Een zelf-experiment

Vandaag kreeg ik de mededeling dat een oud bloglijk van vijf jaar geleden gaat worden gewist. Ik kon helaas niet meer inloggen, dus ben voor de zekerheid handmatig teksten gaan kopiëren – en kwam dingen tegen die ik vroeger schreef.

Dat hebben we allemaal wel eens. Maar het is interessant om je eigen stem van een afstand te horen, en in mijn geval is er sprake van een behoorlijke afstand tussen de vent die ik nu ben, en de jongen van toen. Ik heb namelijk nogal geleeft, weet je.

Toch is er die identiteit, en daarmee wil ik wat experimenteren. Zou je, beste lezer, gemerkt hebben dat de volgende zin zeven jaar geleden is geschreven, wanneer ik dat in deze zin niet uitdrukkelijk zou hebben vermeld?

Het is een zeer waardevolle ervaring die men maakt wanneer men probeert een gedicht te schrijven, maar niet verder komt dan de eerste paar regels, hoe lang men ook piekert en puzzelt. De volgwoorden blijven slap, waterig, oninteressant, en hoe zeer men ook droomt van een monumentum aere perrenium, het blijft bij deze regels.
Een voorbeeld, dat ontstond bij beschouwing van de lucht, en dat geen uitbreiding toeliet:

“Witte lucht, die zich verbleekt tot achtergrond /manend aaan de stilte, die we in ons dragen”

Wie een vervolg weet, mag het zeggen.