Narcistische krenking

De vrouw die naast mij zat speelde elke noot in het juiste ritme. Ik zwalkte krakend en vals naast het ritme, miste keer op keer de hoge a, vergat steevast een herstellingsteken, streek op wanneer zij afstreek en omgekeerd, maakte van de allegretto triolen een lompe eierdans en speelde forte waar mezzo piano stond. O heer, wat een frustratie! Had ik niet tien jaar lang, in het verre verleden toen ik nog in de provincie woonde en de provincie in mij, vioolles gehad, terwijl de vrouw die naast mij zat slechts vier jaar les had? Zou men niet van mij mogen verwachten dat ik tenminste het simpele walsje van Shostakovitsch en de tango uit die film met Al Pacino op tempo en zonder al te veel fouten kan spelen?

Ik schreef onlangs een obscuur vertaalbureau in Letland aan dat vertalers nodig had voor teksten over cryptovaluta zoals Bitcoin. Ze vroegen of ik een testvertaling zou kunnen maken van een paar honderd woorden. Enkele dagen later kwam de uitslag: “Comments and evaluation: this really isn’t serious, a fourth grader in secondary school would do better… Spelling errors, wrong grammar, terminology errors, clumsy style.” En ze hadden helemaal gelijk: ik had idiote spelling (“honderen”), grammaticale (“de dagelijks volumes […] overtreft”), stilitische (“wordt het overschaduwd”) en terminologische (“opslag van waarde”, “fiat valuta”) fouten gemaakt en ik zag het écht niet. En het tragische is natuurlijk dat niemand dit gelooft. Ik ben er niet (meer) goed in, ik haat het als de pest, ik ben ervan overtuigd dat het de wereld in geen enkele zin beter maakt – maar ik doe het voor het geld (ja, ik weet dat ik niet de enige ben, ik vermeld het voor anderen die ook weten dat ze niet de enige zijn).

En filosofie? Na het schrijven een waardeloos promotiewerkstuk over ethiek in Berlijn, dat niet eens in aanmerking kwam om te worden verdedigd, had ik toch meerdere jaren de tijd gehad om over filosofische vraagstukken na te denken. Deze week bleek, dat het niveau waarop ik dat pleeg te doen zich niet onderscheidt van kinderlogica. https://dezwijger.nl/programma/kinderlogica Onder het mom van je hoeft niks uit het hoofd te leren ben ik blijven steken bij de scherpzinnigheid van een twaalfjarige.

Maar dan tenminste de dichtkunst? Niet publicabel.

Zo’n narcistische krenking is op het eerste gezicht een onaangenaam gevoel. Het is een olievlek op de ziel, die zich snel uitbreidt naar andere terreinen. Alle kennis en kunde van de gekrenkte is ineens gebrekkig. Hij heeft zijn waardigheid verloren. Hij voelt zich verraden omdat de hoogste waarde die hij aanhing hem nietig heeft verklaard.

Maar is dat erg? Als je in zo’n narcistische sluimer blijft hangen wel. Dan raakt het je allemaal heel erg. Ik heb daar geen zin meer in. Ik las een perfecte tip van de Amerikaanse toneelschrijver schrijver David Mamet, die hij gaf in de trailier van de Masterclass-series (het perfecte symbool van ons idolatrische tijdsgewricht, waar ook andere grote Namen aan meedoen zoals Hans Zimmer, Jane Goodall, Garry Kasparov, en Dustin Hoffman): “schrijf slecht en beken je ertoe. Als je dat niet doet, zul je ook nooit iets goeds schrijven.” Ik ben al tijden bezig aan een slechte roman, en dat is erg leuk om te doen. Je lacht het narcisme van je af en begraaft de brokstukken tussen de regels.

Narcistische krenking werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Waterboarding

Ik werk dagelijks aan een absurdistische roman. Het is een oefening in tomeloze fantasie, bijtend cynisme en humor die de geëerde lezer van zijn stoel moet blazen. Het verhaal is een samenraapsel van uit de duim gezogen situaties en bizarre personages, existentialistische donderpreken en rumoerige Himmelstürmerei. Vandaag verzon ik een Poolse jongen die Carol heette en zo graag paus wilde worden dat hij onder een valse naam naar het seminarie ging, een misvatting over een vliegtuigkaping omdat een Somalische vrouw haar buurman met behulp van een scheermes duidelijk maakte wat ongewenste intimiteiten zijn en de infrastructuur van een eiland in de Middellandse zee speciaal voor vluchtelingen.

Enkele dagen terug onderging de protagonist K zijn waterboarding, een “uit Amerika overgewaaide techniek van ondervraging”. Hij dwong zichzelf aan allerlei mooie jeugdherinneringen te denken, maar hield dat niet lang vol. De beul had van de arbowet recht op pauze en ging even naar buiten om een sigaretje te roken. De Nederlandse lulligheid op de hak nemen; voor norse libertijnen bij voorbaat niet grappig, voor lankmoedige liberalen slechts bij hoge uitzondering.

Het is leuk werk en het leidt af van mijn oneindige minderwaardigheidscomplex, dat als een vastgelopen LP in mijn kop blijft proclameren dat dit complex niet alleen mijzelf, maar ook alles wat ik produceer contamineert. “Maar zou je dan niet een boekje kunnen maken over het omgaan met minderwaardigheidscomplexen? Ik wil alleen maar helpen hoor.” En zo’n boekje zou het waard zijn, bij een gerenommeerde uitgeverij te verschijnen?

Minderwaardigheidscomplexen worden veel te weinig op waarde geschat. De psychologie is het er unaniem over eens, dat ze een kwaad vertegenwoordigen dat ten koste van alles bestreden dient te worden. We zijn allemaal meer waard dan elkaar, en het boeit niet dat dit logisch onmogelijk is. Zoals ik zei: koester je minderwaardigheidscomplex, want het geeft je een duidelijke demarcatielijn. Het zegt je waarván je afleiding moet zoeken. Het lijkt convenient om je vol te gooien met dure pillen of je naar eindeloze praatsessies te slepen waar ongetwijfeld zal blijken dat de complexen zijn terug te voeren op een trauma tijdens de gymles, een strenge vader, libidogebrek, of omdat je als foetus te laat was ingedaald, maar voor die convenience geef je wel de grilligheid op die ons bestaan de moeite waard maakt.

Het lijkt een rode oortjes-onderwerp, een taboethema zoals pornografische stimulatie tijdens het masturberen of ons maandsalaris. “Tabu? Her damit!” dondert dan de Duitse filosoof die in mij woont. Ik ga die taboes het accuzuur van de vriendelijke ironie in hun gezicht smijten, opdat ze terug zullen vallen in de orde van het discours waar we vervolgens in ons oneindig saaie rest-bestaan hun grijze slapen zullen masseren. Hat man mich verstanden?

Waterboarding werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Crash

Eereergisteren is mijn computer gecrasht. Nu denkt u: waarom schrijft zo’n vent daar nou in vredesnaam over? Wat heeft dat voor nieuwswaarde? En dan vertel ik dat er op die computer allerlei bestanden stonden, en dat er voortdurend een automatische backup werd gemaakt van al die bestanden, behalve van een bestand, om onduidelijke redenen. En dat ene bestand was nu juist erg “belangrijk”.

Ik was een roman aan het schrijven.

Ongeveer 75 pagina’s lang was het document, en u kunt zich voorstellen, dat menig binnensmondse vloek er oprecht moeite voor moest doen om binnensmonds te blijven. Maar de coping-strategie won al snel de overhand, en ik wist deze typische verlieservaring om te duiden in iets waardevols. Ik kan nu opnieuw aan dit boek werken, en ik zal zo uitleggen waarom het leuk werk is. Tijdens het schrijven zal ik steeds “live” aan verlies herinnerd worden, wat wellicht de stijl, de metaforen, en zelfs de wendingen van het plot zal gaan beïnvloeden. Verlieservaringen liggen bovendien goed in de markt, nu het slecht gaat met de economie. Niet dat ik voor de markt schrijf – ganz im Gegenteil.

Leuk!

Wat is er nu helemaal verloren gegaan? Een aantal vindingrijke zinnen, een aantal levendig beschreven sexscènes, een karakterschets. Wat er niet verloren is gegaan is het belangrijkste, namelijk de passages die ik uit het oude manuscript heb geschrapt. Schrijven is schrappen, ik weet zeker dat iemand dat ooit heeft gezegd. Nu ik weer op pagina één mag beginnen, en al die scènes door mag werken, voel ik me niet eens zo slecht. Dat heeft er natuurlijk ook mee te maken, dat ik geen geld verdien met mijn schrijven, en daardoor dus “lekker” kan schrijven wat ik wil. Ik moet er niet aan denken, Truus van de redactie die vindt dat mijn zinnen hinken.

Wat ik u wilde vertellen: met wat fantasie kunt u een artistieke verlieservaring transformeren in een bron van inspiratie.

Over het schrijven

Ik heb een oude “roman” uit een la gehaald en worstel deze door. De kwaliteit is meestal tergend laag, maar er zitten ook passages bij die me doen glimlachen en denken “kijk, als-ie daar nou eens iets langer op was doorgegaan”. Het voorzetje is er, er wordt een gespannen sfeer nauwkeurig weergegeven, karakters krijgen een beetje profiel, er zit wat ritme in de vertelling, maar het blijven lossen flarden. Het ontbreekt aan een groot pathos, en die afwezigheid is niet erg, tenzij ze als afwezigheid voelbaar wordt. Lees verder