Poëzie is een daad (Campertparodie)

Poëzie is een daad
van erkenning. Ik erken
dat ik lees, dat ik niet alleen lees.

Poëzie heeft geen toekomst, denkend
aan de huur, aan de electriciteitsrekening,
aan jou als je koud bent.

Poëzie is mijn adem, beweegt
mijn pen, aarzelend soms,
over het papier dat daarom vraagt.

Koenraad was postbode, maar
genas zichzelf door o.a. te dichten
120 verzen over zijn lief: dat is poëzie.

Of neem ondergetekende. Stukgeslagen
op de rotsen is hij niet werkelijk verslagen,
maar herneemt hij zich en is daarin poëzie.

Elk woord dat wordt geschreven
is een aanslag op de woekering.
Tenslotte wint het kapitaal, jazeker,

maar geld is slechts een symptoom van erkenning
nadat de poëzie al is gedoofd.
Geld is een vervoering.

Parodie op: Remco Campert
Uit: Het huis waarin ik woonde
De Bezige Bij. 1955

Afbeelding Wikimedia

Poëzie is een daad (Campertparodie) werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

liegen

ach dat wordt zo niet gezien,
je moet dat niet te letterlijk nemen
ontspan je nou toch even, en zet je bril recht
een leugentje is toch niet zo erg

maar gezegd is gezegd, een leugen is
en blijft een leugen, hoe onbenullig
ook wat er op het spel staat

branden moet hij, dat liegbeest
nooit zal hij van mij respect ontvangen
het is onze plicht dit ongedierte te vertrappen
opdat de toekomst behoort aan de goedgezinden

ha! ik heb je! willen we kunnen roepen, in plaats
van dat lome gezwemel, die weke hoofdknik
in plaats van de valse glimlach van een kreupel intellect
misschien is dat het

en onze liefde voor een absolute Waarde, die
we ook aan de dag leggen als het om martelen,
slavernij en pedofielen gaat.

wat was er eerder uitgevonden: het liegen of het geld?