Houd moed!

“Het wezen van de macht, en ik gebruik een groot woord, is angst”.

Dit heeft Trump in een interview met wittehuisjournalist Bob Woodward gezegd. Of ongeveer zo gezegd, in 2016 of daaromtrent. Hier in Seoul zit de koude in de lucht en genieten mijn vrouw en ik van ons knusse huisje. Ik ben vandaag begonnen in Woodwards boek “Fear. Trump in the White House” en voorwaar, ik zeg u: wat een circus. En dan ben ik nog maar bij de beschrijving van de campagne. Hoe Steve Bannon benoemd werd tot ‘CEO’ en Kellyanne Conway tot manager. Hoe Priebus meende dat alles verloren was na Trumps “grab them by the pussy” uitspraak, en hoe Bannon een “metafysische zekerheid van 100%” had dat Trump zou gaan winnen als ze er maar voor zouden zorgden dat de campagne om het afbranden van Hillary zou gaan.

Trump wordt qua obsceniteit naar de kroon gestoken door de kersverse Braziliaanse president Jair Messias Bolsonaro. Want wát een lul is dat mensen. Ik schreef er een kort woedend stuk over op Jalta, na mezelf enigszins geïnformeerd te hebben op de websites van respectabele kranten. Hoe blij ben ik dat we zulke instituties (de New York Times, de Washington Post, de Guardian, de Frankfurter Allgemeine, de Süddeutsche, le monde) nog hebben. Maar hoe lang nog? Wanneer ik de tweets over de Braziliaanse hufter-in-chief lees, zijn de rillingen koud. Het zal zo’n vaart niet lopen en hij meent het niet, van die homo’s en dat doodmartelen enzo. Dat is de stellige (of tenminste: openbare) overtuiging van zijn aanhangers.

Misschien hebben ze gelijk. Maar voor zijn volgers is het wel menens. In een land dat de grootste recessie in de recente geschiedenis doormaakt met torenhoge werkloosheidscijfers en 64 duizend moorden (vergelijk Nederland in 2017: 159; individueel beschreven in de moordatlas), kun je een escalatie verwachten. Alles wijst erop dat er bloed gaat vloeien in Brazilië. Mijn bange verwachting is dat er net zulke gekken als Robert Bowers, die schutter die een bloedbad aanrichtte in Pittsburgh, in Brazilië aan het moorden slaan. En, nog erger, vrees ik dat het Bolsonarobewind het als excuus zal gebruiken om hele favela’s uit te moorden.

De situatie in Brazilië is zorgwekkend en mag niet worden genegeerd.

En net nu ik dit stuk wil plaatsen lees ik over een vliegtuigcrash met 189 doden in Indonesië.

Afbeelding: het grootste standbeeld ter wereld, van Sardar Vallabhbhai Patel in India, twee keer zo hoog als lady liberty.

Houd moed! werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Good riddance: Arnons voetnoten

Vriend en vijand zijn het erover eens: Arnon Grunbergs laatste voetnoot op de voorpagina van de Volkskrant is een heuglijk feit. Als wat hij achterlaat een zwart gat is, ben ik met liefde nihilist. Dat de tweeëneenhalf duizend schrijfsels die hij de afgelopen jaren produceerde taalkundig om te janken zo belabberd en intellectueel onhoudbaar zijn, is alom bekend. Feilloos vermochten de ‘voetnoten’ van de over het paard getilde literator bij mij irritatie op te wekken vanwege de opgeleukte domineestoon en het gebrek aan substantie.

Voetnootenarnon had zijn schrijversmaniertje, een soort kokette vrijmoedigheid en onbevangenheid met een politiek oersaai betweterig signatuur verpakt in geestdodend proza. Hevige diarree en dan schijten met de deur open, dat is het. Omdat je denkt dat je alles mag als je in New York woont. Arnon is vermoedelijk de slechtste karikatuur van Woody Allen, een uitbehandelde narcist die zich in zijn eigen neuroses heeft laten embedden. Hij schrijft niet vanuit het gruwelijk mooie, magische vantage point van de vernietigende ironie, maar vanuit de middelmaat van zijn waanzin zelf.

Ter afscheid riep Onan-Arnon de lezertjes in zijn oneindige goedheid op om de Meester na te doen en zelf ook een voetnoot te produceren, en voor die imitatio arni heeft hij waarachtig zeven regels opgesteld. Aan ons, zelfironisch tollende intelluelen, de taak om Zijn stenen tafelen eens door elkaar te schudden.

1. Vrijheid maakt het schrijven moeilijk. Beperkingen helpen de schrijver. De eerste beperking hebt u al binnen. De Voetnoot mag niet langer zijn dan 149 woorden. Nu wordt alles makkelijk.

Vrijheid is niet het ontbreken van een willekeurige beperking. Dat is gewoon vaag gelul. En wat Arnon in 149 woorden zegt is in volwassen proza bijna nooit een bijzin waardig.

2. Wees eerlijk. Het particuliere is geen te veel aan eerlijkheid maar juist een gebrek eraan. Niets ontziende eerlijkheid is altijd universeel.

Doktor in de filosofie Grunberg arnoneert er lustig op los. Merken ze toch niet. In dit heel particuliere geval bezigt hij universele flauwekul. Natuurlijk schrijven we over het particuliere, wat zullen we nou krijgen.

3. Denk niet: wat zullen mijn ouders, kinderen, buren, collega’s, vrienden, minnaressen en minnaars denken. Schrijf alsof u verloren bent. U bent ook verloren. Dat is een opluchting.

Natuurlijk beelden we ons een lezer in voor wie we schrijven. Arnon weert zich tegen die gedachte met als resultaat dat alle ‘voetnoten’ speciaal geschreven zijn voor Arnon zelf. En dat, waarde lezer, heeft desastreuze gevolgen.

4. Schrijf, zelfs al schrijft u hierna nooit meer, alsof uw leven er vanaf hangt. Dat doet het namelijk. Als niet, waarom schrijven?

Vervang het woordje schrijven nou eens met neuken, meneer de seksrabbijn. Waarom hè? Omdat we het lekker vinden. En omdat we graag iets van onszelf de wereld inslingeren. Iets waar verder niks vanaf hangt, want zo belangrijk is het nou ook allemaal weer niet.

5. Verwar de dood niet met ernst. De belangrijkste reden om te lachen is de nabijheid van de dood.

En de belangrijkste reden om te huilen? Wat zeg je nou eigenlijk? En wat heeft dit met stukjes hersendiarree op de voorpagina van de volksbode te maken?

6. Neem de relativering serieus.

Absolut wodka. Neem niets serieus, en zelfs dat niet, om een Hollandse schrijver te parafraseren die wel wat ruggegraat had.

7. Houd rekening met onverschilligheid en afwijzing, verwacht haat, hoop op liefde. Klaag niet. Schrijf verder.

Haat verwachten en op liefde hopen? Dat is precies wat religieuze extremisten doen. En regel 3 was dat je je geen flikker aan moet trekken van wat anderen denken. Je schrijft in het luchtledige en hoopt stiekem op erkenning. Het klinkt als een hysterisch en narcistisch spel zonder inzet.

Heerlijk, dat zeuren, maar genoeg voor vandaag. Ik wens jullie allemaal een creatieve en zonnige week. Volgende keer weer een normale column. Met meer dan 149 woorden.

Flattr this!

Good riddance: Arnons voetnoten werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Kerstwens

In haar beschouwelijke kerstboodschap schreef bevlogen collega-columnist en Roversdochter uit het Noorden Bronja Prazdny over je afkomst en je vader als inspiratiebron, en hoe gezwellen op het internet haar zulks kwalijk namen. Een persoonlijke thematiek, net als een persoonlijke schrijfstijl die gulziger is dan 4,9 woorden per zin, werd door de semi-alfabeten niet op prijs gesteld. Ze brak een lans voor eigenheid en daar ben ik het van harte mee eens. Liever lees ik haar ‘dikke, emotionele drab’ dan een reeks gemanagede en voor SEO-doelen gekortwiekte gender- waarde- en emotieneutrale zinnen.

Wanneer ze, met een welbespraaktheid die we niet verloren mogen wanen, schrijft “Hier in de samizdat, in de veiligheid van mijn sub rosa, zwaai ik welgemeend en liefdevol naar de puntige onderkoelde tekstjes van de literaire collega’s” wil ik terugzwaaien, mijn bescheidenheid voor de gelegenheid onder stoelen of banken stekend.

2017 werd voor mij in ontstellende mate geregeerd door nervous irritation in the oral cavity. De pijn in mijn bek leidde mijn aandacht ontzettend af en brak menigmaal mijn concentratie eer die goed en wel op een onderwerp was gevestigd. Nooit praktisch geweten hoe groot de invloed van onze orale gesteldheid is op onze productiviteit. In theorie wel: het thema wordt uitgebreid besproken door survival-experts. In de zoete wetenschap dat, na de kleine chirurgische ingreep van vorige week, 2018 ook voor mij een stuk beter gaat worden, hef ook ik een lofzang op het leven aan.

Voor de dagen tussen nu en oudejaarsavond heb ik het goede voornemen om tenminste vier pagina’s per dag te schrijven, inspiratie of niet. Vandaag bijt ik het spits af (ik wilde schrijven ‘de’ maar zag daar uit respect voor Arjen Robben’s nagenoeg voltooide carrière vanaf) met een korte kerstboodschap, want in een democratisch gethemede monarchie geldt dat quod licet Alex, licet Alleman.

Lieve mensen, moge 2018 een jaar van bevlogen medemenselijkheid worden, een jaar waarin links en rechts niet de strijdbijl maar de hypocrisie begraven, opdat de debatten kleurrijker en zinvoller worden. Een jaar waarin we elkaar meer gaan bewonderen dan afzeiken, waarin we durven uitkomen voor wat we bewonderenswaardig vinden. Een jaar waarin we plezier halen uit kritische mediaconsumptie in plaats van als zombies door onze timelines te scrollen. Een jaar waarin we onze angsten leren begrijpen en zo zoetjesaan gaan samenwerken aan wat de wetenschap, de voetnoten mag u er zelf bijdenken, een steeds geringere waarschijnlijkheid toedicht: een leefbaar 2100 voor onze (achter)kleinkinderen.

Gelukkig kerstfeest.

Kerstwens werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Narcistische krenking

De vrouw die naast mij zat speelde elke noot in het juiste ritme. Ik zwalkte krakend en vals naast het ritme, miste keer op keer de hoge a, vergat steevast een herstellingsteken, streek op wanneer zij afstreek en omgekeerd, maakte van de allegretto triolen een lompe eierdans en speelde forte waar mezzo piano stond. O heer, wat een frustratie! Had ik niet tien jaar lang, in het verre verleden toen ik nog in de provincie woonde en de provincie in mij, vioolles gehad, terwijl de vrouw die naast mij zat slechts vier jaar les had? Zou men niet van mij mogen verwachten dat ik tenminste het simpele walsje van Shostakovitsch en de tango uit die film met Al Pacino op tempo en zonder al te veel fouten kan spelen?

Ik schreef onlangs een obscuur vertaalbureau in Letland aan dat vertalers nodig had voor teksten over cryptovaluta zoals Bitcoin. Ze vroegen of ik een testvertaling zou kunnen maken van een paar honderd woorden. Enkele dagen later kwam de uitslag: “Comments and evaluation: this really isn’t serious, a fourth grader in secondary school would do better… Spelling errors, wrong grammar, terminology errors, clumsy style.” En ze hadden helemaal gelijk: ik had idiote spelling (“honderen”), grammaticale (“de dagelijks volumes […] overtreft”), stilitische (“wordt het overschaduwd”) en terminologische (“opslag van waarde”, “fiat valuta”) fouten gemaakt en ik zag het écht niet. En het tragische is natuurlijk dat niemand dit gelooft. Ik ben er niet (meer) goed in, ik haat het als de pest, ik ben ervan overtuigd dat het de wereld in geen enkele zin beter maakt – maar ik doe het voor het geld (ja, ik weet dat ik niet de enige ben, ik vermeld het voor anderen die ook weten dat ze niet de enige zijn).

En filosofie? Na het schrijven een waardeloos promotiewerkstuk over ethiek in Berlijn, dat niet eens in aanmerking kwam om te worden verdedigd, had ik toch meerdere jaren de tijd gehad om over filosofische vraagstukken na te denken. Deze week bleek, dat het niveau waarop ik dat pleeg te doen zich niet onderscheidt van kinderlogica. https://dezwijger.nl/programma/kinderlogica Onder het mom van je hoeft niks uit het hoofd te leren ben ik blijven steken bij de scherpzinnigheid van een twaalfjarige.

Maar dan tenminste de dichtkunst? Niet publicabel.

Zo’n narcistische krenking is op het eerste gezicht een onaangenaam gevoel. Het is een olievlek op de ziel, die zich snel uitbreidt naar andere terreinen. Alle kennis en kunde van de gekrenkte is ineens gebrekkig. Hij heeft zijn waardigheid verloren. Hij voelt zich verraden omdat de hoogste waarde die hij aanhing hem nietig heeft verklaard.

Maar is dat erg? Als je in zo’n narcistische sluimer blijft hangen wel. Dan raakt het je allemaal heel erg. Ik heb daar geen zin meer in. Ik las een perfecte tip van de Amerikaanse toneelschrijver schrijver David Mamet, die hij gaf in de trailier van de Masterclass-series (het perfecte symbool van ons idolatrische tijdsgewricht, waar ook andere grote Namen aan meedoen zoals Hans Zimmer, Jane Goodall, Garry Kasparov, en Dustin Hoffman): “schrijf slecht en beken je ertoe. Als je dat niet doet, zul je ook nooit iets goeds schrijven.” Ik ben al tijden bezig aan een slechte roman, en dat is erg leuk om te doen. Je lacht het narcisme van je af en begraaft de brokstukken tussen de regels.

Narcistische krenking werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Erkenneling

Publieke erkenning, iemand ‘zijn’ in het openbaar is op het eerste gezicht heel comfortabel. Je hoeft zelf niet meer na te denken over je identiteit, dat maakt de publieke opinie wel uit. Je bent iemand, in de hoofden van een heleboel mensen en alles wat je zegt en doet wordt altijd waargenomen tegen dezelfde achtergrond. Je hoeft jezelf niet iedere ochtend opnieuw uit te vinden, de verwachtingen trekken je al bij het opstaan een verhaal in dat voor je geschreven wordt. Is het daarom dat we naar erkenning streven, dat we de hondsmoeilijke opgave, onszelf iedere dag een verse identiteit aan te meten zo niet onder ogen hoeven te zien?

Het fenomeen erkenning heeft me altijd geboeid. Ik zie mensen heel blij worden omdat andere mensen een mening hebben over wat zij hebben geproduceerd. Materieel gewin alleen is een onvoldoende verklaring voor deze blijheid. Erkenning is iets metafysisch en het is oneindig verslavend. Vanaf het moment dat je een schouderklopje krijgt voor een stuk in de schoolkrant tot het moment dat je de Nobelprijs wint strekt zich een hunkerend leven uit, dat beter wil zijn dan alle anderen. Het machtswoord van de beoordelende instantie telt meer dan het geloof in een objectieve substantie die de kunstenaar, begrepen of niet, probeert te benaderen.

Op mijn sterfbed zal ik waarschijnlijk toegeven dat ik ook altijd een ‘erkenneling’ ben geweest. Ik zal een late convertiet zijn naar het enige ware geloof, het geloof dat niets betekenis heeft zonder de erkenning van anderen, dat de waarde van onze waan wordt bepaald door de waan van de anderen.

Maar zover is het nog niet. Laat me voorlopig open source schrijven, nooit ‘werkelijk’ iets publiceren omdat ik de overtuiging dat ik de daartoe vereiste kwaliteit niet haal, zo comfortabel vind. Laat me langzaam een oud kind worden, speels en zelfloos, een trillende snaar gespannen over een doodstil meer. Laat me vergeten dat complimenten de enige valuta is, en laat me het fossiel zijn van een verbeten voornaamheid, die zich zal blijven verzetten tegen de opvatting dat het immoreel is om niet voor het zo groot mogelijke geluk van een zo groot mogelijk publiek te schrijven.

De hunkering woedt ook in mij. Wat zou ik graag met een bezwete rug in een praatprogramma zitten en mijn citaatjes voorlezen uit eigen werk, een erudiete flapuit met een gebroken glimlach wanneer het louterende applaus wordt ingezet.

Het wordt laat. Ik zie vannacht niet ver. Ik denk aan de toestand van de mensheid. Wat heb ik gedaan, armzalige erkenneling, dat ik dodelijk vermoeid ben nu, de ijdelheid.. de levenslust.. de grenzen aan de taal en hoe daar de beelden, de muziek, de dans – Erkenning! Nu! Wat moet ik doen? Zeg me wat ik moet doen!

Neen. We worden tot erkenneling gemaakt omdat we leren onszelf te begrijpen als een variatie op anderen, en dat zo goed dat het oorspronkelijke begrip van onszelf verdwijnt. Neen! We mogen niet bang zijn. We moeten altijd blijven doen alsof we zo oorspronkelijk zijn, dat uitgevers, kwaliteitskranten en Humberto Tan ons niet aandurven.

Erkenneling werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Crash

Eereergisteren is mijn computer gecrasht. Nu denkt u: waarom schrijft zo’n vent daar nou in vredesnaam over? Wat heeft dat voor nieuwswaarde? En dan vertel ik dat er op die computer allerlei bestanden stonden, en dat er voortdurend een automatische backup werd gemaakt van al die bestanden, behalve van een bestand, om onduidelijke redenen. En dat ene bestand was nu juist erg “belangrijk”.

Ik was een roman aan het schrijven.

Ongeveer 75 pagina’s lang was het document, en u kunt zich voorstellen, dat menig binnensmondse vloek er oprecht moeite voor moest doen om binnensmonds te blijven. Maar de coping-strategie won al snel de overhand, en ik wist deze typische verlieservaring om te duiden in iets waardevols. Ik kan nu opnieuw aan dit boek werken, en ik zal zo uitleggen waarom het leuk werk is. Tijdens het schrijven zal ik steeds “live” aan verlies herinnerd worden, wat wellicht de stijl, de metaforen, en zelfs de wendingen van het plot zal gaan beïnvloeden. Verlieservaringen liggen bovendien goed in de markt, nu het slecht gaat met de economie. Niet dat ik voor de markt schrijf – ganz im Gegenteil.

Leuk!

Wat is er nu helemaal verloren gegaan? Een aantal vindingrijke zinnen, een aantal levendig beschreven sexscènes, een karakterschets. Wat er niet verloren is gegaan is het belangrijkste, namelijk de passages die ik uit het oude manuscript heb geschrapt. Schrijven is schrappen, ik weet zeker dat iemand dat ooit heeft gezegd. Nu ik weer op pagina één mag beginnen, en al die scènes door mag werken, voel ik me niet eens zo slecht. Dat heeft er natuurlijk ook mee te maken, dat ik geen geld verdien met mijn schrijven, en daardoor dus “lekker” kan schrijven wat ik wil. Ik moet er niet aan denken, Truus van de redactie die vindt dat mijn zinnen hinken.

Wat ik u wilde vertellen: met wat fantasie kunt u een artistieke verlieservaring transformeren in een bron van inspiratie.

Na de lezing

zolang er nog geschreven wordt
spreek je bedachtzaam
en zolang er over het schrijven
nog geschreven wordt
is alles nog niet verloren

ik knik en zoek een metafoor
ervoor, maar zonder spiegels
dat blijkt verdomd moeilijk

je klapt een kleine paraplu open
het ziet er zelfbewust uit
je knikt nog terug
en laat mij dan achter bij het hek

ik kijk omlaag in een waterplas
en draai wat met mijn linkervoet
was dit het hoogst haalbare
tien seconden bij het hek?

je zou voor de lezer nu
waarschijnlijk al een vrouw zijn
maar zolang er nog gelezen wordt
echt gelezen en herlezen wordt
is alles nog niet –

ik glimlach tegen de waterplas
een schalks jochie kijkt er terug
dan stamp ik dat mijn zolen piepen
en het water u om de oren spat