Het ongelukkige bewustzijn van de domheid

Het bewustzijn van onze eigen domheid zou bevrijdend moeten werken. Het zou ons moeten aanzetten tot zwijgen, een zwijgen zonder de arrogantie van Socrates die met zijn houding de kennis en slimheid van de anderen in diskrediet probeert te brengen. Een probleem van volledig zwijgen is echter dat je dan zelfs geen columns meer in niemandsland kunt publiceren.

Het levensgevoel dat een zelfbewustzijn heeft wanneer het tussen eenduidig intelligentere zelfbewustzijnen moet leven, die het op elk gebied de baas zijn en zich altijd sneller ontwikkelen, is onvoldoende onderzocht. Hegel’s concept van het ‘ongelukkig bewustzijn’ doet te kort, omdat het hier gaat om een bewustzijn dat weet dat het principieel is uitgesloten van de dialectische ontwikkeling. Het gaat om een zelfbewustzijn dat zijn eigen gedachten begeleidt met de gedachte dat ze reeds achterhaald zijn op het moment dat het zich ervan bewust wordt. Het ongelukkige bewustzijn van de domheid staat buiten de geschiedenis. Het beseft dat niets wat het denkt een toegevoegde waarde heeft, dat het altijd minder begrijpt dan wat vereist is om macht te kunnen uitoefenen.

In het openbare ‘debat’ (vluchtelingen, klimaatpolitiek, terrorisme) kan het bewustzijn meepraten omdat de vereiste kennis nihil is. Maar ook hier beseft hij bij het horen van de zich eindeloos herhalende echo’s, hoe gebrekkig zijn eigen kennis en kunnen is. Door het aanzicht van de publieke domheid begint hij te vermoeden dat zijn eigen domheid onzichtbaar moet blijven.

Misschien is de oorzaak zijn gebrek aan interesse. Het ongelukkige bewustzijn van de domheid interesseert zich nergens voor. Het leest ontzettend veel om zijn domheid te kunnen blijven bevestigen en vergeet het weer. Het studeert en haalt diploma’s omdat gediplomeerd onbegrip een beter bewijs is van domheid dan ongeletterde ignorantie. Het ‘bestudeert’ jarenlang moraal en ethiek aan universiteiten maar weet er vervolgens niet meer, beter, of slimmer over te vertellen dan de eerste de beste onbenul. Wat een verspilling!

Zo’n domheidscomplex is gemakkelijk af te doen als een gemakszuchtige, kokette vorm van zelfmedelijden en aandachtstrekkerij. In het beste geval is het echter een nihilistische kunstvorm, de neerslag van een poging iets te uiten in een wereld waar alle betekenis onmiddellijk verdampt.

Het ongelukkige bewustzijn van de domheid werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Verstaander

Ik werp me graag op als verstaander. In mijn vriendenlijsten staan antisemitische linksextremisten met een eng gebrek aan zelfkritiek (“ik ben vredelievend en PVV’ers moet je doodmeppen”), alsook pompoenhoofden die routinematig karikaturen publiceren van de islamitische profeet M., liggend op de grond met zijn benen omhoog terwijl hij een paraboolvormige straal amberkleurige spetterpoep precies in zijn eigen mond spuit.

Extremen heb ik altijd opgezocht omdat er iets van te leren viel, of eerlijker, omdat het einfach geil was. De wetenschap kan veel leren van organismen als tardigrades (waterbeertjes), die 6000 keer de atmosferische druk, temperaturen van bijna het absolute nulpunt (-273 Celsius), kosmische straling, een vacuüm en Mattie en Wietze kunnen overleven. Ik luisterde als adolescent naar snoeiharde metaalmuziek, het soort bands dat onverholen dood en verdoemenis in de microfoon braakt en zich wel eens wil wagen aan suïcide op de bühne. Maar ik luisterde ook naar solo-partita’s voor barokviool, uitgevoerd op traditionele 17e-eeuwse instrumenten door Sigiswald Kuyken. Op het gebied van beeldende kunst was het gebruik van slachtafval en excrementen een zekere indicatie dat de kunstenaar zijn concept in extremis had proberen te implementeren.

Als ik maar het uiterste van het spectrum te pakken had, want dan maakte ik kans op een overzicht over alle lichtere en gecompromitteerde vormen. Voorspelbaar genoeg verloor ik echter alle interesse in het maken van dat overzicht, zodat ik alleen achterblijf met de vage herinnering van het aldus nutteloos geworden extreem. Maar deze puberale hobby kan in 2017 wellicht van pas komen. Doordat ik bij iedere aanstootgevende opmerking meteen de sadistische overdrijving hoch drei erbij denk, kan ik het hoofd koel houden.

Ik kies mijn woorden zorgvuldig om de sentimenten van zowel links als rechts te bespelen. Het blijft koorddansen want zodra je de schijn van authenticiteit verliest of men denkt dat je aan het paaien bent, flikker je van het touw af. Maar deze Seiltanz (de metafoor is van Nietzsche) heeft een doel. Ginds aan de overkant zijn de linkse en rechtse sentimenten geïntellectualiseerd en bevinden ze zich in zinstichtende debatten vol ironie, kwinkslagen en grondigheid.

Yeah right. Wat doet een verstaander concreet? Hoe beoefen je de kunst om zodanig te formuleren dat “links” en “rechts” zich laten verleiden tot intellectuele (niet: intellectualistische) zelfkritiek, die ze vervolgens aan elkaar kunnen uitbesteden?

Exempli gratia:

Als we (en als rechtgeaarde linkse burger mag u zich nu met een vlakke hand op het voorhoofd slaan) meer van de Islam willen begrijpen kunnen we het beste naar het meest ranzige Salafistentuig kijken, het soort dat als door de duivel bezeten ‘Allah akbar’ roept nádat ze in een aantal stukken zijn gereten door de mislukte plofkraak van hun eigen darmen.

Als we (en als linke rechtse rakker mag u zich nu met een vlakke hand op het voorhoofd slaan) meer van nationalisme willen begrijpen kunnen we het beste naar het ranzige Noord-Korea kijken, waar de ultranationalistische doctrine heeft geleid tot wereldwijde sancties, ongekende hongersnood en een gebrek aan individuele vrijheid dat bijna net zo erg is als in een betuttelende sociaal-democratie.

Geen idee of het vruchten gaat afwerpen. Ik kom er vooralsnog op social media mee weg want ik verdien likes (die blauwe duimpjes waar je in de toekomst nog eens je hypotheek mee kunt afbetalen) uit beide geloofsrichtingen.

Verstaander werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

In debat met Arnon Grunberg

“In sommige, uitzonderlijke gevallen kan een doodswens worden gerespecteerd. De gedachte echter dat mensen zelf kunnen bepalen wanneer het leven voltooid is, is geen vooruitgang maar een aanval op ons beschavingsideaal. Oftewel een misverstand. Een neoliberale bezuinigingsoperatie.” – Arnon Grunberg in de Volkskrant 1/2 april 2017

Het feit dat Arnon zijn voetnoten dagelijks vanuit New York City als parelen voor de zwijnen het Nederlandse volk toewerpt mag sommigen irriteren. Ik let liever op de inhoud. Wat zou ik graag eens in debat gaan met de gevierde veelschrijver en Hollands hofnarcist van zijn retorische sokken blazen.

Neem zo’n aantekening als het citaat hierboven. Het is slordig geformuleerd: bedoelt hij met ‘het leven’, ‘hun eigen leven’? Wanneer we tegenwoordig vragen of ‘het leven’ voltooid is gaat het over de machtsovername van DNA-gebaseerd leven, inclusief homo sapiens, door wezens op basis van silicium of een ander substraat. Hij heeft in zijn intellectualistische pendant van het ‘briefje van Jan‘ Dijkgraaf geen ruimte om iets uit te leggen over ‘ons’ beschavingsideaal, en hij misbruikt het woord misverstand.

Onze Arnon respecteert de doodswens in ‘uitzonderlijke’ gevallen, en dat worden er natuurlijk steeds meer hoe beter je de individuen in kwestie kent. Als je Grunberg zou vragen of ieder mens in zijn diepste wezen ‘uitzonderlijk’ is wed ik dat hij genoeg Kloos in zijn donder heeft om dit volmondig te beamen. De ‘gedachte’ die hij hier nonchalant en tout court verwerpt, is het principe dat ‘mensen’ zelf wel even bepalen wanneer ze klaar zijn met leven. Ik denk juist dat we die gedachte moeten verdedigen, en dat de uitzondering – en de bewijslast – aan de andere kant liggen: we negeren iemands doodswens in uitzonderlijke gevallen.

Waarom? Precies vanwege datzelfde beschavingsideaal, dat Verlichting en individualisme behelst in de zin van Erasmus en Spinoza, Kant en Goethe, Voltaire en Rousseau. De fundamentele mogelijkheid om zelf te bepalen wanneer het voltooid is, zoals Joost Zwagerman dat bijvoorbeeld heeft gedaan, te respecteren als keuze is inherent aan dat beschavingsideaal. Individuen moeten in principe zelf de ultieme beslissing kunnen nemen. Iedere inperking van dit principe maakt de weg vrij voor een oneindig betuttelende bureaucratie. Gecertificeerde psychotherapeuten die dikke stapels formulieren invullen over de graad van voltooiing waarin zich hun patiënten bevinden. Lange vergaderingen over anonieme stervelingen die hun doodswens duizend keer trillend en jankend hebben uitgesproken, of er een psychologisch-technische reden bestaat om hen te helpen bij die zo hevig verlangde zelfdoding.

Alles om de ‘neoliberalistische bezuinigingsoperatie’ te vermijden.

Maar Grunberg haalt dingen door elkaar. Wat aan ons multiculturele beschavingsideaal ten grondslag ligt, daar kan geen twijfel over bestaan, is de geest van de Verlichting. Het zelf denkende, zelf verantwoordelijke, individu. We hebben in een postmoderne, postreligieuze wereld niet meer de luxe van de luiheid om ons voor ons beschavingsideaal te beroepen op een goddelijke autoriteit, zeker niet als je zoals Grunberg vindt dat iedereen wereldburger is en zich vrij over de globus moet kunnen bewegen met zijn religie in de handbagage.

De rede is al wat we hebben. γνῶθι σεαυτόν is de kern van ons beschavingsideaal, en wanneer een individu uit die kennis niet bij vol bewustzijn en in volle glorie de ultieme beslissing kan nemen, is dat een relativistische ondermijning ervan. Camus zegt “Oordelen of het leven wel of niet de moeite waard is geleefd te worden, is antwoord geven op de fundamentele vraag van de filosofie.” Als we als goed bedoelende samenleving die vraag voor elkaar willen beantwoorden, offeren we het hart van ons beschavingsideaal op voor een symptoom ervan.

Afbeelding Wikimedia

In debat met Arnon Grunberg werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Elkaars intelligentie

In de vileine woordenwisselingen die in ons povere tijdsgewricht voor debatten moeten doorgaan valt me een ding op: in plaats van bij het te bespreken onderwerp te blijven en de tegenstander op slinkse, Socratische wijze proberen schaakmat te zetten, beginnen contrahenten er steevast mee, elkaars intelligentie en waardigheid in twijfel te trekken. Ja, hun primaire bijdrage is het in twijfel trekken van de intellectuele vermogens en het belachelijk maken van de persoon met wie ze eigenlijk, wanneer ik deze naïeve gedachte nog mag uitspreken, Wahrheitsfindung zouden moeten bedrijven door middel van dialectisch vuurwerk en het feest van wederzijdse intellectuele kritiek.

Dit heb ik zien aankomen. In het online-gebeuren geldt niet het recht van de sterkste of de wet van de jungle, maar de wet van het kreupelhout. Het is de wet van de stumpers, die weten dat er nooit veel licht op hun kruin zal vallen en dan maar proberen, elkaar te overwoekeren.

Over een paar dagen kiest het Nederlandse volk de volgende regering. Er worden debatten georganiseerd maar de sterke onderstroom, voor zover ik dat kan observeren op een veilige tienduizend kilometer afstand, bestaat uit krachten die elkaar bij voorbaat van het debat uitsluiten. Wat roepen mensen wanneer ze het inhoudelijk niet eens zijn met politici als Jesse Klaver of Alexander Pechtold? Komen ze met doorwrochte tegenargumenten? Neen, ze denken de intellectuele inspanning van een debat te kunnen vermijden door hun IQ in twijfel te trekken.

Ik ben het daarom met hen eens wanneer onze gematigde linkse intellectuelen, Bas Heijne en Joris Luyendijk cum sui, oproepen tot een echt debat, zeker wanneer zo’n evocatie niet gespeend is van milde ironie en zelfspot. Want niets werkt zo averechts om, zoals VU-hystericus Peter Breedveld dat doet, “PVV’ers” (wat dat ook moge zijn) bij voorbaat te stigmatiseren als mensen zonder enige intelligentie of moreel oordeelsvermogen. Of om, zoals TPO-coryfëen dat met retorisch geweld plegen te doen, ieder links-humanistisch geluid met een brakend gebaar af te doen als masochistische neiging van gutmenschen die de weg kwijt zijn.

Evenmin zal het weinig uithalen om te dagdromen over ‘collectieve ontwaking’ zoals Rutger Bregman of de Dyab Abou Jahjah of hun al te getrouwe rechtse spiegelbeelden.

Maar voor een ding wil ik me hier in niemandsland hard maken: diskwalificeer elkaar niet bij voorbaat als je iets gelegen is aan samen leven. Durf ervan uit te gaan dat de ander tenminste over intelligentie beschikt, des te leuker is het om deze veronderstelling vervolgens in een Ciceroniaans debat glorieus te ontkrachten.

Ik begrijp je frustratie. De andere willen het gewoon niet zien en dan moeten ze maar voelen. Maar als je niet mee wilt doen aan het nationale kringgesprek blijf je toch lekker thuis in je pyama Netflix kijken. Of ga emigreren. Als ‘politiek vluchteling’ zullen ze je overal met open armen ontvangen.

Mensen: breng uw stem uit op een van de flapdrollen die meedingen in deze editie van Holland got talent, maar zie er in Erasmus’ naam de humor ervan in.

Elkaars intelligentie werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org