Fietstocht door Nederland

In plaats van een column mijn Facebookverslag van de eerste week fietsen door Nederland met mijn dochter Miru van vijf. FOTO’S staan op Facebook.

Nederland Dag 1.
In de Brabantse bossen.

De regen heeft ons niet overvallen en we pauzeerden bij een berg aardappelen, die voor de koeien bestemd waren. Een daarvan was hartvormig. Na vier boterhammen met pindakaas vervolgden we onze fietstocht tot diep in de bossen ten oosten van Den Bosch. Daar bezochten we een goede vriendin, met wie we veel zieleroerselen gemeen hebben. Terwijl de januaridochters zich in twee fantastische evil Elsa’s uitputten, keuvelden wij over permacultuur, veganistische lekkernijen, het houden van kippen in een voedselbos en hoe je een verhaal over wereldverbetering vervlecht met een persoonlijke wordingsgeschiedenis, zodat het mensen gaat interesseren.

Bedankt, Manon Ossevoort Rogier en Hanna.

Morgen vervolgen we ons pad richting Ravestein naar het leuke linkse Nijmegen. De pap zit nog niet in de benen, de r nog niet in de maand en de geest is nog jong.

Fietstocht door Nederland Dag 2
Over de Maas

Toen Miru de hond Biba uit Tanzania, die haar de vorige avond nog zoveel angst inboezemde, genoeg had geaaid vervolgden we onze weg. De buiken zaten vol verantwoorde pindakaas en we waren vrolijk gemoed, dus heerlijk zoefden wij door het noorden van Brabant, langs maïsvelden en een droogliggend ven waar mooie kleine paarden overheen sjokten.
We pauzeerden bij een waterput waar Willibrord nog gedoopt had, en op die plek besloot ik Miru’s knuffel als mascotte te gebruiken.
Een uur later zaten we op de bank bij mijn eertijdse vioollerares Heidi Poessé en haar man in Ravenstein. Dochterlief bewonderde de barbiepoppenverzameling van de dochter des huizes en onderwijl haalden wij oude, dierbare herinneringen op over de tijd dat ik wekelijks vioolles had, twintig jaar geleden.
Gesterkt door een broodje Hollandse kaas en een fijne ontmoeting lieten we ons vervolgens overzetten met het voetveer over de Maas. De laagstaande zon zorgde voor een betoverende sfeer die ik met mijn zakcomputer vastlegde.
Weiter ging es, o vergeef me mijn Germanismen zoals ook ik u vergeef, langs de Meuse, zingend. We arriveerden rond 6 uur bij de Hof van Wezel, een heerlijke alternatieve camping waar we ons snel thuisvoelden. Na wat boodschappen in Beuningen en het opzetten van onze geleende koepeltent (dank je Marjolein Hermsen) was er een jamsessie, waar ik op de mandoline lustig doorheen speelde terwijl Miru haar zangkunsten ten beste gaf. Ze was in slaap gevallen voordat ik m’n biertje ophad, en ik droeg haar tevreden naar de tent.

Fietstocht door Nederland Dag 3
Over de Waal

Toen we wakker werden in onze koepeltent verbaasde Miru zich over de condensdruppeltjes in de voortent. Allemaal water! Hoe kan dat nou?
Willen jullie heet water voor koffie of thee? Vroeg een vriendelijke campingbewoner die zich even later, toen we bij zijn vuurmand zaten met een mok sterke koffie en sinaasappelsap, voorstelde als Benno. Benno woont tot november in een ensemble van caravans, mannequins, een muur van strobalen gedecoreerd met posters van the Ramones, Queen, en Johnny Cash’ middelvinger, een houtstapel bijeen gesprokkeld uit de omgeving, een provisorisch aanrecht en een keur aan rondslingerende objecten. Hij lachte vriendelijk en aanvaardde dankbaar de boterham met pindakaas die we hem in ruil voor de versgemalen koffie aanboden. We aten, Miru speelde met de poes, en uit de luidsprekers klonk
Where did all the good people go?

De Nederlander noemt dit een ‘momentje’.

Nadat we onze tent hadden opgevouwen mocht ik op het terras van onze gastvrouw het verslag van gisteren schrijven. De mensen, die ons herkenden van de jamsessie, groetten ons hartelijk. De Hof van Wezel is een interessant biotoop, een hoopvolle microcosmos van mensen die genoeg hebben van de hyperindividualistische mores van de reguliere, veel meer inkomstenbelasting betalende buitenwereld.

We reden tot aan Ewijk, waar we in de kantine van een manége scholen voor miezerig hemelwater. Miru observeerde de rijschool maar zwoer zelf nooit op een paard te gaan zitten. We waren hier vanwege de Waalbrug, omdat het voetveer even verderop was gestremd door te laag water na de absurd hete zomer. Zo waren we vandaag heuse slachtoffers van climate change dus leer dat nu toch eens lieve mensen: omdat u zo lang doucht en auto rijdt ging onze veerpont niet en moesten wij twee kilometer omrijden. Erbarm u.

De tocht door de Betuwe die volgde was mooi. Eindeloze rijen fruitbomen die in Miru’s fantasie allemaal Tante Perenboom heten. Statige molens. Een vriendelijk heerschap voor een boerderijmuseum met een kippentrappetje. Het autoveer naar Wageningen, waar we weer werden overvallen door de regen.

In Wageningen arriveerden we om half zes bij Anita, die we via Couchsurfing hadden leren kennen en had gereageerd op mijn spontane vraag die middag. Het kwam goed uit want ik kon boodschappen doen en koken ( ik vermeld het erbij opdat u niet denkt dat couchsurfers er alleen op uit zijn om te parasiteren; dat is een kleverige reputatie waarvoor ik de beroepsgroep bij dezen wil behoeden)

Helaas was ik uitgeschoten met de cayennepeper en was de soep slechts voor de chef zelf eetbaar, die er met een hete bek drie bakken van leegslurpte. De salade en de aardappels waren wel gelukt, evenals de superorganische driesterrenkip. Als u toch af en toe vlees moet eten, neem dan altijd vlees met minstens drie ‘beter leven’ sterren. Dat voelt u in uw portemonnee en dat is ook precies de bedoeling. Minder! Minder! Minder! Ik roep hierbij op tot een spotprentenwedstrijd over de bioindustrie.

Na een uur aan dit korte verslag te hebben gewerkt op mijn telefoon, is Miru in slaap gevallen. Ik ben niet tevreden over de zinsbouw en het overkoepelende narratief, maar ga nu niet meer rommelen.
Ik wens u allen een gezonde nachtrust nabij uw dierbaren.

Fietstocht door Nederland Dag 4
Door de Veluwe

De zon scheen toen we ontbeten op het voorbalkon van het Wageningse stulpje waar onze spontane gastvrouw ons op zachte matrassen heerlijk had laten slapen. Ik nam zoveel mogelijk calorieën in omdat we deze dag ‘heel wat van plan waren’.
Anita fietste met ons mee tot aan Ede, door prachtige, fotogenieke bossen en velden, langs kasten van huizen en idyllische boerderijen. Na Ede lokte de hoge Veluwe. Ik trapte eerst een stuk langs de rijksweg en sloeg vervolgens rechtsaf de Edese heide op, die er prachtig bij lag in de opgeklaarde lucht.
Ik vertelde Miru wat camouflage is, en vroeg haar of ze de zes soldaten kon zien, die juist een groen vuurbaken ontstoken om een helicopter op hun aanwezigheid te attenderen. De heli daalde met wild geraas tot vlak boven het veld en verdween weer in de verte. Volgens een vriendelijke passant op een fiets, wiens zoon binnenkort op missie gaat naar Mali, was dit nog niks. Verderop oefenden ze met Chinooks en Apaches en werd er naar hartenlust geschoten. Maar deze heli hadden ze voor de gelegenheid geleend. Ach, we zijn hier in de buurt van de Grebbelinie en het gaat om de landsverdediging.
In Otterlo gunde ik mijn kroost een roze ijsje in een zeer toeristische uitspanning. We reden naar de entree van het Kröller Möller en het nationale park, maar besloten verder langs de N304 te rijden omdat 9,50 te veel gevraagd is voor een stukje fietspad. Mijn benen begonnen op te warmen terwijl we doorstoomden langs Hoenderloo (met twee o’s voor de spellingsquizliefhebbers) en Beekbergen tot in het hart van Apeldoorn. De vele racefietsers die voorbij flitsten, een meneer bijna rakelings, ontlokten mijn psyche geen haantjesgedrag, maar stimuleerden de rustige, wijsneuzerige tevredenheid van een trotse jonge vader.
We smokkelden het stuk Apeldoorn – Ommen: waar zouden we zijn zonder de trein? Diep in de nacht langs velden en wegen fietsend, koud en donker van gemoed. De spoorwegen waren echter niet gebruiksvriendelijk omdat er in Apeldoorn een loket ontbrak.
Nederland is lastig hè, zei een medereiziger.
– Woont u ook in het buitenland?
Ja ik woon in Moskou.
– O, ik vond Zomergasten met Pieter Waterdrinker zo goed.
Heel Nederland had van de aimabele verteller genoten.
Ik ken Pieter persoonlijk.
– Het is een kleine wereld. Goede reis!

Een meisje van 17 hielp ons op de trein. We moesten drie keer rennen om in het voorste treinstel met het fietsicoon te komen, maar we volbrachtten dit. Zwolle was een gezellige tussenstop: een romantisch eeuwenoud centrum ondergedompeld in de gezapigheid van terrasbezoekers en winkelende mensen. Ik stuurde Miru een notenwinkel in een elegant historisch pand in met een twee euromunt om een bakje tropische mélange te kopen.
Dat is een cadeautje voor mijn vriendinnetje, zei ze tegen die mevrouw.
– Wat lief van jou, antwoordde ze, terwijl ze de bon overhandigde.
Het was zo zoet dat ik tranen in m’n ogen kreeg.

We bereikten Ommen rond 8 uur. De navigatie bracht ons probleemloos naar het gezellige huisje van VVViviane Rosen haar vijfjarige dochter. De meiden begonnen onmiddellijk met elkaar te spelen en het was een tour de force om ze naar bed te brengen.

Fietstocht door Nederland Dag 5
Om Ommen

Na een lekker ontbijt van sojayoghurt met mango, liet onze gastvrouw ons de omgeving van Ommen zien. Gezusterlijk zaten onze dochters naast elkaar in veilige kinderstoelen op de achterbank en luisterden naar Nijntje.
Als eerste deden we het Vechtdal aan voor een boswandeling. Het bleek de plek waar de Indische theosoof (volgens het bordje althans, dank Wijnand Steemers) Krishanamurti tijdens zijn verblijf in Nederland zijn lezingen en genezingen hield. Dat soort weetjes verandert voor sommige mensen alles. Zij wandelen niet simpelweg langs een anonieme, met kroos bedekte beek in Noord-Overijssel. Zij verheugen zich niet simpelweg over de paar planten, bramen, hop, vlier, die ze kunnen identificeren en opeten. Zij breken niet simpelweg een afgevallen tak op maat omdat hun dochter precies hetzelfde wil als haar vriendinnetje: jurkje, eten voor de tv, koekje, trampoline.

We reden verder naar een blauwe bessen-pluktuin, waar ze koffie, thee en taart verkochten. Het was tevens de plek waar de trampoline stond, dus Miru en Niamph vermaakten zich als vlindertjes en andere vliegende weldoeners, terwijl hun ouders, allebei 39, zich onderhielden (is dat weer een Germanisme?) over het leven en de vele gezichten van de liefde. Ik miste mijn lieve vrouw Yeon Yellow-Duck Choi, die dit – en dat is een grappig neveneffect – via google’s machinevertaler leest.

‘S Avonds bereidde ik pompoen-courgette-appelsoep. Die appel is helemaal niet zo gek mensen! Zelfs Miru onderbrak haar woezelenpipsessie – Neerlandse ouders weten wat ik bedoel. Viviane Rose las de kleuters een boek over het zonnestelsel voor. Ze leren sneller dan ik kan schrijven.

Fietstocht door Nederland Dag 6
Rustdag

Miru’s nieuwe vriendinnetje Niamh vierde vandaag haar vijfde verjaardag, en ze was samen met haar papa uitgenodigd. Het is meer dan een kwart eeuw geleden dat ik voor het laatst een Nederlands kinderfeestje met papieren hoedjes en ballonnetjes heb meegemaakt.

Met Miru wandelde ik ‘s ochtends naar de supermarkt voor wat vergeten boodschappen. Onderweg zagen we een grasmaairobot over een reeds gekortwiekt gazon heen en weer rijden, en ik vroeg me af of dit mensen met vrolijke hoogmoed over de technologische vooruitgang kan vervullen, of met een misantropische neerslachtigheid. We kochten wat we nodig hadden en daarna mocht mijn dochter op het springkussen, waar ze gierde van de pret.
Het feestje begon om een uur. Er was vegane spekkoek, een wild krantenproppengevecht, drie jongetjes van vijf, een chaos van blauw kleizand, dino’s, stoepkrijt, vier meisjes van vijf, bedspringen, wild rondrennen en nog veel meer.

Een rustdag dus. Ik vond tijd om de volgende etappes naar Groningen en Leeuwarden voor te bereiden en voor wat korte overpeinzingen.

Bij avondlicht reden we nog naar de Sahara, een kleine zandverstuiving bij Ommen, waar we een fort bouwden met muren van het merkwaardige roetzwarte zand dat we op 20 centimeter diepte aantroffen. Het zwarte zand was het meest in het oog springende verschil met de Loonse en Drunense duinen in Brabant, waar ik als kind hutten bouwde.
Miru klom op een laaghangende tak en haar vader wenkte haar van halverwege de boom, waarin hij al snel naar boven was geklauterd. Hoe hoog zou ik in haar waarneming hebben gezeten? Zal ik in haar herinnering nog hoger komen te zitten? Papa kan alles, is toch de stellige overtuiging van kinderen onder de tien?

Domme papa, zei ze toen ik haar jasje, dat ik 35 jaar geleden trouwens zelf droeg, in de boom vergat. Dat is helemaal niet mijn stellige overtuiging, voegde ze eraan toe.

Toen de kinderen sliepen vertelden onze gastvrouw en ik elkaar verhalen over verre reizen en het stramien, het gezapige, truttige, perfect georganiseerde wereldje waarin we niet meer passen maar omwille van ons nageslacht lijdzaam naar voegen. Over specicisme en of je poezen binnen moet houden om vogels te beschermen. Over controle dus, en weldra over de onvolmaakte controle die we hebben over onze identiteit. Over couchsurfingbelevenissen en vertrouwen, intuïtie en gezichten lezen. Het werd een echt gesprek.

Mensen, voer morgen echte gesprekken met elkaar. Het is het waard.

Fietstocht door Nederland Dag 7
Omweg naar Groningen

We voelden ons na de derde nacht in Ommen, het spreekwoord over gasten en vis ten spijt, vrolijk en fris. Maar Miru’s nieuwe vriendinnetje moest de volgende dag weer naar school, we wilden verder naar het hoge noorden en de pindakaaspot was leeg, dus stapten we na een goed ontbijt op de fiets voor een tocht van drie kilometer naar het stationnetje van Ommen, waar we de trein naar Zwolle stapten.

Morgen begint het nieuwe schooljaar hier en de vraag over mijn dochters leerplicht hing al een tijdje in de lucht. Moet ze…gaat ze….. hoe is dat in Korea? Nog niet, volgend jaar pas, en by the way: van reizen leren ze het meest. Ik kan Miru’s taalontwikkeling bijna voelen en haar sociale vaardigheden verbeteren met rasse schreden. Ik ben een rasdiplomaat aan het kweken, stelde ik gisteren frivool, een soort Fransiska Timmermans. Het is waar. En omdat Miru in Zuid-Korea woont kunnen we dit doen zonder Nederlandse instanties wakker te schudden die ‘het beste met ons voor hebben.’

Zo speelde Miru uit eigen initiatief op het perron van Ommen paaldanseresje totdat de trein arriveerde. Blij gemoed stapten we op. In de trein troffen we een groep fietsers aan die bescheiden vertelden dat ze vandaag een rondje Dalfsen gingen doen, maar ze hadden al menig ver oord befietst. Er heerst een soort solidariteit onder tourfietsers (met van die tassen dus) en dat gevoel is gemakkelijk op te wekken en uit te buiten. Je hoort er onmiddellijk bij wanneer je op een bemodderde en bepakte tweewieler wijst, er is onmiddellijk rapport. Dat fenomeen, dat in bepaalde mate ook geldt voor hondenbezitters, vogelaars, lifters, veganisten, naaktlopers en baronessen, zou beter onderzocht moeten worden. Solidariteit is tenslotte het smeermiddel van de samenleving. Jammer daarom dat de VVD de solidariteitsbelasting juist wil afschaffen.

Een vriendelijk besnorde conducteur maakte ons erop attent dat er vanaf Assen geen treinen reden. Om met de fiets in Groningen te komen moesten we dus via Leeuwarden. Enfin, om drie uur waren we in Groningen, op een zonovergoten stationsplein ontmoetten we mijn vriendin Bronja Prazdny en haar coole zoon van tien, die het direct goed kon vinden met de kleine Miru.

We slenterden door een mooi stadspark, waar het festival Noorderzon nog niet vertrokken was. Mensen kijken, niet kopen. We rustten in een soort lunchroom, waar een mevrouw ons kabouterbier en ongeslepen kleurpotloden serveerde, zodat we genoodzaakt waren ons met de papegaai te vermaken. We keerden, toen het grand café zijn deuren sloot, terug naar het park voor klimrek en suikerspin. Bronja en ik spraken over het Schrijven, over de dwingelandij van uitgevers en dat je alleen personages mag ten tonele voeren die natuurlijk overkomen en waar de betalende lezer zich in kan verplaatsen. Zulks prikkelt mijn rebelse instincten: neer met het natuurlijke personage, weg met de truttigheid van literair psychorealisme en schrijvers met kekke brilletjes die ‘het leven zelf onderzoeken’. Ja toch, Joris van Os?

Des avonds fietsten we, na een lekkere vegane burger (probéér ze nou eens: je weet niet wat je niet mist) in een ‘haute friture’, dat was althans hun wifi-wachtwoord, naar een rustige wijk waar een vriendelijke couchsurfer ons verwelkomde. Susanne woonde samen met haar hond Bella, die Miru eerst de stuipen op het lijf joeg met een diepe blaf, maar een half uur later kon mijn dochter er geen genoeg van krijgen om haar zeiknatte bal naar alle hoeken van de kamer te gooien.

Ze sliep voldaan in, een angst armer, een ervaring rijker.

Fietstocht door Nederland werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Zo kennen we elkaar: tien facebookvrienden in het echt

Het volgende artikel was niet interessant genoeg voor de traditionele media. Het is op deze plek gepubliceerd omdat ik het eventueel geïnteresseerde lezers niet wil onthouden.

We weten allemaal hoe er in de traditionele media over social media wordt geschreven. Er kleeft een stigma van oppervlakkigheid aan. Het gangbare idee is dat we ons online mooier doen voorkomen dan we zijn en we elkaar gek en depressief maken door de eindeloze stroom aan positieve berichten. Onlineactiviteit wordt geassocieerd met dierlijke en puberale instincten. Er werd met geen woord gerept over zelfreflectie, poëtische observaties, politiek-filosofische beschouwingen, wetenschappelijke vragen – dingen die ik dagelijks op Facebook tegenkom.

Onderzoek naar het gebruik van sociale media gaat meestal uit van de vraag hoe het iets toevoegt aan bestaande vriendschappen, omdat dit het scenario is waarvoor Facebook is gecreëerd. Het is iets heel anders om mensen die je anders nooit zou tegenkomen via Facebook te leren kennen. En vervolgens op basis van de interacties online een vriendschap op te bouwen.

Facebook is voor mij, woonachtig te Seoel, Zuid-Korea, het belangrijkste venster op de Nederlandse samenleving waarin ik ben opgegroeid. Ik behoor tot een zeer kleine groep (3% volgens onderzoek in de VS) die de meerderheid van zijn facebookvrienden niet ‘in het echt’ kent. Ik heb 5000 connecties op het platform, maar beschouw hooguit een paar honderd daarvan als betekenisvolle vriendschappen en rond de twintig als ‘goede vrienden’. Omdat ik het gevoel had dat die negatieve artikelen over sociale media niet het hele verhaal vertellen, besloot ik om zelf een persoonlijk experiment te doen.

Ik was deze winter een maand in Nederland om de eerste verjaardag te vieren van een neefje dat ik nog nooit in het echt had gezien (hij zit ook niet op Facebook). Omdat ik nieuwsgierig was naar het ‘echte’ leven van mijn beste online-vrienden besloot ik om een fiets te lenen en een tiental van hen op te zoeken. Ik wilde aantonen dat de wederzijdse intuïtie over elkaars persoon juist was. Het werden tien prachtige gesprekken. Tien bijzondere verhalen. Tien bevestigingen van de persoonlijkheden die ik me had voorgesteld. Dit bleek, toen ik het later vanuit mijn ‘veilige’ online ‘bubble’ aan hen vroeg, in alle gevallen ook wederzijds.

 

Eerste indrukken

In het sociale verkeer zijn eerste indrukken belangrijk. We zenden elkaar een rijkdom aan signalen op basis waarvan we elkaar categoriseren. Kleding, houding, oogopslag, geur, stemgeluid. Al deze informatie ontbrak toen ik mijn tien online-vrienden heb leren kennen. Betekent dat, dat we op Facebook minder vooringenomen zijn wanneer we iemand leren kennen, of juist niet, omdat we iemand noodgedwongen afrekenen op onbenullige criteria zoals een profielfoto of een gekke formulering? Mijn idee is dat we op social media veel gemakkelijker met elkaar over complexe onderwerpen communiceren. En door die complexe communicatie slaan we eerste indrukken over en ontdekken we direct meer relevante kenmerken. De online ‘eerste indruk’ geeft direct relevante informatie over iemands karakter.

Ik had in Amsterdam met een schrijfster afgesproken omdat onze schrijfstijl bijzonder veel op elkaar leek. We zouden elkaar beslist veel te vertellen hebben. Toen de ontbrekende details zoals stemgeluid waren ingevuld spraken we op dezelfde manier met elkaar als we dat online deden. We spraken over lullige commentaren van uitgevers en het streven naar erkenning, over kinderen opvoeden, sociale ongemakkelijkheid, schrijfdiscipline. In mijn beleving waren haar humor en haar temperament hetzelfde als online, hoewel het natuurlijk ‘echter’ aanvoelt wanneer je tegenover elkaar zit. Of wanneer er een paar glazen bier op tafel staan.
In Utrecht ontmoette ik na een nacht doorfietsen een man van mijn leeftijd. Ik had geen idee van zijn omstandigheden. Wat ik wel wist was dat hij een goed gevoel voor humor had, pienter was en niet zo snel op z’n pik getrapt, en dat werd bevestigd. Uitrustend op een matras in zijn rommelige stulpje zei ik dat het fascinerend was, hoe goed we elkaar kenden van een serie gesprekken op het internet.

 

Eenzaamheid

Social media kan voor mensen die niet vaak anderen fysiek ontmoeten ontzettend veel betekenen. Op mijn tocht ontmoette ik een man met pleinvrees, die je dus niet zo makkelijk op straat zou tegenkomen. Ik kende hem als excentrieke dichter wiens experimentele poëzie ik zeer waardeer maar kon me nauwelijks een voorstelling maken van zijn leefsituatie. Zijn hartelijke begroeting in een heerlijke zolderwoning in Den Bosch was hartverwarmend. We spraken onder het genot van bier en borrelnoten over filosofie en poëzie. Ik bewonderde zijn uitgebreide boekenkast vol Celan, Lyotard, Heidegger, en Pound. Het klikte zo goed dat ik me opnieuw afvroeg hoe die intuïtie tot stand komt, die ons heeft doen besluiten om elkaar in het echt te ontmoeten.

Een andere keer logeerde ik bij een vriendin die een zware vorm van COPD heeft en om die reden slecht mobiel is. Ik had haar leren kennen omdat ze al jarenlang een van mijn trouwste lezers is. Ik had me een volslagen andere voorstelling gemaakt bij haar fysieke verschijning. Nadat we een kwartiertje bij haar thuis aan de keukentafel hadden zitten praten was de nieuwe informatie (zuurstoftank, tragische geschiedenissen waar je op Facebook niet mee te koop loopt) geïntegreerd in het beeld dat ik van haar had en zag ik nog steeds de persoon voor me die ik online had leren kennen. Net zo slim, dezelfde humor en hetzelfde temperament.

 

Hokjesgeest

Wanneer je de uiterlijke kenmerken hebt van een minderheidsgroep, is dat voor vluchtige waarnemers de kern van je identiteit. In de ‘echte’ wereld leren mensen daar doorheen te kijken en komen erachter dat iemand bijvoorbeeld helemaal geen ‘typische lesbiënne’ is. Online werkt dit mechanisme heel anders omdat je exact zoveel van je uiterlijk (je ‘avatar’) kan prijsgeven als je zelf wilt. Je identiteit krijg je toegeschreven aan de hand van indrukken, en die heb je online helemaal zelf in de hand. Dit zorgt voor radicale gelijkheid, een fenomeen dat zo vreemd is dat we ons er niet van bewust zijn.
Een voorbeeld van een online persoonlijkheid die ik niet eerst associeerde met de minderheidsgroep waartoe ze behoort is een geweldige transvrouw in de buurt van Rotterdam. Ik had met haar onder het genot van een goede joint en maaltijdsoep een fantastisch gesprek over Joyce, Heidegger, Wittgenstein, boeddhisme en kabbalistiek. In mijn normale bestaan zou ik haar nooit zijn tegengekomen, maar online was er na een tijdje over en weer reageren, grappen maken, dezelfde intuïtie ontstaan als met mijn andere online vrienden.

Een week daarvoor zat ik bij iemand in een keurig huis aan een keurige keukentafel terwijl ik eigenlijk een soort rommelig zolderatelier had verwacht vanwege de persoonsverwarring met een excentrieke schilderes die ik ook op Facebook ken. De leefsituatie, die volgens de heersende overtuiging in mijn jeugd “toch wel iets zegt” maakt geen donder meer uit. Op sociale media leren we elkaar met een beetje moeite echt kennen, zonder afgeleid te worden door de associaties die we hebben bij iemands omstandigheden. Zoals een van mijn vrienden zei, we kunnen vaak sneller in iemands ziel kijken dan bij de meeste vrienden uit het ‘echte’ leven (ik zet het tussen aanhalingstekens omdat het zou kunnen dat hele onderscheid over een jaar of tien is achterhaald).

Politiek

Sociale media hebben de reputatie dat ze hokjesdenken en ‘bubbels’ in de hand werken. Dit is gemakkelijk te illustreren aan de hand van de politieke tweedelingen die zo kenmerkend zijn voor onze tijd. In een Amerikaanse enquête gaf eenderde van de ondervraagden aan het op Facebook weleens over politiek te hebben. Mijn ervaring op het Nederlandse Facebook is dat er online heftig en verbitterd wordt gestreden. Wat merk je daarvan in het echt? Hoewel er altijd kleine meningsverschillen zijn, hadden twee van de vrienden die ik bezocht vermoedelijk een politieke voorkeur die zich niet met de mijne liet verenigen. We hadden daar online nooit over gesproken (daar ging het over de dichtkunst). In het echt deerde dit ook niet want we wisten het handig en elegant te omzeilen. We spraken over poëzie en muziek, cultuurgeschiedenis en kunstprojecten. Natuurlijk waren we oud en wijs genoeg om onze wederzijdse genegenheid van de borreltafel te vegen en te verzanden in politieke bekvechterij. We dronken bier of witte wijn en hadden elkaar meer dan genoeg te vertellen.
Wanneer de politieke gezindheid wel op elkaar aansluit, zoals tijdens mijn ontmoetingen met mede-auteurs van een website waar ik af en toe voor schrijf, waren de gesprekken in het echt openhartiger en vollediger dan online, die zich meestal ontvouwen in de commentaren op opiniemakers (de meeste Nederlandse opiniemakers zitten natuurlijk ook op Facebook). Ik heb goede en leerzame gesprekken gehad over uiteenlopende en controversiële thema’s zoals de Europese Unie of de Armeense genocide. Alles was bespreekbaar en onze conversaties waren van het begin tot het eind respectvol. Zijn er dan helemaal geen structurele problemen, zolang je allebei maar een feilloze intuïtie hebt?

 

Door één deur

Waar ik onvermijdelijk tegenaan liep was een ontmoeting met iemand die een hekel had aan een ándere bekende van me. Ik had daar vanuit mijn flat in Zuid-Korea geen idee van. Ik noemde de naam van die vriend, waarop ik lijdend het oordeel moest incasseren dat het ‘ontzettende lul’ was en overging op een ander onderwerp. Dit hou je op het internet natuurlijk langer vol dan in het echt, waar de dramatische ontknoping op z’n laatst komt op feestjes waarop beide bekenden aanwezig zijn. Situaties dus waar negeren of ‘blocken’ niet werken, en die ik inderdaad niet vaak hoop mee te maken.
Ik kende ooit twee filosofieprofessoren die letterlijk niet met elkaar door een deur konden, maar wel moesten. De een stond dan knorrig met z’n handen over elkaar naast de deurpost van een collegezaal te wachten terwijl de ander naar binnen trad. Op het internet kunnen dit soort pijnlijke momenten geheel worden vermeden. De generatie van ‘digital natives’ zal zich er geen voorstelling meer van kunnen maken hoe het is om in een ruimte te verkeren met iemand die ze een klootzak vinden. Wanneer dat dan toch gebeurt zouden ze gewoon neutraal glimlachen alsof het een pizzabezorger betreft. Tenminste, dat is vermoedelijk wat ik zelf zal doen als de Facebookers die mij geblokkeerd hebben plotseling voor mijn neus zouden staan. Op den duur zal de moraal van Facebook ook doordringen tot ons gedrag in het ‘echte’ leven.

Terug thuis en weer online

Ik vroeg me natuurlijk ook af of de online interactie anders is nadat we elkaar in levende lijve hebben gezien. Toen ik weer goed en wel was teruggekeerd naar mijn stulpje in Seoul, werd het contact niet intensiever. Het waren tien goede vrienden en dat zijn ze nog steeds. Ik ervaar wel een intiemer contact en reageer anders omdat ik nu een beter beeld heb van wie ze in ‘het echt’ zijn. Hoewel een vriendschap pas echt groeit als je samen iets meemaakt, het liefst een gevaar overwint, hebben de gesprekken onder vier ogen ook iets toegevoegd.

Van de vrienden die ik in het echt heb ontmoet had ik een vrij nauwkeurige indruk van 1) hun humor (vooral aan de hand van grappige reacties op dingen die andere delen), 2) hun temperament (regelmatige aanwezigheid, hoe snel iemand kwaad wordt in een discussie, bereidheid mee te denken, tonen van solidariteit), 3) hun intelligentie (dit ligt natuurlijk gevoelig, maar naar mijn ervaring kun je redelijk goed inschatten hoe intelligent iemand is aan de hand van interacties op sociale media), 4) hun politieke overtuigingen (dit is het punt waar verschillen het minste problemen gaven, omdat ze zonder al te veel moeite genegeerd konden worden). We kunnen elkaars persoonlijkheid dus goed leren kennen via sociale media. Wanneer de wederzijdse intuïtie er is dat het in het echt ook zal klikken, is het altijd een goed idee om bij elkaar op de koffie te gaan.

Zo kennen we elkaar: tien facebookvrienden in het echt werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Nachtfietserij

De geest van de oude Kamiel leeft nog, lieve mensen. Vandaag bood de interactie tussen mij en de wereld deze geest de gelegenheid om zichzelf te manifesteren zoals hij het vroeger deed, maar dit keer met het volste bewustzijn dat mijn gedrag licht autistisch is. Mijn lieve couchsurfing host Anja, met wie ik de vorige avond goede gesprekken voerde over ontwikkelingshulp en cultureel relativisme, liet me tot het middaguur alleen aan de keukentafel schrijven en mijmeren met een kop bittere percolatorkoffie. Ik bladerde wat in de Volkskrant waar jongetjesmeisje Marijke Lucas Rijneveld op de voorkant prijkte omdat ze een perfectionistische roman heeft geschreven over haar gezinsleed.

Om 13:00 uur ontmoette ik Leon, mijn 6e vriendschap die aan het Duimenblauwe Monster is ontsproten. Het werd een lange zit waarin we vegetarische croques aten, en onderwerpen de revue lieten passeren variërend van principieel veganisme, de EU, Polen en Hongaren, scepticisme, Wikipedia, feministische golven (waar de ontwakende Kamiel zich afvroeg of de verspreking staande ovulatie leuk mag worden gevonden), de great Christopher Hitchens, Lawrence Krauss, de taal Engels, de Rechten van de Mens, polyamorie, samenzweringen, Groen Links, deathbed confessions en het politieke genie van Macron. We hadden elkaar veel te vertellen. Ik voelde me tien jaar jonger, woonachtig in Berlijn en constructief, accumulerend, terwijl Kamiel helemaal niet accumulerend kan zijn in verband met zijn machtallergie.

Het feit dat een Couchsurfer niet reageerde hielp me om deze avond vorübergehend te worden wie ik ben. Lieve vrienden mijn vrienden, hier zit ik in een kroeg in Nijmegen met een glas kabouterbier voor me en geen mensen naast me, gedompeld in de melancholieken die de muziek van vervlogen decennia in me wakker maakt. En ik ben aan het schrijven. Ik kijk glimlachend naar mijn rechter wijsvinger die over het touchscreen van mijn Samsung springt. Lieve vrienden, ik zou jullie licht huilend in de armen willen vallen want wat doen we in godsnaam met onze eindigheid? Ik denk aan de dode dichter Menno Wigman bij wiens openbare begravenis op 8 februari ik misschien aanwezig zal zijn. Komrij’s kroonprins verdomme, ook al dood.

Kamiel heeft een manier om met de wereld om te gaan die weinig mensen begrijpen maar zij die dat wel doen ben ik zo vreselijk dankbaar. Het was niet gelukt met die slaapplek in Arnhem dus hij ging aan een toog zitten tot het middernachtelijk uur om vervolgens een meditatieve fietstocht te ondernemen in westelijke richting. Dat was zijn Plan. Omdat zijn zadel te laag stond en ik een hekel heb aan de spierbelasting van de bovenbenen ging ik op aanraden van twee oudere jongeren bij kroegen langs om een imbussleutel te lenen. Deze kroegentocht leverde niks op, tot ik het bij een donerzaak probeerde, waar de eigenaar vriendelijk naar me glimlachte. Hij had het juiste gereedschap en ik justeerde mijn velo, stralend van dankbaarheid. Om hem mijn erkentelijkheid te tonen bestelde ik een bekertje ayran. Hij vroeg me wat ik deed. Ik werk online. Ben je ook bekend met Facebook. Ja. Hij liet me de pagina van zijn restaurant, Istar, zien en vertelde me dat hij Irakees was, gevlucht voor de oorlog en katholiek. In drie jaar had hij tamelijk goed Nederlands geleerd en zijn oude beroep van timmerman (!) ingeruild voor een bestaan als horeca-ondernemer. Hij was slim. Natuurlijk begon mijn hulpcomplex direct tips te geven over het online vindbaar maken van zijn onderneming. De man liet zijn zoon goed gesuikerde thee brengen, die mij aan mijn kortstondige verblijf in de Arabische wereld herinnerde, en stelde zich voor als Adison. Ik vroeg of de Gelderlander over hem had geschreven en dat hij zeker iets aan carnaval moest doen. Hij zou leuke video’s online kunnen zetten waarin hij in 60 seconden een pizza maakt, en dat hij werk moest maken van die tapvergunning, opdat men hem niet langer voor een islamiet zou houden (hoewel de PVV in Nijmegen niet aantreedt bij de gemeenteraadsverkiezingen). Hij was gecharmeerd van mijn aandrang om mee te denken. In mij ontwaakte het iets, een onbekommerd vieren van ons fragiele mensdom, een onverschrokken hoogmoed die danst boven de afgrond van het nihilisme. De muziek speelt Sweet Home Alabama. Een vent naast me laat me een stoere whisky met rooksmaak proeven. Ik ruik de mensen hier in de Tempelier, waar ik na het hartelijke afscheid van Adison ben gaan zitten. Stairway to Heaven. Ik voel weer hoe de compromisloze verliefdheid op het leven, kitsch of niet, zich ingraaft in mijn borst.

Ik blijf hier schrijven tot het middernachtelijk uur, daarna zal Kamiel vertrekken om in de nacht noordwestwaarts te fietsen. Bang was hij, lang geleden, dat vrienden niets meer met hem te maken wilden hebben omdat dit gedrag lijkt op de voorbode van een psychose en aansluitende periode van naargeestigheid, in plaats van een zorgvuldig gecalculeerde exercitie. Johnny Cash speelt op de achtergrond. Ik zal schrijven. Nina Simone. I love you life. I love you crazy, stupid life.

Heart of Gold. Ik hou van jullie allemaal. Das muß man doch noch sagen dürfen. Het is de angst, die kneedt ons onmerkbaar tot de lelijke onwezens die ons op ons sterfbed zo meedogenloos aanstaren. Denk daaraan wanneer u uw stem gaat uitbrengen bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen.

Stand by me. Misschien is al die emotie veroorzaakt door het feit ik plotseling weer echte gesprekken heb in ma langue maternelle, na een lang leven in den vreemde – en de frictie die dat geeft met het treurige vermoeden dat ik met mijn Koreaanse vrouw en kindje niet echt thuishoor in Nederland.

Take me down to Paradise City. Het speelt echt. Heb elkaar en dit leven lief en als je eens levensdronken wordt, wees niet bang maar schrijf. Schrijf elkaar, bewonder elkaar, maak elkaar mooi en bewonderbaar.

Bob Marley. Amy Winehouse. Ik zit tussen allemaal lachende pratende mensen in het inmiddels volgestroomde café. Het is tien uur. Ik denk aan de kranten. Het AD meldt dat Facebookverslaving ernstige vormen aanneemt. Ik denk aan Adison en de Facebookpagina van zijn restaurant Istar. Aan gebroeder- of gezusterlijkheid, de absurditeit van alle door mensen veroorzaakte wereldproblemen, de dood die ons op het eind ook komt halen, en aan de verhalen waarin we vervluchtigen voor elkaar, met elkaar.

Dat is Kamiel. Dat ben ik. Schaamteloos, of, nauwkeuriger, de schaamte bewarend voor een toekomst die wij niet meer zullen delen. Ik drink op Menno Wigman die ik niet kende, in bewondering voor de tentakels van zijn taligheid. Ik drink op jullie en op mezelf.

Flattr this!

Nachtfietserij werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Het echte leven

Toen ik een week geleden op Schiphol arriveerde na een lange vlucht van vier films, bekroop me een gevoel van milde nostalgie en opgewonden herkenning. Ik hoorde weer mijn moedertaal; ik zou met nagenoeg alle mensen in de aankomsthal een gesprek kunnen aanknopen en genieten van die heerlijke illusie dat de subtiele kwinkslagen die ik in mijn zinnen poog in te bouwen, worden begrepen. Overal heerst hier de taal, en tot op zekere hoogte ook nog altijd de cultuur, van mijn jeugd. Ik loop door een anonieme woonwijk naar het huis van een lieve kennis. Voortuintjes met kliko’s, zindelijke geveltjes, achter de open gordijntjes vrolijke mensen die op lelijke bankstellen turen naar televisies.

Ik ben terug in Nederland om een nieuw neefje in mijn armen te sluiten. Het kereltje werd een jaar geleden geboren toen ik in den vreemde was, zoals we het verre Zuid-Korea hier gemakshalve aanduiden. Aangezien ik ‘bewust leef’ (FvD-vertaling: milieufascist en ecofundamentalist ben) had ik de redenen om naar Nederland te reizen nog even opgespaard voordat ik mijn retourvlucht Seoul-Amsterdam boekte.

Naast het in levende lijve ontmoeten van mijn virtuele klandizie met het oog op consolidatie van de basisinkomsten, is daar het koffiedrinken met facebookvrienden om te ontdekken of ze ‘in het echte leven’ net zo zijn als online. Het korte antwoord luidt: ja. Na een aantal ontmoetingen heb ik daar genoeg anekdotisch bewijs voor verzameld en omdat het gewoon leuk is ga ik er de komende weken gezellig mee door. Misschien gebeurt er nog iets spannends met ophef en suspense en heb ik mijn vijftien minuten roem op de radio.

Tot dusverre zagen de gezichten er precies zo uit als op de profielfoto. Maar waar dat gezicht op staat is een leuke verrassing: ik ontmoette een boom van een kerel waar ik een klein ventje had verwacht . Datzelfde geldt voor accent, gezondheid, de manier van lopen en dergelijke zaken meer. Verder zijn er persoonlijke achtergronden en verhalen waar je online liever niet naar vraagt. Mensen zijn dus nooit exact zo als ze overkomen (en ikzelf zeker niet) maar de nieuwe IRL-informatie kan heel snel worden geïntegreerd in het reeds bestaande beeld van een persoon, waarvan de essentie tenslotte al bekend was.

Wat die essentie betreft: zijn dat niet dingen die je bij uitstek op social media deelt? Ik kijk naar politieke overtuiging, humor, empathie, temperament, betrouwbaarheid. Na een aantal maanden virtuele kroeggesprekken weet je dat soort dingen. Er zijn beslist nog meer aspecten, maar ik heb op het moment van de neerschrift dezes een episode van mentale weekheid die me verhindert de lijst nu uit te breiden en van een kritische kanttekening te voorzien.

Over die mentale weekheid en hoe die aanvoelt wil ik volgende week meer schrijven, hopelijk niet van binnenuit.

Het echte leven werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Sociaal

jij drukt dus op een knop

zo. de zuigers zijn geïnstalleerd, in je hoofd.
normaal gesproken gaat er nu van alles konkelen en woelen want

de zuigers zijn dikke cylinders die persen dode lucht

door al jouw spiegelneuronen. En die gaan dus
als blinde wolven tekeer.

me gusta! like! mir gefällt das.

de zuigers nemen dan een ritme aan
en werken gestaag naar dat vacuüm toe

kijk! de eerste nieuwsgierigen drommen al
in de voortuin van jouw herinnering

“vind ik leuk”