van de gekrenkte is ineens gebrekkig. Hij heeft zijn waardigheid verloren. Hij voelt zich verraden omdat de hoogste waarde die hij aanhing hem nietig heeft verklaard.

Maar is dat erg? Als je in zo’n narcistische sluimer blijft hangen wel. Dan raakt het je allemaal heel erg. Ik heb daar geen zin meer in. Ik las een perfecte tip van de Amerikaanse toneelschrijver schrijver David Mamet, die hij gaf in de trailier van de Masterclass-series (het perfecte symbool van ons idolatrische tijdsgewricht, waar ook andere grote Namen aan meedoen zoals Hans Zimmer, Jane Goodall, Garry Kasparov, en Dustin Hoffman): “schrijf slecht en beken je ertoe. Als je dat niet doet, zul je ook nooit iets goeds schrijven.” Ik ben al tijden bezig aan een slechte roman, en dat is erg leuk om te doen. Je lacht het narcisme van je af en begraaft de brokstukken tussen de regels.

Narcistische krenking werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Onmogelijk!

Wanneer ik vol overgave aan activiteiten waag, zijn deze ingebed tussen twee onmogelijkheden: de onmogelijkheid om het te laten en de onmogelijkheid van perfectie. Grijp ik dwangmatig mijn viool bij haar hals, dan weet ik dat het vioolconcert van Tschaikovsky voor mijn trage vingers geen haalbare kaart is. Dit onbereikbare ideaal, in een schitterende opname van Maxim Vengerov, hangt echter niet als een zwaard van Damokles boven mijn hoofd. Het zet aan tot bezonnen motivatie en gezonde zelfironie. Zo weet ik ook dat ik nooit de modernste wis- natuurkunde zal doorgronden, of op sterrenniveau koken, of Dood in Venetië schrijven, of beter Koreaans spreken dan Kim Jong-Un. Het zijn noodzakelijkerwijs vage idealen, want als ik precies wist waar ik het over had, had ik ze al bijna bereikt.

Buiten regent het pijpestelen en binnen staat mijn laptop en een thermoskan koffie. Ik denk aan de levenshouding die ik net à l’improviste heb geformuleerd. Door een vaag beeld te hebben van perfectie heb ik een idee waar ik naartoe kan werken. Door die perfectie tegelijkertijd onbereikbaar te verklaren, vermijd ik onproductieve, zweterige contemplatie over de vraag of ik ‘het’ wel of niet zal kunnen halen. Het is polsstokhoogspringen over een onzichtbare lat. Achteraf kan men dan vaststellen dat het resultaat enige waarde heeft, en dus tenminste vanuit enige geconstrueerde perspectieven als perfect kan en moet worden beschouwd. Mijn excuses wanneer u van zulke woordenflatsen warm noch koud wordt. Filosofie is soms een hinderlijk stemmetje, dat we niet te hoog moeten aanslaan.

De wereld gaat, wanneer u mij deze grove vereenvoudiging permitteert, gebukt onder een gebrek aan onmogelijkheden. In online virtuele werelden kun je iedere identiteit aannemen die je vermag te verzinnen en in de hoedanigheid van je avatar alle morele wijsheden met voeten treden, zonder enige consequentie in je ‘eigenlijke’ bestaan. Je bent volledig vrij om je eigen gender te bepalen, men zal je geen strobreed in de weg leggen wanneer je verkondigt voortaan als flüide pan- of toffelseksueel door het leven te willen gaan. Porno is zo goedkoop dat het ook beschikbaar is voor heren die zelf hun broek niet kunnen ophouden. Zelfs de geschiedenis is maakbaar: we hoeven alleen een paar boze beelden neer te halen en ze voegt zich vanzelf naar het narratief van onze morele perfectie.

Aan het woord komt nu mijn wijsgerige intuïtie, mijn filosofische onderbuik. Het gevaar van die ‘mogelijkhedencultuur’ is dat ze uitdraait op extremisme. Het eigen morele ideaal is een loepzuiver beeld, een hard criterium. Mensen die er niet aan voldoen worden bitter en veroordelen zichzelf en elkaar. Morele perfectie is niet langer het vage onbereikbare ideaal van de deemoedige navolgers van een religieus voorbeeld, maar een vereiste om erbij te horen. Ethiek is niet meer gesitueerd tussen twee onmogelijkheden (het niet handelen en het perfect handelen) en verliest zo haar Aristotelische bezonnenheid. Het wordt een taboe om de intrinsieke beperkingen van ons morele bewustzijn te denken. Het opschorten, of niet-denken van onmogelijkheden wordt net zo toegepast op de libertijnse uitspattingen als op de reactionaire morele zelfkastijding. Men houdt geen halt meer om naar de vormelijke woorden te luisteren van een grijze autoriteit, die oproept tot bezinning en waarschuwt dat de morele hybris de ergste soort is. De deugtrein dendert door, zonder oor te hebben voor de eigen imperfectie, de onmogelijkheden om zijn idealen te bereiken, die ze weigert, vaag genoeg te formuleren.

De regen is even opgehouden en een lichte bries veraangenaamt me door het betraliede raam. Ik weet niet of ik gezegd heb wat ik wilde zeggen. Tijdens het schrijven werd ik mij bewust dat ik een formule hanteer: vertel iets over een verschijnsel in je persoonlijke leven en pas dit vervolgens toe op de actuele publieke kwesties. Met zo’n formule kan ik vanaf morgen gaan produceren en wie weet met mijn woorden geld verdienen. Een stagiair met een beugel zal me uitleggen hoe ik mijn kopij moet inleveren en mijn rubriek met een dwangmatige alliteratie Kamiel’s kanttekening noemen. Ich werde fleißig am Produktionsprozeß teilnehmen. Neen. Dat nooit.

Onmogelijk! werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Het succes van Trump onder de loep

Afbeelding van joostniemoller.nl

Ik las op het rechts blog van Niemoller, die ik sinds een aantal bijzonder debiele tweets zelf niet meer serieus neem, een interessant gastartikel van dr. Gert Jan Mulder. De doctor stelt dat Trump vele successen heeft geboekt en geeft een puntsgewijze opsomming op een manier die mij tot het formuleren van een kritisch weerwoord prikkelde. Ik loop gewoon de punten door, doe wat fact checking en zal zien wat er van al de ‘successen’ overblijft.

Reagan zou “als een van de meest succesvolle presidenten de geschiedenis in zijn gegaan”. Een gallup poll uit 2004 laat zien dat dit inderdaad klopt: de retrospective approval ratings van Reagan zijn beter dan alle andere moderne presidenten met uitzondering van JFK. Tijdens zijn regering waren de meningen echter verdeeld (53% job approval, beter dan zijn voorgangers, maar minder dan zijn opvolgers Bush en Clinton). De reputatie van Reagan verbeterde sterk nadat hij het Witte Huis had verlaten, het is mogelijk dat dit te maken heeft met compassie voor zijn persoonlijke situatie (hij maakte in 1994 bekend dat hij aan Alzheimer leed, vervolgens steeg zijn reputatie).

Mulder noemt Donald Trump een succesvol ondernemer met een vermogen van $10 miljard. Dit is onjuist: Trump’s vermogen wordt door Forbes geschat op $3.5 miljard en zou nog groter zijn als hij het geld van zijn vader gewoon had belegd.

Mulder is onverkort “lyrisch” over alle beleidsterreinen. Laten we eens kijken.

  1. De economie groeit sterker dan onder Obama (actuele prognose 2.6% terwijl hij onder Obama “rond de 1% bleef dobberen”). Dit is een wel heel vrijzinnige interpretatie van de cijfers. De 2.6% van juli 2017 zou moeten worden vergeleken met dezelfde periode van de afgelopen jaren:   in juli 2014 groeide de economie nog met 5%. Het heeft weinig zin op deze manier groeicijfers aan te halen om het succes van je favoriete president te bewijzen. Het aantal banen zou met 1 miljoen zijn gegroeid sinds zijn aantreden. Dit cijfer is echter een vermindering ten opzichte van de laatste Obama-jaren! In 2014 waren er bijna 3 miljoen nieuwe jobs! De prognose voor 2017 (1,9 miljoen nieuwe jobs) is voor het eerst sinds 2010 onder 2 miljoen!
  2. Mulder spreekt van de “oerdomme omhelzing van de globalisering” en “onbenullige open grenzen”. De productie zou “jouw land” verlaten, terwijl “je er niets voor terug krijgt”. Laat ik niet teveel woorden vuil maken aan deze oerdomme opmerking. Iedereen kent de Trump petjes “made in China”. En natuurlijk heeft Trump de globalisering niet gestopt: Nafta werd niet geschrapt maar renegotiated onder druk van het bedrijfsleven, Trudeau en Peña.
  3. Het “tekort op de Amerikaanse handelsbelans moest worden omgebogen”. Daar is iets voor te zeggen. Maar is dit ook gebeurd? Uit de statistieken blijkt dit vooralsnog niet.
    https://d3fy651gv2fhd3.cloudfront.net/embed/?s=ustbtot&v=201708081603v&d1=20120101&d2=20171231&h=300&w=600
  4. Deregulering: voor iedere wet zouden er 2 moeten worden geschrapt. Dit was een executive order van 30 januari. Wat gebeurt er in de praktijk? Tot 23 augustus heeft de Trump regering 53 wetten afgekondigd, waarvan er 15 bestaande regelgeving schrappen. De overige wetten voegen reglementering toe of breiden die uit. Trump’s executive order klinkt heel stoer, maar blijkt in de praktijk nogal onbenullig.
  5. Ondernemer en consument zijn enthousiaster, het enthousiasme is “lang niet zo groot geweest”. Dat klopt, daarvoor moeten we terug naar de periode voor de crisis van 2007-8. Er is sprake van een “Trump-bump”, een plotselinge stijging in het consumentenvertrouwen na zijn verkiezing, maar de huidige situatie ziet er meer uit als het vervolg van het natuurlijke, onder Obama ingezette, herstel.

Binnenlandse politiek

  1. Illegale immigratie met 80% teruggedrongen. Ik weet niet waar de 80% vandaan komt. Trump heeft in april gezegd dat het aantal illegale migranten het laagste is in 17 jaar, een claim die lijkt te kloppen. Wat er gemeten wordt is het aantal mensen dat wordt opgepakt, en dat was sinds de crisis al aan het dalen. Het is zeker niet alleen toe te schrijven aan Trump’s beleid.
  2. Er worden veel illegale criminelen uitgezet. In de beginjaren van Obama nog veel meer, volgens cijfers van de U.S. Immigration and Customs Enforcements.
  3. Trump heeft een travel ban voor zes islamitische landen gerealiseerd! En welk land valt niet order Executive Order 13769? Saoedi-Arabië, waar de aanslagplegers van september 11 vandaan komen, én waar Trump’s organisatie, net als in Egypte en enkele andere moslimlanden, zakenbelangen heeft. David G. Post riep daarom op tot impeachment. Afghanistan valt overigens ook niet onder de ban.
  4. Repeal-and-replace van Obamacare is nog niet gelukt. Gelukkig maar voor mensen met pre-existing conditions of afhankelijk van Medicaid. Het alternatief van Trump is in feite een verkapte belastingverlaging voor de bovenklasse.
  5. De infrastuctuur dient “hartgrondig te worden vernieuwd”! Trump heeft dit op de campaign trail beloofd dat in 1 biljoen euro zal investeren. Wat is ervan terecht gekomen? Overheidsuitgaven aan infrastructuur zijn het laagst ooit volgens de Economist (1,4%). Het moet natuurlijk van public-private partnerships komen, zoals de $40 miljard (of 4% van Trump’s bedrag) die de private equaty firm Blackstone aankondigde, de helft waarvan uit een wealth fund van de Saoedi’s (!) Het is makkelijk om aan geld te komen, maar er is een gebrek aan infrastructuurprojecten om het aan uit te geven.

Buitenlandse politiek

  1. Tijdens zijn eerste buitenlandse reis bezocht Trump de centra van de drie monotheïstische religies, Riyadh, Israël en Rome. Dit was inderdaad verfrissend. Het internationale vertrouwen in de president van de VS is er helaas niet door toegenomen: die viel volgens PEW Research van 64% naar 22%.
  2. Trump zei op 25 mei dat de andere NAVO-landen financieel te weinig bijdragen. Zowel George W. Bush en Obama zeiden ook al dat landen tenminste 2% van hun budget aan defensie uit moeten geven. Dat zou alleen maar eerlijk zijn. Trump gaat echter (net als Obama overigens) het US defensiebudget nog verder verhogen. En hij blijft voorlopig in Amerika’s langstlopende oorlog: die in Afghanistan. Waar het natuurlijk om gaat is de minerale rijkdommen van dat land (geschatte waarde 1 biljoen) en het belastinggeld gaat naar de bescherming van private bedrijven zoals DynCorp van Trump’s informele adviseur Stephen Weinberg, die in Afghanistan willen delven in gebieden die gecontroleerd worden door de Taliban (de provincie Helmand). Dit is natuurlijk geopolitiek: de Chinezen hebben al een kopermijn van 3 miljard en Trump wil niet dat de VS na de oorlog de ‘buit’ (“to the victor belong the spoils”) verliest.
  3. Trump heeft in Mar-a-Lago met de presidenten van Japan en China gesproken, en een “gecoördineerde aanpak” afgestemd. Inderdaad is VN-resolutie … zonder Russisch of Chinees veto aangenomen, maar dit is meer de prestatie van de diplomaten (ambassador Nikki Haley en haar team) dan van Trump zelf. Het feit dat China heeft ingezien dat Kim Jong-Un een gevaarlijke gek is, hebben we niet aan Trump te danken. De relaties met China zijn echter danig bekoeld na de wapendeal van $1,4 miljard met Taiwan en een aantal andere incidenten.
    (Mulder heeft het over “de president […] van Japan.” Hij bedoelt waarschijnlijk premier Shinzo Abe.)
  4. Trump zou terecht uit het klimaatakkoord zijn gestapt (en sowieso niet in “klimaathysterie” geloven). Het akkoord van Parijs was zeker niet perfect, maar het beste waar de wereldleiders toe in staat waren. Trump steekt zijn bekrompen middelvinger op en gaat terug naar fossiele brandstoffen. De doelen van “Parijs” waren niet eens verplicht. Het feit dat Trump eruit is gestapt hoeft an sich nog geen ramp te betekenen: misschien krijgt de vrije markt het voor elkaar (er is een stijgende tendens in alternatieve energiebronnen in de VS), maar volgens experts kan het de boel wel vertragen.
  5. TTP werd begraven en TTIP “ging de vrieskist in”. Trump heeft inderdaad de geplande multilaterale handelsakkoorden afgezworen. Een slimme knul in pak legt hier uit waarom dit uiteindelijk averecht kan werken en geopolitiek dom is: China zal met een ander voorstel komen dat lucratiever is voor China en uitgroeien tot de grootste macht in de Pacifische invloedsfeer. En voor de consumenten in de VS wordt alles duurder. Persoonlijk ben ik tegen TTP en TTIP om andere redenen: het zijn in feite geen handelsverdragen maar verdragen die investoren beschermen via ISDS. Maar dat is een ander verhaal.

Trump zou de druk op de Chinezen hebben verhoogd en deze strategie ook toepassen op andere dossiers zoals NAVO, Nafta, Duitsland, EU. Dit klinkt mooi, maar of het in de praktijk ook het gewenste resultaat bereikt valt op zijn zachtst gezegd af te wachten. Vooralsnog kun je met net zoveel stelligheid beweren dat Trump een opportunistische, leugenachtige, strategisch domme, economisch kortzichtige, populistische, inefficiënte narcist is die met ondoordachte tweets een nucleaire oorlog riskeert.

Het succes van Trump onder de loep werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Oxymoron

Je kunt er niet vroeg genoeg beginnen mee beginnen: je kind vertrouwd maken met de spanningen, paradoxen, en logische incongruenties van de ingewikkelde wereld waarin we leven. Tegenstellingen komen in de theorie voor identiteit, maar als je echt wilt deugen ga je uit van de identiteit van alles en iedereen, en probeert daar dan voorzichtig en op politiek correcte wijze nuances in aan te brengen. We hebben allemaal dezelfde genderneutrale oeridentiteit als we geboren worden, we zijn tabulae rasae: goddelijke wezentjes die vanaf de geboorte opgewekt beginnen aan hun val. Onze omgeving, opvoeding, hormonen, genen dwingen ons in een beperkte identiteitsrol, een move die in de kern gewelddadig is en nooit vrij van schuld omdat er geen oorspronkelijke rechtvaardiging is van die identiteiten. Er is alleen uitzicht op verlossing wanneer we ons voortdurend verontschuldigen voor die oorspronkelijke geweldsdaad. Alleen door de zonde te accepteren staan we in onze kracht.

Zo luidt de seculiere scheppingsmythe, een bij tijd en wijle leerzame karikatuur van ‘links denken’. Het laat ook zien hoe springlevend Jezus is en hoe krachtig de bijdrage van het concept oerschuld aan de menselijke zingeving.

Mijn dochter Miru is vier en ik leerde haar met veel plezier afgelopen week het woord ‘oxymoron’, naar aanleiding van een conversatie waarin ik haar ‘lieve dondersteen’ noemde. Ze vindt het een mooi woord dus ik zoek naar zoveel mogelijk voorbeelden van oxymorons om haar de gelegenheid te geven het uit te spreken. Gelukkig leven we in een land waar de oxymorons welig tieren. Zuid-Korea is een van de meest agressieve kapitalistische economieën met universal health care; de hoofdstad ligt binnen het bereik van de raketten van een paranoïde dictator waar men zich in het geheel niet druk over maakt; nergens zuipt men zoveel en is men zo gesteld op sobere hiërarchie.

Maatschappijanalyse ligt buiten het bereik van de meeste vierjarigen, dus in plaats van de complexe paradoxen in het fundament van onze oververhitte samenleving, richten we onze aandacht op kleine, alledaagse oxymorons. Vieze lekkernijen, droog water, koele hitte. De tegenstellingen zijn fundamenteel: als je uit bent op een vergezicht van de waarheid volg je hun sporen zonder de uitkomst bij voorbaat te bepalen aan de hand van de heersende mode.

Als ik haar straks van de kleuterschool ga ophalen vraag ik haar of ze een warm ijsje wil. Eens zien of ze de oxymoron herkent.

Oxymoron werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Zuilen

Waar je vroeger remonstrants, doopgezind, katholiek of hervormd was en trouwen met iemand van een andere confessie een klein familiedrama betekende, zo schrijf je nu statussen of stukjes waarbij je je houdt aan de spelregels van je ideologische kamp, dat rust op de pijlers of columns van een aantal taal- en meningvaardige medeburgers. Je luistert naar voorgangers als Ebru, Annabel, Theodor, Syp, Wierd, Elma of Ascha, en bent het vervolgens in je eigen schrijfsels laaiend met hen eens.

Zelf denken is niet zonder risico want als Grenzgänger tussen ideologisch links en rechts word je door beide kanten als verrader afgeserveerd. Een linkse professor die oppert dat het misschien toch niet zo’n goed idee is om vluchtelingen die de Europese stranden weten te bereiken niet terug te sturen, krijgt de wind van voren. Wanneer een rechtse rakker begint over universele mensenrechten en de gebreken van de vrije markt, neemt men hem liever niet al te serieus.

De twee hoofdzuilen kunnen niemand ontgaan. Aan de ene kant de social justice warriors van progressief links: welkomstcultuur voor asielzoekers, pro-LHBT+, tegen Trump en Putin, tegen fossiele brandstoffen, voor de EU, voor de islam, fatsoen moet je doen. Aan de andere kant de rebellen van progressief rechts: minder asielzoekers, hou op met die transgendergedoe, Trump kickt butt tegen het ingeslapen establishment, drill baby drill, tegen de EU, tegen de islam, en fuck fatsoen. De scherpe contrastering zorgt natuurlijk voor veel traantjes onder schrandere einzelgängers, die liever zelf hun waardenpakket samenstellen.

Iedere zuil heeft zijn eigen media die op het internet sneller polariseren dan krantenpapier zou toestaan. Een website is natuurlijk nog geen zuil, het gaat om de invloed die de ideologie heeft op de keuze van de verwarde burger. Wisselt hij van huisarts wanneer hij ontdekt dat zijn huidige dokter PVV stemt, of omgekeerd, wanneer hij door een doktersassistente met hoofddoek wordt bejegend? Haalt hij zijn zoontje van voetbal af wanneer hij merkt dat de trainer een rooie is die communistiese agitprop als De Correspondent of Joop zou uitdelen als ze fysiek zouden bestaan?

Ik bezie deze ontwikkeling met lede ogen, alsmede mild opspelend leedvermaak, vanuit het turbokapitalistische Korea, waar mensen van de gekkigheid niet meer weten of ze een nagelsalon of een koffiezaak moeten beginnen. Beslist kom ik de komende jaren weer eens naar dat Nederland, vanwege de taal en de fijne mensen. Ik weet al wat mijn hobby zal moeten zijn: verstoppertje spelen tussen de nieuwe zuilen.

Zuilen werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

How fragile we are

Stevie Wonder zong het mooier dan Sting zelf op de zestigste verjaardag van de policepopper. En omdat een beetje man tegenwoordig nergens meer bang van is, van de duivel niet, van zijn latente homoseksualiteit niet, van omgebouwde frotsenbubels die met dames noch heren aangesproken wensen te worden niet, van vrouwen die veel beter kunnen voetballen dan de sneue doelman Ronald Waterreus niet, van de piercing in de neus van onze nationale Wiske Anne-Fleur niet, van de hemeltergend slechte schrijfsels van luizenbol Grunberg niet, van tuigvloggers, DDS, GeenStijl en NPO niet, van de fascistoïde neprevolutionair Abu Jarjar niet, van desnoods aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan niet, van gluten en cholesterol niet, van besmette eieren niet, en van het gitzwarte label ‘racist’ dat hij door ideologisch verdwaalde SJW’s krijgt opgespeld niet, bezing ook ik in deze coin inconnu van het internet andermaal de eigen kwetsbaarheid.

Er is een ruim half jaar verstreken waarin ik dagelijks tegen mezelf blaf “if and only if”: alleen wanneer de duivelse ontstekingen in mijn bovengebit zijn verdwenen, zal ik weer meedoen. Ik heb geen hoop dat de godverdomde ontsteking voor 2020 uit mijn bek verdwijnt en aanvaard het maar als metafoor van onze kwetsbaarheid. Het geeft me weliswaar niet, zoals de k-ziekte dat doet, een carte blanche om overvloedige ontboezemingen over het Menselijk Lijden te delen, het is net voldoende om in oneindige lakonieke herhaling en zonder knagend geweten, te blijven melden hoe volkomen kut een leven met kiespijn is.

Dat klingt weer heerlijk dramatisch allemaal maar u weet ook dat het allemaal slechts psychologie is. Er is ‘objectief’ niks aan de hand! Die pijn is slechts denkbeeldig! Die denkt een beetje kerel weg in een mindfulness-sessie, tussen twee vluchtige afspraken door. En dan zit je een half jaar te kniezen? Mietje, zouden we vroeger zeggen, toen dat nog mocht.

Op de hoek van de straat waar ik woon zit iedere avond een oude vrouw. Misschien is ze tachtig, misschien honderd. Ze is zo klein als een kind, heeft wit piekhaar, haar gezicht zijn bronzen groeven en haar armen iets dikker dan bezemstelen. Ik glimlach naar haar en vraag mezelf af hoe de Koreaanse cultuur zou oordelen wanneer ik haar iets te eten zou aanbieden. Respect voor de ouden van dagen is ontzettend belangrijk hier: jongere generaties gaan zwaar gebukt onder de financiële druk van hun bejaarde ouders. Als ik de oude vrouw een maaltijd aanbied ga ik er dus vanuit dat ze geen familie heeft, geen kinderen die voor haar kunnen zorgen, wat in het traditionele Korea geen geringe smet was. Met deze overpeinzingen wandel ik langs haar wanneer ik ‘s avonds iets te zuipen ga halen in de convenience store, houd ik mijn pas even in en glimlach iedere dag iets breder naar het opdrogende mensenwezen.

How fragile we are!

How fragile we are werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Genderitis

Mijn week begon vanochtend, zoals alle weken en alle dagen sinds ongeveer een jaar, met een beknellende, zeikerige, alle aandacht opeisende pijn in mijn bovenkaak. Er ligt een tandwortel bloot die voortdurend ettert, als een zwellende ontsteking direct op de zenuw, vlakbij mijn arme hersenen die deze ellende moeten registreren, en vlakbij mijn arme geest, die er een einde aan wil maken.

Maar het gaat dus niet om mij. Het gaat over de politiek correcte beslissing van de gemeente Amsterdam en de Spoorwegen om mensen voortaan genderneutraal aan te spreken.

Het plebs discussieerde op Twitter heftig over dit issue, en uit pure verveling mengde ik mij onder het volk (zie hier). De gemeente Amsterdam en de Nederlandse Spoorwegen (de afkorting NS staat in Duitsland voor Nationaal-Socialisme) waren aan het ‘deugen om het deugen’, het werkte allemaal averechts want met zo’n lip service zijn genderfluïde mensen niet geholpen, en het was om de aandacht af te leiden van het echte probleem dat Nederland teistert: de islamisering. De houding die ik mezelf aanmat was die van de quasi onverschillige macho. Zolang er lekkere blote wijven op het internet zijn en onanie niet verboden is uit respect voor een of andere hypocriete religieuze splinterpartij, vind ik alles best.

Maar zoals de ‘gutmenschen’ deugen om het deugen, zo staan de schreeuwers klaar om te fukken om het fukken.

“Beste reizigers” – wie luistert er in vredesnaam nog naar die neuzelende omroepstem? Een beetje kerel zit toch verdiept in zijn grote stoute mannenboek of loert op zijn foon naar ondeugende filmpjes. Maar zoals de ‘gutmenschen’ deugen om het deugen, zo staan de schreeuwers klaar om te fukken om het fukken.

Nu denkt u misschien: moet dat allemaal weer zo platvloers? Heeft Don Camilo dat echt nodig om een punt te maken? Is het niet kwalijk om bij transgenders altijd weer aan exotische seks te denken, terwijl het gewoon normale mensen zijn die niets liever willen dan gewoon met de maatschappij meedraaien, zoals dat heet?

Ik demonstreer mijn eigen lompe en algemeen aanvaarde, ja gevierde, genderzekerheid juist om de blik te vestigen op hen, die zo’n overtuiging moeten missen. Mensen die niet kunnen rekenen op kameraadschappelijke bijval in de kroeg, op eindeloos medisch begrip wanneer hun lijf anders werkt dan gewenst, op een eenduidige reactie wanneer ze iemand te geil aankijken of op begripvol advies in de betere modezaak. We mogen met deze mensen best wat meer rekening houden, roep ik braaf. Om te beginnen door het soort projecties in deze paragraaf te vervangen door wat de transmensen zélf te berde brengen.

Gender is een gezelschapspel met bloedserieuze consequenties, omdat het constitutief is voor je identiteit. Wanneer vier procent van de Nederlanders weleens twijfelt aan hun genderidentiteit, betekent dat dat dit ‘spel’ bewuster wordt gespeeld dan ooit, en dat is vanuit een postfreudiaans liberaal gezichtspunt alleen maar vette winst.

Genderitis, het thematiseren van het gender om de inclusie te bewerkstelligen van diegenen die zich (nog) niet kunnen vastleggen op een binair gender, moet met een gepaste dosis humor en milde ironie worden bedreven, omdat het anders dreigt om te slaan in genderisme, het doodzwijgen van het sociale ongemak van bepaalde gendergroepen om maar van het gezeik af te zijn. Het is dezelfde fijne lijn als tussen racitis en racisme: met de beste bedoelingen en onderbouwd met deugdelijke statistieken wordt ras van stal gehaald (‘hallo witte mensen‘), met als gevolg dat de publieke opinie zich gaat irriteren en racistische drek weer salonfähig wordt, om maar van het gezeik af te zijn.

Genderitis werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Vervloekte hoop

Na mijn wekelijke séance bij een Koreaanse tandarts (het is iedere week een andere, totdat het probleem is opgelost) stond ik buiten met de smaak van bloed en hoop in mijn mond. Omdat zo’n tand verdomd dicht bij het brein zit, had ik door dit zenuwenleed de laatste maanden aan scherpte en ironische distantie ingeboet. Ik was een dull boy geworden die de wereld zo zoetjesaan begon te vervloeken en de hoop nog het meest.

Maar hallelujah, hier zit ik dan toch maar weer, met sterke koffie en Arnold Schönberg’s Verklärte Nacht als arbeidsvitamientjes, om een column te tikken waar de censor met z’n fikken vanaf blijft. Ik tel mijn zegeningen: ik heb afgezien van mijn latente socialisme, geen permanente hersenbeschadiging zoals die arme Nouri van Ajax. Ik ben nooit neergehaald door een BUK-raket of een lelijke columniste met de volgesnotterde zakdoek van Frans MH17 Timmermans op d’r kop gedrapeerd als ‘statement’ (op de wetenschappelijke publicatie vrouw.nl schaamt men zich omdat Hanina ‘haar hoofddoek is’).

Het is nog steeds komkommertijd en Hanina Asjemenou was een makkelijke prooi. Het mens mocht op televisie tekst en uitleg geven voor een slecht geschreven column in het AD waarin ze iets had geschreven met de strekking dat ze niet treurde om de slachtoffers van de MH17-ramp (ik heb het uit de meest betrouwbare bron: Twitter, want ik lees zoiets natuurlijk niet). De rapen waren gaar en uit de gelederen van grappend Nederland kwam het ene na het andere mannetje naar voren om deel te nemen aan de publiekelijke bukake waar mevrouw Ajarai het lijdend, edoch niet slikkend, voorwerp van was.

Hij mag het zeggen: de Don is groot genoeg geschapen dat hij bij autofellatio zijn nek niet breekt.

Dergelijke metaforiek kan maar door een figuur zijn geïnspireerd. Onze Don Tuur, grootmeester van de obscene lach, schreef erover in de tandeloze HP de Tijd. Hij zit op veilige afstand in de Algarviaanse zon, en heeft dus net als ik vanuit homogeen zuipland Korea waar hoofddoekjes nog écht opvallen, makkelijk praten. Tuur sprak mij aus der Seele toen hij schreef dat een goede columnist moet sarren en rellen, dat het niet uitmaakt of ze links of rechts is; dat de vorm belangrijker is dan de inhoud. Als voorbeeld voert hij zijn eigen cursiefjes in De Volkskrant en HP de Tijd aan. Hij mag het zeggen: de Don is groot genoeg geschapen dat hij bij autofellatio zijn nek niet breekt.

De taak van de columnist is om de publieke opinie een stapje voor te zijn, niet om deze na te praten. Mob justice en BUKake zijn een alleraardigst tijdsverdrijf tijdens de vrijdagmiddagborrel, maar zitten uiteindelijk de Schönschreiberei alleen maar in de weg. De inhoud mag dan tweederangs zijn voor de columnist, als hij niet goed is gekozen leidt het de aandacht af van de vorm. En dat is funest.

Mijn vervloekte hoop is dat er onder de nieuwe lichting columnschrijvers genoeg bekwame zielen zitten die schijt hebben aan hun eigen parochie, die met een mooi Hitchensiaans woord ‘contrarians’ zijn. Ja, dat ze zelfs weleens van mening durven veranderen (stel je ter vermaak voor dat Anne Fleur Dekker de Foutainhead van Ayn Rand leest en dientengevolge haar hele verhaal bij DWDD omgooit). Geraffineerde columnisten die het aandurven om enige zelftwijfel aan de dag te leggen en zich niet overgeven aan borstenklopperij zoals Ebru-‘ik ben de beste’-Toemaar. Capabele columnisten die niet schermen met het privilege van een minderhedencultuur of een mooi pigment, maar die de kunst en kunde van de retorica perfect beheersen.

Ik hoop dat zulke lieden een ‘podium’ of een ‘groter publiek’ zullen vinden, zodat onderbetaalde intellectuelen een baantje hebben aan het researchen van de semiotische disseminatie van hun opiniërend proza, terwijl ook Ali en Ochieng uit de Bijlmer er nog iets mee kunnen.

Ik hoop dat de Nieuwe Columnist ervoor gaat zorgen dat zijn lezers dusdanig gedesoriënteerd raken dat ze zich verslikken in hun Guatemalteekse arabica. Goede columnisten begrijpen polemos, de vader aller dingen. En hun ambitie reikt verder dan het twistgesprek van de dag. Ze schrijven voor de eeuwigheid.

Dalí is van de week opgegraven, omdat een vermeende dochter achter zijn fortuin aanzit. De patholoog-anatoom ontdekte dat zijn snor perfect was geconserveerd. Hij stond nog steeds op tien over tien. Laat columnisten dat nastreven, dat bij exhumatie van hun epistels, vele eeuwen later, ze nog niets aan stijl en geldigheid hebben ingeboet, zoals het de Romeinse columnist Cicero toch maar mooi is gelukt.

Vervloekte hoop werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Nationalisme

Nationalisme, de identificatie met een land op basis van een warm gevoel en uitgedrukt in het contrast met andere landen, is een sentiment waarvan ik tot op heden gevrijwaard ben geweest. Misschien omdat in mijn jonge provinciale bestaan het buitenland, met de bergen, altijd spannender was dan het eindige laagland. Nadat ik naar Berlijn was verhuisd werd ik vaak op mijn Nederlandse afkomst aangesproken. Om de saaie gesprekken over Linda de Mol en Rudi Carell te vermijden leerde ik mezelf een Duits accent aan. Ik voelde me Duitser, maar dan zonder de ‘Altlasten’, zonder de duistere schuldcomplexen die de families van mijn Teutoonse vrienden vaak in hun grip hielden (“wat heeft jouw opa gedaan tijdens de oorlog?”)

Toch betrapte ik mezelf vorige week op dat irrationele gevoel van trots omdat ik moedertaal en paspoort deel met Robbert Dijkgraaf, die directeur is van het Institute for Advanced Studies, het gerennomeerde instituut waar de beste wetenschappers, vooral wiskundigen, hun gang kunnen gaan. Het instituut van Albert Einstein en Kurt Gödel. Dat is toch maar mooi een Nederlander, dacht ik. En toen Ian Buruma onlangs werd benoemd tot hoofdredacteur van de New York Review of Books, dacht ik ook “kijk, ‘we’ doen het goed.”

Waar komt dat gevoel vandaan? Ik heb niets aan de fenomenale prestaties van de heren bijgedragen. Ik had ook trots kunnen zijn omdat ze net als ik twee oren hebben.

Het verschil is dat mensen anders reageren wanneer ik melding maak van mijn trots op tweeorigheid dan wanneer ik mijn nationalistische trots met ze deel. Nationalisme is natuurlijk een discours dat zichzelf voedt. Dat gold voor de Meden, de Perzen, de Vlamen, de Friezen, de Syriërs en de Palestijnen.

Het verschil is dat mensen anders reageren wanneer ik melding maak van mijn trots op tweeorigheid dan wanneer ik mijn nationalistische trots met ze deel.

Omdat door grensgangers en migranten de nationale discoursen verwateren moeten ze steeds worden gestimuleerd door nationale media. Dit was vanzelfsprekend toen media berustten op hardware en fysieke distributiekanalen. Het is minder voor de hand liggend bij online media. Waarom zouden commerciële onlinepublicaties niet alle landsgrenzen negeren en in een internationale taal voor de wereldmarkt schrijven, die beter betaalt?

De reden is natuurlijk dat zulke onlinepublicaties zijn opgericht door mensen die meer in de zin hebben dan winstmaximalisatie, namelijk een identiteit die ze in een publiek discours willen uitdragen. De nationale identiteit is een zo’n discours, dat ze overnemen van de publieke media die volgens onderzoeken op zijn retour is.

Wanneer nationalistische gevoelens uitsterven met de generaties die vóór het internet zijn opgegroeid, voorspel ik dat politiek nationalisme irrelevant wordt; ik voorspel dat millennials hun schouders ophalen bij een appèl aan de soevereiniteit van ‘hun’ land. Wanneer zij ‘wij’ zeggen bedoelen ze geen geografische groep, maar misschien een taalkundige groep die naast Engels nog een grappig taaltje zoals Fries of Hollands spreekt. Wanneer ze het over ‘de wet’ hebben maakt het ze niet uit of die in laatste instantie is vastgelegd in Den Haag of Brussel, als het maar handig is. ‘De economie’ is voor hen alleen een mondiaal begrip; tijdens de Olympische Spelen cheeren ze voor een friend-of-a-friend op Facebook, niet voor ‘hun’ nationale team.

Misschien zijn ze trots op Robbert Dijkgraaf omdat ze op ‘zijn’ UVA hebben gestudeerd en trots op Buruma omdat ze hem al kenden vóórdat hij wereldberoemd werd. Maar niet omdat ze ook een Nederlands paspoort hebben.

Nationalisme werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org