toen ik ouder werd

tot al mijn werk onbeduidend was, en zinloosheid mijn ritueel
heb ik geloofd in een soort accumulatie van betekenis, we
waren allemaal aan het zoeken naar een punt in ons leven
bij voorkeur te vinden nog voor het intreden van de dood
waar alles samenvalt, en we de tijd opgeheven ervaren
dat hele romantische gesodemieter dus, die zoektocht
naar een oneindige bron die voor ons klapt en klatert

ooit was ik haar begonnen, omstreeks de ontketening
van mijn jeugdige overmoed, het ging toen nog
om het moment dat ik mijn handen sluitend zou houden
om prachtige warme borsten die ik kende van de plaatjes
later toen het besef was ingetreden dat zulke
omronding tot de nietszeggende ijdelheden behoort,
waar het een volwassen mens om te doen behoort te zijn,
zou ik dus aan substitutie moeten zijn gaan doen.
ik zou het summum hebben moeten transfigureren
in een beklommen bergtop, een dichtersprijs,
of vijfhonderdduizend euro. Maar ik heb verzuimd
en ben nihilist geworden.

En het zijn gouden tijden voor nihilisten!
iedereen is altijd druk en werkt ergens naartoe
maar vraag eens een paar iteraties door naar hun waarom
en vergeefs zul je wachten op een ootmoedige glimlach
ze slaan je als verrader aan de martelpaal
maar genoeg daarover, nihilisten hebben het zoals gezegd
beter dan ooit. Op iedere straathoek staat wel iemand
iets te verkondigen dat zo grotesk is dat hij er zelf gewoon
niet in kan geloven. Zijn boodschap wordt dus hoe fanatieker
hoe nihilistischer. En dat stemt mijn nihilistenhart tevreden.

Om een misverstand uit de weg te ruimen: ik ben niet vies
van betekenis. Om mee te kunnen doen stoot ik ook klanken uit
en men weet dat je de betekenis daarvan niet zo gemakkelijk wegmoffelt.
Hoe meer betekenis, hoe beter het is voor de nihilist, die scherper ziet
dat die betekenissen corresponderen met niets. Dus ben ik ook actief
begonnen met het creëren van betekenissen. Het zijn schaduwloze
gevels in een koude stad, waar kleine kinderen langs omhoog kijken
om de pijn te voelen in hun nek. En de nihilist heeft het voordeel
dat ze dodelijk vermoeid in zijn schoot vallen terwijl de anderen
met een vlindernetje op ze jagen.

Al dat zijn onzinnige beelden waar de nihilist hard om moet lachen.
Soms wil ik zelf mijn straathoek opeisen en daar, net als de anderen,
ook iets met tekst gaan doen. Maar ik zou dan tenminste de waarheid
kennen en ‘s avonds verliefd op mezelf zijn in een poel van voldoening.
Soms wil ik ook de mooiste sopraan horen zingen dat er geen hoogste waarde is
en daar later met haar op drinken, haar verleiden tot de identiteit van de nacht.

O muze, o minst betekenisloze, o laatste stem die sterft in dit beeld

toen ik ouder werd werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Het behouden huis

W.F. Hermans, foto Wikipedia

Het is een boek dat je herleest, het ‘behouden huis’ van Willem Frederik Hermans uit 1950. Ik las de nihilistische novelle die Mulisch ‘ruiterlijk’ wilde verwerpen vanwege de anticommunistische tendens, vorige week echter voor het eerst. Het is twintig jaar geleden dat ik Hermans las, nooit meer slapen, voor een boekverslag op de middelbare school dat ik samen met twee jongens en T., het meisje met de kastanjebruine ogen waar ik toen stapelverliefd op was.

Wat een precisie, wat een taalbeheersing! Ik zou het hem graag na willen doen. Op Wikipedia bleek dat deze novelle vaak en goed werd besproken, en het uitgebreide artikel daar liet niets te wensen over. Ieder zinsdeel, iedere metafoor, is helemaal kapotgeargumenteerd. Godzijdank is mij al dat geanalyseer bespaard gebleven en genoot ik van een onbevooroordeelde lectuur.

Het boek is een parabel over het nihilisme en de lachwekkende poging om in een ‘behouden huis’ (een riante verlaten villa waar de hoofdpersoon bezit van neemt) de oorlog op afstand te houden door middel van cultuur. Op drie manieren: de Duitse kolonel scheert zich iedere ochtend om zeven uur, zelfs in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Discipline, en niet de Turkse mars of Für Elise die zijn soldaten op de piano spelen, maken cultuur uit. De protagonist walgt van deze oppervlakkigheid. Hij is een partizaan die heeft gedeserteerd en zich voordoet als eigenaar van het behouden huis, waar hij voor altijd wil blijven. Door geleerde commentatoren wordt beweerd dat het huis (eigenlijk het hele kuuroord) voor hem het hiernamaals voorstelt (engelen aan het plafond). De badkamer is de hades, met het minerale water dat versteent. Hij verdedigt het Kulturgut dat hij in bezit heeft genomen door de eigenaar en zijn vrouw te vermoorden. De 96-jarige man representeert de derde poging tot cultuurbehoud met zijn aquaria met een unieke verzameling tropische vissen, die hij ondanks alles blijft verzorgen.

Cultuurbehoud: het stelt de Duitse kolonel in staat om militaire gruwelijkheden te begaan; het stelt de oude man in staat om zich volledig af te zonderen in de opgesloten kamer (hij is bovendien stokdoof); het stelt de naamloze hoofdpersoon in staat om de huiseigenaars te vermoorden. Allemaal tevergeefs: op de nek van de kolonel groeit mosachtig wit pluis, en de kamer met de aquaria wordt door de partizanen, die het stadje in de loop van het verhaal heroveren op de nazi’s, aan gruzelementen geslagen. Het huis wordt verwoest en de ik-figuur gooit de handgranaat die de vernietiging compleet maakt, voordat hij met de partizanen verder trekt. De herinnering aan deze tragische gebeurtenis (o-die-poes-motief: tijdens de poging om het huis te redden wordt het vermoord) moet worden uitgewist.

Er is alleen betekenisvolle communicatie met de Spaanse partizaan, de kalkbrander die een beetje Frans spreekt en met de Duitse kolonel. De Spanjaard herinnert aan de Spaanse burgeroorlog, de Duitser aan de Eerste Wereldoorlog, en hoe de mannen deze hebben weten te overleven. De andere korte woordenwisselingen (met de leider van de partizanen, of met de eigenaar van het huis) zijn te oppervlakkig om voor communicatie door te gaan. Het is belangrijk deze kwaliteit van het nihilistische universum dat Hermans hier schetst op te merken: de enige betekenisvolle communicatie gaat over de herinnering van ellende.

Alles is metafoor en functioneel: de piano waarin de Duitse kolonel wordt opgespannen voordat hij aan een pianosnaar wordt opgehangen, de plafonds, de honden, de vissen, de katten, de fototoestellen, de ladder, het water, de badkamer, de dode vrouw, de kelder, het kelderslot, de weckpotten in de kelder. Deze functionalisering lijkt me een tragische poging om aan het nihilisme te ontkomen. Álles krijgt universele betekenis – maar als rekwisieten in het onvermijdelijke verhaal van het nihilisme.

Deze novelle is korter en beter dan Harry-“ik ben de tweede wereldoorlog”-Mulisch’ Het stenen bruidsbed. Het is een van de meest aangrijpende Nederlandstalige beschrijvingen van het oostfront.

Lees dit boek.

Het behouden huis werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org