Voor F. Starik

In memoriam de op 16 maart 2018 overleden Utrechtse dichter F. Starik.

Groen als gras stond je op het podium in Utrecht
en ik, anoniem en jaloers in het publiek
genoot, overtuigd opnieuw dat er iets te zeggen
viel

Zoals bij alle groten leek het eenvoudig
maar was het dat niet, tenminste
niet eenvoudiger dan leven

Een wereld Frank waarin mannen rondfietsen
zoals jij
en gedichten, gedichten maken,
dat is de wereld die wij achtergeblevenen zullen behoeden
voor de achtergeblevenen die dan weer
na ons komen.

Daar kun je van op aan.

Flattr this!

Voor F. Starik werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

De Dood slaat weer eens toe

De dood van mensen die je hebt gekend, hoe vluchtig ook, went nooit. Afgelopen week overleed de dichter F. Starik, die ik in 2016 heb zien optreden tijdens een Nacht van de Poëzie in Utrecht. Naderhand sprak ik hem kort aan zijn signeertafel. Niet dat ik een bundel van hem had gekocht, daar was ik toen te gierig voor. Tijdens de begrafenis van Menno Wigman, waar ik bij toeval aanwezig kon zijn omdat ik me in Nederland bevond, zag ik hem weer. Hij was  erg ontredderd over het heengaan van zijn goede vriend en ik besloot daarom geen contact meer met hem te zoeken.

En dan lees ik op Facebook doodleuk dat hij op 59-jarige leeftijd aan een hartstilstand is gestorven. Ik denk aan zijn liefsten en aan de gruwelijke farce waaraan we met z’n allen zijn overgeleverd, en waarom in godsnaam de wetenschap dat ons leven eindigt ons niet dichter tot elkaar dwingt. Waarom er niet dagelijks zwermen jankende mensen arm in arm naast elkaar liggen op openbare groenvoorzieningen, jong oud, man vrouw, homo hetero, allochtoon monochroom, elkaar zachtjes door de haren strijken en met doortraande ogen aankijken. We zijn hier allemaal ongevraagd neergeplempt, in krakkemikkige lichamen die we reproduceren, dus we zouden elkaar iedere seconde moeten liefhebben, dankbaar en verwonderd dat we op hetzelfde moment in leven zijn. Deze hele kosmische onbenulligheid zou ons een impuls moeten geven om onszelf, onze ‘overtuigingen’ en ons ‘volk’ niet al te serieus te nemen, om met en om elkaar te blijven lachen tot we erbij neervallen.

De vermaarde kosmoloog van de zwarte gaten Stephen Hawking is ons vorige week ook ontvallen, en ik las zojuist dat een goede vriendin van mijn ouders, die ik nog kende van het spijkerpoepen tijdens campingvakanties in Frankrijk in de jaren negentig, nadat haar lijf door een gruwelijke kanker was verwoest, is heengegaan. Het raakt me. Ik zit maar wat te zeuren over ontstoken tandvlees, gebrek aan zinvol werk, formulieren van de belastingdienst en verlangen naar echte vriendschap in mijn Koreaans sprekende leefomgeving. Wat een trivialiteiten.

In Afrin woedt ook de dood. Ik kan mij nauwelijks een voorstelling maken van het leed in Syrië, de onvoorstelbare wreedheid van een burgeroorlog en de meedogenloze wetten van de geopolitiek. Maar wanneer magere Hein onder de vrienden van mijn vrienden huishoudt borrelt in mijn hart genoeg empathie op om doodstil te zijn en te janken van binnen. En wanneer ik vanuit die geesteshouding, waarde lezer, naar het geleuter in de polder over vluchtelingen en hun geloof luister, dat twee dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen der Lage Landen hard en lelijk klinkt, verzucht ik in droefenis en onmacht.

De Dood slaat weer eens toe werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

god bestaat niet, maar wat doen we dan met de dood?

leven gelijkt allengs verlediging, we slaan
aan ‘t bidden tegen een lege en ongewassen troon
onze echo’s dreunen op koude tegels en we gaan
door ijzige nachten op zoek naar ons verdiende loon

Flattr this!

god bestaat niet, maar wat doen we dan met de dood? werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Dan komen de miertjes!

Hoe en wanneer moet je je kind voorlichten over de tijdelijkheid van ons bestaan? Zolang je voor het ouderschap nog geen diploma nodig hebt en er geen verplichte handboeken zijn moet iedere ouder dat voor zichzelf uitmaken. Nog staat er geen straf op wanneer we ons kroost te vroeg bekend maken met de verschijnselen van onze vergankelijkheid, of dit omgekeerd geheel verzuimen. Is dit niet opmerkelijk, aangezien het wijsheid, een ultieme vorm van allerindividueelste wijsheid vergt, om het juiste moment van vertellen te bepalen, en de wijze waarop?

Miru en ik zagen een dood vogeltje. Het beestje bevond zich in het eerste stadium van ontbinding, aan het stijve grauwe lijfje was op de roerloosheid na niets vreemds te zien. Mijn dochter is nu vier en ik heb haar al eerder over de dood verteld, bij wijze van voorzorgsmaatregel voor haar deelname aan het verkeer. Wanneer er een grote groene bus aankomt en je onder de wielen valt ben je ‘helemaal dood’. Kun je ook een beetje dood zijn? vraag ik. Nee, dat kan niet. Dat is een oxymoron, antwoordt ze. Dood betekent onder de pragmatische omstandigheden van het vermijden van een verkeersongeval vooral: plat. Maar nieuwsgierigheid houdt voor platheid niet halt.

Wat gebeurt er met alle dode dieren en mensen? Die worden, zei ik, genietend van de weldadige vereenvoudiging, opgegeten door de miertjes. Als je maar lang genoeg dood blijft liggen, zoals ons vogeltje hier, komen de miertjes eraan. Kijk maar! Een miertje wandelde naar het lijkje. Miru wees met haar vingertje en begreep. En de miertjes eten alles op: snavel, pootjes, veren. Ook de ogen? Ja, zelfs de ogen. En dan is de vogel helemaal weg?

Nee. Hij is in de buik van de miertjes hoor! En wat gebeurt er als een miertje doodgaat? Beetje moeilijk.

Voor het naar bed gaan spelen we dood: terwijl een van ons levenloos gaat liggen, de tong schuins uit een mondhoek gestoken, wandelt de ander met tien vingers een groep hongerige miertjes over torso en ledematen. Mjam mjam mjam. Leuk is het niet, dat doodgaan, maar er is tenminste een verhaal. Wanneer je lichaam het op een dag niet meer doet, denk dan niet aan het gulzige nihilisme dat mijmert van het einde van ons zonnestelsel en de hartverscheurende tijdelijkheid zelfs van Michelangelo Buenarotti. Denk aan de vrolijke wetenschap dat alles doorgaat. Als je dood gaat, dan komen de miertjes.

Dan komen de miertjes! werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Liefdespoëzie

Ik bewonder de Vlaamse dichter Koenraad Goudeseune die dagelijks schitterende erotische liefdesgedichten op zijn Facebook-profiel plaatst alsof het niks is. Briljante verzen over wulpse rondingen, de kunst van het beminnen en de oneindige futiliteit van ons bestaan. De dood en god zijn nooit ver weg, maar zonder libido kan er niet goed worden gebeden. Een willekeurig fragment dat vandaag op des dichters muur stond:

Aan boord van een rubberen boot een mes, liefste,
zo is in poëzie die ik ‘t liefste heb de liefde ook.
Zo is schoonheid louter in gevaar voor schoonheid zelf.
Jij, met je mooie glimlach, jij naakt geklede bloesem —

… en als ik voor de grap nog bid, dan kies ik woorden
uit mijn eigen verdorven evangelie, uit het labyrint
van lust waarin jij als in een sprookje een spoor van

kruimels legt. Dat weinige is mijn voedsel, aldus houd je
mijn honger laaiende…

Hopelijk stilt de auteur zich voorlopig nog niet. Wie van Abelard en Héloïse op z’n hondjes houdt ziet uit naar Goudeseune’s komende bundel “Precht”.

Liefdespoëzie werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Iets met rouw

“En de jouwe?”
“De mijne kreeg een hartaanval, plotseling.”
“Dus je hebt ook geen afscheid kunnen nemen?”
“Nee.”

En zwijgend zitten we naast elkaar. Hieruit gaat weer een herinnering ontstaan. We voelen het, alsof we erop aan het broeden zijn. We zouden later allebei kunnen terugbladeren en allebei een beetje glimlachen bij dit punt. Het zou een soort ezelsoor in ons geheugen worden.

Bijna bewust schrijven we in het album van onze herinnering, en ik ervaar hoe grotesk wij mensen zijn. Herinneringen leiden ons en verleiden ons. Maar de voltooiing van ons tastende streven ligt altijd terug in de tijd.
Ik kijk opzij, ze zit bewegingsloos naast me. Ik sluit mijn ogen en zuig het moment met alle kracht naar binnen. De tijd geeft zich even kenbaar als het enige blad dat omhoog dwarrelt, en toen gaf ik op.
Ik verlangde er hevig naar, dat zij plotseling zou veranderen in iets symbolisch.