Dan komen de miertjes!

Hoe en wanneer moet je je kind voorlichten over de tijdelijkheid van ons bestaan? Zolang je voor het ouderschap nog geen diploma nodig hebt en er geen verplichte handboeken zijn moet iedere ouder dat voor zichzelf uitmaken. Nog staat er geen straf op wanneer we ons kroost te vroeg bekend maken met de verschijnselen van onze vergankelijkheid, of dit omgekeerd geheel verzuimen. Is dit niet opmerkelijk, aangezien het wijsheid, een ultieme vorm van allerindividueelste wijsheid vergt, om het juiste moment van vertellen te bepalen, en de wijze waarop?

Miru en ik zagen een dood vogeltje. Het beestje bevond zich in het eerste stadium van ontbinding, aan het stijve grauwe lijfje was op de roerloosheid na niets vreemds te zien. Mijn dochter is nu vier en ik heb haar al eerder over de dood verteld, bij wijze van voorzorgsmaatregel voor haar deelname aan het verkeer. Wanneer er een grote groene bus aankomt en je onder de wielen valt ben je ‘helemaal dood’. Kun je ook een beetje dood zijn? vraag ik. Nee, dat kan niet. Dat is een oxymoron, antwoordt ze. Dood betekent onder de pragmatische omstandigheden van het vermijden van een verkeersongeval vooral: plat. Maar nieuwsgierigheid houdt voor platheid niet halt.

Wat gebeurt er met alle dode dieren en mensen? Die worden, zei ik, genietend van de weldadige vereenvoudiging, opgegeten door de miertjes. Als je maar lang genoeg dood blijft liggen, zoals ons vogeltje hier, komen de miertjes eraan. Kijk maar! Een miertje wandelde naar het lijkje. Miru wees met haar vingertje en begreep. En de miertjes eten alles op: snavel, pootjes, veren. Ook de ogen? Ja, zelfs de ogen. En dan is de vogel helemaal weg?

Nee. Hij is in de buik van de miertjes hoor! En wat gebeurt er als een miertje doodgaat? Beetje moeilijk.

Voor het naar bed gaan spelen we dood: terwijl een van ons levenloos gaat liggen, de tong schuins uit een mondhoek gestoken, wandelt de ander met tien vingers een groep hongerige miertjes over torso en ledematen. Mjam mjam mjam. Leuk is het niet, dat doodgaan, maar er is tenminste een verhaal. Wanneer je lichaam het op een dag niet meer doet, denk dan niet aan het gulzige nihilisme dat mijmert van het einde van ons zonnestelsel en de hartverscheurende tijdelijkheid zelfs van Michelangelo Buenarotti. Denk aan de vrolijke wetenschap dat alles doorgaat. Als je dood gaat, dan komen de miertjes.

Dan komen de miertjes! werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Liefdespoëzie

Ik bewonder de Vlaamse dichter Koenraad Goudeseune die dagelijks schitterende erotische liefdesgedichten op zijn Facebook-profiel plaatst alsof het niks is. Briljante verzen over wulpse rondingen, de kunst van het beminnen en de oneindige futiliteit van ons bestaan. De dood en god zijn nooit ver weg, maar zonder libido kan er niet goed worden gebeden. Een willekeurig fragment dat vandaag op des dichters muur stond:

Aan boord van een rubberen boot een mes, liefste,
zo is in poëzie die ik ‘t liefste heb de liefde ook.
Zo is schoonheid louter in gevaar voor schoonheid zelf.
Jij, met je mooie glimlach, jij naakt geklede bloesem —

… en als ik voor de grap nog bid, dan kies ik woorden
uit mijn eigen verdorven evangelie, uit het labyrint
van lust waarin jij als in een sprookje een spoor van

kruimels legt. Dat weinige is mijn voedsel, aldus houd je
mijn honger laaiende…

Hopelijk stilt de auteur zich voorlopig nog niet. Wie van Abelard en Héloïse op z’n hondjes houdt ziet uit naar Goudeseune’s komende bundel “Precht”.

Liefdespoëzie werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Iets met rouw

“En de jouwe?”
“De mijne kreeg een hartaanval, plotseling.”
“Dus je hebt ook geen afscheid kunnen nemen?”
“Nee.”

En zwijgend zitten we naast elkaar. Hieruit gaat weer een herinnering ontstaan. We voelen het, alsof we erop aan het broeden zijn. We zouden later allebei kunnen terugbladeren en allebei een beetje glimlachen bij dit punt. Het zou een soort ezelsoor in ons geheugen worden.

Bijna bewust schrijven we in het album van onze herinnering, en ik ervaar hoe grotesk wij mensen zijn. Herinneringen leiden ons en verleiden ons. Maar de voltooiing van ons tastende streven ligt altijd terug in de tijd.
Ik kijk opzij, ze zit bewegingsloos naast me. Ik sluit mijn ogen en zuig het moment met alle kracht naar binnen. De tijd geeft zich even kenbaar als het enige blad dat omhoog dwarrelt, en toen gaf ik op.
Ik verlangde er hevig naar, dat zij plotseling zou veranderen in iets symbolisch.