Ode aan Yi Sun-sin

Een aantal jaar geleden schreef ik een vertelling over de Koreaanse generaal Yi Sun-sin, de geniale strateeg die aan het eind van de zestiende eeuw voorkwam dat Korea een Japanse kolonie werd.

Het verhaal kun je hier in de komkommertijd downloaden en lezen. Het begint aldus

De hitte lag als een golvende deken over de stad, het asfalt was zacht maar weigerde zijn vorm op te geven, en de mensen die er uit gewoonte op reden of liepen vertrokken geen spier. Uit de koffiehuizen was het loeiende geluid van airconditioning te horen, die op volle toeren draaiden, en het gerinkel van kopjes overstemden. Het was in Seoul nog nooit zo warm geweest in juli, maar het was niet vanwege de onwaarschijnlijke hitte dat de mensen zich rond het Gwangwhamunplein hadden geschaard. Het standbeeld van Generaal Yi Sun-sin was verdwenen. De zwaailichten van talloze politiewagens, de rood-wit gestreepte afzettingen en de hermetische ontruiming van het plein door norse helmdragers kon de verbijstering van de autoriteiten niet verbergen. Yi Sun-sin had daar gestaan sinds 1968. Miljoenen forensen waren onder zijn toeziend oog naar hun werk gereden, het werk waar ze verantwoordelijk waren geweest voor het eerste grommen van deze Aziatische Tijger, als managers van staal- en elektronicabedrijven of als bankiers.
De lege sokkel werd eindeloos gefotografeerd, en deze foto’s begonnen vrijwel onmiddelijk op sociale netwerken te verschijnen waar de Afwezige Generaal het klikbaarste fenomeen van de dag was. De mensenmassa begon zich ondertussen af te wenden van de plek waar Yi Sun-sin zich niet meer bevond, om zich te verstrikken in chatgesprekken over zijn plotselinge verdwijning.

Ode aan Yi Sun-sin werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Ortografodontist

Afbeelding Wikipedia

Een poging tot gevatheid op Twitter was afgelopen week aanleiding tot een nieuw woordspel waarbij een bewuste spelfout wordt gemaakt die verder in de zin wordt gesignaleerd en daardoor als het ware gecorrigeerd. Meestal gaat het om d/t-fouten, ij/ei-fouten, au/ou-fouten en dergelijke. De eerste gemaakte spelfout levert wel een correct gespeld woord op dus de spellingcontrole geeft geen waarschuwing, terwijl de tweede (corrigerende) spelfout de verbeelding tart. Bovendien voegt de spelfout betekenis aan de zin toe. De regels zijn nog niet afgebakend en we staan open voor suggesties. De tweet in kwestie:

Ondertussen bijt hij zich vast in de materie en zijn tijdt.

Het onzinwoord ‘tijdt’ geeft aan dat de auteur zich bewust was van de spelfout (bijt…zijn tijd) en verbetert deze achteraf, in de flow van dezelfde zin.

Een aantal andere voorbeelden:

Je hebt de basmati laten overkoken! Het reist de pan uijt.

Ik doe mijn mening over haar billen kondt.

Die dauw kwam hard aan: ou!

Hij werkte niet meer zo hart na zijn infarcdt

Dit maakt de speling van de zinnen veel lleuker.

Een andere motivatie achter dit woordspel is dat Twitter het bewerken van tweeds onmogelijk maakt, nadat ze eenmaal zijn getweedt.

Ortografodontist werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Eologismen

Taalkundige Wim Daniëls verzon onlangs een nieuw taalspel: het eologisme. De regels zijn eenvoudig: je laat de eerste letter van een woord weg en geeft een gevatte en grappige definitie van het zo ontstande nieuwe woord, op basis van associaties. Een voorbeeld van een eologisme is “oordenboek” oftwel atlas.

Op Facebook werd er direct enthousiast gereageerd; ik heb hier anoniem een aantal eologismen op een rijtje gezet, omdat er enkele bij zaten die een hartelijk gelach hebben uitgelokt op social media.

Recensie: sadà\exposadà – De zaal van baards

Een aantal langere citaten uit deze bundel, het vervolg op sadà\exposadà’s debuut de grote middag uit 2015 hebben me aangespoord tot een recensie. Dankzij digitale magie had ik het binnenwerk weldra op mijn scherm en kon ik aan de slag.

Ik heb tijdens de eerste lezing gespeurd naar een gebruiksaanwijzing. De bijgevoegde voetnoten zijn zakelijk en nuttig (zo zag ik het anagram usura-ez van Esra Pound niet meteen en moest ik bij fecoliet, thoth, teresias, pneuma-hagion, ruah raa en LHOOQ naar het woordenboek grijpen en sommige referenties zouden me zijn ontgaan). De voetnoten steken wat mij betreft overigens juist de draak met pedanterie.

De vorm, bladspiegel, kleur van de gedichten is volledig vrij en er is geen touw aan vast te knopen. De bundel riep direct Ilja Leonard Pfeiffer’s stelling in herinnering, dat poëzie juist onbegrijpelijk moet blijven.

Onbegrijpelijke poëzie is altijd beter dan makkelijke poëzie

Sadà\exposadà is daar uitstekend in geslaagd.

De enige conventionele elementen die ik kon ontdekken zijn de opdracht

sandra,
liefde,
opgedragen

en het dankwoord, waarin ‘de’ vader wordt vermeld, ‘man van boeken en woorden én slapstick’. Sadà\exposadà werd op Facebook een ‘plezierdichter’ genoemd door iemand die het weten kan. Het lijkt me dus dat het niet de bedoeling is van de auteur om teveel te ‘graven’ en er een ‘Weltanschauung’ uit te destilleren die nóg compacter is dan De zaal van baards zelf. Een representatieve bladzijde is als volgt beschreven:

de maatval van de klok! een zaal!, schat zijn corpus —leg mij leg mij leg
mij —dageraad van de lul —oog uit oog,
een verstijlde lans voor in het domeingloren schaduw van ‘t draadgloren
slacht en roos en (roos bezien) en stoot. waag de handen kosmos
in het wonen van de botten. ver weg glanzend staan,
met de rijpste pijlen vol en zonbekranste ossen,
wel van maat, een schichtende rij,
weerszijden de spiegels in oprijzende hoeven,
de engelen.

Wat moeten we ermee? Je kunt zo’n bundel niet met normale middelen recenseren (exacter: dat levert weinig op, zie de recensie in Meander magazine die overigens wel wat achtergrondinformatie over Ezra Pound geeft).

Het is een sexbanket van zwerende, geërigeerde metaforen, de donderende echo van de Aleph (de titel van de laatste afdeling; ik had trouwens een voetnoot over Borges verwacht). Deze bundel construeert het gezang van wat na de mens kwam, het is taal die slechts verwant is met de onze door de gemeenschappelijke aanstoot-wortel Aleph. Wat moeten we doen om de bundel te lezen en ‘er wat mee te kunnen?’

Het antwoord is baards! Hardop stukken eruit lezen en de onstaafbare baardstaal aanleren, de metaforen, de verwijzingen en vooral de materialiteit van de klanken. Baards! Ik zet dus noodgedwongen voort in baardstaal.

baards is de hoornos lichtstijf hagha! hagha!
dreun-dreun-dreun-dreun de fallus tweekopt

hagha! hagha! hagha! op de maatval van de klok
spilt de os het dingkleed hoornt de fallus

baards spuughoornt usura-ez waagt het symptoom van verwijding in eeuwlift
engel-enkel spil van de weense trakl-mensch

helena de zuilen van de os
met kut
de lichtplukkers

Sebastiaan

leg mij leg mij de sterren ontbergrad
besnijden de spil in het dingkleed want baards is

brandend! de puls kreupel gevierd
het bloed spilt thoth
en atropos gloort de klok

baards is een ringlichaam de schaduw in de kut
tiresias is glanslicht
in het zeil van de Nijl
lichtstijf uit gram opgewekt!

in den beginne was E. Coli
hemel’s gelaat de roos kleedt en spilt
ritme raakt aan, baards is aanraken de puls van de Nijl
stijving van genesis pijlen alles is symptoom is ademstoot

alle listplukkers zijn stijf, het sentrum van de natte kut
een opgehangen dode os in den beginne was
de zaal van baards waardend met de woeker van de O-O-O
atropos

baards baart in de puls van
dilatortaal een pijl,
puls lichtstijf
puls schichtend
puls twijg, symptoom
puls baards!

Gelegenheidsdichten

Voor 2 Euro per dichtregel schrijf ik een sonnet dat past bij mijn Cliënt als een Rembrandt in het Rijks

Gelegenheidsdichten doen we allemaal, maar daar gaat het hier niet om. Computers rijmen natuurlijk veel beter dan mensen met hun geautomatiseerde rijmwoordenboeken. Het gat in de markt waarvoor ik hier mijn springplak opstel is de te creëren behoefte aan echte poëzie, waar men vroeger genoegen nam met een sinterklaasversje. Zo’n rijmelarij was wat er werd verwacht, het leverde glimlachen op en een mild applaus. Na twee minuten, schuifelend langs het koude buffet, was men het voorgedragen vers volledig vergeten.

Poëtisch gehalte

Ik schrijf een gedicht met poëtisch gehalte waarvan de echo lang na zal blijven donderen onder uw pientere toehoorders, voor de prijs van een standaardvertaling van een vers van Boo de Ler. Wanneer u een ronde verjaardag viert, met pensioen gaat, er een achternicht gaat trouwen of u gewoon wilt ontdekken wie uw echte vrienden zijn omdat u net de jackpot heeft gewonnen – geef me uw mentale coördinaten door en ik schrijf een vers sonnet voor u, waar wijlen Dichter des Vaderlands Komrij van zou likkebaarden.

Garantie

Mocht het voornoemde donderen onder uw toehoorders, dat u volgens de daarop algemeen van toepassing zijnde richtlijnen met een stethoscoop dient te meten, uitblijven, garandeer ik restitutie van het volledige bedrag.

Origineel op komrijm.creativechoice.org

Sauseschritt van Martijn Benders

De dichter heeft me virtueel inkijk gegeven in zijn vijfde Nederlandstalige dichtbundel. Ik zit in een café in Lissabon* met de PDF op het scherm van mijn laptop. Ze schenken hier goede koffie zonder Turkse** drab die ook nog eens geen reet kost.

Ik concludeer dat de bundel aan mijn twee belangrijkste eisen voldoet. Ten eerste lijkt het allemaal gemakkelijk. De woorden zijn trefzeker en ze staan waar ze horen te staan. Ten tweede inspireert Sauseschritt zijn lezers. Je gaat er poëtisch van denken.

Sauseschritt – je spreekt het traag en bedachtzaam uit maar het betekent juist bliksemsnel. Hoe moeten we deze bundel lezen? Hij is dikker dan we gewend zijn en dan zit er ook nog eens een boek-in-een-boek in dat zo klein is gedrukt dat je er een vergrootglas voor nodig hebt.

Kaft tot kaft dan maar? Kun je doen, om te beginnen. Maar ik zou je willen aanraden om het eerst eens gewoon op een willekeurige bladzijde open te slaan en daar te gaan lezen tot je op een wtf-daar-moet-ik-een-aantekening-van-maken-zin stuit. Benders bij zijn eponieme podoloog:

en dat is logisch. Jij meet de hele dag voeten, ik meet
hoe ik mensen kan uitleveren aan woorden.

Voilà. Of Benders nails de nexus sex-literatuur:

de koude rilling
die over je rug kruipt als je een grens nadert, het is net
of er iemand door je heen bladert

De bundel is overigens geschreven in een aangenaam lettertype en gedecoreerd met een elegant hertengewei en het gestileerde pictogram van een uil. Ik recenseer hier alleen de digitale versie, dus over de geur zelf van het boek kan ik geen verslag uitbrengen.

Ijzersterke beeldspraak

Benders is op zijn effectiefst wanneer hij menselijk gedrag beschrijft. Ieder woord telt in een fragment als dit, waar je de kattenvrouwtjes zo van de bladzijde ziet lopen:

pannenkoekend
onder een loodzware maan broekig
doen. Harige truien. Flensjestieten.

De beeldspraak is niet altijd even sterk (er staan ook wel wat rommelige gedichten in deze Dikke Bundel), maar vaak wel. Wat zou onze taalvaardige diplomaat Frenske Timmermans bijvoorbeeld vinden van deze karakterisering van zijn pienterdere vakgenoten:

Zijn tong
een zijdezacht lintje
dat mijnen veegt.

Of verpleeghuispoëzie, die in deze bundel ook rijkelijk aan bod komt:

Je werd voor het laatst naar binnen gekart vandaag.
Straks komt de zuster met haar zoete croissantjeshoofd
klapperen jullie als één trieste oervogel
door helverlichte gangen, het is allemaal zinloos, zinloos

In de kleingedrukte afdeling “verdieping” polemiseert de auteur kortstondig tegen metaforen. “De verslaving aan metaforen wijst op een behoefte aan het verspillen van taal”. Jawel, en onanie wijst op een behoefte aan het verspillen van zaad. Waar het om gaat, om gaat, is dat we goede muziek voor elkaar blijven maken.

Metapoëzie

Sauseschritt gaat vooral ook over het dichten zelf. Van het “pokdalige meisje dat fakking goed kan dichten” in het begin, tot de gedichtenmiddagen waar je door rimpels kunt bladeren, tot de Martijn Bendersdag en een flauwe grap over de herhaling van de fossiele Remco Campert en een ode aan de dichters die nou eindelijk eens moeten beseffen dat ze “te oud zijn om in alinea’s te schrijven.” Zo neemt Benders de zelfreferentialiteit schitterend droog op de hak:

Er was eens een telefoon die alleen zichzelf belde.
Om die reden stond hij al snel bekend als ‘de zichzelf bellende telefoon’.
Andere telefoons noemden hem soms schertsend ‘de denktelefoon’.
Ze moesten eens weten.
Het ene hijgtelefoontje na het andere.

Uitstekende hertalingen

De hertaling herz van Ferenc Juhász’s gedicht “De jongen die in een hert veranderde schreeuwde door de Geheime Poort” is fris als een paar pronte borsten. Toen ik het las dacht ik “zou dit van Benders zelf zijn? Maar zo’n lang en consequent episch ding schrijft tegenwoordig toch niemand meer van midden veertig?” De hertenlyriek is gewoon wereldliteratuur en de hertaling in het Nederlands is een dienst aan onze taal, die te lijden heeft onder bloedarmoedige peesdichtertjes. Hetzelfde geldt voor de hertaling van een paar gedichten van Otto Orban (niet de verwarren met de neoromantische Hongaarse hekkenbouwer Viktor Orban), en ook de hertaling van Yannis Ritsos, “Het dode huis”, mag er wezen, met regels als deze:

Het huis houdt ons droog. Verkopen is niet gepast – we leefden
ons hele leven hier, het draagt onze doden, die kun je niet verkopen.
Ze naar een ander huis kofferen naar een andere buurt

Taalvernieuwing

Benders is consequenter dan je zou denken. Hij gebruikt het liefst werkwoorden, een bewezen truc om dode gedichten tot leven te brengen. Het kofferen van zo-even, duisterbrilt, littekenen, waarwiekt, sletheksen. Het werkwoordelijk gezegde “te” laat hij, net als de puntjes op poezie, gewoon weg. Ijdel, eigenzinnig? Natuurlijk, maar in dienst van de muziek, die “harmoniele veiligheidsdienst van de universele orde”. Ritme is belangrijk in deze bundel (vergeet niet dat Benders ook electronic music maakt). Lees eens een paar gedichten hardop aan elkaar voor.

Grasduinen in Sauseschritt is leuk:

voor mensen als jullie. En dat is eigenlijk ook zo. Jouw vrouw, mijn kip.
Jouw huis, mijn crib. Mijn tong, haar slip. Ik wip. That’s it

dat ik al eeuwen door een speld sta pissen,
en al mijn liefde de smeekbede was
van een allang verstorven diersoort.

“Voor het stoplicht van mijn plichtsgevoel
trollen de motoren van de liefde.
Ik mis iets in mijn leven. De staat.
Een veilige dood in een afgeluisterd graf.”

Eindelijk wordt er in de literatuur geluld “tegen het decolleté van de dood”. Ja, daar zat ik echt op te wachten (voel je ‘m: hoe we die woorden niet eens meer zonder ironie uit kunnen spreken?). Benders heeft niks aan eigenzinnigheid ingeboet sinds hij bij een uitgeverij “is ondergebracht”. Deze dikke bundel mag er wezen – kom nou mijnheer Benders!

Hondsdraf van Ter Balkt

hondsdrafOde aan een plantje

Dat draaft maar, hondsdraf
Dat draaft maar

Pijlsnel, in ‘t blauw, eeuw
in en andere uit

Eer de staak de hop droeg
was hondsdraf de hop

genas wie zwak was,
troostte de hutten

Oud-heilbrenger, beroemde;
hé, Blauwe Loper!

Stadswapen
voor de onbekende stad

Plant hondsdraf, inwoners
Hondsdraf onder je ramen

Ruil jullie tamme anjer
in voor de balling

Uit: ‘vuur’ 2008

Het woord “Content” zelf impliceert commercie

Het is een eenvoudige observatie: op het internet staan ontzettend veel websites zó vol met reclame, dat het lastig wordt om de flarden van de “eigenlijke” tekst te lezen. Google “Adwords” blokken, repen, stroken en frames houden de karige documenten in een wurggreep. Tot overmaat van ramp zijn deze vaak geschreven met als belangrijkste doel het optimaliseren van de advertentie-inkomsten, lees het aantal keer dat er op de reclames wordt geklikt.

Het schrijven van die teksten is een proces dat bijna kan worden geautomatiseerd. Maar nooit volledig. Want alles wat met een algoritme kan worden gemaakt, kan met een ander algoritme worden gedetecteerd. Zeker wanneer dat andere algoritme de beschikking heeft over alle rekenkracht van Google, de zoekmachine die ermee is gebaat dat de échte, serieuze, door mensen geschreven, geëngageerde teksten komen bovendrijven, en niet de krakkemikkige synthetische “content” die een AI-programma in elkaar heeft geflanst.

Dus staan de online job-websites vol met vacatures voor tekstschrijvers. Wat er van hen wordt gevraagd is content. Niet: artikelen, opiniestukken, non-fictie, poëzie, verslaggeving, anecdote, relaas, episode, column, raamvertelling, ingezonden brief, argumentatie, debat, suggestie, analyse, mijmering, verhaal. Nee, content.
Ook fotografie, video, tekeningen, stukken muziek vallen onder “content”.

Vroeger kwam men niet op het idee om al deze dingen over een kam te scheren. Waarom gebruikt men nu wel deze verzamelterm? Is het simpelweg omdat de techniek het mogelijk maakt om al deze creaties in een en dezelfde database op te slaan? Of is er nog iets anders aan de hand? Er is nu iets – vanuit het gezichtspunt van de “content”-aanbieder – iets dat ze gemeenschappelijk hebben: het vermogen om een stuk scherm te vullen en zo advertenties van een minimale rechtvaardiging te voorzien.

De betekenis van de categorie “content” is wat alle elementen die erin zitten gemeenschappelijk hebben. En dat kan maar een ding zijn (wanneer de techniek en databases aan het zicht zijn onttrokken): het feit dat ze advertenties kunnen verkopen, dat het dus uiteindelijk om commercie gaat. Lees goed. Dit wil niet zeggen, dat alle content commercieel is, maar alleen dat het gebruik van het woord “content” impliceert dat het om iets met commerciële mogelijkheden gaat.

Delen:

Origineel op komrijm.creativechoice.org

noblesse oublie

Wij hebben tot op het laatst in de restaurants gegeten, lang nadat men begonnen was te zeggen dat de sfeer er grimmig was, omdat de immigranten in de keuken nauwelijks te eten hadden, omdat de energiebedrijven regelmatig hun militia stuurden bij een betalingsachterstand, omdat er steeds weer honden- en duivenvlees werd aangetroffen in de beef bourguignon, omdat de laatste drie eigenaren zich op de kleine zolder hadden verhangen – maar als klant, wat zeg ik, als gasten dienden wij te worden bejegend, ging dat alles langs ons heen. De grond onder onze voeten kon verdwijnen, nog zouden wij blijven komen voor het diner, en de dienstdoende Pakistaanse ober onze berispingen opdissen omtrent de zilveren servetringen die niet afdoende waren opgepoetst. Men heeft ons later blindheid verweten, maar wat hadden we kunnen doen? Ik ken niemand die anders in onze schoenen zou hebben gestaan. Wij kwamen daar iedere week, moet u begrijpen, en hebben zodoende de geleidelijke teloorgang niet opgemerkt.

Wij hebben tot op het laatst boodschappen gedaan, en ik kan me goed herinneren aan de hoofdknik van de soldaat die onze supermarkt bewaakte. Er zat discipline in die hoofdknik, het was de bevestiging dat we het bij het rechte eind hadden, dat de zachtjes verrekkende bedelaars die zich aan hun benen vastgrepen slechts een lelijke vergissing waren in het décor. Die hoofdknik, het beschaduwde soldatengezicht dat soms glad geschoren was, en soms wat ruwer, heeft me doen beseffen hoeveel menselijkheid wij in ons dragen, hoe goed wij, u en ik, erin zijn om precies dat te doen: in ieder patroon vinden wij die eigenaardigheid die ons heimlich maakt. De supermarkten hadden op het laatst trouwens weinig meer te bieden, afgezien van voornoemde hoofdknik. Bruine bonen en melkpoeder, en natuurlijk de blikken die ver over datum waren. Ik kan me ook nog aan de blikken hondenvoer herinneren, waar ze de snuiten van de viervoeters grondig hadden doorgekrast met viltstiften, maar dat was al vlak voor de evacuatie.

Wij hebben tot op het laatst in ons huis gewoond, het vijf meter hoge elektrische hek dat dit mogelijk maakte werd ons cadeau gedaan door vrienden uit de politiek. Connecties waren in die eindfase van groot belang. Onze entertainmentsystemen zijn verbazingwekkend lang blijven doorwerken, vertelde me hier laatst iemand. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat het elektrische hek voorzien was van een noodaggregaat. Het zachte gesnik van de ontheemden en de sporadische schreeuw van de uitgemergelden verstierven snel, daar zij die poogden elkaar te kannibaliseren te uitgeput waren om zich over te geven aan de roes. We zaten achter vierdubbel glas, en afgezien van een keer de nare geur van verschroeiend weefsel, hebben we relatief weinig overlast gehad. Onze politici, dat mogen we niet vergeten, hebben zich goed van hun taak gekweten. Gezien de omstandigheden, natuurlijk. Wij zijn normale kiezers, net als iedereen hier.

Origineel op komrijm.creativechoice.org

90% van al het “werk” is volstrekt zinloos

Laat ik vandaag eens lekker gaan zeiken. Ik heb een paar weken geleden een opiniebijdrage geschreven voor de Volkskrant, die de schending van in verdragen vastgelegde mensenrechten door Nederland aankaart. Natuurlijk begrepen van hen die erop reageerden, de minsten waar het nu eigenlijk om ging, en ontaardde de discussie in het gebruikelijke politieke moddergevecht, wat zo kenmerkend is voor onze decadente tijdsgeest. Lees verder