Panorama 2 (Rotterdam)

Wat doe je tegen straatterreur je stuurt een paar lokboa’s die hun lekkere kont in strakke Levi’s op het netvlies van de cultuurbezoedelende haatbaarden plempt om ze uit hun woestijntent te lokken dat hun kanis eruit ziet alsof ze een maand hebben lopen ramadannen en elk moment een hypoglycemische terreuraanslag kunnen plegen in een overvol voetbalstadion waar legioenen supporters plichtbewust hun vaandels zwaaien voor een overwinning en het eeuwig uitgestelde landskampioenschap maar dat boeit niet zolang er koud bier is en geinponems met genoeg lef in hun donder om geweerd te worden door de publieke treurbuis, waar polletje piekhaar met een vorstelijk salaris het talkshow-evangelie blijft verkondigen, zolang er om drie uur ‘s nachts nog een shoarmazaak open is waar je met goed fatsoen als chassid in vol ornaat kunt komen bijbunkeren na een nacht doorhossen op Bar Mitzvah, zolang er geen haat ventende teringlijers met door de maden aangevreten religieuze kankergewetens vrij rondlopen die in naam van Allah godverdomme concertzalen met ingewanden komen decoreren, zolang de mussen niet dood van het dak vallen op het half gesmolten asfalt en de zeespiegel zich weigert te houden aan de voorspellingen van de klimaatwetenschap, is alles chill je ziet een agent die een jointje rookt en een homostel pijpt elkaar teder in de schaduw van de erectie die in de volksmond minaret heet, er is dansbare oerwoudmuziek op alle straten, springende Groen Linkers die hun tieten weer moeten laten zien om mee te tellen, je ziet varkens spetteren in provisorische modderpoelen want de binnenstad is een soort orgiastisch Woodstock in de droom van de gedehydrateerde nachtburgemeester die te laat komt opdagen om in de microfoon te hijgen dat kabouter buttplug een monument is voor Pim Fortuyn omdat die lekkere Marokkaanse jongens in de sauna besprong toen in die goeie oude tijd toen de kale nog fucking leefde en bacillen als Melkert en Marcel van Dam op hoogst vermakelijke wijze in het stof deed bijten, toen de eeuw nog vers was en Peter de Vries nog niet zo’n grote bek had maar na dromen komt de dageraad en we moeten verder, we moeten blijven ‘doorknokken’ voor een open samenleving waarin vrijgevochten individuen van het meest denkbaar uiteenlopend pluimage zo hard de longen uit hun lijf zoenen voor de Erasmusbrug dat Desiderius er spontaan een lakoniek lofdicht over zou schrijven, voor een stad als een Jackson Pollock schilderij van geventileerde vrije meningen die door die sussende tolerantie zo saai zijn geworden dat men maar met elkaar gaat discussiëren om nog wat leven in de brouwerij te krijgen en leven zal het deze zomer waar fossiele feministen zich in een modieuze burka hijsen om over de Vrijheid met een hoofdletter V te gaan preken voor eigen kerk terwijl de genitaal ongemutileerde kleindochter van Achmed de fabrieksarbeider met haar zandkleurige boezem Paroolcolumnisten naar adem doet happen, waar fietsen in de stationsstalling de liefde bedrijven als hun bezitters hand in hand naar een concert in de Doelen luisteren terwijl buiten de meeuwen aan een stuk door de stad bombarderen, want zo is het met de openheid: zelfs overzeese timide woordbrakers die geen flikker van Rotterdam afweten mogen een ode pennen aan de metropool

Panorama 2 (Rotterdam) werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Waar de stad staat

onder de snelle schaduwen van ijle vogels
die niet op de stad vallen
hangen betonnen torens in de vuile wolken
waar de stad staat
en haar schaduwhoeken in beton giet

het asfalt is de mensen een rivier
de stad een afwezige geest die
een dauwregen van hebben willenden
over de straatkeien jaagt

waar de stad staat
is het instinct verloochend of getemd
maar achter miljoenen koude muren
huist het geweld, de orde van de orde

alles is aanhef en hyperbool
voor de kleine mensen in het raam
jazz speelt uptempo in de nacht
en de gebouwen trekken zich krom
over de slapenden heen

De stad ontevreden I

Aan de rand zie je kreupelen en melaatsen
die daar vergroeid zijn met de stenen
ze grijpen naar alles, pas op voor je benen
hun kermen hoor je tegen de gevels weerkaatsen

Gifgroen fruit staat in nette rijen opgesteld
telefoons, broeken, parfum, pruiken
die dingen liggen daar om te gebruiken
het wordt verkocht voor wat doet leven: geld

Straks gaat men dan terug in de holen
daar, waar men van alles weet te delen
als de overrijpe dag naar binnen is bevolen

Maar hier, in het helle openbaar verscholen
heerst de wet van jij kan mij niet schelen
de stad is soms een vergissing van symbolen