Macao: where East meets West, best

Iedere drie maanden maak ik een reisje naar het buitenland en dit keer was dat Macao SAR, in 1999 door de Portugezen, na meer dan vier eeuwen van koloniaal bestuur, teruggegeven aan China. Ik verwachtte een high tech casinoparadijs met fonkelende neonlichten en belachelijke hoteltorens, oesterslurpende familieleden van roekeloze dictators die in gepantserde limousines worden afgeleverd aan de blackjacktafels, een allochtone arbeidersklasse die in de schaduw leefde van de superrijken. Werkvolk dat de straten schoon hield en de wolkenkrabbers in de hoogte hielp, zoals dat in een oord als Dubai gebeurt.

De fonkelende neonlichten waren er. Iconische en uitbundig verlichte hotels ook (aan groene stroom doen ze niet, het is Chinese import, nucleair of kolen dus, of dieselgeneratoren). Ik zag een kitschige kopie van de Eiffeltoren en van Venetië, precies zoals in Las Vegas. Er stond ergens een Lamborghini geparkeerd tussen de hotels waar ik door mijn couchsurfing host werd opgepikt en gedropt in het oude koloniale centrum, voordat hij zelf naar acupunctuurles ging. Daar werd ik verrast door het oorspronkelijke Macao, waar de Portugese invloed heel goed zichtbaar is. Het plaveisel is Portugees: men heeft de beste experts over laten komen om de binnenstad te betegelen. De oude kerken, de ruïnes, de vuurtoren, het fort. De koloniale gevels. Er werd pasteis de nata verkocht door mensen die geen Portugees spreken en het woord ‘egg tart’ met een lelijk Chinees accent uitspraken. Bacalhau en Portugese vinho waren nooit ver weg. Op het knusse Praça Lilau, in het hart van het oude Macao, dacht ik verdomd, er is niets in dit plaatje dat verraadt dat we in China zijn. Ik had in de folder gelezen dat het contact tussen Oost en West in Macao het meest intensief was geweest, met een vitale mix van culturen als resultaat. Ik verzon een slogan, “where East meets West – best” en die ga ik te koop aanbieden aan het orgaan dat de scepter zwaait in Macao.

Aldus wandelde ik naar hartelust door de compacte binnenstad, samen met hordes Chinese toeristen uit Shenzen en omstreken, die ijverig poseerden voor het UNESCO-cultuurerfgoed. Ik hielp er een aantal met het maken van een foto, een hoffelijkheid die men sinds de uitvinding van de selfiestick steeds minder vaak aantreft. Omdat ik ‘s nachts was gevlogen en had vergeten, te slapen, werd ik ‘s middags door slaperigheid overvallen. Ik strekte me uit in de schaduw van een speeltoestel. Er waren een paar kinderen aan het spelen.
“Monster!” riep een Portugees jongetje, mij bedoelende, terwijl hij zijn vriendje achternazat op het klimrek. Ik vroeg hem hoe hij heette. João. Het was het enige Portugese gesprek dat ik had. Rond negentig procent van de bevolking van Macao is etnisch Chinees en spreekt geen Portugees, hoewel het nog steeds een officiële taal is in het territorium. Het monster hervatte zijn wandeling en besloot zich te ontspannen in café Falala, waar hij een uitstekende kop Portugese koffie geserveerd kreeg. Het voelde allemaal als een bezoek aan Europa, maar dan met subtropische luchtvochtigheid (80%) en iets meer Chinese toeristen.

Mijn Couchsurfing gastheer was een elektrotechnisch ingenieur die op het zuideiland woonde, in een reusachtige flat met marmeren vloeren, twee koelkasten en een bovenmaatse televisie. Er was een documentaire over ‘september 11’ en een over het uploaden van je geest en wat daar zoal bij komt kijken. Het ontbijt de volgende morgen bestond uit passievruchten.

Op mijn tweede en laatste dag wilde ik de vuurtoren en het praça Camões bezoeken, maar beide attracties waren ‘fechado’ vanwege de afgewaaide en afgezaagde takken als gevolg van een cycloon die enkele dagen daarvoor op het eiland had huisgehouden. In het park van Luís Camões, dat ook typisch Portugees aandoet, staat een gedicht gegraveerd dat ik wilde aanraken, maar dat mocht dus niet. Ik overwoog even om over de afzetting heen te stappen maar besloot dat ik het kleine poëtische heiligdom net zo goed kon googelen.

Macao: where East meets West, best werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Advertenties

Nabije lezing: Flatterzunge van Sasja Janssen

Ik zag dit gedicht op Ooteoote en voelde de neiging om een korte notitie te maken over mijn lezing ervan. Flatterzunge is een tremolo op de dwarsfluit. Persoonlijk vind ik het Italiaanse trullato mooier klinken. Flatterzunge associeer ik met Flitterwochen, Fledermaus en Fliedersirup maar dat is een persoonlijk Teutoons register dat door de titel in mij wordt aangeslagen. Ik begin te lezen, avanti!

“Met een jonge god onder ziekwitte / lakens”

Direct een beroerd beeld, knap lijkt dat. Ziek(enhuis)wit is een vinding die de aandacht trekt. Het wit staat hier bewust niet voor onrein en maagdelijk maar voor ziekte, verderf, dood. Aan de jonge god zal het niet liggen (ik ga ervan uit dat hij geen erectieproblemen heeft) dus zal het wel een one night stand zijn, waarover de ik (hier de jij) zich schuldig voelt. En ja hoor: “toen je hoorde dat jij het was / en hij struikelde alle trappen af.” Toen je hoorde dat jij het was? Daar wordt de lezer even mooi op het verkeerde been gezet! Het lijkt Ashberry wel! De jij hoort dat ze het zelf was, wat betekent dat? Dat ze beseft dat ze zich niet te pakken had moeten laten nemen, en hem wegjaagt? Het is raadselachtig, dus we lezen verder.

tödö tödö tödö tölö tölö tölö

Onomatopee. Ik heb een ander soort trap thuis.

Dan: de aanschaf van een kalfje “om wat levends in huis te hebben” wat de mensen volstonden niet. Het gouden kalf ligt op de loer, en Kalfsvlies natuurlijk, de fenomenale bundel van Marieke Rijneveld. De mensen kusten smerige voeten, de kleine kruin staat in de fik (als een brandende struik) terwijl ze jou hadden “aanwezen”(sic). De christelijke metaforiek stapelt zich op. “Aanwezen” klinkt naar Heidegger. De mensen hadden je “hun wil en ziel in bewaring” gegeven en het kalf likt eraan. De dwarsfluit wordt weer zichtbaar.

Er volgen twee strofen die met “overal” beginnen. Een wild gebeuren als je een Flatterzunge speelt. Wat zou de “uitzonderlijke dienst” anders zijn dan het uitnodigen van de jonge god onder de lakens? De mensen die hun wil en ziel in bewaring hebben gegeven “gapen koeiig” (mooi) hun geloof maar de fluitist heeft nog vrije lucht: “tölle dille talla dollo tollo dalla”.

De tremolo komt op gang: het mondstuk van de fluit wordt “het holste zwart” en de fluitist redt nóg meer zieltjes “die de voorganger vergeten had”. Muziek voltooit religie. Maar de hele mensheid kroop verdorie in dat gat, dat “zwol als ene gezwel”. Er was geen tijd meer voor hun ellenden (mooi meervoud) Hoe moeten we dat nu oplossen? Hoeveel lucht heeft de fluitist nog over?

Ze worden opdringerig en vragen naar de verrijzenissen en zijn geïnteresseerd in wat tussen de dijen zit waar ze hun onsterfelijkheid vermoedden. Met “veel agressie zonder verstand van het mechaniek zelf”, waarbij ik denk aan het flauwe grapje van Wim Kan “Als je de sport niet beoefent, dan moet je je ook niet met de spelregels bemoeien.” De volgende strofe is full-on:

Je beloofde dat je je zoon meenam
op de helletochten, een zoon verloochent
geen messias, de pleuris brak uit.

Ik kan er geen wijs uit. Wie is de messias, de jij? En waarom brak de pleuris uit? Ik zie de hele mensheid in dat opgezwollen gat, als bergen zombies in films als World War Z. De fluitist moet aan het eind van haar krachten zijn: “tödeldi tudeldi dutt tadelli dodelli dutt”.

Wanneer het gedicht vervolgt “Het kon hem niets schelen wie of wat, hij wilde een verloren meisje” weet ik niet wie de hij is. De zoon, of de jonge god uit de eerste strofe. Of, hemeltjelief, is het dezelfde persoon? Gaat dit gedicht stiekem over incest? In ieder geval is de man opgeschoten als houthakker en slaat hij de waanzinnigen (zombies? flatterende boventonen?) van je af. Het kalf wordt dezelfde trappen opgedragen als waar de jonge god naar beneden struikelde. Met bedauwde ogen: is de man zelf verdwaasd, of is het kalf net geboren? Ik denk weer aan Rijneveld’s Kalfsvlies.

Finale: een krachtige strofe die de lezer bij de keel kan grijpen:

En dat was de laatste keer dat jij mens
was, lippen tong lippen tong, lippen
tong tong.

Wat zorgt voor de ontmenselijking? Gaat het dan echt over incest en is de ontmenselijking de manier waarop het taboe wordt uitgedrukt? Of ben ik gewoon een viespeuk en staat er niet meer dan de fantasie van een fluitist die zich helemaal leeg blaast op een Flatterzunge? Ik weet niet goed hoe het kalf te duiden. De jij schaft het aan voor zichzelf, het likt vervolgens de zieltjes schoon, en wordt uiteindelijk haar trappen opgedragen. Zal het kalf worden geofferd? Wist de kerel dat het kalf geofferd ging worden en waren zijn ogen daarom bedauwd? En is het kalfsoffer wat ontmenselijkt, en dus – vergoddelijkt?

Nabije lezing: Flatterzunge van Sasja Janssen werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Stik er maar in

Vorige week maakte het CBS bekend dat de CO2-uitstoot in Nederland ten opzichte van 2016 met een procent is gestegen. Daar staan we dan met onze goede bedoelingen, onze grote mond en onze handtekening onder het klimaatakkoord van Parijs. De chemische industrie stootte 1,5 miljard ton meer uit dan in 2015 en verwarming stootte ook flink meer uit. Ik ontdekte ook tot mijn stomme verbazing dat Nederland van 2010 tot 2015 het steenkolenverbruik heeft verdubbeld van 18 naar 36% van de elektriciteitsproductie, terwijl steenkool meer CO2-uitstoot veroorzaakt. In 2015 ging het roer om: er werden 3 kolencentrales gesloten en er werd een beroep gedaan op de aardgasvoorraad (aardgaswinning nam af bij toenemend verbruik).

De CO2-uitstoot ligt 11% lager dan in 1990. Voor 2020 zou het 25 procent moeten zijn, zo oordeelde de rechter in de wereldberoemde Urgenda-klimaatzaak. Het enige cijfer dat daaraan lijkt te voldoen is de vermindering van de emissie-intensiteit van de Nederlandse industrie: die is 42% lager dan in 1990. Maar het blijkt keer op keer dat dit niet genoeg is om economisch te kunnen groeien en dus met andere landen te kunnen concurreren. Daarvoor lijkt een toename van broeikasgassen nog steeds treurige noodzaak. En als die niet in Nederland plaatsvindt, dan in de landen waar bijvoorbeeld de batterijen van de ‘schone’ elektro-auto’s worden geproduceerd.

Daar sta je dan met je spandoek en je Pyrrusoverwinning op de moloch van de economie. De rechter heeft zijn best gedaan, maar het haalt natuurlijk allemaal niks uit zolang de economie het enige is wat écht telt: “De kosten voor het terugdringen van de uitstoot zijn niet onaanvaardbaar hoog. De rechter gelooft niet dat daardoor bedrijven zullen wegtrekken uit Nederland.”

Onlangs werden Nobelprijswinnaars gevraagd hoe ze dachten dat de mensheid ten onder zou gaan. 34 procent zei environmentaldegradation, vooral klimaatverandering. 23% was het meest bang voor een kernoorlog. Minder genoemde oorzaken zijn pandemiën, egoïsme, terrorisme, ignorante, drugs, ongelijkheid en kunstmatige intelligentie.

Ik ben het gelul spuugzat. Ik geloof er niet meer in en heb vandaag eens gewoon zin om heel erg boos te worden. Om er voor het gemak van uit te gaan dat de meerderheid van klimaatwetenschappers en nobelprijswinnaars weet waar ze het over hebben. Om goedbedoelende journalistenzieltjes met ‘klimaatzaak’-filmpjes zoals Marijntje Poels en intellectuele paupers als Sid Lukkassen een langrekt ‘lul’ in het gezicht te schreeuwen dat hun oren ervan suizen. Sodemieter toch op met je iedereen kan en meepraten over over klimaat. Hou gewoon je melkmuil, leer eens iets over statistiek en de wetenschapelijke methode en ga in Houston helpen dweilen. De kraan kunnen we toch niet meer dichtdraaien: het orkaanseizoen wordt ieder jaar heviger, net als andere natuurrampen. Maar het is nog bij lange na niet meeslepend genoeg om ook maar een politicus van betekenis te laten denken “verhip, zou dat iets met onze verslaving aan economische groei te maken kunnen hebben?” Alles voor die godskoleretyphusebolakankerklote economische groei. Stik er maar in.

Stik er maar in werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Narcistische krenking

De vrouw die naast mij zat speelde elke noot in het juiste ritme. Ik zwalkte krakend en vals naast het ritme, miste keer op keer de hoge a, vergat steevast een herstellingsteken, streek op wanneer zij afstreek en omgekeerd, maakte van de allegretto triolen een lompe eierdans en speelde forte waar mezzo piano stond. O heer, wat een frustratie! Had ik niet tien jaar lang, in het verre verleden toen ik nog in de provincie woonde en de provincie in mij, vioolles gehad, terwijl de vrouw die naast mij zat slechts vier jaar les had? Zou men niet van mij mogen verwachten dat ik tenminste het simpele walsje van Shostakovitsch en de tango uit die film met Al Pacino op tempo en zonder al te veel fouten kan spelen?

Ik schreef onlangs een obscuur vertaalbureau in Letland aan dat vertalers nodig had voor teksten over cryptovaluta zoals Bitcoin. Ze vroegen of ik een testvertaling zou kunnen maken van een paar honderd woorden. Enkele dagen later kwam de uitslag: “Comments and evaluation: this really isn’t serious, a fourth grader in secondary school would do better… Spelling errors, wrong grammar, terminology errors, clumsy style.” En ze hadden helemaal gelijk: ik had idiote spelling (“honderen”), grammaticale (“de dagelijks volumes […] overtreft”), stilitische (“wordt het overschaduwd”) en terminologische (“opslag van waarde”, “fiat valuta”) fouten gemaakt en ik zag het écht niet. En het tragische is natuurlijk dat niemand dit gelooft. Ik ben er niet (meer) goed in, ik haat het als de pest, ik ben ervan overtuigd dat het de wereld in geen enkele zin beter maakt – maar ik doe het voor het geld (ja, ik weet dat ik niet de enige ben, ik vermeld het voor anderen die ook weten dat ze niet de enige zijn).

En filosofie? Na het schrijven een waardeloos promotiewerkstuk over ethiek in Berlijn, dat niet eens in aanmerking kwam om te worden verdedigd, had ik toch meerdere jaren de tijd gehad om over filosofische vraagstukken na te denken. Deze week bleek, dat het niveau waarop ik dat pleeg te doen zich niet onderscheidt van kinderlogica. https://dezwijger.nl/programma/kinderlogica Onder het mom van je hoeft niks uit het hoofd te leren ben ik blijven steken bij de scherpzinnigheid van een twaalfjarige.

Maar dan tenminste de dichtkunst? Niet publicabel.

Zo’n narcistische krenking is op het eerste gezicht een onaangenaam gevoel. Het is een olievlek op de ziel, die zich snel uitbreidt naar andere terreinen. Alle kennis en kunde van de gekrenkte is ineens gebrekkig. Hij heeft zijn waardigheid verloren. Hij voelt zich verraden omdat de hoogste waarde die hij aanhing hem nietig heeft verklaard.

Maar is dat erg? Als je in zo’n narcistische sluimer blijft hangen wel. Dan raakt het je allemaal heel erg. Ik heb daar geen zin meer in. Ik las een perfecte tip van de Amerikaanse toneelschrijver schrijver David Mamet, die hij gaf in de trailier van de Masterclass-series (het perfecte symbool van ons idolatrische tijdsgewricht, waar ook andere grote Namen aan meedoen zoals Hans Zimmer, Jane Goodall, Garry Kasparov, en Dustin Hoffman): “schrijf slecht en beken je ertoe. Als je dat niet doet, zul je ook nooit iets goeds schrijven.” Ik ben al tijden bezig aan een slechte roman, en dat is erg leuk om te doen. Je lacht het narcisme van je af en begraaft de brokstukken tussen de regels.

Narcistische krenking werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Onmogelijk!

Wanneer ik vol overgave aan activiteiten waag, zijn deze ingebed tussen twee onmogelijkheden: de onmogelijkheid om het te laten en de onmogelijkheid van perfectie. Grijp ik dwangmatig mijn viool bij haar hals, dan weet ik dat het vioolconcert van Tschaikovsky voor mijn trage vingers geen haalbare kaart is. Dit onbereikbare ideaal, in een schitterende opname van Maxim Vengerov, hangt echter niet als een zwaard van Damokles boven mijn hoofd. Het zet aan tot bezonnen motivatie en gezonde zelfironie. Zo weet ik ook dat ik nooit de modernste wis- natuurkunde zal doorgronden, of op sterrenniveau koken, of Dood in Venetië schrijven, of beter Koreaans spreken dan Kim Jong-Un. Het zijn noodzakelijkerwijs vage idealen, want als ik precies wist waar ik het over had, had ik ze al bijna bereikt.

Buiten regent het pijpestelen en binnen staat mijn laptop en een thermoskan koffie. Ik denk aan de levenshouding die ik net à l’improviste heb geformuleerd. Door een vaag beeld te hebben van perfectie heb ik een idee waar ik naartoe kan werken. Door die perfectie tegelijkertijd onbereikbaar te verklaren, vermijd ik onproductieve, zweterige contemplatie over de vraag of ik ‘het’ wel of niet zal kunnen halen. Het is polsstokhoogspringen over een onzichtbare lat. Achteraf kan men dan vaststellen dat het resultaat enige waarde heeft, en dus tenminste vanuit enige geconstrueerde perspectieven als perfect kan en moet worden beschouwd. Mijn excuses wanneer u van zulke woordenflatsen warm noch koud wordt. Filosofie is soms een hinderlijk stemmetje, dat we niet te hoog moeten aanslaan.

De wereld gaat, wanneer u mij deze grove vereenvoudiging permitteert, gebukt onder een gebrek aan onmogelijkheden. In online virtuele werelden kun je iedere identiteit aannemen die je vermag te verzinnen en in de hoedanigheid van je avatar alle morele wijsheden met voeten treden, zonder enige consequentie in je ‘eigenlijke’ bestaan. Je bent volledig vrij om je eigen gender te bepalen, men zal je geen strobreed in de weg leggen wanneer je verkondigt voortaan als flüide pan- of toffelseksueel door het leven te willen gaan. Porno is zo goedkoop dat het ook beschikbaar is voor heren die zelf hun broek niet kunnen ophouden. Zelfs de geschiedenis is maakbaar: we hoeven alleen een paar boze beelden neer te halen en ze voegt zich vanzelf naar het narratief van onze morele perfectie.

Aan het woord komt nu mijn wijsgerige intuïtie, mijn filosofische onderbuik. Het gevaar van die ‘mogelijkhedencultuur’ is dat ze uitdraait op extremisme. Het eigen morele ideaal is een loepzuiver beeld, een hard criterium. Mensen die er niet aan voldoen worden bitter en veroordelen zichzelf en elkaar. Morele perfectie is niet langer het vage onbereikbare ideaal van de deemoedige navolgers van een religieus voorbeeld, maar een vereiste om erbij te horen. Ethiek is niet meer gesitueerd tussen twee onmogelijkheden (het niet handelen en het perfect handelen) en verliest zo haar Aristotelische bezonnenheid. Het wordt een taboe om de intrinsieke beperkingen van ons morele bewustzijn te denken. Het opschorten, of niet-denken van onmogelijkheden wordt net zo toegepast op de libertijnse uitspattingen als op de reactionaire morele zelfkastijding. Men houdt geen halt meer om naar de vormelijke woorden te luisteren van een grijze autoriteit, die oproept tot bezinning en waarschuwt dat de morele hybris de ergste soort is. De deugtrein dendert door, zonder oor te hebben voor de eigen imperfectie, de onmogelijkheden om zijn idealen te bereiken, die ze weigert, vaag genoeg te formuleren.

De regen is even opgehouden en een lichte bries veraangenaamt me door het betraliede raam. Ik weet niet of ik gezegd heb wat ik wilde zeggen. Tijdens het schrijven werd ik mij bewust dat ik een formule hanteer: vertel iets over een verschijnsel in je persoonlijke leven en pas dit vervolgens toe op de actuele publieke kwesties. Met zo’n formule kan ik vanaf morgen gaan produceren en wie weet met mijn woorden geld verdienen. Een stagiair met een beugel zal me uitleggen hoe ik mijn kopij moet inleveren en mijn rubriek met een dwangmatige alliteratie Kamiel’s kanttekening noemen. Ich werde fleißig am Produktionsprozeß teilnehmen. Neen. Dat nooit.

Onmogelijk! werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Het succes van Trump onder de loep

Afbeelding van joostniemoller.nl

Ik las op het rechts blog van Niemoller, die ik sinds een aantal bijzonder debiele tweets zelf niet meer serieus neem, een interessant gastartikel van dr. Gert Jan Mulder. De doctor stelt dat Trump vele successen heeft geboekt en geeft een puntsgewijze opsomming op een manier die mij tot het formuleren van een kritisch weerwoord prikkelde. Ik loop gewoon de punten door, doe wat fact checking en zal zien wat er van al de ‘successen’ overblijft.

Reagan zou “als een van de meest succesvolle presidenten de geschiedenis in zijn gegaan”. Een gallup poll uit 2004 laat zien dat dit inderdaad klopt: de retrospective approval ratings van Reagan zijn beter dan alle andere moderne presidenten met uitzondering van JFK. Tijdens zijn regering waren de meningen echter verdeeld (53% job approval, beter dan zijn voorgangers, maar minder dan zijn opvolgers Bush en Clinton). De reputatie van Reagan verbeterde sterk nadat hij het Witte Huis had verlaten, het is mogelijk dat dit te maken heeft met compassie voor zijn persoonlijke situatie (hij maakte in 1994 bekend dat hij aan Alzheimer leed, vervolgens steeg zijn reputatie).

Mulder noemt Donald Trump een succesvol ondernemer met een vermogen van $10 miljard. Dit is onjuist: Trump’s vermogen wordt door Forbes geschat op $3.5 miljard en zou nog groter zijn als hij het geld van zijn vader gewoon had belegd.

Mulder is onverkort “lyrisch” over alle beleidsterreinen. Laten we eens kijken.

  1. De economie groeit sterker dan onder Obama (actuele prognose 2.6% terwijl hij onder Obama “rond de 1% bleef dobberen”). Dit is een wel heel vrijzinnige interpretatie van de cijfers. De 2.6% van juli 2017 zou moeten worden vergeleken met dezelfde periode van de afgelopen jaren:   in juli 2014 groeide de economie nog met 5%. Het heeft weinig zin op deze manier groeicijfers aan te halen om het succes van je favoriete president te bewijzen. Het aantal banen zou met 1 miljoen zijn gegroeid sinds zijn aantreden. Dit cijfer is echter een vermindering ten opzichte van de laatste Obama-jaren! In 2014 waren er bijna 3 miljoen nieuwe jobs! De prognose voor 2017 (1,9 miljoen nieuwe jobs) is voor het eerst sinds 2010 onder 2 miljoen!
  2. Mulder spreekt van de “oerdomme omhelzing van de globalisering” en “onbenullige open grenzen”. De productie zou “jouw land” verlaten, terwijl “je er niets voor terug krijgt”. Laat ik niet teveel woorden vuil maken aan deze oerdomme opmerking. Iedereen kent de Trump petjes “made in China”. En natuurlijk heeft Trump de globalisering niet gestopt: Nafta werd niet geschrapt maar renegotiated onder druk van het bedrijfsleven, Trudeau en Peña.
  3. Het “tekort op de Amerikaanse handelsbelans moest worden omgebogen”. Daar is iets voor te zeggen. Maar is dit ook gebeurd? Uit de statistieken blijkt dit vooralsnog niet.
    https://d3fy651gv2fhd3.cloudfront.net/embed/?s=ustbtot&v=201708081603v&d1=20120101&d2=20171231&h=300&w=600
  4. Deregulering: voor iedere wet zouden er 2 moeten worden geschrapt. Dit was een executive order van 30 januari. Wat gebeurt er in de praktijk? Tot 23 augustus heeft de Trump regering 53 wetten afgekondigd, waarvan er 15 bestaande regelgeving schrappen. De overige wetten voegen reglementering toe of breiden die uit. Trump’s executive order klinkt heel stoer, maar blijkt in de praktijk nogal onbenullig.
  5. Ondernemer en consument zijn enthousiaster, het enthousiasme is “lang niet zo groot geweest”. Dat klopt, daarvoor moeten we terug naar de periode voor de crisis van 2007-8. Er is sprake van een “Trump-bump”, een plotselinge stijging in het consumentenvertrouwen na zijn verkiezing, maar de huidige situatie ziet er meer uit als het vervolg van het natuurlijke, onder Obama ingezette, herstel.

Binnenlandse politiek

  1. Illegale immigratie met 80% teruggedrongen. Ik weet niet waar de 80% vandaan komt. Trump heeft in april gezegd dat het aantal illegale migranten het laagste is in 17 jaar, een claim die lijkt te kloppen. Wat er gemeten wordt is het aantal mensen dat wordt opgepakt, en dat was sinds de crisis al aan het dalen. Het is zeker niet alleen toe te schrijven aan Trump’s beleid.
  2. Er worden veel illegale criminelen uitgezet. In de beginjaren van Obama nog veel meer, volgens cijfers van de U.S. Immigration and Customs Enforcements.
  3. Trump heeft een travel ban voor zes islamitische landen gerealiseerd! En welk land valt niet order Executive Order 13769? Saoedi-Arabië, waar de aanslagplegers van september 11 vandaan komen, én waar Trump’s organisatie, net als in Egypte en enkele andere moslimlanden, zakenbelangen heeft. David G. Post riep daarom op tot impeachment. Afghanistan valt overigens ook niet onder de ban.
  4. Repeal-and-replace van Obamacare is nog niet gelukt. Gelukkig maar voor mensen met pre-existing conditions of afhankelijk van Medicaid. Het alternatief van Trump is in feite een verkapte belastingverlaging voor de bovenklasse.
  5. De infrastuctuur dient “hartgrondig te worden vernieuwd”! Trump heeft dit op de campaign trail beloofd dat in 1 biljoen euro zal investeren. Wat is ervan terecht gekomen? Overheidsuitgaven aan infrastructuur zijn het laagst ooit volgens de Economist (1,4%). Het moet natuurlijk van public-private partnerships komen, zoals de $40 miljard (of 4% van Trump’s bedrag) die de private equaty firm Blackstone aankondigde, de helft waarvan uit een wealth fund van de Saoedi’s (!) Het is makkelijk om aan geld te komen, maar er is een gebrek aan infrastructuurprojecten om het aan uit te geven.

Buitenlandse politiek

  1. Tijdens zijn eerste buitenlandse reis bezocht Trump de centra van de drie monotheïstische religies, Riyadh, Israël en Rome. Dit was inderdaad verfrissend. Het internationale vertrouwen in de president van de VS is er helaas niet door toegenomen: die viel volgens PEW Research van 64% naar 22%.
  2. Trump zei op 25 mei dat de andere NAVO-landen financieel te weinig bijdragen. Zowel George W. Bush en Obama zeiden ook al dat landen tenminste 2% van hun budget aan defensie uit moeten geven. Dat zou alleen maar eerlijk zijn. Trump gaat echter (net als Obama overigens) het US defensiebudget nog verder verhogen. En hij blijft voorlopig in Amerika’s langstlopende oorlog: die in Afghanistan. Waar het natuurlijk om gaat is de minerale rijkdommen van dat land (geschatte waarde 1 biljoen) en het belastinggeld gaat naar de bescherming van private bedrijven zoals DynCorp van Trump’s informele adviseur Stephen Weinberg, die in Afghanistan willen delven in gebieden die gecontroleerd worden door de Taliban (de provincie Helmand). Dit is natuurlijk geopolitiek: de Chinezen hebben al een kopermijn van 3 miljard en Trump wil niet dat de VS na de oorlog de ‘buit’ (“to the victor belong the spoils”) verliest.
  3. Trump heeft in Mar-a-Lago met de presidenten van Japan en China gesproken, en een “gecoördineerde aanpak” afgestemd. Inderdaad is VN-resolutie … zonder Russisch of Chinees veto aangenomen, maar dit is meer de prestatie van de diplomaten (ambassador Nikki Haley en haar team) dan van Trump zelf. Het feit dat China heeft ingezien dat Kim Jong-Un een gevaarlijke gek is, hebben we niet aan Trump te danken. De relaties met China zijn echter danig bekoeld na de wapendeal van $1,4 miljard met Taiwan en een aantal andere incidenten.
    (Mulder heeft het over “de president […] van Japan.” Hij bedoelt waarschijnlijk premier Shinzo Abe.)
  4. Trump zou terecht uit het klimaatakkoord zijn gestapt (en sowieso niet in “klimaathysterie” geloven). Het akkoord van Parijs was zeker niet perfect, maar het beste waar de wereldleiders toe in staat waren. Trump steekt zijn bekrompen middelvinger op en gaat terug naar fossiele brandstoffen. De doelen van “Parijs” waren niet eens verplicht. Het feit dat Trump eruit is gestapt hoeft an sich nog geen ramp te betekenen: misschien krijgt de vrije markt het voor elkaar (er is een stijgende tendens in alternatieve energiebronnen in de VS), maar volgens experts kan het de boel wel vertragen.
  5. TTP werd begraven en TTIP “ging de vrieskist in”. Trump heeft inderdaad de geplande multilaterale handelsakkoorden afgezworen. Een slimme knul in pak legt hier uit waarom dit uiteindelijk averecht kan werken en geopolitiek dom is: China zal met een ander voorstel komen dat lucratiever is voor China en uitgroeien tot de grootste macht in de Pacifische invloedsfeer. En voor de consumenten in de VS wordt alles duurder. Persoonlijk ben ik tegen TTP en TTIP om andere redenen: het zijn in feite geen handelsverdragen maar verdragen die investoren beschermen via ISDS. Maar dat is een ander verhaal.

Trump zou de druk op de Chinezen hebben verhoogd en deze strategie ook toepassen op andere dossiers zoals NAVO, Nafta, Duitsland, EU. Dit klinkt mooi, maar of het in de praktijk ook het gewenste resultaat bereikt valt op zijn zachtst gezegd af te wachten. Vooralsnog kun je met net zoveel stelligheid beweren dat Trump een opportunistische, leugenachtige, strategisch domme, economisch kortzichtige, populistische, inefficiënte narcist is die met ondoordachte tweets een nucleaire oorlog riskeert.

Het succes van Trump onder de loep werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Oxymoron

Je kunt er niet vroeg genoeg beginnen mee beginnen: je kind vertrouwd maken met de spanningen, paradoxen, en logische incongruenties van de ingewikkelde wereld waarin we leven. Tegenstellingen komen in de theorie voor identiteit, maar als je echt wilt deugen ga je uit van de identiteit van alles en iedereen, en probeert daar dan voorzichtig en op politiek correcte wijze nuances in aan te brengen. We hebben allemaal dezelfde genderneutrale oeridentiteit als we geboren worden, we zijn tabulae rasae: goddelijke wezentjes die vanaf de geboorte opgewekt beginnen aan hun val. Onze omgeving, opvoeding, hormonen, genen dwingen ons in een beperkte identiteitsrol, een move die in de kern gewelddadig is en nooit vrij van schuld omdat er geen oorspronkelijke rechtvaardiging is van die identiteiten. Er is alleen uitzicht op verlossing wanneer we ons voortdurend verontschuldigen voor die oorspronkelijke geweldsdaad. Alleen door de zonde te accepteren staan we in onze kracht.

Zo luidt de seculiere scheppingsmythe, een bij tijd en wijle leerzame karikatuur van ‘links denken’. Het laat ook zien hoe springlevend Jezus is en hoe krachtig de bijdrage van het concept oerschuld aan de menselijke zingeving.

Mijn dochter Miru is vier en ik leerde haar met veel plezier afgelopen week het woord ‘oxymoron’, naar aanleiding van een conversatie waarin ik haar ‘lieve dondersteen’ noemde. Ze vindt het een mooi woord dus ik zoek naar zoveel mogelijk voorbeelden van oxymorons om haar de gelegenheid te geven het uit te spreken. Gelukkig leven we in een land waar de oxymorons welig tieren. Zuid-Korea is een van de meest agressieve kapitalistische economieën met universal health care; de hoofdstad ligt binnen het bereik van de raketten van een paranoïde dictator waar men zich in het geheel niet druk over maakt; nergens zuipt men zoveel en is men zo gesteld op sobere hiërarchie.

Maatschappijanalyse ligt buiten het bereik van de meeste vierjarigen, dus in plaats van de complexe paradoxen in het fundament van onze oververhitte samenleving, richten we onze aandacht op kleine, alledaagse oxymorons. Vieze lekkernijen, droog water, koele hitte. De tegenstellingen zijn fundamenteel: als je uit bent op een vergezicht van de waarheid volg je hun sporen zonder de uitkomst bij voorbaat te bepalen aan de hand van de heersende mode.

Als ik haar straks van de kleuterschool ga ophalen vraag ik haar of ze een warm ijsje wil. Eens zien of ze de oxymoron herkent.

Oxymoron werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

Zuilen

Waar je vroeger remonstrants, doopgezind, katholiek of hervormd was en trouwen met iemand van een andere confessie een klein familiedrama betekende, zo schrijf je nu statussen of stukjes waarbij je je houdt aan de spelregels van je ideologische kamp, dat rust op de pijlers of columns van een aantal taal- en meningvaardige medeburgers. Je luistert naar voorgangers als Ebru, Annabel, Theodor, Syp, Wierd, Elma of Ascha, en bent het vervolgens in je eigen schrijfsels laaiend met hen eens.

Zelf denken is niet zonder risico want als Grenzgänger tussen ideologisch links en rechts word je door beide kanten als verrader afgeserveerd. Een linkse professor die oppert dat het misschien toch niet zo’n goed idee is om vluchtelingen die de Europese stranden weten te bereiken niet terug te sturen, krijgt de wind van voren. Wanneer een rechtse rakker begint over universele mensenrechten en de gebreken van de vrije markt, neemt men hem liever niet al te serieus.

De twee hoofdzuilen kunnen niemand ontgaan. Aan de ene kant de social justice warriors van progressief links: welkomstcultuur voor asielzoekers, pro-LHBT+, tegen Trump en Putin, tegen fossiele brandstoffen, voor de EU, voor de islam, fatsoen moet je doen. Aan de andere kant de rebellen van progressief rechts: minder asielzoekers, hou op met die transgendergedoe, Trump kickt butt tegen het ingeslapen establishment, drill baby drill, tegen de EU, tegen de islam, en fuck fatsoen. De scherpe contrastering zorgt natuurlijk voor veel traantjes onder schrandere einzelgängers, die liever zelf hun waardenpakket samenstellen.

Iedere zuil heeft zijn eigen media die op het internet sneller polariseren dan krantenpapier zou toestaan. Een website is natuurlijk nog geen zuil, het gaat om de invloed die de ideologie heeft op de keuze van de verwarde burger. Wisselt hij van huisarts wanneer hij ontdekt dat zijn huidige dokter PVV stemt, of omgekeerd, wanneer hij door een doktersassistente met hoofddoek wordt bejegend? Haalt hij zijn zoontje van voetbal af wanneer hij merkt dat de trainer een rooie is die communistiese agitprop als De Correspondent of Joop zou uitdelen als ze fysiek zouden bestaan?

Ik bezie deze ontwikkeling met lede ogen, alsmede mild opspelend leedvermaak, vanuit het turbokapitalistische Korea, waar mensen van de gekkigheid niet meer weten of ze een nagelsalon of een koffiezaak moeten beginnen. Beslist kom ik de komende jaren weer eens naar dat Nederland, vanwege de taal en de fijne mensen. Ik weet al wat mijn hobby zal moeten zijn: verstoppertje spelen tussen de nieuwe zuilen.

Zuilen werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org

How fragile we are

Stevie Wonder zong het mooier dan Sting zelf op de zestigste verjaardag van de policepopper. En omdat een beetje man tegenwoordig nergens meer bang van is, van de duivel niet, van zijn latente homoseksualiteit niet, van omgebouwde frotsenbubels die met dames noch heren aangesproken wensen te worden niet, van vrouwen die veel beter kunnen voetballen dan de sneue doelman Ronald Waterreus niet, van de piercing in de neus van onze nationale Wiske Anne-Fleur niet, van de hemeltergend slechte schrijfsels van luizenbol Grunberg niet, van tuigvloggers, DDS, GeenStijl en NPO niet, van de fascistoïde neprevolutionair Abu Jarjar niet, van desnoods aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan niet, van gluten en cholesterol niet, van besmette eieren niet, en van het gitzwarte label ‘racist’ dat hij door ideologisch verdwaalde SJW’s krijgt opgespeld niet, bezing ook ik in deze coin inconnu van het internet andermaal de eigen kwetsbaarheid.

Er is een ruim half jaar verstreken waarin ik dagelijks tegen mezelf blaf “if and only if”: alleen wanneer de duivelse ontstekingen in mijn bovengebit zijn verdwenen, zal ik weer meedoen. Ik heb geen hoop dat de godverdomde ontsteking voor 2020 uit mijn bek verdwijnt en aanvaard het maar als metafoor van onze kwetsbaarheid. Het geeft me weliswaar niet, zoals de k-ziekte dat doet, een carte blanche om overvloedige ontboezemingen over het Menselijk Lijden te delen, het is net voldoende om in oneindige lakonieke herhaling en zonder knagend geweten, te blijven melden hoe volkomen kut een leven met kiespijn is.

Dat klingt weer heerlijk dramatisch allemaal maar u weet ook dat het allemaal slechts psychologie is. Er is ‘objectief’ niks aan de hand! Die pijn is slechts denkbeeldig! Die denkt een beetje kerel weg in een mindfulness-sessie, tussen twee vluchtige afspraken door. En dan zit je een half jaar te kniezen? Mietje, zouden we vroeger zeggen, toen dat nog mocht.

Op de hoek van de straat waar ik woon zit iedere avond een oude vrouw. Misschien is ze tachtig, misschien honderd. Ze is zo klein als een kind, heeft wit piekhaar, haar gezicht zijn bronzen groeven en haar armen iets dikker dan bezemstelen. Ik glimlach naar haar en vraag mezelf af hoe de Koreaanse cultuur zou oordelen wanneer ik haar iets te eten zou aanbieden. Respect voor de ouden van dagen is ontzettend belangrijk hier: jongere generaties gaan zwaar gebukt onder de financiële druk van hun bejaarde ouders. Als ik de oude vrouw een maaltijd aanbied ga ik er dus vanuit dat ze geen familie heeft, geen kinderen die voor haar kunnen zorgen, wat in het traditionele Korea geen geringe smet was. Met deze overpeinzingen wandel ik langs haar wanneer ik ‘s avonds iets te zuipen ga halen in de convenience store, houd ik mijn pas even in en glimlach iedere dag iets breder naar het opdrogende mensenwezen.

How fragile we are!

How fragile we are werd oorspronkelijk gepubliceerd op komrijm.creativechoice.org