Rijkdom

Op een steenworp afstand van mijn residentie bevindt zich een eethuisje, waar mijn zes kokkinnen 24 uur per dag eenvoudige, doch voedzame maaltijden voor mij, mijn gezin en mijn gasten toebereiden. Ik beschik over meerdere gezellige woonkamers waar mijn personeel op ieder uur van de dag koffie en taart serveert. Naar mijn badhuis is het ongeveer een kwartier lopen en ook daar kan ik onafgebroken terecht. Het is open wanneer ik dat wil, ik kan er altijd gebruik van maken wanneer ik mijn creditcard aan een vriendelijke medewerker overhandig. Als het ergens geregistreerd zou staan als mijn eigendom, zou dat voor mijn gevoel weinig verschil maken. Met andere woorden: ik ben de koning te rijk!

Ja maar, gelukkig denkt niet iedereen er zo over, hoor ik de kritiek uit realpolitische gelederen al opzwellen. Gelukkig zijn er nog mensen die gewoon ergens de volledige controle over willen hebben, want dat betekent dat ze er ook de verantwoordelijkheid voor nemen. Stel je voor dat iedereen er maar op los fantaseert en voelt alsof de wereld van hem is. Het zou tot idiote conflicten leiden, mensen die met elkaar op de vuist gaan omdat anderen hun eigendom betreden. Jouw rare fantasietje, mijnheer Choi, gaat alleen op in de bubbel van overvloed waarin jij leeft. Zodra de eerste tekenen der schaarste zichtbaar worden, moeten er broodrijen worden gevormd en met een hongerige maag fantaseert het niet zo lekker dat de “bakkerij van jou is”. Kijk maar naar Cuba, waar mensen niets dan weg willen, juist nu onder de nieuwe president Miguel Díaz-Canel Bermúdez. Dat staat zelfs in de linkse New York Times.

En om de vraag gewoon te stellen: Is het ethisch verantwoord om je steenrijk te voelen, zonder het te zijn?

Waarom dan toch deze onzin? Omdat die subjectieve overvloed fijn is. Ze hoeft niet direct met ja-maren in het narratief van de schaarste te worden vertaald. Als je je rijk kunt voelen zonder het te zijn dan is daar helemaal niks mis mee. Ja, het is ‘revolutionair’ want neemt je motivatie weg om echt materieel rijk te worden, dat de overheersende ambitie moet zijn voor een werkend kapitalisme. Het schetst een heel ander beeld van succes en van het goede leven. Maar laten we daar tenminste over praten. PVVD’ers vinden het slappe hap en langharig gewauwel dat met wortel en tak moet worden uitgeroeid, maar zullen nooit toegeven dat ze tegen de vrijheid van verbeelding zijn.

En om de vraag gewoon te stellen: Is het ethisch verantwoord om je steenrijk te voelen, zonder het te zijn?

Flattr this!

Rijkdom werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Onmogelijk!

Wanneer ik vol overgave aan activiteiten waag, zijn deze ingebed tussen twee onmogelijkheden: de onmogelijkheid om het te laten en de onmogelijkheid van perfectie. Grijp ik dwangmatig mijn viool bij haar hals, dan weet ik dat het vioolconcert van Tschaikovsky voor mijn trage vingers geen haalbare kaart is. Dit onbereikbare ideaal, in een schitterende opname van Maxim Vengerov, hangt echter niet als een zwaard van Damokles boven mijn hoofd. Het zet aan tot bezonnen motivatie en gezonde zelfironie. Zo weet ik ook dat ik nooit de modernste wis- natuurkunde zal doorgronden, of op sterrenniveau koken, of Dood in Venetië schrijven, of beter Koreaans spreken dan Kim Jong-Un. Het zijn noodzakelijkerwijs vage idealen, want als ik precies wist waar ik het over had, had ik ze al bijna bereikt.

Buiten regent het pijpestelen en binnen staat mijn laptop en een thermoskan koffie. Ik denk aan de levenshouding die ik net à l’improviste heb geformuleerd. Door een vaag beeld te hebben van perfectie heb ik een idee waar ik naartoe kan werken. Door die perfectie tegelijkertijd onbereikbaar te verklaren, vermijd ik onproductieve, zweterige contemplatie over de vraag of ik ‘het’ wel of niet zal kunnen halen. Het is polsstokhoogspringen over een onzichtbare lat. Achteraf kan men dan vaststellen dat het resultaat enige waarde heeft, en dus tenminste vanuit enige geconstrueerde perspectieven als perfect kan en moet worden beschouwd. Mijn excuses wanneer u van zulke woordenflatsen warm noch koud wordt. Filosofie is soms een hinderlijk stemmetje, dat we niet te hoog moeten aanslaan.

De wereld gaat, wanneer u mij deze grove vereenvoudiging permitteert, gebukt onder een gebrek aan onmogelijkheden. In online virtuele werelden kun je iedere identiteit aannemen die je vermag te verzinnen en in de hoedanigheid van je avatar alle morele wijsheden met voeten treden, zonder enige consequentie in je ‘eigenlijke’ bestaan. Je bent volledig vrij om je eigen gender te bepalen, men zal je geen strobreed in de weg leggen wanneer je verkondigt voortaan als flüide pan- of toffelseksueel door het leven te willen gaan. Porno is zo goedkoop dat het ook beschikbaar is voor heren die zelf hun broek niet kunnen ophouden. Zelfs de geschiedenis is maakbaar: we hoeven alleen een paar boze beelden neer te halen en ze voegt zich vanzelf naar het narratief van onze morele perfectie.

Aan het woord komt nu mijn wijsgerige intuïtie, mijn filosofische onderbuik. Het gevaar van die ‘mogelijkhedencultuur’ is dat ze uitdraait op extremisme. Het eigen morele ideaal is een loepzuiver beeld, een hard criterium. Mensen die er niet aan voldoen worden bitter en veroordelen zichzelf en elkaar. Morele perfectie is niet langer het vage onbereikbare ideaal van de deemoedige navolgers van een religieus voorbeeld, maar een vereiste om erbij te horen. Ethiek is niet meer gesitueerd tussen twee onmogelijkheden (het niet handelen en het perfect handelen) en verliest zo haar Aristotelische bezonnenheid. Het wordt een taboe om de intrinsieke beperkingen van ons morele bewustzijn te denken. Het opschorten, of niet-denken van onmogelijkheden wordt net zo toegepast op de libertijnse uitspattingen als op de reactionaire morele zelfkastijding. Men houdt geen halt meer om naar de vormelijke woorden te luisteren van een grijze autoriteit, die oproept tot bezinning en waarschuwt dat de morele hybris de ergste soort is. De deugtrein dendert door, zonder oor te hebben voor de eigen imperfectie, de onmogelijkheden om zijn idealen te bereiken, die ze weigert, vaag genoeg te formuleren.

De regen is even opgehouden en een lichte bries veraangenaamt me door het betraliede raam. Ik weet niet of ik gezegd heb wat ik wilde zeggen. Tijdens het schrijven werd ik mij bewust dat ik een formule hanteer: vertel iets over een verschijnsel in je persoonlijke leven en pas dit vervolgens toe op de actuele publieke kwesties. Met zo’n formule kan ik vanaf morgen gaan produceren en wie weet met mijn woorden geld verdienen. Een stagiair met een beugel zal me uitleggen hoe ik mijn kopij moet inleveren en mijn rubriek met een dwangmatige alliteratie Kamiel’s kanttekening noemen. Ich werde fleißig am Produktionsprozeß teilnehmen. Neen. Dat nooit.

Onmogelijk! werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Het ongelukkige bewustzijn van de domheid

Het bewustzijn van onze eigen domheid zou bevrijdend moeten werken. Het zou ons moeten aanzetten tot zwijgen, een zwijgen zonder de arrogantie van Socrates die met zijn houding de kennis en slimheid van de anderen in diskrediet probeert te brengen. Een probleem van volledig zwijgen is echter dat je dan zelfs geen columns meer in niemandsland kunt publiceren.

Het levensgevoel dat een zelfbewustzijn heeft wanneer het tussen eenduidig intelligentere zelfbewustzijnen moet leven, die het op elk gebied de baas zijn en zich altijd sneller ontwikkelen, is onvoldoende onderzocht. Hegel’s concept van het ‘ongelukkig bewustzijn’ doet te kort, omdat het hier gaat om een bewustzijn dat weet dat het principieel is uitgesloten van de dialectische ontwikkeling. Het gaat om een zelfbewustzijn dat zijn eigen gedachten begeleidt met de gedachte dat ze reeds achterhaald zijn op het moment dat het zich ervan bewust wordt. Het ongelukkige bewustzijn van de domheid staat buiten de geschiedenis. Het beseft dat niets wat het denkt een toegevoegde waarde heeft, dat het altijd minder begrijpt dan wat vereist is om macht te kunnen uitoefenen.

In het openbare ‘debat’ (vluchtelingen, klimaatpolitiek, terrorisme) kan het bewustzijn meepraten omdat de vereiste kennis nihil is. Maar ook hier beseft hij bij het horen van de zich eindeloos herhalende echo’s, hoe gebrekkig zijn eigen kennis en kunnen is. Door het aanzicht van de publieke domheid begint hij te vermoeden dat zijn eigen domheid onzichtbaar moet blijven.

Misschien is de oorzaak zijn gebrek aan interesse. Het ongelukkige bewustzijn van de domheid interesseert zich nergens voor. Het leest ontzettend veel om zijn domheid te kunnen blijven bevestigen en vergeet het weer. Het studeert en haalt diploma’s omdat gediplomeerd onbegrip een beter bewijs is van domheid dan ongeletterde ignorantie. Het ‘bestudeert’ jarenlang moraal en ethiek aan universiteiten maar weet er vervolgens niet meer, beter, of slimmer over te vertellen dan de eerste de beste onbenul. Wat een verspilling!

Zo’n domheidscomplex is gemakkelijk af te doen als een gemakszuchtige, kokette vorm van zelfmedelijden en aandachtstrekkerij. In het beste geval is het echter een nihilistische kunstvorm, de neerslag van een poging iets te uiten in een wereld waar alle betekenis onmiddellijk verdampt.

Het ongelukkige bewustzijn van de domheid werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org