Liefdespoëzie

Ik bewonder de Vlaamse dichter Koenraad Goudeseune die dagelijks schitterende erotische liefdesgedichten op zijn Facebook-profiel plaatst alsof het niks is. Briljante verzen over wulpse rondingen, de kunst van het beminnen en de oneindige futiliteit van ons bestaan. De dood en god zijn nooit ver weg, maar zonder libido kan er niet goed worden gebeden. Een willekeurig fragment dat vandaag op des dichters muur stond:

Aan boord van een rubberen boot een mes, liefste,
zo is in poëzie die ik ‘t liefste heb de liefde ook.
Zo is schoonheid louter in gevaar voor schoonheid zelf.
Jij, met je mooie glimlach, jij naakt geklede bloesem —

… en als ik voor de grap nog bid, dan kies ik woorden
uit mijn eigen verdorven evangelie, uit het labyrint
van lust waarin jij als in een sprookje een spoor van

kruimels legt. Dat weinige is mijn voedsel, aldus houd je
mijn honger laaiende…

Hopelijk stilt de auteur zich voorlopig nog niet. Wie van Abelard en Héloïse op z’n hondjes houdt ziet uit naar Goudeseune’s komende bundel “Precht”.

Liefdespoëzie werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Iets met rouw

“En de jouwe?”
“De mijne kreeg een hartaanval, plotseling.”
“Dus je hebt ook geen afscheid kunnen nemen?”
“Nee.”

En zwijgend zitten we naast elkaar. Hieruit gaat weer een herinnering ontstaan. We voelen het, alsof we erop aan het broeden zijn. We zouden later allebei kunnen terugbladeren en allebei een beetje glimlachen bij dit punt. Het zou een soort ezelsoor in ons geheugen worden.

Bijna bewust schrijven we in het album van onze herinnering, en ik ervaar hoe grotesk wij mensen zijn. Herinneringen leiden ons en verleiden ons. Maar de voltooiing van ons tastende streven ligt altijd terug in de tijd.
Ik kijk opzij, ze zit bewegingsloos naast me. Ik sluit mijn ogen en zuig het moment met alle kracht naar binnen. De tijd geeft zich even kenbaar als het enige blad dat omhoog dwarrelt, en toen gaf ik op.
Ik verlangde er hevig naar, dat zij plotseling zou veranderen in iets symbolisch.