De kleine dictator

een kleine dictator
die wil ik zijn
zo eentje die op zijn rug ligt
naar de sterren kijkt en huivert
alvorens hij een beslissing neemt

een kleine dictator
die de aardbeien vriendelijk vraagt
alvorens hij er eentje plukt

een kleine dictator
van een onzichtbaar land
waarin hij alles voor ’t zeggen heeft
die, wanneer hij op staatsbezoek is,
niet bang hoeft te zijn

een kleine dictator
die eigenlijk nooit bang hoeft te zijn
die regeert met een knipoog naar de eindigheid
alleenheersend in een binnenruimte
vol knikkende onderdanen

zo’n kleine dictator
die wil ik zijn

Advertenties

inzicht

zie hopmannen de vlaggen hijsen
stramme buitenlui, de wind in’t vlashaar
die voortstappen langs
gedolven waterwegen
buldervaartse kerels zijn dat,
met de branie in de kraag

buiten zwelgt
opbulderende stormhagel
maar wij bollen ons op achter de ramen

het kreukleer gaat jaren mee

met groene tepels danste je
in het weke maanlicht

de sentimenten stapelen zich op
overmand zijn zelfs de knoertige knakkers
die paarsgewijs de zwaarte torsen

het staat al in de historiën beschreven
hoe de mens torsend de weg gaat die niet rond is
in het zweet zijns aangezichts

we blijven de torens doorverven
we blijven gewoon dubbelklikken

rimramt u maar, komt u maar

veertien eierdooiers bij ’t ontbijt
en een kopje koffie tegen de vergankelijkheid

maar ’t deert niet

* * *

was het inzicht
toen ik als jongen schreef
hoe eindig we zijn