Een zelf-experiment

Vandaag kreeg ik de mededeling dat een oud bloglijk van vijf jaar geleden gaat worden gewist. Ik kon helaas niet meer inloggen, dus ben voor de zekerheid handmatig teksten gaan kopiëren – en kwam dingen tegen die ik vroeger schreef.

Dat hebben we allemaal wel eens. Maar het is interessant om je eigen stem van een afstand te horen, en in mijn geval is er sprake van een behoorlijke afstand tussen de vent die ik nu ben, en de jongen van toen. Ik heb namelijk nogal geleeft, weet je.

Toch is er die identiteit, en daarmee wil ik wat experimenteren. Zou je, beste lezer, gemerkt hebben dat de volgende zin zeven jaar geleden is geschreven, wanneer ik dat in deze zin niet uitdrukkelijk zou hebben vermeld?

Het is een zeer waardevolle ervaring die men maakt wanneer men probeert een gedicht te schrijven, maar niet verder komt dan de eerste paar regels, hoe lang men ook piekert en puzzelt. De volgwoorden blijven slap, waterig, oninteressant, en hoe zeer men ook droomt van een monumentum aere perrenium, het blijft bij deze regels.
Een voorbeeld, dat ontstond bij beschouwing van de lucht, en dat geen uitbreiding toeliet:

“Witte lucht, die zich verbleekt tot achtergrond /manend aaan de stilte, die we in ons dragen”

Wie een vervolg weet, mag het zeggen.

Advertenties

sentimentaliteit

Soms schrijf ik zoals ik denk dat het van dichters wordt verwacht: een cryptografisch relaas over emotionele menselijke interactie, met staccato interpunctie. Dat het inslaat, dat het aankomt, dat het die gevoelens weerspiegelt, daar lijkt het om te gaan. Poëzie waar de schoolbanken wat aan hebben, want er kunnen van die leuke vraagjes over worden gesteld. Wat denkt de ik-figuur tussen regel 5 en 6? Waar denk je dat het zwarte vogeltje voor staat?
Eigenlijk ben ik natuurlijk helemaal niet zo’n dichter. Als ik al dichter ben, dan eerder Komrijesk, vriendelijk maar bijtend ironisch, vlijmscherp revolutionair en recalcitrant. Toch had ik vanavond zin om, bij gebrek aan inspiratie en ik loop zo achter, zo’n gedicht op te schrijven. Dit is dus niet “oprecht” maar “kunstmatig”. Door dit te vermelden kunnen we meteen een interessant experiment doen: hoe heeft dit jouw indruk van dit gedicht beïnvloed?

nou oma
kijk maar eens lekker
naar de Olympische Spelen

de tv hangt toch wel goed?
die oranje pakjes, dat zijn wij.
we gaan ervoor, hè oma?

nee het mag niet harder, 
maar kijk eens hoe snel we zijn
we gaan voor goud, hè oma?

nee dit zijn de zómerspelen
ja, zwemmen als een vis
ons krijgen ze er niet onder
hè oma?

oma?