Sociaal

jij drukt dus op een knop

zo. de zuigers zijn geïnstalleerd, in je hoofd.
normaal gesproken gaat er nu van alles konkelen en woelen want

de zuigers zijn dikke cylinders die persen dode lucht

door al jouw spiegelneuronen. En die gaan dus
als blinde wolven tekeer.

me gusta! like! mir gefällt das.

de zuigers nemen dan een ritme aan
en werken gestaag naar dat vacuüm toe

kijk! de eerste nieuwsgierigen drommen al
in de voortuin van jouw herinnering

“vind ik leuk”

Herinneringen [schets]

We moeten ankerpunten scheppen
of desnoods ons vastzuigen aan de tijd

hoewel ik dat weer zo abstract vind klinken

herinneringen zijn een mooie bedrijfstak voor kruideniers
ze verkopen zo goed op sterk water, met een hippe naam in vakjargon

zie je de winkelwagens waar klanten hun munten in frotten
in de hoop straks daarbinnen iets op de kop te tikken?

zie je het bleke kale mannetje dat mompelt en knikt
en met een witte lach onze ankerpunten verijdelt?

we moeten spitsvondig zijn:
steek je neus in de wind en
dicht warm de ijle lucht achter je

Karavanserai

Ik heb de neiging poëzie niet als “bouwwerken” te zien met regels als bouwstenen” die uiteindelijk een sluitend geheel vormen, een gebouw dat niet lekt. Ik vind dat als we gedichten in stukken hakken, er lukraak zinnen tussenuit roven, dat als die zinnen daardoor hun fierheid niet verliezen, dat we erop kunnen leunen, dat die zinnen hun man kunnen staan. Dat geldt ook voor woorden maar woorden hebben zelden gedichten nodig om zich te profileren, die worden eenmaal aangezwengeld door een poëet met lof en larie, en verspreiden zich dan als lopend vuur. Zinnen hebben een vehikel nodig, en gedichten zijn hun veilige woonplaats, waar ze kunnen bijkomen van het rukken uit de context. Lees verder